Ik zit te bladeren in de tegenwoordig al zelfs gepersonaliseerde reclame van Colruyt die haast wekelijks de brievenbus verstopt: tuinmeubelen, parasols, ... ja zelfs zwembaden. Je zou haast geloven dat het mooie weer van de afgelopen maand (de zondvloed van de laatste week uitgezonderd) de dichte mistflarden van de BHV-saga en de grauwe donderkoppen van de gedaalde koopkracht uit haast ieders bezwaard gemoed deed verdwijnen als sneeuw voor de zon. Semi-permanente zwembaden met springplank en gratis zwembanden voor het hele gezin als het summum van commodity kitch, alleen een houdertje voor de champagneglazen ontbreekt nog. En alsof dat nog niet genoeg is, struikel je op ongeveer elke bladzijde over een barbecue in de meest knotsgekke uitvoering: gas, houtskool, elektrisch, met bijzettafeltje, keukenhulprekje, rood gelakt, brushed aluminium of paars met gele handvaten. Niet onlogisch, want als het nog maar 2 dagen boven de 20 °C is, gaat pa's gazet in de hoek, worden de mouwen opgestroopt en wordt hij plots barbecook!
1. The all-time toothstainer.
Bij de spierwitte koksmuts en de al even hagelwitte glimlach achter de bbq hoort in de meeste advertenties ook een flesje wijn naast de gebruikelijke vleesberg die op het rooster mag. Wijn swap je voor bier aan de toog, wijn nip je bij een aflevering The Simpsons op de buis, dus waarom ook maar niet bij een sappig stukje vlees vanop de barbecue? Al de Britse zorgen over binge drinking ten spijt, wijn is en blijft hier de drank bij uitstek die de vroegere bak bier tussen vrienden rond een gloeiende en sissende hoop houtskool vervangt. Meer nog, we drinken niet zomaar wijn bij barbecue, we drinken er barbecuewijn bij: wijnen, die volgens de wijnboer, de handelaar of de recensent bij uitstek kandidaatbegeleiders zijn voor gemarineerde spare-ribs, côte-à-l'os op z'n provencaals of een lekker pikant worstje.
De traditie wil dat de doorsnee begeleider van zulk sterk gekruid en gesausd vlees minstens een krachtpatser van een wijn is, een echte blockbuster die zelfs bij pikant zoetzure thaïse marinades of texaanse roastmixes nog steeds zijn mannetje weet te staan. Meestal evolueren we dan naar krachtige Nieuwe-Wereldwijnen, voornamelijk monocepagewijnen van Shiraz, Carmenère of Cabernet Sauvignon. Af en toe mag er al eens een Europeaan in het glas: een hitsige Spaanse stier of een broeierige Zuid-Franse wijn doen het ook goed volgens de experts. Alhoewel ... ook hier zit er - zoals de zegswijze wil - wel wat venijn in de staart. Doorgaans gaat het niet alleen om wijnen die een bijzonder rijke (dat is evenwel niet hetzelfde als complexe!) smaak hebben, of tanninisch meer dan goed onderbouwd zijn, maar ook om toothstainers die een stevig alcoholpercentage bezitten. Weg hagelwitte glimlach, maar ook weg frisse zomeravond. Ik wil hier evenwel niet weer eens de litanie van de te sterke alcholpercentages in moderne wijnen afsteken: is het hogere alcoholpercentage in balans met de rest van de wijn, dan hoor je mij niet klagen, al moet ik toegeven dat ik die stevige kerels naast de barbecue niet meteen zie zitten. Het warmende gevoel van wat meer alcohol (geen keelbrand zoals dat bij een onevenwichtige wijn het geval is) is me veel aangenamer bij een lamsbout met wintergroenten en een Alsace-gratin. Bij een welvoorziene barbecue, op een zwoele zomeravond wordt die alcoholwarmte echter al snel onaangenaam.
2. Onbeschaafde wijn meets The Flintstones.
Een dikke week geleden waren we nog eens te gast bij onze eigenste webmaster en diens eega. Zo'n uitnodiging gaat meestal niet verstoken van de gepaste bourgondische taferelen en bij deze vonden die natuurlijk plaats in de vorm van een barbecue. Een heel keure aan vlees: spiezen, verschillende soorten worstjes, stukken gepaneerd, ... en verschillende frisse slaatjes ontsproten aan het iconoclastische brein van Nigela Lawson, niet meteen simpel om daar iets mee te combineren. Ik had eigenlijk helemaal geen zin om de eerste de beste blockbuster mee aan tafel te brengen, dus zou het niet gemakkelijk kiezen worden. Na want rondddraaien in de kelder en een beetje gegrommel vanuit de gang besloot ik er dan toch maar een losse slag in te slaan: gewoon meenemen wat je lekker vindt of wat je wil proberen, that's it. Uiteindelijk kwam ik met een flesje Terre del Vesevo Beneventano Aglanico 2003 en een nogal eigenaardige wijn die me aangeraden was door Luc Van Innis: Le Roi Fainéant, een Syrah/Grenache/Carignan-blend, Côtes du Ventoux 2006 van La Ferme Saint Pierre, met zijn 16% toch de krachtpatser die ik uit eigen beweging liever zou vermijden. Enfin, hij was het proberen eens waard. Eens kijken hoe ver we komen met de aanzienlijke culinaire dogma's van deze tijd. Ook de dit keer bbq-master van de partij had wat uit z'n kelder opgediept. Na wat geparlementeer stonden er uiteindelijk drie uiteenlopende wijnen aan tafel: een Valpolicella, een Aglianico en een Côtes du Ventoux, we konden de proef eens op de som stellen.
Een eerste probleem dat al meteen onvermijdelijk blijkt bij de meeste bbq's is dat je gewoon teveel verschillende
soorten vlees hebt - net als de doorsnee kaasschotel - waarmee een wijn zou moeten accorderen. Aan zogenaamde passe-partoutwijnen hebben we lak, want die brengen ons toch niets bij, vaut mieux un coca als we op die manier vertrekken. Die wijnen zijn dan misschien zogezegd wel berekend om overal bij te passen, van de pikant zoetzuur gemarineerd Thaïs tot Texaans gekruide steak, maar in feite passen ze zo goed bij elk verschillende stuk vlees als de standaard-fotokader in de verschillende schilderijenzalen van het Louvre. Doorgaans zijn de wijnen die ons door de plaatselijke wijnhandelaar of het eminente korps aan Vlaamse wijncritici aangeraden worden immers eerder aan de forse kant. Hun passe partout-capaciteit bestaat er namelijk vooral in van zo ongeveer elk soort vlees op de bbq - hoe gekruid of gesausd ook - en elk bijgerecht compleet te overbluffen. Niet meteen waar pa van droomt als hij eindelijk eens mag cheffen. Gastronomische voldoening blijft zo jammer genoeg wel iets te ver af.
Aan de haast onoverkomelijke medaille van de mariage van zo'n wijn met alle mogelijke soorten vlees zit ook een keerzijde: ondertussen zijn zulke krachtpatsers - monsters zouden sommigen zeggen - gereduceerd of verheven, hoe je het ook wil, tot barbecuewijn, ten goede of ten kwade. In de idiosyncratische wijnwoordenschat van Herwig van Hove is het bijvoorbeeld een dysfemisme dat zich situeert binnen de regionen van wijnen die de biergrens niet halen of de goede tafel niet waardig geacht worden. Rustieke, zelfs wat brute wijnen die elke nuance en elegantie missen, het soort wijnen dat nog net bij de bbq kan. Die redeneerwijze heeft ondertussen al stevig wortel geschoten bij een hele schare betuigde wijliefhebbers: liever dan te riskeren dat je gelukzalige gasten je met veel omhaal uit de kelder tevoorschijn getoverde Montrose 1990 niet weten te appreciëren en er maar niet in slagen te begrijpen wat jij nu toch in die peperdure cru's ziet, absoluut geen barbecue, maar een beetje zweten bij een Consommé Henri IV, Timbales de Sole Grimaldi, Côtelettes d'Agneau Sarah Bernhardt en Coupes Adelina Patti (jaja, dat bestaat allemaal echt). Als je tegen beter weten in toch graag je gasten gerookt laat tafelen, dan liefst met een glaasje prik e poe basta ... .
3. Een Bacchant uit de vergeethoek.
Het kan ook anders. Alhoewel de hele wat connoisseurs met het idée fixe rondlopen dat wijn en bbq no-go zijn, kan je als rechtgeaarde wijnfreak best wel wat streken opsommen waar wijn en in openlucht geroosterd vlees onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Eén van die streken is het Italiaanse Emilia-Romagna, een streek die me na Umbrië erg nauw aan het hart ligt. Na de culinaire exploten in Toscane of Piëmonte kijk ik steeds reikhalzend uit naar de eerste avond in Emilia-Romagna. De eenvoudige, pretentieloze, maar zeer smakelijke keuken in een aardig warm maar erg bucolisch landschap is steeds weer een verademing na de brainy gastronomische kaartenhuizen van de dagen ervoor: heerlijk, intrigerend, zeker, maar als je één component mist is het geheel onherroepelijk om zeep.
Emilia-Romagna dat zich uitstrekt van het west- tot de oostkust over de zuidelijke helft van de Po-vlakte is doorgaans niet bekend, laat staan erkend in het buitenland. Alhoewel het behoort tot de grootste en de rijkste regio's van Italië zijn er slechts weinig mensen die voeling hebben met de identiteit
van Emilia-Romagna. In feite bestaat deze streek uit twee delen: het oostelijke gedeelte heet Emilia, naar de Via Aemilia die vandaar uit naar Rome voerde, behelst o.a. universiteitsstad Bologna, mondaine badstad Rimini en de ongeëvenaarde historische parels Ravenna en Ferrara. Parma, wat mij betreft de meest decadente en intrigerende stad van Italië, is de hoofdstad van het westelijke gedeelte Romagna. Buiten de eenzame autofreak die misschien wel weet dat deze streek de bakermat is van de Italiaanse bolides die luisteren naar overbekende namen als Ferrari, Ducati, Lamborghini of Maserati, vinden blijkbaar weinig toeristen het de moeite om deze streek te verkennen. Onterecht, want anders dan toeristisch lunapark Toscane (en niet Toscanië zoals de Vlaamse vakantiehuisjesbouwer het met het hoofd in de nek zo graag over de tong laat rollen) ligt in Emilia-Romagna de oorsprong van zowat alle producten die we spontaan associëren met de Italiaanse exportwoede: Prosciutto di Parma, Coppa di Parma, Mortadella di Bologna, de beide soorten van wat we hier genoegzaam Parmezaanse kaas noemen, Grana Padano en Parmeggiano Reggiano, Provolone en, naast zovele andere zaken Aceto Balsamico di Modena, Spaghetti con ragù alla Bolognese of Lasagne [nee, dat is geen typfout!] al Forno. En alsof dat nog niet genoeg is blijkt Emilia-Romagna ook de geboortegrond van de grote pastaproducenten als Barilla en co. of multinational avant la lettre Parmalat.
In tegenstelling tot Toscane - dat hier wel zeker een streepje voor heeft - is Emilia-Romagna absoluut niet bekend voor de keuken of de wijnen. Dat hoeft ook niet te verwonderen, want de keuken van deze uitgestrekte streek is in de meeste minstens rustiek te noemen. Raas je met de auto over de E45 dwars door de Po-vlakte, dan weet je ook waarom: graan, graan, graan en waar er geen graan staat, maïs, maïs, maïs of rijst, af en toe afgewisseld met groentenvelden of reusachtige boomgaarden waar men peren, abrikozen, perzikken of nectarines kweekt. Tegen de uitlopers van de Apennijnen aan wordt voornamelijk aan veeteelt gedaan. Een echte boerenstreek dus, hetgeen je ook proeft in de ietwat plompe, hartige keuken, waar gerechten als Tortelli di Patata of het onappetijtelijk uitziende maar zeer smakelijke Cotechino a le Verze op het menu staan.
Met de enogastronomie is het niet veel anders. De zichzelf respecterende connoiseur houdt het dan ook meestal voor bekeken na één glas Lambrusco, want dat is zowat de enige wijn die we kennen uit Emilia-Romagna. Als je de catalogi van de Belgische invoerders erop na slaat zal je ook maar weinig Emiliaanse wijnen aantreffen, simpelweg omdat ze - en dat is niet altijd onterecht - niet als grote referenties geboekstaafd staan. Toch kan een goede Lambrusco - en ik denk dan bv. aan de onneindig diverse Lambrusco's van Chiarli - in al zijn bescheiden eenvoud en jeugdige charme best te genieten zijn. Net als de bij de Trebbiano di Romagna of de Sangiovese di Romagna zijn het hun fraîcheur en lichtvoetigheid die hen zo genietbaar maken. In tijden als deze waarin het gouden kalf van de complexiteit aanbeden wordt als was het de nieuwe Messias van de wijnwereld, hebben deze wijnen jammer genoeg nog maar weinig betekenis en moeten ze stilaan baan ruimen voor met Merlot en Cabernet opgepepte IGT-Sangioveses (vnl. Rosso Rubicone en Sangiovese Rubicone) waarin dikwijls richesse en concentratie verkeerdelijk voor complexiteit gehouden worden (al wil dat niet zeggen dat er geen uitstekende wijnen tussenzitten!). Toch zijn het net die lichte, frisse wijnen die absoluut niet misstaan naast een langs alle zijden het al niet te nauw bemeten bord overhangende, op open vuur geroosterde Filetto di Manzo. Wat grof zout, vers gemalen peper, oregano en een sprits citroen erover zijn al genoeg om me tot het culinaire walhalla op te voeren. Niet onlogisch, want zelfs tijdens de zomermaanden, gebukt onder de broeierige hitte en de dompige vochtigheid die dan zelfs tegen de hellingen opkruipt zijn het net die lichte en frisse wijnen die je naar een tweede of zelfs een derde glas doen verlangen.
Dat was ook de vaststelling die wij mochten maken na wat geëxperimenteer ind e huurt van de gloeiende kolen. De Roi Fainéant was ontegensprekelijk een bijzonder interessante wijn, alhoewel het hem - zoals Luc me immers gezegd had - wat aan zuren ontbrak. Viooltjes e
n rode vruchten stoven zo op uit het glas evenwel zonder dat de alcohol roet in het eten kwam gooien. Anderzijds was het overduidelijk een wijn waarvan je na een tweede glas in de onweerachtige hitte best koninklijk achterover zou gaan liggen in plaats van nog wat in de bbq te staan blazen. De Aglianico was zonder twijfel de wijn van de avond: mooi geëvolueerd met een typerend smaakareaal van oude balsamico, geroosterde kruiden en zwarte chocolade. Toch stond hij er niet in full force: door de wijn even opnieuw binnen te proeven werd dat meteen duidelijk. Twee klassieke vooroordelen afdoende bewezen ... . Dan maar de wijn ingeruild voor wat anders? Niet dus. Waar de andere tafelgenoten liever verder gingen met Cola Zero en Spa Cactus, hielden onze eigenste webmaster en ikzelf voet bij stuk. Dat kon niet mis gaan want we hadden een magnum Valpolicella voor ons alleen. Recht uit de kelder, lichtjes koel, meer moest er niet zijn bij een paar lekkere spiesjes. Zonder gevolgen zo bleek, want de Teutoonse smurf die achteraf de keuken onveilig maakte had de wijn toen al lang ingeruild voor wat anders ... .
4. Pas de Fainéantise svp.
Barbecuetje? Laat maar komen, maar dan liefst zonder de heirschaar aan verschillende soorten vlees. Met een beperkte keuze aan vlees, vis of schaaldieren binnen een bepaalde lijn kom je immers veel verder en kan een bbq evenzeer een verfijnd festijn worden. Barbecuewijntje? Graag, zeer graag zelfs, maar liever niet volgens de heilige normen van half wijndrinkend Vlaanderen. Eenvoudig, jeugdig en fruitig, zodat we tot in de vroege uurtjes fris en monter kunnen genieten van een bourgondische vleestafel, geanimeerd gezelschap en lekkere wijn!
Dit artikel kwam tot stand in het kader van de derde editie van de 'Vlaamse Wijnblogdagen'.
Andere bbq-festijnen vind je verslagen op de volgende deelnemende wijnblogs:
pvo op Wijnblog.be
Wijngerd - Wijnmens - Disasterofwine op Ikwilwijn.be
Wijnkennis
Foodfan op Culinair Atelier
En Gido Van Imschoot op Winetasting.be






Ik