The Orbis of Wine

A journey into wine by the True and Only Fratres Organoleptici

  • Vergroot letter grootte
  • Standaard letter grootte
  • Verklein letter grootte
Welkom op de site van de Orbis

En het doek viel over The Orbis of Wine

E-mail Print PDF
En het doek viel over The Orbis of Wine? Weer een siteswap? Ja, weer een siteswap. Ditmaal om verschillende redenen: The Orbis of Wine kostte ons teveel moeite om draaiende te houden, posten bleek geen sinecure en, vooral ... The Orbis of Wine verwees al enkele maanden naar iets wat niet langer bestond. We gaan verder met Belgian Gourmand, een blogtitel die alles zegt waarvoor Belgian Gourmand staat: de kronieken van een Belgische hedonist, een levensgenieter pur sang.


Belgian Gourmand


Laten we alleszins Kurk, onze onvolprezen admin en onmisbare man achter de schermen, heel erg danken voor al de moeite en de tijd die hij de afgelopen jaren in deze site investeerde. Zonder hem was The Orbis of Wine er nooit geweest. Applaus!


LAST_UPDATED2
 

Wijnanalysten in de Elzas - The sneak peak!

E-mail Print PDF


Een voorsmaakje van wat toch o zo lekker was ... !
(Met veel dank aan L. "Alexander" B.)
LAST_UPDATED2
 

Bordeaux Coup de Coeurs 2010 - Geen verguldsel meer om de bittere pil.

E-mail Print PDF
De wijnfestivals zijn voorbij, Megavino, het grootste wijnevenement van het jaar, zit ondertussen al wat minder vers in het geheugen en de meeste wijnhandelaars hebben hun herfstproeverijen weer achter de rug. Met het eerste sneeuwtapijt leek ook de rust teruggekeerd in wijnminnend België. Of is deze rust misschien slechts een zoveelste stilte voor de storm? De eindejaarsfeesten staan immers voor de deur en dan zijn de bubbels en de feestwijnen – economische crisis of niet – nooit van de lucht. Bubbel nummer één blijft de onklopbare Champagne, maar voor de feestwijn aan tafel is het pleit lang niet meer zo zeker beslecht.

1. Nonkelpastoor en marketingvirtuositeit.
Tot voor een tiental jaar terug was er bij hoge uitzondering slechts één wijn die aanspraak mocht maken op het plaatsje naast de klassieke wildschotel tijdens het kerstdiner. Een fles die steevast uit de goed gevulde kelder kwam van nonkel pastoor. Een wijn die al even steevast afkomstig was uit een streek waarvan de status minstens even sacraal was als de bewaker van voornoemde kelder. Bordeaux, met zijn vele appellaties en tot de verbeelding sprekende kasteelnamen, was de feestwijn bij uitstek. Wie zijn kerstdis wat van gepaste luister wilde voorzien kon niet omheen de Angélus, l’Evangile of Pétrus.
Natuurlijk kwam die benijdenswaardige positie van Bordeaux niet zomaar uit de lucht vallen. Wie er wat wijnboeken op naslaat, of eens de kans heeft om met adellijk heerschap uit de streek te keuvelen kan zonder veel moeite wel een handvol redenen bedenken voor het aura van wierook en heiligheid dat deze wijnen omgeeft. Zo is er dat clichématige verhaal van nonkel pastoor die met zijn broeders in de godsvrucht samenaankopen van ettelijke tientallen kisten plaatste rechtstreeks bij de kastelen zelf. Een verhaal dat misschien best met een korreltje zout genoten wordt, maar nog altijd zijn waarde heeft. Achter elk cliché schuilt er immers een waarheid. Er zijn anderzijds nog heel wat andere redenen die Bordeaux promoveerden tot wijn nummer één aan de plechtige tafel. De vlotte verkrijgbaarheid over de grenzen heen is er daar ongetwijfeld één van. Die dominantie op de internationale markt is in feite niets minder dan de onschatbare erfenis van de vele eeuwen magistrale handelspolitiek die door de Bordelezen gevoerd werd. De classificatie van 1855, die nauw samenhangt met die geweldige marketingvirtuositeit, mag je ook niet onderschatten. Bordeaux was immers de eerste wijnstreek die de consument van een helder en betrouwbaar – want zogenaamd door onafhankelijke experts opgestelde – kwaliteitsgids voorzag. Zelfs voor de grootste leek was duidelijk welke wijnen tot de absolute top behoorden en welke die top net niet haalden, maar er toch zeer dicht bij in de buurt kwamen.
De mythische status die deze classificatie nog altijd geniet door het historische aura dat ze door de jaren heen verwierf, heeft aan die vermeende betrouwbaarheid alleen nog maar bijgedragen. Bovendien was er ook die, thans voor vele consumenten, onbewuste link die gelegd werd tussen de chateaus, hun adellijke bewoners en een toonaangevende positie. Wanneer je je disgenoten kon tonen dat jij wist wat aan de tafel van de elite gedronken werd, kon je jezelf opvoeren als een echte kenner. Meer nog, wanneer je je gasten ook nog eens kon laten proeven van hetgeen onder de elite als het hoogste goed beschouwd werd, behoorde je zelf ook een stukje tot het kruim van de samenleving.

2. De nostalgie van het vertrouwen.
Pure nostalgie, bedenk ik terwijl ik de bovenstaande paragraaf neerschrijf. Het aura rondom Bordeaux is er nog wel, maar de nonkelpastoors en de traditionele wildschotels zijn ondertussen ofwel tot stof en as herleid ofwel even veranderlijk geworden als de outfits van Lady Gaga. Wanneer ik me probeer voor te stellen hoe wijn geapprecieerd werd in die lang vervlogen tijden, verschijnen me zwart-witfoto’s van literaire banketten met de grijze buste van een papaal glimlachende Walschap of een hypochondrisch fronsende Roelants voor de geest. Ik hoor terug de verhalen over de bacchantische feestmaaltijden met aan de kop van de tafel de Van den Boeynantsen en de Eyskens van weleer. Of ik grasduin door de melancholische herinneringen aan de Bordeaux-cru’s die met veel plechtige gebaren werden ontkurkt op de familiefeesten in mijn jeugd. Allemaal vervaagde taferelen uit een verleden tijd en een verdwenen wereld. Alleen de wijn die de feestgangers van toen begeesterde, lijkt de tand des tijds doorstaan te hebben. Niet alleen de zovele flessen uit de jaren ’50 of ’60 die nog steeds weten te verrassen met soms prachtig geëvolueerde wijnen zijn daar het lekkerste bewijs van, maar ook het haast smetteloze blazoen dat Bordeaux nog steeds weet op te houden laat uitschijnen dat er op wijngebied niet erg veel veranderd is.
Of toch? Met de toenemende welvaart in West-Europa en de Angelsaksische wereld werden de topcru’s uit Bordeaux voor een breder publiek beschikbaar. Ook de gegoede middenklasse kon af en toe genieten van deze vloeibare luxe. Er werd zelfs meer en meer wijn gedronken op regelmatiger basis. Wijnen van een iets bescheidener allooi uit de Médoc, de Haut-Médoc of de satelietappellaties van Saint-Emilion werden voor heel wat wijnliefhebbers min of meer dagelijkse kost, een ‘doordeweeks wijntje’. Tot in de tweede helft van de jaren ’70 de crisis om zich heen greep: de Westerse economie kwakkelde, mensen gingen gemiddeld wat minder verdienen en Bordeaux-wijnen werden relatief gezien een beetje duurder. Wijndrinkers zochten van de wederomstuit naar wat anders: de gloriedagen van de Corbières, de Bergerac en de Beaujolais waren aangebroken. Bordeaux werd een dure wijn. Zelfs in de supermarkten, waar er steeds meer wijn gekocht werd, bleven Bordeaux een diepere duik in de beugel vergen.
Op zich versterkte dat eerst die elitestatus waar de Bordelezen al decennia op konden bogen, maar gaandeweg werd de concurrentie met andere Franse wijnregio’s of andere Europese wijnlanden zoals Italië en Spanje groter. Daar werd in eerste instantie dubbel op gereageerd: voor de wijnen uit het topsegment werd gezocht naar nieuwe markten. De Britse en Europese markt, bleek, volgens de analisten, aan het toenmalige prijspunt immers verzadigd. Een conclusie waarbij misschien de kar wel voor het paard gespannen werd, want, wat was er eerst? De prijsverhoging of de verzadiging van de markt aan het toenmalige prijspunt? Die andere markt werd snel gevonden: de Verenigde Staten bleken, anders dan de traditionele Europese en Britse markt, snel de verhoopte hoeveelheid extra cash te genereren. Bovendien bleek naambekendheid er al voldoende om te verkopen. De marketingbonzen van Bordeaux vonden ook steun bij de nieuwe, wijdverspreide tijdschriften die de Amerikaanse wijnliefhebber wegwijs wilden maken in de Europese, en in eerste instantie voornamelijk Franse wijnwereld. Na enkele jaren overzeese marketing verrees er zelfs uit het niets een nieuw soort ‘wijnliefhebber’ dat in Europa al enkele decennia bestond: de wijnbelegger die grote cru’s met hele kisten tegelijk opkocht – liefst en primeur, want ook die Bordelese marketingtruc bleek in de Nieuwe Wereld in goede aarde te vallen – om ze daarna liefst jaren en jaren ongeopend in een donkere kelder weg te bergen, tot de waarde ervan aanzienlijk gestegen was. Beleggen in wijn werd professioneler aangepakt en ook weer begeleid door tijdschriften als WineAdvocate en Winespectator. De Bordeauxverkoop schoot als een raket de hoogte in. Zelfs voor de reeks abominabele millésimes die elkaar in het begin van de jaren ’90 opvolgden was de vraag groter dan het aanbod. Iets wat wijnbeleggers en kasteelheren als muziek in de oren klonk. Stelselmatige prijsverhogingen in het topsegment waren het logische gevolg.
Anderzijds werd er ook gereageerd op de bikkelharde concurrentie in de onderzijde van het wijnaanbod. Hoogtechnologische vernieuwingen in de wijnproductie en het onderhoud van de wijngaard verlaagden de productiekost aanzienlijk, vergemakkelijkten het bekomen van een betrouwbaar eindproduct en maakten het produceren en verhandelen van grotere volumes wijn eenvoudiger. De eerste merkwijnen zagen het licht (denk aan Mouton-Cadet of D’Ourthe No. 1) en ook de supermarktcuvées werden gemeengoed. Binnen de generieke appellaties als Bordeaux en Bordeaux Supérieur werd het gemakkelijker om tot dan toe ongekende hoeveelheden bulkwijn te produceren. Met de economische vooruitgang van het eind van de jaren ’80 en de daaropvolgende jaren ’90 werd dat dichotome systeem bestendigd: de cru classés werden alsmaar duurder en stilaan onbereikbaar voor de gewone consument. Wilde die Bordeaux blijven drinken, dan zag die zich gedwongen af te zakken naar de lagere regionen van het assortiment. Zelfs wie een beetje meer kon spenderen liet de premier en deuxième cru’s links liggen en zocht zijn heil in quatrième of cinquième cru’s die waar voor hun geld boden, of die enkele tweede en derderangskastelen die na enkele decennia wanbeheer ook de rijkdom geroken hadden en naarstig werkten aan het oppoetsen van hun imago. Minder vermogende wijnliefhebbers die het moderne geweld van de Italiaanse en Spaanse nieuwlichters wantrouwden, werden gedwongen de vroegere feestwijnen in te ruilen voor de ‘doordeweekse wijntjes’. De fles voor alle dag werd een kleine Bordeaux of een Bordeaux Supérieur, als je niet wilde meesurfen op de opkomende hype van de Nieuwe-Wereldwijnen tenminste.
Na de exorbitante prijsstijgingen van 2000 en 2005 werd die evolutie bestendigd: de cru classés werden de absolute top van het wijnaanbod, de gewone wijnliefhebber moest zich maar tevreden stellen met de generieke wijnen. Elk château dat tussen deze twee stoelen in viel, zag zich genoodzaakt ofwel sterk te investeren in een image revamp en een betere zichtbaarheid op de markt, ofwel overstag te gaan voor de productie van goedkope bulkwijn. Als je de wijnrekken in de supermarkt of het aanbod van een doorsnee wijnimporteur bekijkt, is deze evolutie duidelijk merkbaar: onbekende châteaunamen aan prijzen tussen de € 8 à € 15 vind je wel, maar het is een minderheid in het aanbod. Blijkbaar ligt dit type wijnen niet echt goed in de markt. Daar komt nog eens bij dat het verjongde wijndrinkende publiek andere smaakeisen stelt aan de wijn die in het glas komt op party’s, kotfeestjes of weekenduitstapjes. Die wijn moet jong en fruitig (dikwijls zelfs wat zoetig) zijn. De kruidige, soms zelfs ronduit vegetale en droge wijnen uit Bordeaux blijken geen waardige kandidaten voor partywijnen. En ook de generatie dertigers die hen opvolgt, kiest eerder voor een toegankelijke, fruitige wijn die geen pijn doet in de portemonnee: Spaanse, Italiaanse, Zuid-Franse of Nieuwe-Wereldwijnen zijn de eerste keuze. Bordeaux staat voor deze jonge wijndrinkers gelijk aan te dure wijn, voor kenners, voor beleggers of ‘voor mensen met teveel geld’. Je mag dan nog steeds aanzien worden als de absolute top van de wijnwereld, maar als je je een imago van onbereikbaarheid aanmeet voor de jonge, verkennende consument, prijs je jezelf op lange termijn natuurlijk compleet uit de markt.
Het lijkt wel alsof dat blindelingse vertrouwen in Bordeaux pure nostalgie geworden is, een verhaal uit een vergeten, verleden tijd.

3. Het verguldsel om de pil.
Natuurlijk zijn de Bordelezen daar ook al lang achter en wordt er dus het een en ander ondernomen om dat imago bij de jonge consument of het grote wijndrinkende publiek te veranderen. Dat gaat van initiatieven als het restylen van het klassieke Bordelese etiket voor basiswijnen, over het promoten van wijncocktails, met als basiswijn steeds een Bordeaux, tot het opvijzelen van de Cru Bourgeois-status in de Médoc. Waar de laatste twee waarschijnlijk wel wat vrucht zullen afwerpen – alhoewel ik vermoed dat de impact ervan klein zal zijn – kan men zich afvragen of het restylen van het etiket een wijn beter gaat doen verkopen, laat staan dat het de bodemklassewijnen van een bestaande appellatie zal weten op te waarderen. Ik moet nog altijd terugdenken aan het standje dat vorig jaar naast ons stond op Megavino: een Portugees die zijn ‘Sexy Wines’ aanprees, want zo heette het overeikte en overrijpe goedje dat in een slank flesje met daarop een knalroze etiket aan de man werd gebracht. Er werd eerder mee gelachen dan dat het interesse opwekte. Niet meteen een sterke zet dus. Het heruitvinden van het etiket op zich is duidelijk niet genoeg, het heruitvinden van de wijn heeft misschien wel meer effect, of trap ik daarmee een open deur in? Nee toch ... .
Een ander initiatief is het grootschalig opzetten van promotiecampagnes die moeten aantonen dat er in Bordeaux nog wel wat anders te verkrijgen is dan de peperdure cru classés. Eén van die campagnes is het pas door het CIVB (Comité Interprofessionel des Vins Bordeaux) in verschillende Europese deelstaten gelanceerde ‘Bordeaux Coup de Coeurs’, een initiatief dat past binnen ‘Bordeaux Even Anders’ of ‘Bordeaux Autrement’. In elk land wordt aan Bordeaux-importeurs gevraagd om de volgens hen beste wijnen tussen de 4 en de 15 euro te selecteren en op te sturen naar een professionele vakjury. Deze vakjury kiest dan uit de ingezonden wijnen de beste 100 wijnen. Deze worden met de hulp van het CIVB in de kijker gezet: de importeurs krijgen promotiemateriaal, er worden kleine catalogusjes verspreid en, niet te vergeten, er worden persproeverijen georganiseerd, zodat ook langs dit kanaal deze 100 bemerkenswaardige wijnen kunnen gepromoot worden.
Ook wij, de Vlaamse Wijnbloggers, kregen kort geleden de kans deze geselecteerde wijnen te proeven. Wij deden dat in het goede gezelschap van Sibylle – Mrs. WineWise – Troubleyn, Karlien Honoré en Kristof Van Hecke, beiden docent sommelier aan de Syntra-avondscholen. Er werden panels van 3 proevers gevormd die telkens 33 wijnen proefden, zowel crémants, witte, rosé, rode als zoete witte wijnen uit de Bordeaux-streek. Elk panel stelde zijn top 5 samen. Die wijnen werden achteraf dan nog eens door iedereen geproefd om zo de beste wijnen te selecteren. Een heel geregel om 100 wijnen op een betrouwbare manier te evalueren.
Wij proefden ons op anderhalf uur tijd door de eerste reeks van 33 wijnen, waarna we samen met de nodige discussie de beste wijnen uit het assortiment selecteerden. Geen al te moeilijke klus zo bleek: er waren er enkele die duidelijk met kop en schouders boven de rest uitstaken. 5 wijnen van de 100 behaalden de eindmeet: 1 witte, 4 rode, geen crémant, geen rosé en geen zoete witte. 5 van de 100? Waren we te streng geweest? Of zei dat meer over de selectie? Als ik mijn proefnota’s er op na sla, dan lees ik regelmatig: ‘mist fraîcheur’, ‘waar is het fruit?’, ‘onevenwichtig’, ‘duf’ (bij wit), ‘vuil hout’, ‘geen structuur’ (vooral bij de rosés dan), ... toch allemaal duidelijk tekenen van minder geslaagde wijnen, niet? Wij vroegen ons af hoe dat kon. Als je wijnen laat selecteren door een professionele jury – en dat was qua samenstelling zeker niet de minste – dan verwacht je toch dat er betere wijnen op de proeftafel verschijnen? Of, dan verwacht je minstens dat je verder komt dan 5% wijnen die je elke dag aan het hart wil drukken (en liefst nog opdrinken ook). Toch? Dat was hier niet meteen het geval. Waar lag dat dan aan? Niet de jury dus. Aan de gemiddeld lage kwaliteit van de ingezonden wijnen dan? Dat moet wel, maar je gaat me toch niet vertellen dat de Belg die naast zijn baksteen ook een wijnfles in de maag draagt, niet liever een betere Bordeaux proeft, drinkt en dus ook verkoopt dan de vloot die net over onze smaakpapillen passeerde.
Het probleem lijkt hem dus eerder dichter aan de basis te liggen: de grote massa Bordeaux-wijn die onder de € 15 op de markt gebracht wordt, haalt de gemiddelde kwaliteitseisen simpelweg niet. Er is dus iets grondig mis binnen deze prijscategorie. Kort samengevat: te lage kwaliteit voor teveel geld, want zeg nu zelf, voor 5 à 6 euro koop je al wat degelijks uit de Nieuwe Wereld en voor een tiental euro meer heb je dikwijls bijzonder lekkere wijnen uit andere Franse wijnstreken op tafel staan. Met wat zoeken vind je voor € 15 zelfs flessen uit de subtop in streken als de Loire, de Rhône of de Languedoc. Het is dringend tijd dat de Bordelezen die les willen leren en daar ook de juiste conclusies uit willen trekken. Het volstaat niet meer wat te zaniken over oneerlijke concurrentie, vroegere tijden en naambekendheid. Zeker dat laatste werkt niet meer: de naam Bordeaux fungeert niet langer als het verguldsel om de bittere pil. Laat staan dat het aura van de topcru’s nog als kwaliteitsgarantie voor de hele wijnstreek gepercipieerd wordt. Het is hoogdringend tijd dat de basis van de Bordeaux-appellatie nieuw leven ingeblazen wordt, zodat dit marktsegment opnieuw levensvatbaar wordt en terug vast voet aan de grond krijgt bij de moderne consument, want het is zo’n sterke basis immers die de onnavolgbare status en hegemonie van de Bordeaux-wijnen wereldwijd zal bestendigen. Misschien is dat ook net de positieve zijde van een initiatief als deze Coup de Coeurs: er wordt terug aandacht besteed aan de fundamenten van Bordeaux en men realiseert zich eindelijk terug het belang van die onmisbare basis. Dat er binnen deze basis alvast hard gewerkt wordt en er echt mooie kwaliteit te vinden is, bewijzen de volgende 5 wijnen:

Benjamin de Chantegrive, Graves 2009
De enige witte in de reeks die ons criticasters wist te overtuigen: fris geelgroen van kleur met een rechte, strakke neus van passievrucht en witte bloemen. Een mespuntje rokerigheid in de neus en een heel klein beetje vanille in de mond doen vatrijping vermoeden. Eerder soepele aanzet met appel en weer wat rokerigheid in de mond. Mooie zuren houden deze witte Graves lekker sappig.
Geef hem wat tijd in een karaf (daarmee verdwijnt dat fletse vanilledipje) en zet hem naast gepocheerde vis met een lichte saus.
(Geïmporteerd door Colruyt, tussen € 7 en € 10)

Château Perayne, Bordeaux 2006
Frisse, heel levendig purperrode kleur met een dieppaarse weerschijn. Het lijkt wel alsof deze wijn nog piepjong is en elk moment zo uit het glas kan stuiven. Ook op de neus is hij lekker spannend: een lactische toets wordt snel vervangen door wat vers gebrande koffie, gedroogde ham en daarna koele cassisbessen, zoals ze alleen kunnen ruiken op een warme zomeravond achter in de tuin. Zet soepel en sappig aan in de mond, met veel spankracht en rijp besfruit. Alles blijft ondanks die rijpheid toch subtiel geschakeerd en fris tot in de afdronk die bijna als vanzelfsprekend bij deze wijn hoort. Verfijnde, beschaafde tannines.
Een glas dat het ideale midden houden tussen eerder klassiek aandoende fraîcheur en moderne fruitigheid.
(Geïmporteerd door Sommelier, tussen € 10 en € 15)

Château La Mauriane, Puisseguin-Saint-Emilion 2007

Dieprode wijn met donkere kern en een typische merlot-neus van zeer rijpe bosbessen, wat blauwe pruimen en geroosterde kruiden. Ik houd absoluut niet van merkbare houttoetsen in wijnen, maar dit was wel één van die weinige voorbeelden, waarvan ik dacht ‘jammer misschien, maar geslaagd’.Boven het fruit was er heel subtiel wat zoete ceder te bekennen gemengd met diezelfde kruidigheid uit de neus. Lange, fruitige afdronk onderbouwd door stevige, grippige tannine.
Kan nog wat mee, maar vraagt nu eigenlijk al om een sappig stuk gebraad. Denk aan hertengebraad zonder een al te zoete en vette saus of iets dergelijks.
(Geïmporteerd door Henri Petré, tussen € 10 en € 15)

Château Anthonic, Médoc 2007
Een klassieke crowd-pleaser is deze kersenrode vaste waarde uit de Médoc. Zuivere neus van vers klein rood fruit. Frisse, puntige aanzet met krokante zuren blijven deze ronde wijn net spannend genoeg houden. Ikzelf vind het vleugje vanille dat de hele wijn omspeelt een beetje melig – het maakt de wijn een beetje te sappel – maar ik kan me heel goed voorstellen dat dit bij heel wat wijndrinkers een gelukzalige glimlach op het gezicht tovert.
Nu drinken.
(Geïmporteerd door Delhaize, tussen € 10 en € 15)

Château de Lestiac, 1éres Côtes de Bordeaux 2008
Dit was voor mij de feestwijn van de dag. Krachtig, maar gedistingeerd, geconcentreerd, maar elegant, kruidig, maar subtiel. Van in de neus tot in de laatste seconde van de afdronk blijft alles perfect in balans en lijkt elk deeltje perfect op zijn plaats te zitten. Ik noteerde een heel frisse neus, met veel cassissap, boombast, grafiet en vleeskruiden. Vlezig in de aanzet, met krachtige tannine en geconcentreerd sap.
Deze wijn heeft zonder twijfel nog wat tijd nodig vooraleer je hem naast een sappige entrecôte aan tafel zet.
(Geïmporteerd door Cora, tussen € 7 en € 10)
LAST_UPDATED2
 

Eetcultuur? Dìt is eetcultuur!

E-mail Print PDF
Buikgriep en sinusitis, het zijn vermoedelijk de ergste kwalen die een hedonist op zijn levensweg kan tegenkomen: geen trek hebben, niets ruiken, niets proeven, een aanhoudend hol gevoel in de maag, ... . Een vloek voor iedereen die zijn grauwe bestaan zo graag opvrolijkt met het beste dat natuur en cultuur ooit samen voortgebracht hebben: een goed bord, een goed glas, een gezellige tafel. Ik mocht dan enkele dagen geleden nog maar net als uit de doden herrezen voelen, het eerste wat me terug op de been bracht was een uitnodiging om buitenhuis bij te schuiven aan een bijzonder goede tafel.

1. Walking diner rev.
Zo nu en dan moet Mr. Winejockey toegeven aan die onweerstaanbare drang zijn casserollen in te duiken. Omdat dat niet zonder de nodige gevolgen is, nodigt hij daarbij meestal enkele toevallige voorbijgangers uit om samen de geleden schade netjes op te kuisen. Dat is geen gemakkelijke klus, zeker niet met een aperitief en een zestal gangen voor de boeg. Je krijgt er zelfs onzettende dorst van, dus bracht elke passant ook maar meteen enkele lekkere flesjes mee. Een mens moet toch iets hebben om naar uit te kijken, niet? Altijd klaar om een helpende hand te bieden, waren Cabernette en ikzelf natuurlijk van de partij.
Magnalitza-varkenGa nu alsjeblieft niet over en weer kuieren voor Mr. Winejockey's voordeur: zo toevallig waren de voorbijgangers niet. Ze werden handmatig door de gastvrouw uit een meute peripatheten geselecteerd. Rond de tafel zat een handjevol halfgare foodfreaks (foodies vind ik maar een nuffig woord) dat de krokante garnaalkroketten (het visitekaartje van Winejockey’s keuken), een lekker smeuïg pompoensoepje, poedelig gekruld Hongaars varken of de sappige stukjes iets minder poedelig everzwijn zeker naar waarde kon schatten. Niet alleen de selectie van de ingrediënten was onberispelijk, maar natuurlijk ook – God verhoedde dat ik dit woord ooit neerschreef – de cuisson van de gerechten was perfect.
Het kan misschien een beetje veel lof lijken, maar ik doe er toch nog graag een schepje bovenop. Ik voelde me immers een beetje de mislukte tovenaarsleerling die maar wat staat te klungelen in de werkplaats van de meesterkol. Een gevoel dat me wel meer bekruipt op zulke momenten. Het heeft op mij hetzelfde effect als het lezen van een artikel van één van de coryfeeën uit de literatuurstudie of de literatuurtheorie (mijn vakgebied): in plaats van me er wat aan op te trekken, word ik er een moedeloos van. Als ik mijn denkwerk, mijn schrijf- of kookkunsten vergelijk, vind ik mezelf steeds maar wat knullig aanmodderen.
Hier was het de kruiding van de gerechten die het deed: subtiel en ondersteunend, maar toch net merkbaar. Juist genoeg om het hele gerecht op te tillen tot een hoger niveau, zonder daarbij gevoel voor nuance en het totale smaakbeeld uit het oog te verliezen. Er werd een paar keer gezegd: “Als je weet dat het erin zit, dan proef je het, maar anders niet.” Dat moeilijke evenwicht mis ik in veel keukens. Zelfs de chefs van heel wat toprestaurants blijken wel eens wat te zwaar of te licht te kruiden. Misschien is het zelfs wel één van de moeilijkste aspecten van het koken. Teveel van dit, te weinig van dat ... . Het moet enorm veel oefening en ervaring vereisen, maar ongetwijfeld ook aangeboren fingerspitzengefühl, om telkens opnieuw een mooi evenwicht te bekomen.

Ik had u graag wat laten watertanden met enkele foto’s van de gerechten en van de wijnen die we erbij proefden, maar ik vergat spijtig genoeg mijn camera (een goede reden om dit nog eens over te doen!). Hopelijk geeft een menu en een lijstje van de geproefde wijnen toch een beeld van een diner waarmee je de doden uit hun graf deed opstaan.

- paté van everzwijn, paté van hinde, paté van hert, Poilâne-brood, confit van ui, confit van witloof
- pompoensoep, koriander
- krulvarken, groene kool, paddestoelen, walnoten
- everzwijnworst, witloof, aardappelpuree
- ribstuk van everzwijn, knolselderpuree, gebakken pastinaak, fruitchutney
- mangosorbet, gegrilde ananas, gerilde gember
- baba au rhum, crème patissière, opgeklopte room

Onze – d.i. Cabernettes en mijn – favoriet was het stukje krulvarken. Dat was zo perfect gebakken dat ik er de tranen van in m’n ogen kreeg; “lame!”. Nee, het was gewoon het sappigste en smakelijkste stukje zwijn dat ik ooit at. De groene kool, paddestoelen en de walnoten, zeer sec bereid, gaven het herfstige karakter van deze gang meer breedte, terwijl het eerder lichte (toch voor vaken) Mangalitza-vlees voor het sap in het gerecht zorgde. Alleen al de heerlijke sensatie van dat mooi egaal aangebraden, wat veerkrachtige vlees dat bij elke beet gutsend sap vrijgeeft, deed me verlangen naar meer.


2. Hersenloos zuipen.

Daarbij gingen de volgende wijnen in het glas. (Nee, er werd niet gezocht naar mariages: er werd gewoon hersenloos gezopen)

- Jacques Lassaigne, Brut
Deze Champagne is ondertussen uitgegroeid tot een klassieker in ons midden: we leerden hem kennen in Bistrot de la Poste en waren meteen verknocht aan de ragfijne pareling, de sierlijke elegantie en de zeer heldere aroma’s. Van deze cuvée stonden twee flessen op de aperitieftafel: één uit 2007 en één uit 2009, waarvan, verbazingwekkend misschien, 2009 wat frisheid miste in vergelijking met 2007. De afdronk hield het meer op broodkruim dan op de sappige appels die je opwachtten na de brioche en citruszeste in de aanzet. Ik ben zelf niet de grootste Champagne-liefhebber, maar voor deze Lassaigne, een Fallet-Prévostat of een Bollinger (ja, traditioneel, maar verdomd goed), zal ik niet snel afslaan.

- Clemens Bush, Riesling Spätlese Trocken ** 7/16 2006
Een eerste fles van de drie die ikzelf meebracht. Tot mijn grote verbazing was ze haar zuren blijkbaar kwijt wat de natuurlijk de fraîcheur niet meteen ten goede kwam. In de neus was ze daarentegen niet mis met vooral gekonfijte agrumes, amandelpasta en een fijn vleugje pétrolé, maar in de mond nogal vlak en vermoeid met een alcoholbitter op het eind. Gelukkig redde de gastvrouw mijn gezicht door de fles met veel smaak praktisch op haar eentje te legen.

- Frank Cornelissen, Munjibela, 2009
Zoals alle wijnen die avond proefden we ook deze fles blind, maar niemand kon raden welke druivenrassen of welke streek we in het glas hadden. Het leek nog het meest een chenin blanc uit de Loire. Een misser van zo ongeveer 4000 km, want deze wijn werd op de Etna gemaakt met lokale witte druivenrassen. Dat we deze wijn dan toch situeerden in de Loire spreekt boekdelen. Voor een wijn die zo’n zuidelijke wortels heeft, had deze Munjibela een onwaarschijnlijke frisheid en sappigheid die ik spontaan nooit zou associëren met een Siciliaan (van COS heb ik zoiets bijvoorbeeld nog nooit geproefd). Lichtjes volatiel op de neus, met weelderig exotisch fruit, maar tegelijkertijd ook groene appel en een vreemde kruidigheid die ik moeilijk kan thuisbrengen. Ze doet me om de één of andere reden altijd denken aan sleedoorn of zelfs het lichtjes wrange van jeneverbes. Cabernette greep – hoewel ze Bobette was – toch een paar keer terug naar deze fles, een gebaar dat meer zegt dan een hele proefnota.


Na het pompoensoepje zetten we in met een flight van vijf gamays:

- Francuska Vinarija, ‘Zelja’ 2008

Dit domein was voor mij de ontdekking op Megavino van dit jaar – een beurs waarop ik toch eigenlijk nooit de hoop koester wat nieuws te ontdekken: Servisch, maar opgestart door twee Bourgondiërs (Estelle en Cyrille) die het geluk – en de onbedorven wijngaarden – elders gingen zoeken. Ik zocht al een tijdje een frisse zomerwijn en met deze gamay leek ik hem gevonden te hebben: een sappige clairet gemaakt van 100% gamay Manchot à petit grain (dank je, D.!). Een fles waarvan ik mordicus zeker was dat ze zou overtuigen. Maar ook deze fles liet me compleet in de steek: zoetig, rond, géén zuren, echt géén. Het was precies of er een totaal andere wijn in de fles zat. Ik kon bijna onder tafel kruipen, al was het maar omdat ik hem met iets teveel tromgeroffel en trompetgeschal had aangekondigd. Moest ik al vrezen voor de volgende fles?

- Sunier, Morgon 2009

Een ontdekking van Winejockey. Ik had er de rosé al van geproefd (zalig, een tikkeltje restzoet, ochtendbries, bloemig) die belachelijk goed was voor zijn prijs aan het domein. Ook deze Morgon, die natuurlijk veel krachtiger en geconcentreerder was dan zijn kleine broertje, was een schot in de roos: geconcentreerd fruit (maar natuurlijk geconcentreerd, of course!), met wat peperigheid en kruiden. Fantastische spankracht over de hele lengte en zo van die zuren waarop je zou willen surfen. Damn, die gast kan een stukje wijn maken. Ongelooflijk lekker. Een dozijn flessen zou in mijn kelder nog geen maand overleven.

- Marcel Lapierre, Morgon 2009

Tja, die mocht vanzelfsprekend niet ontbreken. Winejockey en ikzelf hadden een dikke week ervoor de kans gekregen er wat van in te slaan, en die kans hadden we dan ook maar netjes aangegrepen (zeg nu zelf ...). Heel gesloten, nogal zwart voor een gamay zelfs en ook in de mond bien serré. Geconcentreerd ook weer (blijkbaar een kenmerk voor 2009 in de Beaujolais waar de één beter mee wist om te gaan dan de ander) en heel strak gestructureerd (gelukkig), maar veel te jong. Als Morgon de bewaarwijn van de Beaujolais is, dan is dit een typevoorbeeld, denk ik. 12 flessen, hoe moeilijk zou het zijn hier wat van te laten liggen ... ? Onmenselijk moeilijk.

- Jean Foillard,
π 3,14, 2007
Foillard PiDe ‘top’cuvée van Foillard – niet dat ik geloof in topcuvées, maar bon – ook een Morgon, een Côte de Py voor wie het niet begrepen had, of voor wie het wil weten. Nukkige neus met veel volatiele aciditeit. Kwam wel rond na wat staan in het glas, maar bleef toch nogal aan de lactische, bitsige kant. Moeilijk de vinger op te leggen wat er scheelde: geen fout of onevenwicht, gewoon een fles die zich niet liet drinken. Lekker, maar niet op z’n best die avond, zoveel was wel duidelijk.

- Hervé Souhaut, La Souteronne, Ardèche 2008

Gamay uit de Ardèche: er zullen er ondertussen wel zijn die denken dat ik moeite moest doen om rechtop te blijven zitten naarmate de maaltijd verder vorderde. Toch niet, inderdaad een gamay uit de Ardèche. Het schijnt dan nog wel dat die gamay de beste wijn is van Hervé. En dat wil ik echt wel geloven – ondanks het feit dat ik geen enkele van zijn andere wijnen geproefd heb – want dit was verdomd lekker. Niet echt charmant in het begin, het leek wel net of er plots een varken onder de tafel zat (rustiek!), maar dat kwam wel goed na wat geduld oefenen. Naar het eind van de avond werd hij voor sommige peripatheten zelfs de beste wijn van de avond: kruidig, haarfijn afgelijnd fruit, zuren die constant de spanning erin houden. Hell of a good wine.


Er was ondertussen al wat zwijnerij op tafel verschenen. Met de Hongaarse poedel achter de kiezen en tot worst gedraaid everzwijn voor de neus begonnen we aan een tweede flight wijnen. Allemaal verschillende druivenrassen deze keer en bovendien ook nog eens heel verschillende wijnen:

- Domaine Peyra

Weer zoiets waarmee St Etienne op de proppen kwam. Ik weet niets meer over deze wijn te vertellen dan dat hij verdeeld wordt door Jean-Marc Brignot. Waar hij vandaan kwam weet ik niet meer, van welke druivenrassen hij gemaakt werd wisten we toen al niet, ... enfin, een wijn voor de vergeetput bijna, ware het niet dat hij gewoon echt lekker wegzoop: pretentieloos lekker, en dan nog eens voor geen geld (hoeveel was het nu weer? 3 euri, 4 euri/fles? Ook vergeten). Iets wat je altijd wel in huis wil: simpel rood fruit, simpel wat kruiden erop, een beetje zuur erin, en klaar die handel, een lekkere fles. Gimme more. Om jezelf de eeuwige vergetelheid in te drinken.

- Gérard Schueller, LN12, Pinot Noir, Vin d’Alsace 2008

Een oude bekende ondertussen, de LN12 van Bruno. Schuellers pinot noir is wat mij betreft het enige bewijs dat je in de Elzas wel goede wijn vindt gemaakt van pinot noir. Vergeleken met het traditionele kleffe goedje, dat meestal verexcuserend rosé genoemd wordt, is Schuellers pinot een krachtpatser uit de zwaargewichtcategorie. Maar soms, ... soms loopt het mis. Winejockey en ik hadden het al eens bij een andere fles gemerkt en deze fles had het ook weer, zij het in veel mindere mate : een vreemd, storend duf havermoutaroma. Bij die andere fles was de wijn praktisch ondrinkbaar geworden, bij deze fles stoorde het maar lichtjes, maar het versluierde wel de fraîcheur en het pittige karakter van klein rood fruit en veenbessen.

- Domaine Viret, Emergence, Côtes-du-Rhône 1999

Ze mogen misschien wel compleet dolgedraaid zijn, maar de gebroeders Viret maken toch verdomd mooie wijn. Ook deze meer dan 10 jaar oude Emergence toonde dat nog maar een feilloos aan. Hij werd niet door iedereen gesmaakt, maar ik vond ‘m met zijn tertiaire aroma’s heel mooi samengaan bij het ribstuk van everzwijn.

- Francuska Vinarija, ‘Tajna’ 2008

De derde wijn die ik meebracht die avond en de derde waarmee ik mijn gezicht verloor. Ook deze wijn is afkomstig van het Servische domein dat ik ontdekte op Megavino. Hij kwam toen enorm sterk uit de hoek : mineralig, sappig (natuurlijk), mooi, rijp fruit en géén hout. Eén van de weinige cabernet sauvignons (er zit eigenlijk ook 5% franc in) die ik lekker vind. Ik schonk hem uit, rook en ... vanille, aaaaaargh. Vanille, hoe kan dat nu? Het was precies of er een vanillestokje in de wijn zat. En te weten dat Cyrille en Estelle geen, maar dan ook geen één nieuw vat gebruiken. Ik werd er mottig van en stil en apologetisch. Tja, kan iedereen overkomen was het antwoord. Geloof ik best, maar damn, ik begon aan mezelf te twijfelen: proef ik niet fatsoenlijk meer of wat? Of heb ik zoveel brol gezopen de afgelopen maanden dat ik het verschil niet meer proef? En toch, nee, lag het aan de wijnen dan? Ik heb ze niet alleen geproefd, toch? Ik was toch niet de enige die deze wijnen, toen we ze eerst proefden, ontzettend lekker vond? Ik vond het achteraf bekeken ook heel vreemd dat alledrie de wijnen die ik meebracht het lieten afweten. Zoiets kan moeilijk aan de wijnen zelf liggen. Kwam het door de lange rit in het stormweer? Wie zal het zeggen.


Na de beide desserts – zalige baba – kon ik het persoonlijk falen gelukkig verdrinken in een glas vin jaune meets Champagne:

- Fallet-Prévostat, Brut 1974

Fallet-Prévostat 1974De récemment dégorgées van Fallet-Prévostat blijven voor mij wijnen die me over de streep haalden voor Champagne: blijkbaar bestonden er echt wel interessante wijnen in Champagne. Ze zijn voor mij de eerste aanzet geweest om Champagne wat meer te verkennen. Deze had misschien als minpunt dat hij praktisch geen bulle meer had, maar voor mij was dat geen minpunt, integendeel zelfs: dit was gewoon ontzettend boeiende stille wijn geworden, met een heel complex aroma van noten, koninginnewas, gedroogde citrusvruchten, enz. Een glas waarnaar je verlangt na zo’n avond: om te overklassen wat ervoor geproefd werd, om te vergeten wat voor rommel je zelf meebracht.


Absolute winners van de avond waren voor mij duidelijk de Sunier en de Fallet 1974, met de Sunier op kop. Suniers Morgon was zo’n zeldzame wijn waarover je eigenlijk niet veel kan zeggen net omdat hij zo af is. Vergelijkingen met minder of meer gaan niet op, deden niet ter zake. De fles stond op zich: het toonbeeld van evenwicht, mooie zuren die van in de aanzet tot de allerlaatste caudalie van de afdronk het pure gamay-sap structuur geven. Om intraveneus de rest van je leven van te genieten.
Enkele dagen later kreeg ik van de gastheer een mailtje in de bus met een paar woorden van dank voor de fijne avond. Alsof hij ons moest bedanken. Nee, jongeman, de eer was geheel de onze. Winjeockey vond dat we het nog eens moesten overdoen: ik kan al niet wachten tot ik nog eens toevallig voorbij loop. En ik zal niet de enige zijn. Hopelijk breng ik dan ook maar wat flessen mee die het die volgende keer beter doen ... .
LAST_UPDATED2
 

RIP de wijnfestivals van weleer?

E-mail Print PDF
Hebt u het gemerkt? Vast wel. Waarom schrijft Amaronese deze keer niet over de supermarktwijnfestivals? Ze slaan je overal met de rijkelijk gekleurde en van promoties bulkende foldertjes om de oren, maar nee, op de meeste blogs worden de festivals nogal koel bejegend. Een lijstje met de data en daar blijft het meestal bij. Waar zijn die laaiende verslagen van wilde jachtavonturen en een mooie buit - de ene al fantastischer dan de andere - gebleven?

1. De wijnfestivals van weleer.
Bordeaux GCC'sWel, ik weet het ook niet. De wijnfestivals moeten zo ongeveer halfweg geweest zijn toen ik merkte dat ze volop bezig waren. Slechte timing, zo weet de goede festivalganger, want als je wat moois wil binnenhalen, dan moet je liefst vroeg uit de veren. Tja, dat komt er nu eenmaal van als je voor je werk tegen een sneltempo artikels moet verbouwen voor de al even onvermijdelijke als onverbiddelijke deadlines en tegelijkertijd ook nog eens in real life je huis aan het verbouwen bent. Tekstje plakken daar, zakje cement smeren hier, zinnen schrappen elders en tegels afkappen nog ergens anders. Veel tijd schiet er dan niet meer over om je met de alledaagse dingen des levens bezig te houden. Alledaagse dingen des levens?! Ja, inderdaad, want ik herinner me nog goed hoe ik enkele jaren geleden met ongeduld op de eerste wijnfolders zat te wachten als een kind enkele dagen voor 6 december. Dat was een onderdeel van het true and confessed wijnliefhebber zijn. Traditiegetrouw ging dan ook elk jaar zo ongeveer de helft van mijn wijnbudget de kassa's van Cora, Carrefour, Delhaize en Auchan in.
Mooie dingen heb ik ook van de winkelwagen de koffer in gesleurd. Waar is de goede oude tijd van de Bordeaux-cru's aan idiote prijzen? Montrose, Cos d'Estournel, Sociando-Mallet, Léoville-Barton en zo meer aan een prikje. Met de hele kist gingen die de kelder in (of toch bijna). Af en toe flikkerde je nog eens een Sjapoetjeetje in de kar en als je chance had waren er ook nog wat Nicolas Potels voor de grabbel. Mooie tijden waren dat. Wij vonden het dan ook een eer dat we via een blog heel wat andere wijnliefhebbers konden attent maken op die vele buitenkansjes die zo voor het rapen lagen.

2. De Savennières die zijn kat stuurde.
Wat zijn de tijden veranderd! Als ik de foldertjes doorblader, word ik er zwaarmoedig van. Die mooie Bordeaux - zelfs voor iemand die geen overtuigde Bordeaux-liefhebber is - zijn ofwel helemaal onvindbaar in de folders, ofwel staan ze netjes opgelijst links, met torenhoge prijzen rechts en daartussenin, in pietluttig klein gedrukte lettertjes, het aantal flessen dat voorradig is. Schamele hoeveelheden meestal, die dan ook nog eens helemaal niet in de winkel blijken te liggen of op slinkse wijze gekaapt werden vooraleer de eerste klant er de hand op kon leggen (jaja, dat is een cliché, maar ik heb het dit jaar wéér weten gebeuren). Kon je de afgelopen twee jaar nog een zijdelings sprongetje wagen naar heel andere Franse appellaties - want het moet gezegd: de wijnfestivals blijken toch een voor nagenoeg 90% door Franse wijnen gedomineerde kermis - , dan kwam je er zelfs op dat vlak dit jaar nogal bekaaid vanaf. Povere coöperatievenwijntjes uit de Elzas, wat weinig zeggende wijnen uit de Loire in wat schrale Rhône-haantjes zonder veren. Zelfs die occassionele Savennières die je vroeger wel eens vond in Carrefour of Auchan, stuurde zijn kat.
Man, wat is er toch aan de hand in de wijnafdelingen van onze supermarkten? Bladzijde na bladzijde omslaand, zie ik net als vroeger wel voor het merendeel Bordeaux-wijnen de revue passeren. Dat is altijd zo geweest. Om twee redenen: Bordeaux is nu éénmaal een marketing-wonder. Net omdat er in grote letters Bordeaux op de fles prijkt, verkoopt ze doorgaans beter dan gelijk welke andere fles. Anderzijds is het ook de klant die er om vraagt, toch wanneer we spreken over de doorsnee Belgische wijnliefhebber. Die vindt Bordeaux nog steeds de absolute top. Wat me dan wel opvalt is dat er uit het topsegment cru classés heel wat minder gevestigde waarden in de catalogus staan. De helft is zowat verdwenen wanneer je het aanbod vergelijkt met dat van enkele jaren terug. Vreemd, of toch niet?
De reden voor het stilletjes verdwijnen van de vloot grand vins is niet ver te zoeken: de cru's zijn simpelweg exorbitant duur geworden. Heel wat cru classés halen prijzen die ver buiten het bereik van de gewone wijnliefhebber liggen. Wat doe je dan als wijninkoper van een supermarktketen? De cru classés zijn duur in aankoop, je krijgt er minder van vast en je klanten morren, want je prijszetting mikt ver boven de verwachtingen. Hoe ga je te werk? Verander je je aankoopstrategie? Blijkbaar helemaal niet. Als je door de foldertjes bladert, lijkt er immers niets veranderd. Het percentage Bordeaux is hetzelfde gebleven, alleen ligt de verdeling over de verschillende appellaties – en daarmee doorgaans verbonden kwaliteitsniveaus – anders. Wat meer generische Bordeaux, Bordeaux Superieur, Médoc en Haut-Médoc. Daar houdt het mee op. Goed wetende dat het een fabeltje is - er liggen nog miljoenen perfect beminnelijke flessen 2004 en 2006 te wachten op verkoop - , speel je de kaart van de schaarsheid van de grand cru’s uit door het aantal flessen in voorraad te vermelden. Een nogal platte rechtvaardiging van de prijszetting me dunkt.

Supermarktwijnrekken3. Cijfertjes en statistiekjes, maar 'wijn'?
Mij werd het allemaal wat duidelijker toen ik een jaar geleden sprak met de aankoper van één van de grote supermarktketens in België. Ik vroeg de man rechtuit naar de manier waarop hij omging met de fabuleus prijzige 2005 en de berichten over 2006 in Bordeaux. Pasten de sterke prijsstijgingen wel in de kraam van een supermarkt? Hoe zouden supermarkten proberen toch hun sterke positie als één van de belangrijkste verdelers van de cru classés trachten te behouden? Het antwoord was nogal simpel voor hem: niks waar we ons zorgen over moesten maken. Dat zou wel besproken worden op het moment dat de wijnen ingekocht werden. Ik moet verbaasd gekeken hebben. Werd er niet gewerkt met een aankoopstrategie dan, een plan dat van op voorhand uitgetekend werd? Op mijn vragende blik werd gereageerd met een stroom cijfers, voorspellingen en balansen. Statistisch gezien was het zus en zo, qua winsten zou het dit en dat betekenen. Ja ... maar, vroeg ik, hoe garandeert u dat u met een kleiner budget – we hadden het net ervoor over de crisis gehad – toch dezelfde kwaliteit binnenhaalt, want dat is nu toch net waar uw wijnfestival voor bekend staat bij de wijnliefhebber, niet?
Een vraag waar ik geen antwoord op kreeg, of toch slechts een zijdelings antwoord: enkel de cijfers bleken van belang te zijn. Slechts het zakencijfer aan het eind van het festival moest hetzelfde of beter zijn. Ik kon er alleen maar uit opmaken dat er enkel naar de zakencijfers gekeken wordt en naar marketing- en/ of financiële strategieën om die cijfers netjes te houden. Als we dan door de foldertjes van het laatste wijnfestival bladeren, dan zien we dat dat klopt: niets veranderd aan de inhoud, wel aan de prijzenbalans. En dat is nu net het probleem: heel wat wijnliefhebbers zijn wat anders gaan zoeken dan hun geliefde cru classés na de sterke prijsstijgingen van 2005 en 2006, maar dat anders – dat ze zowel binnen als buiten de supermarkt hebben ontdekt – vinden ze niet terug in die foldertjes. Het aanbod is afgenomen in volume en dan ook nog eens verschraald in diversiteit. Meer Bordeaux met minder x-factor en minder lekkere wijnen uit andere appellaties. Zeker na de onheilsberichten over Bordeaux 2007, loop je daar niet bepaald een homerun mee bij de vaste festivalganger, want die vindt zijn gading simpelweg niet.

4. Delete dat Excell-bestandje, a.u.b.!
Ga eens op zoek naar de betere Bordeaux uit kleinere appellaties. In de Côtes de Blaye, Côtes de Bourg, Côtes de Castillon, of de satelietappellaties van Saint-Emilion worden best mooie wijnen gemaakt. Verbreed het assortiment met een substantiëlere middenmoot die betere kwaliteit aan een aanvaardbare prijs biedt in plaats van flessen onzalig druivenferment te verpatsen aan weggeefprijzen (of zelfs gratis uit te delen zoals u aan het eind van Megavino deed?!).
Zoek elders in Frankrijk naar de betere koopjes. Beste aankopers, hebt u al eens gehoord van de appellaties Montravel, Côtes de Duras of Fronton? Daar komen lekkere, eenvoudige drinkwijnen vandaan aan een al even lekkere en eenvoudige prijs. Waar is die Corbières en die Bergerac gebleven waar u 20 jaar geleden onze ouders mee om de oren sloeg? Ik zal u wat verklappen: die is er nog altijd en hij is gemiddeld zelfs beter dan 20 jaar geleden. Laat die vrachtwagen eens tot in de Rhône-vallei rijden. Ook daar vindt u simpele en eerlijk geprijsde wijnen voor het rapen ... . Liefste aankopers, kijk eens wat minder naar uw Excell-bestandje, leer zelf eens wat meer over wijn en denk eens wat verder dan het volgende zakenjaar reikt.
Kortom, beste wijnaankoper, doe eens wat meer moeite alstublieft. Dit volstaat echt niet!

De keuze van de kat



De keuze van de kat: Markus Molitor, Zeltinger Sonnenuhr, QbA Trocken 2007.
De enige wijn waartoe ik me liet verleiden tijdens de festivals.

LAST_UPDATED2
 


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

Welkom op de webstek van 'The Orbis of Wine'

Loginmodule

Toekomstige activiteiten

Geen evenementen