Eindelijk kan ik ook eens mijn duit in het zakje doen voor de wijncarrousel die Kaat (of was het nu Mr. HANWT?) opstartte na onze gezamelijke zwelgpartij ten huize Brabant. Vinikus à table, één van de vele merken waarronder wijnprofeet Gerd Brabant koers zet naar de top van de kleine wijnhandelaars in België, was die dag aan een prachteditie toe: Duitse cultwijnen. Meer moet dat niet zijn om het tienjarig bestaan van je zaak nog wat extra luister bij te zetten, denk ik zo. Ik kon dan ook moeilijk aan de uitnodiging van wijnheks Kaat weerstaan ... .
1. Paradepaardjes.
Deze Vinikus-à-table-editie was voor mij een echte voltreffer. Als je zo stilaan weet waarvan ik spontaan ga kwijlen, dan kon je dat al afleiden uit de artikeltjes die enkele andere wijnbroeders en -zusters over die avond schreven. Er werd onmiddellijk hoog ingezet met een Silvaner VINZ van Weingut Am Stein. Wat mij betreft, is dat zowat de beste Silvaner die je op deze planeet mag tegenkomen. Niet alleen de voorbeeldige concentratie en de schitterende mineraliteit maken deze wijn een uitzondering op hetgeen men meestal uit deze verguisde druif perst, maar ook het eerder strenge en erudiete karakter van deze cru uit Franken maken er een echte must van voor elke Duitse-wijnafficionado. Met zo'n glas als aperitief kon de rest van de avond natuurlijk niet meer stuk, al was het maar omdat ik het idiote idee in m'n hoofd kreeg even uit te wijden over de eschatologische accomodatie ten huize Knoll. De toon was meteen gezet: aan ons zeskoppig wijnbloggerstafeltje werd geproefd en gesnoepd, maar nog meer gelachen en geschaterd, op sommige momenten zelfs zo erg, dat ik de familietafel tegenover ons zich met gefronste wenkbrauwen over de volgende gang zag buigen: ai, weg deftig imago van de wijnbloggers. Weg de sérieux waarmee sommigen onder ons hun Moleskin opensloegen terwijl ze plaatsnamen aan tafel (ik voeg er even bij dat dat natuurlijk allemaal Kaats schuld was!). Wat had dat geweest wanneer ik voor de overige vier heren aan de dis, even lyrisch als altijd, de lof had gezongen van de behekste schoonheid van Sandra, de sterke vrouw achter deze schitterende wijn?
Wij zetten de avond verder met nog enkele andere paradepaardjes uit Gerds assortiment. Bij de tweede gang verscheen een spätburgunder van Knab, luisterend naar de welluidende (?) naam 'A IX' uit 2007 gevolgd door twee grepen uit de TriLoGie 2004 van Viret, in feite beide staalkaarten van het uiterste kunnen op hun domein. Enerzijds een 100% syrah, die nog lang niet zijn volle potentieel toonde en anderzijds een op het moment misschien lichtjes teleurstellende 100% mourvèdre, niet minder in de knop gekraakt. Ik kon die laatste wel velen, al was er een tikkeltje storende alcohol en werd de neus initieel sterk overvleugeld door acetyl. Ik liet mijn glas geduldig staan en vond aan het eind van de avond een duistere, gespannen wijn terug die barstte van de kruiden en de mineraliteit: mourvèdre tot de tweede macht. Het geheel werd afgesloten met een Huxelrebe TBA van Johannes Geil. Tja, hoeveel wijnboeren kunnen er van huxelrebe zoiets intrigerend maken? Dat Johannes er zijn hand niet voor omdraait werd met deze 2008 alleszins weer bevestigd.
2. Mijlpaal.
Jaja, u hebt het goed gezien: wat kwam er dan bij dat eerste gerecht, na het aperitief, aan tafel? Ik ben het niet vergeten. Hoe zou een mens trouwens zoiets kunnen vergeten? Een Morstein 2008 van Philipp Wittman. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: wat mij betreft één van de beste droge rieslings die ik ooit proefde. Zo goed dat ik er stil van werd, even het geschater en getetter aan mijn oren niet meer hoorde, Marlies - of was het nu Kaat? - van de proeftafel verdwenen leek en de rest van de ruimte scheen op te lossen in een melkwitte mist waarin alleen ik met mijn glas achterbleef. Emotioneel werd ik ervan: krop in de keel, waterlanders in aanslag. Zoiets drink je maar zelden. Dit kwam heel dicht bij de maagdelijke essentie van riesling. Pure vervoering.
U zal ook wel van die wijnen weten op te sommen die een mijlpaal werden op uw lange wijnontdekkingsreizen. Voor mij zijn dat wijnen die ik zo kan opnoemen en waarvan ik me dikwijls het aroma en het mondgevoel nog levendig voor de geest kan halen. Deze was er zo één. En niet alleen omdat de naam Morstein naar alle waarschijnlijkheid afkomstig is van Mar-stene in het (waarschijnlijk) Thuringisch, hetgeen niets anders betekent dan 'merksteen' of 'mijlpaal', maar ook omdat ik nog zelden een riesling met zo'n verbluffende concentratie en diepgang ben tegengekomen. Als er iets past bij de proefnotaboutade: 'het bleef maar duren', dan is het dit wel. Das Rheingold, Wagneriaans in de mooiste zin van het woord.
De kwaliteit van Wittmanns Morstein ontspruit natuurlijk niet alleen aan Philipps genie. Hij is inderdaad één van de beste jonge wijnbouwers van
Duitsland, maar hij bezit ook enkele bijzondere percelen wijngaard: Morstein, Brunnenhäuschen, Aulerde en Kirchspiel. Deze vier wijngaarden zijn alle Grosse Gewächse, grand cru-wijngaarden volgens het Duitse systeem. Morstein is volgens Philipp zijn beste wijngaard, hetgeen voor een groot stuk te wijten zou zijn aan de arme, moeilijk cultiveerbare ondergrond van deze cru. Deze bestaat uit wat men terra fusca noemt, een verre verwant van de Mediterrane of Australische terra rossa, een bodem die ontstaat uit een specifiek verweringsvorm van de onderliggende kalk- en mergellagen. Het grootste kalkaandeel spoelt weg uit de bovenste lagen van de bodem zodat enkel de minder oplosbare silicaten achterblijven, samen met bv. ijzer dat de bodem een rode of bruine kleur geeft. Alhoewel de toplaag van deze bodems een stevige hoeveelheid klei (silicaten) bevat, zijn ze niet echt geschikt voor een weelderige plantengroei: doorgaans worden er weiden op aangelegd, maar hier en daar in de wereld zijn ze al honderden jaren beplant met wijngaarden. Aangezien de wijnstokken moeilijk water en mineralen kunnen onttrekken aan terra fusca-bodems (dat heeft te maken met de ionenbalans in de bodem - o.a. afhanklijk van die silicaten - maar het zou ons te ver brengen hier nader op in te gaan), zijn ze verplicht zeer diep op zoek te gaan naar de nodige sporenelementen en voldoende water om hun dorst te lessen. Terra fusca-bodems durven in de zomer zelfs wel eens uit te drogen. Daardoor leveren ze doorgaans een veel minder rijke oogst op, maar is wat er geoogst wordt wel veel geconcentreerder van materie dan hetgeen men in andere omliggende wijngaarden met andere bodems kan verkrijgen.
De Morstein in Reinhessen is daar een mooi voorbeeld van: zijn dikke terra fusca-laag en de onderliggende kalkmergelsokkel (afzettingen van lagunes in de warme oerzee uit het Paleogeen, 65-24 miljoen jaar geleden) zorgen voor bijzonder geconcentreerde, diepgaande wijnen met een heel herkenbare kalkmineraliteit in het aroma. En laat Wittmanns Morstein in dat selecte gezelschap uitgelezen crus daar inderdaad een Mar-stene in zijn, een merksteen, of zelfs de Mor Stein, een duizenden jaren oude monoliet op het Schotse Shapinsay-eiland, een eenzame mijlpaal in een onmetelijke vlakte!
Met dank aan Vinama voor de foto van Wittmanns Morstein.
1. Paradepaardjes.
Klik voor u verder leest even op bovenstaande clip:
de prelude van Wagners Das Rheingold door de Berliner Phiharmoniker o.l.v. Lorin Maazel.
de prelude van Wagners Das Rheingold door de Berliner Phiharmoniker o.l.v. Lorin Maazel.
Deze Vinikus-à-table-editie was voor mij een echte voltreffer. Als je zo stilaan weet waarvan ik spontaan ga kwijlen, dan kon je dat al afleiden uit de artikeltjes die enkele andere wijnbroeders en -zusters over die avond schreven. Er werd onmiddellijk hoog ingezet met een Silvaner VINZ van Weingut Am Stein. Wat mij betreft, is dat zowat de beste Silvaner die je op deze planeet mag tegenkomen. Niet alleen de voorbeeldige concentratie en de schitterende mineraliteit maken deze wijn een uitzondering op hetgeen men meestal uit deze verguisde druif perst, maar ook het eerder strenge en erudiete karakter van deze cru uit Franken maken er een echte must van voor elke Duitse-wijnafficionado. Met zo'n glas als aperitief kon de rest van de avond natuurlijk niet meer stuk, al was het maar omdat ik het idiote idee in m'n hoofd kreeg even uit te wijden over de eschatologische accomodatie ten huize Knoll. De toon was meteen gezet: aan ons zeskoppig wijnbloggerstafeltje werd geproefd en gesnoepd, maar nog meer gelachen en geschaterd, op sommige momenten zelfs zo erg, dat ik de familietafel tegenover ons zich met gefronste wenkbrauwen over de volgende gang zag buigen: ai, weg deftig imago van de wijnbloggers. Weg de sérieux waarmee sommigen onder ons hun Moleskin opensloegen terwijl ze plaatsnamen aan tafel (ik voeg er even bij dat dat natuurlijk allemaal Kaats schuld was!). Wat had dat geweest wanneer ik voor de overige vier heren aan de dis, even lyrisch als altijd, de lof had gezongen van de behekste schoonheid van Sandra, de sterke vrouw achter deze schitterende wijn?Wij zetten de avond verder met nog enkele andere paradepaardjes uit Gerds assortiment. Bij de tweede gang verscheen een spätburgunder van Knab, luisterend naar de welluidende (?) naam 'A IX' uit 2007 gevolgd door twee grepen uit de TriLoGie 2004 van Viret, in feite beide staalkaarten van het uiterste kunnen op hun domein. Enerzijds een 100% syrah, die nog lang niet zijn volle potentieel toonde en anderzijds een op het moment misschien lichtjes teleurstellende 100% mourvèdre, niet minder in de knop gekraakt. Ik kon die laatste wel velen, al was er een tikkeltje storende alcohol en werd de neus initieel sterk overvleugeld door acetyl. Ik liet mijn glas geduldig staan en vond aan het eind van de avond een duistere, gespannen wijn terug die barstte van de kruiden en de mineraliteit: mourvèdre tot de tweede macht. Het geheel werd afgesloten met een Huxelrebe TBA van Johannes Geil. Tja, hoeveel wijnboeren kunnen er van huxelrebe zoiets intrigerend maken? Dat Johannes er zijn hand niet voor omdraait werd met deze 2008 alleszins weer bevestigd.
2. Mijlpaal.
Jaja, u hebt het goed gezien: wat kwam er dan bij dat eerste gerecht, na het aperitief, aan tafel? Ik ben het niet vergeten. Hoe zou een mens trouwens zoiets kunnen vergeten? Een Morstein 2008 van Philipp Wittman. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: wat mij betreft één van de beste droge rieslings die ik ooit proefde. Zo goed dat ik er stil van werd, even het geschater en getetter aan mijn oren niet meer hoorde, Marlies - of was het nu Kaat? - van de proeftafel verdwenen leek en de rest van de ruimte scheen op te lossen in een melkwitte mist waarin alleen ik met mijn glas achterbleef. Emotioneel werd ik ervan: krop in de keel, waterlanders in aanslag. Zoiets drink je maar zelden. Dit kwam heel dicht bij de maagdelijke essentie van riesling. Pure vervoering.U zal ook wel van die wijnen weten op te sommen die een mijlpaal werden op uw lange wijnontdekkingsreizen. Voor mij zijn dat wijnen die ik zo kan opnoemen en waarvan ik me dikwijls het aroma en het mondgevoel nog levendig voor de geest kan halen. Deze was er zo één. En niet alleen omdat de naam Morstein naar alle waarschijnlijkheid afkomstig is van Mar-stene in het (waarschijnlijk) Thuringisch, hetgeen niets anders betekent dan 'merksteen' of 'mijlpaal', maar ook omdat ik nog zelden een riesling met zo'n verbluffende concentratie en diepgang ben tegengekomen. Als er iets past bij de proefnotaboutade: 'het bleef maar duren', dan is het dit wel. Das Rheingold, Wagneriaans in de mooiste zin van het woord.
De kwaliteit van Wittmanns Morstein ontspruit natuurlijk niet alleen aan Philipps genie. Hij is inderdaad één van de beste jonge wijnbouwers van
Duitsland, maar hij bezit ook enkele bijzondere percelen wijngaard: Morstein, Brunnenhäuschen, Aulerde en Kirchspiel. Deze vier wijngaarden zijn alle Grosse Gewächse, grand cru-wijngaarden volgens het Duitse systeem. Morstein is volgens Philipp zijn beste wijngaard, hetgeen voor een groot stuk te wijten zou zijn aan de arme, moeilijk cultiveerbare ondergrond van deze cru. Deze bestaat uit wat men terra fusca noemt, een verre verwant van de Mediterrane of Australische terra rossa, een bodem die ontstaat uit een specifiek verweringsvorm van de onderliggende kalk- en mergellagen. Het grootste kalkaandeel spoelt weg uit de bovenste lagen van de bodem zodat enkel de minder oplosbare silicaten achterblijven, samen met bv. ijzer dat de bodem een rode of bruine kleur geeft. Alhoewel de toplaag van deze bodems een stevige hoeveelheid klei (silicaten) bevat, zijn ze niet echt geschikt voor een weelderige plantengroei: doorgaans worden er weiden op aangelegd, maar hier en daar in de wereld zijn ze al honderden jaren beplant met wijngaarden. Aangezien de wijnstokken moeilijk water en mineralen kunnen onttrekken aan terra fusca-bodems (dat heeft te maken met de ionenbalans in de bodem - o.a. afhanklijk van die silicaten - maar het zou ons te ver brengen hier nader op in te gaan), zijn ze verplicht zeer diep op zoek te gaan naar de nodige sporenelementen en voldoende water om hun dorst te lessen. Terra fusca-bodems durven in de zomer zelfs wel eens uit te drogen. Daardoor leveren ze doorgaans een veel minder rijke oogst op, maar is wat er geoogst wordt wel veel geconcentreerder van materie dan hetgeen men in andere omliggende wijngaarden met andere bodems kan verkrijgen. De Morstein in Reinhessen is daar een mooi voorbeeld van: zijn dikke terra fusca-laag en de onderliggende kalkmergelsokkel (afzettingen van lagunes in de warme oerzee uit het Paleogeen, 65-24 miljoen jaar geleden) zorgen voor bijzonder geconcentreerde, diepgaande wijnen met een heel herkenbare kalkmineraliteit in het aroma. En laat Wittmanns Morstein in dat selecte gezelschap uitgelezen crus daar inderdaad een Mar-stene in zijn, een merksteen, of zelfs de Mor Stein, een duizenden jaren oude monoliet op het Schotse Shapinsay-eiland, een eenzame mijlpaal in een onmetelijke vlakte!
Met dank aan Vinama voor de foto van Wittmanns Morstein.






Ik