Kort geleden ... kort geleden? 3 maanden? Ik heb u wel ontzettend lang laten wachten op het vervolg van dit verhaal. Waarom, daar komt u nog wel achter. Laten we maar eens even verdergaan met dat laatste bericht. Even kijken ... we hadden het over lillend en bloederig vlees, met liefde gepaneerd en met gevoel gebakken in frituurvet: lamshersentjes met een zelfgemaakte tartaar.
1. Some wine, Clarice?
Er een wijn bij paren was een hersenpeinigende hoofdbreker: die lieftallige breintjes zijn namelijk nogal vet (en dat is een understatement), je paneert ze en je bakt ze dan ook nog eens in frituurvet. Een zalig resultaat: het krokante korstje en de smeuïge bijna zelf naar buiten sijpelende massa die openbarst in je mond ... een echte sensatie qua textuur. Vet, zeker, geen aanrader voor cholesterolfreaks, maar de smaak en het mondgevoel doet me die zorgen snel vergeten. Paul Krendler kon het niet overtuigender verwoorden in Hannibal: "That smells great". "Wat zou dr. Lecter erbij geserveerd hebben?", vraag ik me dan af. Een volle wijn, ja, maar hij moet ook genoeg zuren hebben en deftig aromatisch zijn, want hij moet tegen de tartaar opkunnen. Een riesling? Daar lijkt het wel op, wanneer de wijn, waar Clarice om vraagt in beeld komt: een hock-fles, de smalle, hoge fles voor Duitse wijnen of wijnen uit de Elzas. En toch, ik had de laatste dagen al heel wat riesling achter de kiezen en wilde even iets anders. Mijn lodderig oog viel op een fles die ik ooit meebracht uit de streek rond de Zuidelijke Garda-oevers: een Lugana Superiore van Tenuta Roveglia, varend onder de ronkende naam Filo di Arianna.
2. De kelder van Teresa.
Ik kreeg van Teresa drie mooie flessen mee bij ons vertrek: de eerste was een Cascina Colombara (Martinoel) Riviera del Garda Bresciano Rosso, zo een vergeten appellatie waarin wel eens prachtige bewaarwijnen van sangiovese en Barbera kunnen gemaakt worden; een fles uit 1990, die nog geschonken werd op een buffet waarop George Mitterand aanwezig was, wist Teresa me te vertellen. Ik heb ze nog niet opengetrokken, want ik vrees er wat voor ... . Ze zal waarschijnlijk net als haar befaamde referentie, dood en passé zijn. Een tweede was een fles Giacomo Conterno Monfortino 1964. Ik mocht het niet vertellen aan haar besnorde kapitein (il mio marito), drukte ze me op het hart. Nee, dat geloofde ik best: ik wilde ze eerst zelfs niet aannemen. Er zouden er minder de echtscheiding voor aangevraagd hebben. Maar ja, tegen de wil van een echte Italiaanse mamma is niet veel in te brengen, dus stak ik ze maar goed in zilverpapier gewikkeld snel weg. De laatste fles was de Filo di Arianna. Die dronk ze zelf graag en het was een recente ontdekking van haar man. Met wat schaamrood op de kaken stapte ik in de auto en stopte mijn drie flessen netjes weg. Teresa stond ons uit te wuiven ... . Ik ben er sindsdien niet meer geweest. Een schande eigenlijk, want als er iemand weer een bezoek verdient, dan is het Teresa wel.
Teresa had het wel weer bij het rechte eind: dit was een verduiveld goede fles. Ze was niet alleen goed, maar ook nog eens buitengewoon interessant. Een zeer visceuze, zware en rijke wijn zat in dat beestig zware glazen monster. De houtlagering was onmiskenbaar aanwezig, maar het was toch niet die houtlagering die garant stond voor het rijke aroma dat verwees naar supersappige nectarines, mango en gedroogd fruit. Het noterige karakter, de rondeur, dat was het hout, zeker. Maar er zat toch weer genoeg zuur onder om dat allemaal te dragen tot helemaal op het eind. Sappige frisheid miste ik misschien wel wat, maar toch ... dit was gewoon een knappe fles, al was het alleen al voor dat puntje springerige anijs in de afdronk. Meer nog, ik had zoiets nog nooit gedronken. Toch zeker niet van trebbiano. Dat moest ik toch maar eens uitvlooien ... .
1. Some wine, Clarice?
Er een wijn bij paren was een hersenpeinigende hoofdbreker: die lieftallige breintjes zijn namelijk nogal vet (en dat is een understatement), je paneert ze en je bakt ze dan ook nog eens in frituurvet. Een zalig resultaat: het krokante korstje en de smeuïge bijna zelf naar buiten sijpelende massa die openbarst in je mond ... een echte sensatie qua textuur. Vet, zeker, geen aanrader voor cholesterolfreaks, maar de smaak en het mondgevoel doet me die zorgen snel vergeten. Paul Krendler kon het niet overtuigender verwoorden in Hannibal: "That smells great". "Wat zou dr. Lecter erbij geserveerd hebben?", vraag ik me dan af. Een volle wijn, ja, maar hij moet ook genoeg zuren hebben en deftig aromatisch zijn, want hij moet tegen de tartaar opkunnen. Een riesling? Daar lijkt het wel op, wanneer de wijn, waar Clarice om vraagt in beeld komt: een hock-fles, de smalle, hoge fles voor Duitse wijnen of wijnen uit de Elzas. En toch, ik had de laatste dagen al heel wat riesling achter de kiezen en wilde even iets anders. Mijn lodderig oog viel op een fles die ik ooit meebracht uit de streek rond de Zuidelijke Garda-oevers: een Lugana Superiore van Tenuta Roveglia, varend onder de ronkende naam Filo di Arianna.
De cruciale scène in Hannibal waarin zelfs het haar
van de meest doorwinterde horrorfreaks recht overeind gaat staan.
Gebotteld in een waanzinnig dikke en zware fles lijkt dit echt wel zo het soort cuvée waarvan je denkt:"Ai, hier is wat te verbergen achter al die opzichtigheid". Ze was ook nog eens gemaakt van 100% trebbiano di Lugana, niet meteen een kwaliteitsdruif zo op het eerste gezicht. Is trebbiano immers niet die platte, weinig zeggende druif waarvan al even platte, weinig zeggende wijnen gemaakt worden in zowat heel Italië? Je kent ze wel, van die slobberwijntjes die je in elk hotel aan het Garda-meer in een karafje geserveerd krijgt bij pizza met würstel ... . En toch, ik wist dat dat niet zo kon zijn, want ik kreeg de fles van een de uitbaatster van één van de meest charmante Noord-Italiaanse hotelletjes waar we ooit verbleven. Teresa wist dat ik een wijnliefhebber was en dat ik in meer geïnteresseerd was dan de typische toeristenwijntjes of de klassieke internationale blockbusters waar ze je in zowat elke enoteca rondom het Garda-meer mee om de oren slaan. 's Avonds, terwijl we sigaren lieten verdampen op hun terrasje onder de geurende kamperfoelie, filosofeerden haar man - een echte capitano met een Nietzsche-snor - , mijn vader (ook met snor) en ik (voorlopig nog steeds zonder snor, want ik ben geen Spanjaard!) over wat er zo allemaal mis gegaan was in de Italiaanse wijnwereld. Echte wereldverbeteraars onder elkaar, die mekaar zelfs verstonden in het gebroken Italiaans dat mijn vader en ik er maar op los broebelden. Tja, er zomaar wat op los klagen en lekker nostalgisch worden - gedrieën meestal met toch een stukje in onze voeten - dat heeft ook zo zijn charmes, zeker wanneer er plots flessen oude, en nog steeds verrassend frisse freisa, grignolino of ruché (spreek uit roekéh, thx Mr. Haveanicewinetoday!) - enkele totaal vergeten druivensoorten uit Piemonte en Lombardia - op het gietijzeren tafeltje tussen het mist puffende gezelschap verschenen.van de meest doorwinterde horrorfreaks recht overeind gaat staan.
2. De kelder van Teresa.
Ik kreeg van Teresa drie mooie flessen mee bij ons vertrek: de eerste was een Cascina Colombara (Martinoel) Riviera del Garda Bresciano Rosso, zo een vergeten appellatie waarin wel eens prachtige bewaarwijnen van sangiovese en Barbera kunnen gemaakt worden; een fles uit 1990, die nog geschonken werd op een buffet waarop George Mitterand aanwezig was, wist Teresa me te vertellen. Ik heb ze nog niet opengetrokken, want ik vrees er wat voor ... . Ze zal waarschijnlijk net als haar befaamde referentie, dood en passé zijn. Een tweede was een fles Giacomo Conterno Monfortino 1964. Ik mocht het niet vertellen aan haar besnorde kapitein (il mio marito), drukte ze me op het hart. Nee, dat geloofde ik best: ik wilde ze eerst zelfs niet aannemen. Er zouden er minder de echtscheiding voor aangevraagd hebben. Maar ja, tegen de wil van een echte Italiaanse mamma is niet veel in te brengen, dus stak ik ze maar goed in zilverpapier gewikkeld snel weg. De laatste fles was de Filo di Arianna. Die dronk ze zelf graag en het was een recente ontdekking van haar man. Met wat schaamrood op de kaken stapte ik in de auto en stopte mijn drie flessen netjes weg. Teresa stond ons uit te wuiven ... . Ik ben er sindsdien niet meer geweest. Een schande eigenlijk, want als er iemand weer een bezoek verdient, dan is het Teresa wel.Teresa had het wel weer bij het rechte eind: dit was een verduiveld goede fles. Ze was niet alleen goed, maar ook nog eens buitengewoon interessant. Een zeer visceuze, zware en rijke wijn zat in dat beestig zware glazen monster. De houtlagering was onmiskenbaar aanwezig, maar het was toch niet die houtlagering die garant stond voor het rijke aroma dat verwees naar supersappige nectarines, mango en gedroogd fruit. Het noterige karakter, de rondeur, dat was het hout, zeker. Maar er zat toch weer genoeg zuur onder om dat allemaal te dragen tot helemaal op het eind. Sappige frisheid miste ik misschien wel wat, maar toch ... dit was gewoon een knappe fles, al was het alleen al voor dat puntje springerige anijs in de afdronk. Meer nog, ik had zoiets nog nooit gedronken. Toch zeker niet van trebbiano. Dat moest ik toch maar eens uitvlooien ... .





