1. Piper, Perrier, besabbelde wangen en blingbling-belletjes.
Erg dat je het zo moet stellen: wéér Kerstmis, wéér Nieuwjaar. Maar het zegt wel veel over de manier waarop we er hier mee omgaan. ’t Is misschien vooral dat obligate gedoe dat me zo tegensteekt. Langs alle kanten wordt je vanalles opgedrongen “omdat het zo hoort”. Dat moet je hebben, dit moet je hebben, dat hoort er ook bij, dat moet zo, heb je daar al aan gedacht, en, o nee, ik moet voor die en die ook nog wat kopen, want anders ... . Tijdens het opvoeren van al die verplichte nummertjes durven we wel eens vergeten waar al die feestelijkheid om gaat. Gelovig of niet, het komt er gewoon op neer dat van elkaars gezelschap geniet in de koudste en donkerste maanden van het jaar, dat je terug wat energie, licht of noem het hoop put uit het feit dat je niet alleen op de wereld moet leven, dat er anderen zijn voor jou en jij er bent voor anderen, toch? Veel praten, samen goed eten, een goed glas drinken, mekaar eens verrassen met iets leuks, ... het heeft eigenlijk nog maar weinig te maken met de half absurde en eigenlijk zelfs ronduit walgelijke koopkermis die ervan gemaakt wordt. Dat je eens wat speciaals op tafel zet ... natuurlijk, dat hoort erbij: het zet de stemming, het betekent een royaal welkom voor je gasten en je kan er deze keer eens echt ongebreideld, zonder wroeging van genieten. Het mag, het moet niet, hoor. Nu ja, voor ik voor een zagerige ouwe knar versleten wordt: in feite valt die kerstgezelligheid nog best mee. Ik geniet er zelfs van. De koopjesgekte hoef je er immers niet bij te nemen. 't Is zelfs een rustpunt voor de nieuwjaarsdagen die ik elk jaar toch met afgrijzen zie naderen: overal obligaat slappe, sponsachtige handjes gaan schudden, roze, besabbelde wangen afkussen, zeveren over hoe geweldig het afgelopen jaar wel niet was en dan vooral die liters, dikwijls ondrinkbaar slechte Champagne die je overal plichtmatig mag gaan opzwabberen ... je zou voor minder. Liters slechte Champagne, of gewoon zelfs liters goede Champagne, het wordt uiteindelijk allemaal teveel en het mag ook best wel eens wat anders zijn. Er zijn zoveel alternatieven, maar nee, we grijpen toch steeds weer naar die bekende fles Piper-Heidsieck, Laurent-Perrier, Charles-Lafitte, enz. Bij elk aperitief, bij elke nieuwjaarswens hoort een glas bruisend goud. Bruisend goud, waar liefst opzichtig duidelijk Champagne op vermeld staat, want met minder willen we het niet doen. Dat heeft de Champagne-markt ook mogen voelen de afgelopen twee jaar. Geen schijntje crisis, geen spoortje van verkoopsstress … integendeel: de champagnemarkt groeide het vorige jaar zelfs met een dikke 4,5%! Champagneboeren smeken voor een uitbreiding van het AOC-grondgebied. Champagne is big business. Alleen al het feit dat een Champagnewijngaard behoort tot zowat de duurste wijngaarden ter wereld met zijn € 734.000 per ha. spreekt boekdelen. Logisch dus dat de prijzen omhoog sprinten.
huimwijnen die net dezelfde druivenrassen (doch zelden Pinot Meunier) op dezelfde manier vinifiëren. Mooie voorbeelden aan een schappelijke prijs zijn alleszins de Tasmaanse Kreglinger Vintage Brut of de Pierre Jourdan Vonkelwijnen uit Zuid-Afrika. Verlaten we de begane paden liever helemaal, dan moeten we nog niet meteen richting Riesling Sekt, Clairette de Die, Crémant d'Alsace (dikwijls waanzinnig slecht) en dergelijke grijpen. Er zijn wel wat alternatieven die iets bekender in de oren klinken: zeker Prosecco, maar eerst en vooral de Spaanse Cava. Die is vandaag aan een stevige opmars bezig. Vroeger enkel bekend als een verfrissende sparkler bij smakelijke tapas bijna overal in Spanje, is Cava nu genaturaliseerd tot een gastronomische schuimwijn die overal mee aan tafel mag. Niet alleen de Aziatische keuken en de fusion-trend zijn daar een reden voor, maar ook de tegemoetkoming van de Spaanse producent aan de internationale smaakeisen. Jammer genoeg heeft dat ook zo zijn gevolgen voor de eigenheid van Cava. In het afgelopen jaar proefde ik heel wat Cava's die niets meer te maken hadden met de tintelende friszure, opwekkende drank die we bv. in Carthagena nog wel in de tapasbars aantroffen: plat, weliswaar met een veel rijpere kleur, maar bijna brutaal fruitig en met een stevige dosis restzoet. Geen doordrinker wat mij betrof. Aan de andere zijde van het spectrum stonden de echte critic's monsters: volrijpe, Chardonnay-gedomineerde, ovenewichtige krachtpatsers, die overduidelijk Champagne nabootsen en daarom als dusdanig zelfs niet meer thuis te brengen zijn als Cava.Maar, laten we ook eens een blik werpen op Prosecco. Het is samen met Lambrusco misschien wel de meest verguisde wijn van Italië en dat is dikwijls niet onterecht: te zoete, fletse wijntjes waren die Prosecco's in de meeste gevallen. Ook wij hadden er een niet al te hoge pet van op een vijftiental jaren terug. Tot we een hotel ontdekten waar zowat elk jaar il gran manager (de man heeft intussen een imperium van 3 hotels, 2 toprestaurants en 4 luxe-service-appartementen uitgebouwd) een avond tijdens ons verblijf even een babbeltje kwam slaan en ons altijd tracteerde op een fles Prosecco. Tja, de eerste keer nipten we gewoon beleefd en toch, die Prosecco ging echt goed binnen, was zelfs ongemeen lekker. Curieus. Nieuwsgierig vroegen wij de volgende dag ook zo'n fles: probleem, die stond niet op de kaart, ze behoorde tot het stukje kelder van de baas ... . Ik weet nog steeds niet welke Prosecco dat was (ik kom er wel achter de volgende keer), maar ik herinner me goed dat elke keer we in dat hotel verbleven weer uitkeken naar het babbeltje met Signore Leardini, al was het maar voor die Prosecco. Ondertussen waren we dus ook overtuigd van het feit dat er wel degelijk goede Prosecco bestond. Dus gingen wij er ook naar op zoek. Man, man, wat een lijdensweg was me dat ... . Niet nodig te zeggen dat we het na liters kale miserie maar liever opgaven, zeker?
Prosecco wordt in feite nog maar een goede 140 jaar gemaakt zoals we hem nu kennen. In feite hebben we dat te danken aan Antonio Carpenè, een chemicus, bevriend met de toenmalige cool guy Louis Pasteur en een halve Champagnefreak. Hij introduceerde de Méthode Champenoise in de Veneto, meerbepaald in de Conegliano-Valdobiadennestreek waar het druivenras Prosecco voornamelijk verbouwd werd (Prosecco is dus geen naam voor een schuimwijn, wel voor een druivenras!). Traditioneel maakte men daar al een licht parelende wijn omdat Prosecco een laatrijpende druif is, die haar vergisting nooit volledig kon afronden voor de koude wintermaanden. De wijnen werden evenwel toch, zelfs met wat gistrest gebotteld, met als gevolg dat er tijdens de warmere maanden weer een beetje gisting op gang kwam en dus de wijn licht effervescent was (en er af en toe ook wel eens wat flessen uiteenknalden). Dikwijls stierven de gisten ook af door de koude, waardoor de resulterende wijn zoet was. Carpenè zorgde ervoor dat het proces meer gecontroleerd kon worden, door de wijn zo lang mogelijk te laten doorgisten, later op fles te trekken met toevoeging van een mengsel van gist en suikers en deze flessen daarna te remueren: langzaamaan omdraaien, zodat de gistresten van de tweede gisting in de hals van de fles zakken en daarna door middel van de dégorgement kunnen verwijderd worden. Later stapte men echter meer over op de Méthode Charmat, waarbij de tweede vergisting volledig gebeurde in grote druktanks - hetgeen qua controleerbaarheid en productie-effciëntie nog wat handiger was. Er werd ook kwistig gebruik gemaakt van de tweede dosage: een mengsel van suikers en doorgestookte perswijn dat toegevoegd werd om de afgewerkte Prosecco zoeter en alcoholrijker te maken. Net zoals in de Champagne een boosdoener die gemakkelijk kan gebruikt worden om gebreken en onrijpheid te maskeren. Neem daar dan de massaproductiespirit die mogelijk werd met de Charmat-methode bij en je begrijpt hoe Prosecco de twijfelachtige status verwierf die hij nu nog steeds heeft.
Er worden evenwel nog altijd Prosecco's gemaakt volgens de Metodo Classico, de champagnemethode. De achterkleinzoon in de zoveelste graad van Antonio Carpenè, Antinio Carpenè Jr. richtte zelfs een consortium op voor op die manier producerende wijnmakers en bedong dat op die manier gemaakte Prosecco - en andere Italiaanse schuimwijnen - voortaan Talento moet genoemd worden (naar de topwijn van Antonio Sr.). Een betere kwaliteit houdt dat evenwel niet in: met de classico-methode kan je immers evenveel knoeien als met de Charmat-methode.
wat verandering aan te komen. We dronken steeds meer correcte - nog lang niet geweldige - Prosecco's. Geurige, bloemige wijnen met een persistente maar zeer fijne mousse. Lekker droog, maar toch met die typische zachtheid in de mond. Niet mis. Tot ik leerde kennis maken met de Prosecco's van Bortolomiol door toedoen van een fantastische restaurantuitbater, filosoof van het goede leven en Italiaanse Hasselaar bij uitstek. Strak, gortdroog, vinnige zuren, veel richting, maar aromatisch rijk en toch verfijnd, met die typische bittertoets die van een goede Prosecco een ideale aperitiefdrank maakt. Prachtige wijnen, zeker de nog geen € 20 kostende wijnen uit de toplijn. Wat miniem restzoet ja, maar perfect in evenwicht. Grote wijnen, zeker de Banda Rossa en de Cartizze-Prosecco: afkomstig van een stukje cru-gebied in Valdobiaddene (Valdobiaddene ligt op de heuvels en produceert meer mineralige wijnen met citrusaroma's, terwijl het vlakke Conegliano eerder zachte wijnen met perzikaroma's voortbrengt). Ik was meteen overtuigd.Zover moet je zelfs niet gaan. Heel gewone, maar echt goed gemaakte Prosecco's zijn die van Zardetto, met de bubbelduivel 'Bubbly' (op z'n Italiaans 'Boeblie') op het etiket. Zij bieden een mooi gamma instapwijnen aan. Allemaal correct evenwicht gevinifieerd in de verschillende stijlen. Want ja, Prosseco is en blijft nog steeds voor heel wat mensen een schuimwijn die zoet moet zijn. De range aan restsuikerstijlen moet dan ook correct vermeld worden op het etiket:
- Extra Brut - tussen 0 en 6 gram per liter
- Brut - minder dan 15 gram per liter
- Extra Dry - tussen 12 en 20 gram per liter
- Dry - tussen 17 en 35 gram per liter
- Abboccato - tussen 33 en 50 gram per liter
- Dolce - meer dan 50 gram per liter
Het vooroordeel dat elke Prosecco saai zou zijn, is daarmee al meteen gecounterd. Je hoeft daar zelfs niet Paris Hilton's chihuahua voor te zijn om er toch wat schwung uit te halen. Toegegeven, je moet zoeken om de fakes, de remakes en de A-cupcakes à la RICH te omzeilen, maar eens op weg blijf je ongemeen interessante exemplaren tegenkomen. Neem nu mijn laatste ontdekking, bijvoorbeeld, de Prosecco van Loris Follador: terug Prosseco zoals men die voor Carpenè maakte, back to the roots, back to terroir, zelfs bij Prosecco. Als dat niet hip is!

Dit artikel kwam tot stand in het kader van de zesde editie van de 'Vlaamse Wijnblogdagen'.
Meer alternatieven voor Champagne vind je op de volgende deelnemende wijnblogs:
Bubbels of toch Champagne anders door pvo op Wijnblog.be
Wijngerd over de marginalen in het hart van Champagne - Wijnmens - Disasterofwine over kleine maar dikwijls grootse alternatieven op Ikwilwijn.be met als toemaatje een alternatief van eigen bodem
Wijnkennis kiest alternatieven met voorkennis
Geen alternatief volgens Rick op Château sans Pretention
Foodfan over een overzees andere keuze op Culinair Atelier
Wat schitterend anders uit de Loire door Vinama
En weer eens een prachtig staaltje wijnproza van de pen van Gido Van Imschoot op Winetasting.be





