Vlaamse Wijnblogdagen XIII: "V", the analogy of wine
zaterdag, 06 februari 2010 14:36
Amaronese
Wie deze website af en toe bezoekt, nieuwe artikelen leest en/of wat gedachteloos er doorheen scrollt, zal in enkele zinnen vast wel kunnen vertellen wat de kern van onze benadering is tot wijn en alles wat daarmee te maken heeft. Wijn is voor ons veel meer dan alleen een kostbaar goedje in het juiste glas, een fles met een pocherig etiket erop of een obligate stemmingmaker op een feestje. Nee, wijn is voor ons één van de meest intrigerende cultuurobjecten die de mensheid voortbrengt. 1. Zet die fles al maar aan uw hoofd. Hoezeer ik mijn hersens ook pijnig, hoezeer ik ze ook relaxerend baad in edel en geestrijk druivennat, ik kan me echt niet meer herinneren welke wijnblogger er op die laatste bijeenkomst in Per Tutti te Leuven met het geschifte idee kwam aandraven eens een reeks posts te versieren rond een letter. Ik moet die avond teveel genoten hebben van Maule's sappige Sassaia, Schuellers knappende Pinot Noir of Brignots onvergelijkelijk waanzinnige Savagnin. De reden waarom er uit hoofde van één onder ons snoodaards altegader het idee ontstond maar wat te posten rond de letter "V" zal voor mij waarschijnlijk altijd in de eeuwige nevels van vergetelheid gehuld blijven. Wie het ook zij: deze post heb jij op je geweten, collega! Een post waarvan ik nu al met vooruitzicht zit te genieten, maar waarbij ik eigenlijk ook heel goed zou kunnen begrijpen dat u, lezer, na deze paragraaf compleet het Noorden kwijtraakt en zich met gefronste wenkbrauwen hardop afvraagt: "Waar heeft die het nu in godsnaam weer over?" Wel, ik wil u al een tip geven, vooraleer u het helemaal voor bekeken houdt: gewoon doorlezen, deze post en dan dat andere waarover u in deze post leest, ook eens vastnemen en doorlezen, om het daarna nog eens te lezen en nog eens te lezen. Een beproeving misschien, maar dan één zoals u nog nooit tevoren genoten hebt. Een tweede tip: neem er een glas of zelfs een fles wijn bij. Nip af en toe, en als het u echt teveel wordt, zet ze dan gewoon aan uw hoofd en klok haar gulzig achterover. Lach verlegen om uw nooit eerder geziene gedrag naar een u verbouwereerd aanstarende echtgenote/echtgenoot en beweer met stelligheid dat uw bedprestatie vannacht er alleen maar wel bij zal varen. Vrouw- of manlief zal begrijpend knikken, van opluchting even zuchten en in het beste geval al maar vast het bed gaan voorverwarmen. Wel, een boekengek als ik vragen wat te schrijven over of rondom de letter "V" is zoveel als aan een Bourgogne-boer vragen welke de beste rode druif ter wereld is. Er is namelijk maar één en ook werkelijk maar één item dat zo door de geest flitst als een op hol geslagen stroboscoop wanneer je mensen die dag in dag uit leven met literatuur vraagt wat over een "V" te zeggen. Nee, als u gedacht had dat ik het hier gingen hebben over Viognier, Vin de Table, Vitovska of een hele resem Vitis-soorten, dan had u het mis. Ik ga het hebben over "V" en niets meer dan "V". Maar vooral niets minder dan "V" ... een vijfhonderd dicht bedrukte pagina's tellende turf die de wereldliteratuur in één veeg op zijn kop zette. "V", het boek dat in 1963 het postmodernisme landde in de VS en sindsdien nog steeds schokgolven zendt door de hedendaagse literatuur. 2. Dort, Wo man Bücher verbrennt ... . Snobistisch, hè, zo beginnen tetteren over moeilijke postmoderne boeken, terwijl u, beste lezer, een streepje wijn verwacht had; een zachte penseelstreek ví, vin, vino, vinum. Snobistisch ... of zal ik zeggen pseudo-intellectueel? Jaja, dat moet het zijn: pseudo-intellectueel, met de neus in de lucht, een vermanend vingertje wiegend en het hoofd in de nek. Met de lippen naar voren getuit uitgesproken alsof het om een uitspuwensklaar zuur tafelwijntje gaat. Een gemeen 'wijntje' dat ons fruitig en gevanilleerd Bordelees gezalfd mondepitheel niet verdraagt en dus net als kokhalsreflex, een tuitreflex oproept. Spuwen maar op die pseudo-intellectueel! Een boekenlezer voorwaar! Stenigt hem, verbrandt hem. Lasst die Bücher brennen! Een laaiend vuur waarrond wild gedanst wordt door de nieuwe godjes van onze netjes in het gelid marcherende wijncultus met de onderpastoors van de Vlaamse wijnkerk voorop. "V", van Churchills 'Victory', natuurlijk, maar ook van beide triomfantelijk in de lucht gestoken vingers: "onze boogschutters hebben nog steeds twee vingers, kom maar op", maar eveneens de "V" van de Valkyrie, de valkyrja, Noorse oorlogsgodinnen, die de grootste helden meevoerden naar het Walhalla, of simpelweg de "V" van V., het nooit onthulde personage waarnaar Herbert Stencil eeuwig op zoek blijft in Thomas Pynchons "V", een postmoderne bom die de Amerikaanse literatuurscène vanbinnenuit hervormde. "V" is geen boek als een ander, geen boek als de boeken die we allemaal zo graag lezen. Boeken met een nette plotstructuur, een steeds weer geëtaleerde samenhang van begin tot eind, een rode draad waaraan de lezer zich veilig kan vasthouden. "V" is geen Aspe of geen - voor de zelfgeavoueerde avontuiurlijke kenners onder ons - Dimitri Verhulst. "V" lijkt op het eerste gezicht een totaal achronologisch samenraapsel van verhaalfragmenten waarin hier en daar tussen een stortvloed andere personages steeds weer dezelfde personages op de meest onmogelijke tijdstippen en plaatsen terugkeren. "V" is een kaleidoskoop, en zoektocht naar V., de revolterende kracht die in vrouwengedaante telkens weer opnieuw lijkt te verschijnen in tijden van revolutie en omwenteling. "V" is de zoektocht naar de breuk aanééngelijmd door de tragische strappatsen van Billy Profane, profane, ketterse Willy, de schlemiel die de wereld als een gladde bol had willen vatten, maar tegelijkerijd ook in zijn doen en laten beseft dat dat pure projectie, illusie, fata morgana van de bovenste plank is. "V" is de etalering van het eindeloze web verwijzingen, die klevende context die geen enkele tekst op zichzelf laat bestaan, geen individu strak en veilig omlijnd weet en boven alles elke betekenis in ontelbare splinters doet uiteenspatten. "V" is het boek van de eeuwige zoektocht, het eindeloze 'en verder'. 3. De V van 'Vuck you!' Was Pynchon ook maar wijnmaker. Had hij hier en daar ook maar eens een wijnbom gedropt, liefst in Maryland, in Firenze, op de kaaien van Bordeaux, ... , of liever nog langs de terrassen van het heilige wijngemaak en het bewierrokende holle wijngeschrijf. Pynchon had een wijnmaker kunnen zijn die geen enkel stofje terroir, geen minuut wijnmakerstraditie, geen inch moderne techniek, geen letter vineuze filosofie of geen celletje ampelografische eigenheid onbekeken zou laten. Nuance, oneindigheid, links naar het ontstaan en de geschiedenis van een wijn, je zou ze allemaal zonder problemen kunnen herkennen in het complexe web dat in de tranen van je glas hangt. Je zou er wel heel wat tijd voor nodig hebben natuurlijk, een fles of zoveel en vooral heel wat degelijke wijnliteratuur en een tot de nok volgestouwd wijngeheugen binnen handbereik. Dat mag wijn wel voor ons zijn. Geen zoveelste post-’90 Lagrange, die misschien wel onberispelijk gecomponeerd is en feilloos van aanzet over kern en finale tot retronasale flux verknoopt blijkt, of mooi zoveel soorten bessen in het fruitmandje deponeert en ook nog wat houtimpressies evoceert. Nee, dat soort wijnen hoeft voor mij niet meer. Het zijn de Dan Browns en de Pieter Aspes van de wijnwereld. Goed gemaakt en straf geschreven, maar oeverloos saai, wat tot in het kleinste detail voorspelbaar. Meer nog, het is het type wijnen dat je kan vergelijken met die zogenaamd realistische literatuur ... het type literatuur dat we allemaal zo graag lezen omdat het herkenning teweeg brengt, voorspiegelt een authentieke blauwprint van de werkelijkheid in lettertjes tot de lezer te brengen. ‘Voorspiegelt’ zeggen we wel, want ze behoren tot dat type boeken dat werkelijkheid construeert als geen ander en dus in alle opzichten meer fake aan de dag legt dan gelijk welk ander boek zonder authenticiteitspretenties. U begrijpt vast waar ik heen wil: ik ben in mijn korte carrière als wijnliefhebber of wijnzot het soort flessen dat beweert alle authenticiteit in het glas te brengen met een passie gaan haten die haar gelijke niet kent. Je kent ze wel: die flessen die op het achteretiket beweren ontsproten te zijn aan een eeuwenoude traditie, aan een familiestamboom die terugloopt tot de verbanning uit het aards paradijs, aan kastelen en logebroeders die met hun holle kastesymboliek pretenderen de gebottelde waarheid te legitimeren. Die ergernis om holle frasen en grootst-gemene-deler-larie die verkocht wordt op zowat 90% van de wijnflessen in omloop, zorgt er van de wederomstuit voor dat ik me alleen maar uitzinnig kan verkneukelen - tot op het giechelige af - wanneer ik een fles Grand Q Glacé van Alonso's Château Gonfalble ophaal of Bonny Doons groteske sapjes op tafel zet.
Heerlijk, zo van die wijnmakers die gewoon wijn maken in plaats van allerhande stroperige nonsens te verzinnen om op een fles af te draaien. Wat een verademing, na al die lamlendige fabriekssurrogaten met een jaarlijkse smaakconsistentie die niet erg moet onderdoen voor Coca-Cola, eindelijk echte wijnen, wijnen met een ziel. Wijnen waarvan de wijnmakers in hun constante zoektocht naar de beste expressie van een bepaalde druif, van een bepaald terroir, van een bepaald soort wijn de grenzen van de waarheid, Verity aftasten, zoeken datgene waarvan maar af en toe een glimp op te vangen is. Een glimp met een verschroeiend effect, want wie kan de waarheid recht in de ogen kijken? Met dit balanceren op het scherp van de snee, het tot het uiterste uitrekken van de mogelijkheden leveren deze wijnmakers wel iedere keer explosieve staaltjes kunst af. Wijnmakers als Alonso of Grahm slagen er telkens weer in unieke kunstwerkjes af te leveren die een complexe getuigenis zijn van hun gepassioneerde zoektocht naar kennis. Het zijn stuk voor stuk wijnen die de onmetelijke context waarin ze tot ontstaan kwamen laten meevibreren in elke slok, elke drup die je ervan op de tong laat glijden. Wijn met een 'sense of place' - of dat nu terroir moge heten of niet. Ik wil hierbij dan ook hulde brengen al die wijnmakers die hun intelligentie, hun visie, hun kennis en hun passie onbaatzuchtig onder kurk trekken en zo ontelbaar veel wijnliefhebbers de kans geven die ervaring mee te beleven, te koesteren en te herinneren. Noem ze maar: Charly Thévenet, Pierre Overnoy, Dard & Ribo, Markus Schneider, Randal Grahm, Eva Clüsserath, Clive Dougall, Marcel Lapierre, Matthieu Cosse & Cathérine Maisonneuve, Yvonne Métras, Erich Pfifferling, Marc Brignot, Pascal Simonutti, de Bruniers, Yann & Loïc Lechartier, Gérard Schueller, Ugo Bing, Pierre & Cathérine Breton, Fred Cossard, Emidio Pepe, Marc Pesnot, Ulysse Colin, Dario Princic, Loris Follador, Maria Theresa Mascarello, ... en nog zovele anderen. Gelukkig maar, want zij heffen de dam tegen de vernichtende smaakvervlakking, de betuttelende commodificatie en de manicheïstische marketingspelletjes die onze globaliserende wijnmarkt tot treurens toe blijven regeren.
Een welgemeende "V" in uw gezicht, mijn beste wijnapparatsjik!
LAST_UPDATED2
Rückblick: The Series - Deel I: Reflecties op de wijnweg
donderdag, 04 februari 2010 10:21
Amaronese
De laatste maand van 2009 en de eerste maand van 2010 waren maar wat doods op deze site. Geen wonder: we - Cabernette, die voor kort weer even in België was en Amaronese - worstelden zich door een agenda die meer leek op een schetsboek van Jackson Pollock dan op de netjes lijntje na lijntje ingevulde weekplanner die elke kantoorklerk dag in dag uit voor zijn neus weet liggen. Time to catch up, zeggen we dan. En wees maar zeker dat er wat achterna te hollen valt!1. Lasciate ogni speranza, voi ch'entrate ... . 2009 zal een jaar zijn om op terug te blikken, een jaar dat we stukje bij beetje zullen moeten lospeuteren uit ons geheugen, bijeenrapen en reconstrueren. Tijd om erbij stil te staan was er op het moment zelf niet. Alles raasde voorbij zoals op een dolgedraaide caroussel die luidruchtig voortwalste met teveel trommels en trompetten. Gelukkig gingen zowat alle once-in-a-lifetime events die het afgelopen jaar de revue passeerden vergezeld van fijn gezelschap, een goede tafel en vooral de nodige glazen wijn. Want dat is wel de grote constante in ons leven: wijn, voor, tijdens en na, altijd opnieuw wijn. Elke herinnering aan een goed glas wijn is voor mij dan ook gelijk aan de madeleine van Proust. Een slok, een fles, een gebottelde herinnering die langzaam vanuit de diepte terug komt bovendrijven en in haar kielzog een reeks andere, minstens even intrigerende, maar bijna compleet weggedeemsterde gevoelens, ervaringen of gewaarwordingen oproept. Om een kwakkeljaar op de blog en een lange stilte goed te maken had ik het idee een reeks artikelen met de titel 'Rückblick' aan elkaar te rijgen. Vijgen na Pasen natuurlijk, maar anderzijds wel de ideale manier om terug te blikken op het afgelopen jaar. Ik hoop dat jullie meegenieten van elk glas wijn dat we opdiepen uit de schimmelige, duistere en vochtige kelders van de herinnering en het stukje voorbij geluk wat we opnieuw beleven. 2. Het begin en het einde van alles. Een glas wijn kan soms zo een beetje werken als de aleph van Borges: de steeds terugkerende weerspiegelingen in het kristal, de omgekeerde beelden in de spiegel van het druivennat dat je aanstaart vanuit de glanzende kelk ... ze doen me altijd wat denken aan het intrigerende buitenlaagje van het glanzende punt dat wezenloos hing te tintelen onder de trap van Carlos Argentino Daneri: El Aleph, de idee van tot-alles-verbondenheid, het oneindige middelpunt van het verleden, huidige en toekomstige universum. Dat is naturlijk wat veel om te gaan toedichten aan een simpel glas wijn, maar sommige wijnen lichten toch even, heel even maar, een tipje van de sluier op die over het warrige net van herinneringen, ervaringen en wensen in ons altijd weer falende geheugen gedrapeerd ligt. Het laatste glas waarbij ik die ervaring weer eens had - alsof er een ijzige hand je middenrif beroert, je nekhaar overeind zet - was bij een glas dat mij blind voorgezet werd door de glunderende sommelier van Couvert Couvert in Heverlee. Ik mocht raden. Aan de overkant van de tafel gingen er twee mondhoeken grijnzen. Chenin Blanc, dat was duidelijk ... zijn Pappenheimers kennen. Zucht van opluchting. Op dat punt was ik toch al geslaagd. Gelukkig, want om één of andere duistere reden ga ik als een Chenin-zot door het leven. Erger was dat het niet zomaar een Chenin was, maar nog wel één die mij een vreemd déjà-vu gevoel gaf. Een korte flits waarin je even denkt alles te zien, alle links, de hele, meteloze context en op datzelfde moment van herkenning alles plots vervaagt als een ademtocht op een ijskoude spiegel. Ik had hem zelf ook in de kelder liggen: Suivre son Chenin van de Lechartier-broeders. 3. Spitsbroeders in de wijn. Yann en Loïc Lechartier zijn beiden niet veel ouder dan ikzelf, zowat rond de dertig. Een zotte bevlieging kon er dus nog wel even af. De één was in een vorig, maar eerder kort leven informaticus, de ander commerçant pur sang. Beide broers hadden, zeg maar, een drie rijstroken brede autostrade van een waardige job en een rozige carrière voor de bumper. Burgerlijke huisje-, tuintje-, kindje-idealen lagen zo voor het grijpen. Optrekken en doorrazen naar succes zou evident geweest zijn, maar neen, Yann en Loïc namen de eerste afslag richting vigneron en reden spoorslags richting vrai vigneron: een nauw, bochtig en zelden vlot berijdbaar pad dat niet zo vanzelfsprekend naar een land van melk en honing leidt. Beiden behaalden in een mum van tijd het diploma van viticulteur en Yann liep blitz-stages bij Chantal Lescure ( Bourgogne) en François Plouzeau ( Domaine de la Garrelière, Loire). Wijnmaken zonder gepruts en geprul, dat was vanaf het begin het doel dat beide broers voor ogen hadden. Ze volgden resoluut hun eigen weg: die van de Chenin. In 2006 startten ze met een ruime 4 ha. wijngaarden op het Plateau d'Husseau in Montlouis-sur-Loire. Mooie wijngaarden die al jarenlang door niemand minder dan Thierry Chaput met het allergrootste respect bewerkt werden. Het ging hem jammer genoeg niet altijd voor de wind. Zijn visie werd op hoongelach onthaald en Thierry's wijnen liet men achteloos links liggen. Onterecht blijkt nu, want Thierry was zijn tijd ver vooruit (ondertussen zou hij weer aan de slag zijn bij Pascal Lambert in Chinon). Voor de Lechartiers was dit een kans uit de duizend: enkele ha. gezonde wijngaard die geleidelijk, maar zonder al teveel problemen natuurlijk konden worden onderhouden. Chaputs wijngaarden lagen dan ook nog eens op één van de mooiste plekken van Montlouis: op het koude krijt- en tufsteenplateau van Husseau. Een bovenlaag van rivierzand en grind zorgen voor een uistekende drainage en de zacht glooiende hellingen dragen bij tot een zacht microklimaat in de wijngaard. Wat wil je nog meer? Met het nippen aan dat glas dat me blind voorgezet werd, moest ik weer even terugdenken aan de eerste keer dat ik hen ontmoette tijdens een degustatie in Het Land van de Overkant in Leuven, afgelopen jaar. Twee sympathieke, maar uiterst bescheiden en zelfs wat introverte kerels die hun wijnen voor zich lieten spreken. Loïc sprak over Chenin Blanc alsof het over zijn jongste dochter ging en werd er zichtbaar weemoedig bij. Wijnbouwers die niet met kas- en studieboek in de hand wijnmaken, maar wijnbouwers die met hun hoofd en hun hart ploegen, snoeien en plukken in de wijngaard, triëren, laten rijpen en bottelen in de kelder, dat zijn de Lechartiers en dat proef je ook in het glas. Zelfs hun eerste jaargang was een prachtige wijn: subtiel geschakeerd, fris, zalvend zacht en ontzettend lang. De kwintessens van een fijne wijn met natuurlijk koele kweepeer, acaciahoning en een beetje kruidnagel. Filigrane zuren, veel sap, ... een textuur die doet denken aan kabbelend, tintelend bronwater. Flessen die ik meestal niet durf te bekijken, omdat ze anders veel te snel verdwenen zijn. Misschien moet ik er dan toch maar een uitspraak over doen die een vermeende Chenin-zot waardig zou moeten zijn: voor mij zijn dit de meest elegante en verfijnde Chenins op deze aardkloot. Om sprakeloos van te genieten.
De wijnen van de gebroeders Lechartier zijn verkrijgbaar bij Jacques Masy in Roeselaere.
Een streepje muziek dat prachtig past bij de wijnen van de Lechartiers: Debussy's Reflets dans l'eau door Arturo Benedetti Michelangeli.
LAST_UPDATED2
Noise creepin' in everywhere: naklank in wijn
vrijdag, 04 december 2009 20:35
Amaronese
Door toeval nog eens op een vrijdagavond thuis, dat gebeurt praktisch nooit. Normaal gezien stress ik elke vrijdagavond op een overvolle trein en een heen en weer zwierende bus richting repetitie om me daarna enkele uren als bezeten zot te concentreren op wat verkreukelde vodden die wemelen van de muzieknoten ... . Daarna: een welverdiend schuimend glas bier en wat gezellig zeveren met kameraden. Een uitbolavond aan het eind van de week. Ik besluit dan maar ook wat lethargisch in een zetel te gaan hangen en maar wat voor me uit te zitten mijmeren. Ik blijf hangen bij het gesprek dat ik enkele uren geleden had met zo één van de weinige geestesverwanten die je tegenkomt tijdens je eenzame dwaalwegen op deze aardkloot. We spraken af voor lunch bij Oreste - ja, Per Tutti, ik moet er nog altijd eens wat over schrijven - zo stilaan een vaste stek en niet zonder reden. Een glas Prosecco, caudastelle gevuld met kikker en ricotta in die onwezenlijke tomatensaus van hem, tournedos met wufte porcini en knapperige dooierzwammen, een keiharde ristretto. Een koppel of wat glazen wijn en een gesprek dat rustig voortkabbelde zonder richting, zonder doel, soms beiden de draad kwijt en toch weten waar we heen willen. Ideeën over wat een wijnblog zou moeten zijn, wat wij niet zijn, waarin we dan verschillend zijn. Wat meewarig gepraat over de benepen Vlaamse wijnpers. Wat wereldverbeteraarsgeneuzel. Wat gejank over onze eigen generaties die toch wat anders waren dan die van nu. Nog zelden te tijd zo weten voorbijglijden. Het kan verkeren. Later zat ik nog wat uren te kantoorslijten. Lezen over psychomachie - don't ask, doesn't matter - in Mulish' romans, een best wel boeiend boek. Dan maar door van pek glimmende stromen mensen gewaad richting trein en een half uur of wat gedachtevlechten als papierslierten uit m'n neus zitten pieren, recht voor me uit, zonder gêne. " Wat moet wijn zijn om mij te kunnen boeien? Wat is wijn voor mij?", vraag ik me af. Want, of ik dat nu wil of niet, wijn moeten ergens aan beantwoorden om me te kunnen plezieren. Gelukkig geen setje regels, geen evenwicht zus en tannines zo. Geen eindeloze kolom kenmerken met vakjes ervoor die ik kan aanvinken. Nee, wijn moet mij iets kunnen vertellen. Een griezelsprookje, een jeugdzonde die hij beschaamd opbiecht, een prille kus waar slechts twee lippen vluchtig over elkaar vleien. Hij mag de wereld willen veranderen, angstig zijn om te leven en tegelijkertijd in absurde frivoliteit uitbarsten ... . Zoveel te vertellen. Zoveel om naar te luisteren. Ik moet geen wijnen die in blokjes op te delen zijn, blokjes die we netjes kunnen herkennen en opeenstapelen. Dat is veilig, we weten wat eraan hebben, maar het is evenzeer saai en verdovend. Ik wil wijn drinken die kan groeien in mijn hand, wijn die soms nog stinkt naar het slijk waaraan hij zich ontworstelt, langzaam opstaat en verlegen fezelt of net geluidsloos de mond opendoet, zacht begint te neuriën en aanzwelt tot een oorverdovend krijsen. Ik heb geen zin meer in wijnen die 'af' zijn. Ik wil wijnen die groeien, wijnen die weerbarstig zijn, nukkig in het glas gaan zitten schommelen en er niet uit willen. Ik wil geen wijnen als stationsromannetjes, glossies of kookboeken, maar volle glazen die mij hun verhaal vertellen als een gedicht, een roman, een essay dat ik met volle teugen kan drinken, bij stil kan staan, van gechoqueerd kan zijn, opnieuw moet lezen, opnieuw moet ontdekken, waarin ik meerdere stemmen door elkaar hoor, wrang klinkende dissonanten die de spanning opdrijven, enz. Misschien mogen wijnen voor mij wel wat zijn als de muziek van Efterklang, een Deense experimentele rockgroep opgericht in 2000. Hun fantastische eerste album, Tripper, liet mij een paar weken als maar bij half bewustzijn rondlopen. Een heel eigen aanpak - polyfone zang, complexe ritmestructuren en heel strakke formele opbouw -, iets ongehoord in heel het post-rocklandschap. Alle elementen van dat laatste genre zijn er, maar ze worden stuk voor stuk tot hun uiterste gedreven. Invloeden van de industrial scene, meer bepaald van Einsturzende Neubauten, en de trip-hop zijn ook nooit ver weg. Elke song lijkt ook steeds weer te ontstijgen aan de ruis, groeit als uit zichzelf in het proces van het performen en waaiert steeds verder open in versiering en versterking tot hij uiteindelijk weer wegzakt in de ruis. Efterklang is schitterend in de studio, maar nog beter on stage. Ze spelen nooit, maar dan ook nooit hetzelfde. Heel wat songs krijgen maar vorm door ze uit te voeren en steeds nieuwe impro's op te nemen en uit te werken vooraleer de studio ingetrokken wordt. Het resultaat is telkens weer ontzettend doorleefde muziek die uitdaagt en koppig haar eigen leven gaat leiden. Muziek waar je eindeloos naar kan blijven luisteren.
Twee voorbeelden (minstens beluisteren met koptelefoon, niet op van die speelgoedcomputerboxen):
Studio-opname van Doppelganger uit Tripper.
Chapter 6, ook uit Tripper, full throttle voor de Deense TV.
Ik drink er een glas Vin de Pays de Vaucluse bij van Elodie Balme, een blend van Merlot, Carignan en Grenache. Puur, rechttoe-rechtaan op het eerste gezicht, een beetje een lolbroek, tot er plots in de afdronk een mes hevige zwarte peper wordt ingezet en er van de hitte geschroeide kruiden, lavendel, stoffige greppels en zwarte olijven opduiken. Hij staat al een dag open en heeft nu weer heel wat meer te vertellen als gisteren. Elodie moet een ongecompliceerde jonge vrouw zijn (van mijn leeftijd?), geen opvallende schoonheid, vermoed ik, wel een aanhalig karakter met een open gezicht en daarachter, voor wie het weten wil, een felle overtuiging. Heerlijk lekker, ik kan mijn glas met moeite neerzetten. Ik wil er telkens opnieuw aan nippen, want had ik daar weer niet wat gemist? De wijnen van Elodie zijn het verkrijgen bij Luc Van Innis' ViniPure in Leuven.
LAST_UPDATED2
Miserere: do politics really stop at the rim of the glass?
dinsdag, 01 december 2009 00:00
Amaronese
Gewetenloosheid lijkt zo stilaan een noodzakelijke karaktertrek geworden voor wie een one-way ticket wil bemachtigen richting politieke naam en faam binnen Europese context. Wat je achterban daarvan denkt, eens je netjes vastgegespt bent in je zitje richting succes, zal je maar worst wezen. Welke gevolgen je beslissingen zullen hebben voor de personen die je eigenlijk vertegenwoordigd en dus hoort voor te staan, wil je liever niet onder ogen zien. En hetgeen je in feite aanvangt met het geld dat de belastingbetaler je toevertrouwt omdat hij ervan overtuigd is dat je daarmee zal investeren in algemeen welzijn, kan of wil je alleen maar laten afhangen van politieke salonfähigkeit, particratisch gesjacher of zitjesjacht. De vinger aan de pols leggen en even verder kijken dan het korte gewin reikt ... neen, dat is niets voor jou.1. Politics stop at the rim of the glass? Als geboren Belgen kennen we zulk een houding maar al te goed. Bij elke verkiezingsronde (en in België zijn er dat nogal wat) je kans wagen staat zo ongeveer gelijk aan wat politiek correct geblaat verkopen en schaamteloos wat kritiek uit de oppositie napraten. Dat verzekert je immers een zo gegeerd politiek mandaat. Wat je tijdens dat mandaat doet zal zeker niet zijn wat je met gefronste wenkbrauwen en geheven vuist hebt aangekondigd tijdens de verkiezingswedloop, maar wel datgene dat je nog enkele jaartjes langer op datzelfde, of beter nog, op een wat gunstiger zitje weet te verankeren. Elders is het niet anders. Kijk maar naar het Duitsland van vandaag. Nee, over het terug binnenhalen van DHL wil ik het niet hebben, noch over de toch wat verdacht protectionistisch aandoende strategische beslissingen die genomen werden in het Opel/GM-dossier ... . Dit is een wijnblog. Een wijnblog die wijn weliswaar terug wil plaatsen in zijn context en zo opnieuw bespreekbaar wil maken, maar daarbuiten helemaal niet de pretentie heeft politieke analyses of maatschappijkritische stellingnames te gaan verkondigen. Dat gebeurt elders al genoeg. Politics stop at the rim of the glass, las ik ooit ergens en dat had maar best al te waar mogen zijn. Enfin, ik wil het anders formuleren: ik zou het een bevrijding vinden, mocht het zo zijn. Politieke bemoeienis en politiek discours stoppen spijtig genoeg niet aan de rand van een kristallen kelk, de drempel voor dat beetje vluchtige verwondering dat wij wijnliefhebbers zo gretig en tegelijkertijd met zoveel schroom telkens opnieuw willen beleven. Dat mag nog maar eens blijken uit wraakroepend nieuws dat ons sinds een half jaar uit Duitsland ter ore komt. Uit Duitsland nog wel, dat wijnland waarvoor mijn wijnliefde emotioneel zo diep reikt, dat ik er maar met moeite over kan schrijven of spreken. Het gaat hier over een recente beslissing van de Duitse overheid die zowat elke wijnliefhebber tegen de borst zou moeten stoten: de bouw van de Hochmoselübergang, een meer dan 160 m hoge en 1,7 km lange brug die, als belangrijkste onderdeel van de A50, de vanuit Oost-België komende autoweg A60 (A25 in België) en de A1 zou verbinden met de A61 aan de andere kant van het Moezeldal. De Hochmoselübergang zou daarbij het strategische punt worden in een tweede Europese dwarsverbinding (naast de E42) tussen de Belgische Noordzeehavens - of waarom dacht u van dit grootse project nog steeds niets vernomen te hebben via onze onafhankelijke Belgische nieuwszenders? - en het Rhein-Maingebied.  Op zich is zo'n brug natuurlijk geen kwaad gegeven, maar spijtig genoeg loopt ze dwars door één van de mooiste uitzichten van de Moezelvallei en bedreigt haar aanleg het verderbestaan van - wat mij betreft - de allermooiste Rieslingwijngaarden ter wereld. De Duitse Bundes-overheid en het Staatsbestuur van Rheinland-Pfalz, met op kop zijn minister-president Kurt Beck waarvan beweerd wordt dat hij dit project slechts vanonder het stof haalde uit louter politiek-strategische overwegingen (lees: om er persoonlijk gewin uit te halen), drukken de bouw van deze brug door op basis van economische argumenten. Er zou met deze brug een derde verbinding tussen het Duitse hinterland en de grote Noordzeehavens ontstaan, er zouden extra arbeidsplaatsen gecreëerd worden, men zou de slabbakende luchtvaarttrafiek op de nabijgelegen (cargo)luchthaven Frankfurt-Hahn terug kunnen aanzwengelen en bovendien zou de economie van de Moezelvallei een nieuwe impuls krijgen. De locale bestuurders betwijfelen dat en onafhankelijke onderzoeken (uitgevoerd door o.a. enkele nabijgelegen universiteiten) tonen aan dat, zeker in de huidige economische constellatie, de aanleg van de brug en haar toevoerwegen met zekerheid een aderlating van ongetwijfeld meer dan de geraamde 270 miljoen euro betekent. Maar niets meer. Alle studies wijzen uit dat de voorgespiegelde economische voordelen slechts trillende lucht voor de zon zijn. De argumenten die de Duitse overheden opvoeren werden deskundig ontmaskerd als halve waarheden omgeven met een retorisch sausje dat de Mamon van onze geheiligde Economie wel na staat, maar verder alleen een dolzinnig doordrijven van een reeds in de jaren '70 - in een vergelijkbare economische situatie als de hedendaagse - gekelderd project is. De arrogantie gaat evenwel zover, dat men zonder duidelijke kennisgeving of overleg al begonnen is met de aanleg van de toevoerwegen. De brug zal er dan wel vanzelf op volgen, zo lijkt men te redeneren. 2. Purperen strategie. Wat erger is dan het weer maar eens slaafs knielen voor het offeraltaar in de hoogmis van onze Heilige Economie, is wel de totaal onverschillige hou- ding van de politici die dit plan doordrukken. Gegronde kritiek wordt niet beantwoord, de pers wordt haast niet te woord gestaan, actiegroepen worden simpelweg genegeerd en ernstige studies worden doodgezwegen. We kennen het liedje: in ons eigen land is men daar kampioen in. Ik noem het maar de purperen strategie, u weet wel, een politieke strategie die ingevoerd werd door een charmant heerschap dat toch zo overtuigend pleitte voor een open communicatie met de burger. Van hypocrisie gesproken ... . Jammer dat dit archi-Belgisch politiek virus zich blijkbaar ook uitbreidde tot Duitsland. Naar de wijnboeren zelf, de grootste verliezers in dit hele project, wordt al helemaal niet geluisterd. Op de afbeelding hierboven kan u zeer duidelijk zien welke wijngaarden bedreigd worden door de aanleg van de Oostelijke toevoerweg voor de brug: zowat alle grote Moezelcru's zullen invloed ondergaan van de voorbijrazende drukte boven op de heuvelrug. Ik heb het dan niet alleen over de evidente vervuiling die deze autostrade met zich zou meebrengen, maar ook en vooral over de nefaste gevolgen die de constructie van deze weg zal hebben op de ecologie en de waterhuishouding van de onderliggende wijngaarden. Voor de aanleg van deze autobaan moeten immers een enorme hoeveelheid bomen het veld ruimen. Dat heeft vanzelfsprekend een niet te onderschatten invloed op het broze ecosysteem van de Moezelvallei. Natuurlijke evenwichten die gedurende meer dan 2000 jaar hun weldaad bewezen voor de plaatselijke wijnbouw, worden grondig verstoord en absoluut zeker onherroepelijk beschadigd. De aanleg van de brug en het neermaaien van het woud zou de natuurlijke, gunstige luchtstromen in de vallei verstoren. Tenslotte zou ook de waterhuishouding van zowat alle onderliggende wijngaarden in gevaar komen. Het bovenliggende woud kan gezien worden als een vochtreservoir dat er niet alleen voor zorgt dat tijdens hevige regens het water niet ongecontrolleerd van de hellingen afraast en zo heel wat wijngaarden stelselmatig zou eroderen, maar dat er ook tijdens bijzonder droge periodes (denk aan de zomer van 2003) genoeg vocht beschikbaar blijft voor de lager aangeplantte wingerds. Je zou denken dat deze vaststelling, die de bedreiging voor het voortbestaan van enkele van de meest geroemde wijnen van Duitsland toch redelijk duidelijk maakt, de heren en dames politici aan het denken zou moeten zetten, maar niets is minder waar. Dit sterke argument werd door een geologisch onderzoek in opdracht van de beslissende overheid - wat dacht u? - botweg van tafel geveegd als klinkklare onzin. Een slag in het gezicht van heel wat wijnboeren. Doch, ik weet niet hoe dat met u zit, maar ik vermoed dat wijnboeren als Dr. Loosen, J.J. Prüm, Markus Molitor, Willi Schaefer e.d. hun eigen terroir wel kennen en nog geen klein beetje veel geologisch onderzoek hebben laten uitvoeren alvorens stokken opnieuw aan te planten of bepaalde teeltmethodes toe te passen. Logisch, niet? Maar neen, de heren politici weten dat natuurlijk veel beter: purperen strategie ... behandel je gesprekpartner als een onwetend kind dat niet beseft waar het over spreekt en ga zo rustig verder met je Macchiavellistische schaakspel.
Hugh Johnson - met gebroken stem - over de gruwel van de Hochmoselübergang.
3. Miserere. Ik word wanhopig van zulke onheilspellende berichtgevingen, zeker als ze gaan over de bedreiging van één van de weinige dingen die een mens onomwonden, pretentieloos, maar zo diepgaand genot verschaffen. Want dat doet Moezelriesling in al zijn facetten. Van de eenvoudigste drinkwijntjes, die je met veel plezier ontkurkt op een prille lentedag en met enkele gelijkgestemde zielen onder een zorgeloos gelach achteroverklokt als aperitief, tot de meest sprituele en complexe wijnen, die ondanks hun stralende lichtvoetigheid wel de wijsheid van de wereld lijken te bevatten. Grote Moezelriesling is voor mij als een gotische kathedraal: hemelbestormend groots en tegelijkertijd toch zo vederlicht, filigraan bijna, fragiel en doorzichtig als de vingertjes van een pasgeboren kind. Het is één van de weinige wijnen waarbij ik mezelf kan verliezen in een misschien wel mystieke ervaring en met van ontroering vochtige ogen nog slechts woordeloos voor me uit kan zitten staren.
Waarom moet alles wijken voor de Mamon van de Heilige Economie? Waarom zijn mensen toch zo goed in het vernielen en bezoedelen van hetgeen hen het hoogste genot verschaft?
Omdat woorden me hier te kort schieten om - ik ben ervan overtuigd dat dit één van de miserabelste posts is die ik ooit schreef - uit te drukken wat ik ervaar bij het drinken van bv. een Bernkasteler Doctor van Johannes Lauerburg hier het Miserere Deus Mei van Gregorio Allegri, een legendarische uitvoering uit 1994 in de Basilica di Santa Maria Maggiore te Rome. Jammer van de glitches, maar ik ken geen enkele andere opname waarin dit werk zo onwerelds mooi uitgevoerd werd.
Meer en veel diepgaander informatie over dit megalomane project vind je op de website van de B50Neu-actiegroep, German Wines Direct en de site van Jancis Robinson. Lees ook de (onbeantwoorde) open brief die wijnschrijfster Sarah Washington aan Angela Merkel stuurde.
LAST_UPDATED2
|
|