The Orbis of Wine

A journey into wine by the True and Only Fratres Organoleptici

  • Vergroot letter grootte
  • Standaard letter grootte
  • Verklein letter grootte
Home Artikels Mariages Eetcultuur? Dìt is eetcultuur!

Eetcultuur? Dìt is eetcultuur!

E-mail Print PDF
Buikgriep en sinusitis, het zijn vermoedelijk de ergste kwalen die een hedonist op zijn levensweg kan tegenkomen: geen trek hebben, niets ruiken, niets proeven, een aanhoudend hol gevoel in de maag, ... . Een vloek voor iedereen die zijn grauwe bestaan zo graag opvrolijkt met het beste dat natuur en cultuur ooit samen voortgebracht hebben: een goed bord, een goed glas, een gezellige tafel. Ik mocht dan enkele dagen geleden nog maar net als uit de doden herrezen voelen, het eerste wat me terug op de been bracht was een uitnodiging om buitenhuis bij te schuiven aan een bijzonder goede tafel.

1. Walking diner rev.
Zo nu en dan moet Mr. Winejockey toegeven aan die onweerstaanbare drang zijn casserollen in te duiken. Omdat dat niet zonder de nodige gevolgen is, nodigt hij daarbij meestal enkele toevallige voorbijgangers uit om samen de geleden schade netjes op te kuisen. Dat is geen gemakkelijke klus, zeker niet met een aperitief en een zestal gangen voor de boeg. Je krijgt er zelfs onzettende dorst van, dus bracht elke passant ook maar meteen enkele lekkere flesjes mee. Een mens moet toch iets hebben om naar uit te kijken, niet? Altijd klaar om een helpende hand te bieden, waren Cabernette en ikzelf natuurlijk van de partij.
Magnalitza-varkenGa nu alsjeblieft niet over en weer kuieren voor Mr. Winejockey's voordeur: zo toevallig waren de voorbijgangers niet. Ze werden handmatig door de gastvrouw uit een meute peripatheten geselecteerd. Rond de tafel zat een handjevol halfgare foodfreaks (foodies vind ik maar een nuffig woord) dat de krokante garnaalkroketten (het visitekaartje van Winejockey’s keuken), een lekker smeuïg pompoensoepje, poedelig gekruld Hongaars varken of de sappige stukjes iets minder poedelig everzwijn zeker naar waarde kon schatten. Niet alleen de selectie van de ingrediënten was onberispelijk, maar natuurlijk ook – God verhoedde dat ik dit woord ooit neerschreef – de cuisson van de gerechten was perfect.
Het kan misschien een beetje veel lof lijken, maar ik doe er toch nog graag een schepje bovenop. Ik voelde me immers een beetje de mislukte tovenaarsleerling die maar wat staat te klungelen in de werkplaats van de meesterkol. Een gevoel dat me wel meer bekruipt op zulke momenten. Het heeft op mij hetzelfde effect als het lezen van een artikel van één van de coryfeeën uit de literatuurstudie of de literatuurtheorie (mijn vakgebied): in plaats van me er wat aan op te trekken, word ik er een moedeloos van. Als ik mijn denkwerk, mijn schrijf- of kookkunsten vergelijk, vind ik mezelf steeds maar wat knullig aanmodderen.
Hier was het de kruiding van de gerechten die het deed: subtiel en ondersteunend, maar toch net merkbaar. Juist genoeg om het hele gerecht op te tillen tot een hoger niveau, zonder daarbij gevoel voor nuance en het totale smaakbeeld uit het oog te verliezen. Er werd een paar keer gezegd: “Als je weet dat het erin zit, dan proef je het, maar anders niet.” Dat moeilijke evenwicht mis ik in veel keukens. Zelfs de chefs van heel wat toprestaurants blijken wel eens wat te zwaar of te licht te kruiden. Misschien is het zelfs wel één van de moeilijkste aspecten van het koken. Teveel van dit, te weinig van dat ... . Het moet enorm veel oefening en ervaring vereisen, maar ongetwijfeld ook aangeboren fingerspitzengefühl, om telkens opnieuw een mooi evenwicht te bekomen.

Ik had u graag wat laten watertanden met enkele foto’s van de gerechten en van de wijnen die we erbij proefden, maar ik vergat spijtig genoeg mijn camera (een goede reden om dit nog eens over te doen!). Hopelijk geeft een menu en een lijstje van de geproefde wijnen toch een beeld van een diner waarmee je de doden uit hun graf deed opstaan.

- paté van everzwijn, paté van hinde, paté van hert, Poilâne-brood, confit van ui, confit van witloof
- pompoensoep, koriander
- krulvarken, groene kool, paddestoelen, walnoten
- everzwijnworst, witloof, aardappelpuree
- ribstuk van everzwijn, knolselderpuree, gebakken pastinaak, fruitchutney
- mangosorbet, gegrilde ananas, gerilde gember
- baba au rhum, crème patissière, opgeklopte room

Onze – d.i. Cabernettes en mijn – favoriet was het stukje krulvarken. Dat was zo perfect gebakken dat ik er de tranen van in m’n ogen kreeg; “lame!”. Nee, het was gewoon het sappigste en smakelijkste stukje zwijn dat ik ooit at. De groene kool, paddestoelen en de walnoten, zeer sec bereid, gaven het herfstige karakter van deze gang meer breedte, terwijl het eerder lichte (toch voor vaken) Mangalitza-vlees voor het sap in het gerecht zorgde. Alleen al de heerlijke sensatie van dat mooi egaal aangebraden, wat veerkrachtige vlees dat bij elke beet gutsend sap vrijgeeft, deed me verlangen naar meer.


2. Hersenloos zuipen.

Daarbij gingen de volgende wijnen in het glas. (Nee, er werd niet gezocht naar mariages: er werd gewoon hersenloos gezopen)

- Jacques Lassaigne, Brut
Deze Champagne is ondertussen uitgegroeid tot een klassieker in ons midden: we leerden hem kennen in Bistrot de la Poste en waren meteen verknocht aan de ragfijne pareling, de sierlijke elegantie en de zeer heldere aroma’s. Van deze cuvée stonden twee flessen op de aperitieftafel: één uit 2007 en één uit 2009, waarvan, verbazingwekkend misschien, 2009 wat frisheid miste in vergelijking met 2007. De afdronk hield het meer op broodkruim dan op de sappige appels die je opwachtten na de brioche en citruszeste in de aanzet. Ik ben zelf niet de grootste Champagne-liefhebber, maar voor deze Lassaigne, een Fallet-Prévostat of een Bollinger (ja, traditioneel, maar verdomd goed), zal ik niet snel afslaan.

- Clemens Bush, Riesling Spätlese Trocken ** 7/16 2006
Een eerste fles van de drie die ikzelf meebracht. Tot mijn grote verbazing was ze haar zuren blijkbaar kwijt wat de natuurlijk de fraîcheur niet meteen ten goede kwam. In de neus was ze daarentegen niet mis met vooral gekonfijte agrumes, amandelpasta en een fijn vleugje pétrolé, maar in de mond nogal vlak en vermoeid met een alcoholbitter op het eind. Gelukkig redde de gastvrouw mijn gezicht door de fles met veel smaak praktisch op haar eentje te legen.

- Frank Cornelissen, Munjibela, 2009
Zoals alle wijnen die avond proefden we ook deze fles blind, maar niemand kon raden welke druivenrassen of welke streek we in het glas hadden. Het leek nog het meest een chenin blanc uit de Loire. Een misser van zo ongeveer 4000 km, want deze wijn werd op de Etna gemaakt met lokale witte druivenrassen. Dat we deze wijn dan toch situeerden in de Loire spreekt boekdelen. Voor een wijn die zo’n zuidelijke wortels heeft, had deze Munjibela een onwaarschijnlijke frisheid en sappigheid die ik spontaan nooit zou associëren met een Siciliaan (van COS heb ik zoiets bijvoorbeeld nog nooit geproefd). Lichtjes volatiel op de neus, met weelderig exotisch fruit, maar tegelijkertijd ook groene appel en een vreemde kruidigheid die ik moeilijk kan thuisbrengen. Ze doet me om de één of andere reden altijd denken aan sleedoorn of zelfs het lichtjes wrange van jeneverbes. Cabernette greep – hoewel ze Bobette was – toch een paar keer terug naar deze fles, een gebaar dat meer zegt dan een hele proefnota.


Na het pompoensoepje zetten we in met een flight van vijf gamays:

- Francuska Vinarija, ‘Zelja’ 2008

Dit domein was voor mij de ontdekking op Megavino van dit jaar – een beurs waarop ik toch eigenlijk nooit de hoop koester wat nieuws te ontdekken: Servisch, maar opgestart door twee Bourgondiërs (Estelle en Cyrille) die het geluk – en de onbedorven wijngaarden – elders gingen zoeken. Ik zocht al een tijdje een frisse zomerwijn en met deze gamay leek ik hem gevonden te hebben: een sappige clairet gemaakt van 100% gamay Manchot à petit grain (dank je, D.!). Een fles waarvan ik mordicus zeker was dat ze zou overtuigen. Maar ook deze fles liet me compleet in de steek: zoetig, rond, géén zuren, echt géén. Het was precies of er een totaal andere wijn in de fles zat. Ik kon bijna onder tafel kruipen, al was het maar omdat ik hem met iets teveel tromgeroffel en trompetgeschal had aangekondigd. Moest ik al vrezen voor de volgende fles?

- Sunier, Morgon 2009

Een ontdekking van Winejockey. Ik had er de rosé al van geproefd (zalig, een tikkeltje restzoet, ochtendbries, bloemig) die belachelijk goed was voor zijn prijs aan het domein. Ook deze Morgon, die natuurlijk veel krachtiger en geconcentreerder was dan zijn kleine broertje, was een schot in de roos: geconcentreerd fruit (maar natuurlijk geconcentreerd, of course!), met wat peperigheid en kruiden. Fantastische spankracht over de hele lengte en zo van die zuren waarop je zou willen surfen. Damn, die gast kan een stukje wijn maken. Ongelooflijk lekker. Een dozijn flessen zou in mijn kelder nog geen maand overleven.

- Marcel Lapierre, Morgon 2009

Tja, die mocht vanzelfsprekend niet ontbreken. Winejockey en ikzelf hadden een dikke week ervoor de kans gekregen er wat van in te slaan, en die kans hadden we dan ook maar netjes aangegrepen (zeg nu zelf ...). Heel gesloten, nogal zwart voor een gamay zelfs en ook in de mond bien serré. Geconcentreerd ook weer (blijkbaar een kenmerk voor 2009 in de Beaujolais waar de één beter mee wist om te gaan dan de ander) en heel strak gestructureerd (gelukkig), maar veel te jong. Als Morgon de bewaarwijn van de Beaujolais is, dan is dit een typevoorbeeld, denk ik. 12 flessen, hoe moeilijk zou het zijn hier wat van te laten liggen ... ? Onmenselijk moeilijk.

- Jean Foillard,
π 3,14, 2007
Foillard PiDe ‘top’cuvée van Foillard – niet dat ik geloof in topcuvées, maar bon – ook een Morgon, een Côte de Py voor wie het niet begrepen had, of voor wie het wil weten. Nukkige neus met veel volatiele aciditeit. Kwam wel rond na wat staan in het glas, maar bleef toch nogal aan de lactische, bitsige kant. Moeilijk de vinger op te leggen wat er scheelde: geen fout of onevenwicht, gewoon een fles die zich niet liet drinken. Lekker, maar niet op z’n best die avond, zoveel was wel duidelijk.

- Hervé Souhaut, La Souteronne, Ardèche 2008

Gamay uit de Ardèche: er zullen er ondertussen wel zijn die denken dat ik moeite moest doen om rechtop te blijven zitten naarmate de maaltijd verder vorderde. Toch niet, inderdaad een gamay uit de Ardèche. Het schijnt dan nog wel dat die gamay de beste wijn is van Hervé. En dat wil ik echt wel geloven – ondanks het feit dat ik geen enkele van zijn andere wijnen geproefd heb – want dit was verdomd lekker. Niet echt charmant in het begin, het leek wel net of er plots een varken onder de tafel zat (rustiek!), maar dat kwam wel goed na wat geduld oefenen. Naar het eind van de avond werd hij voor sommige peripatheten zelfs de beste wijn van de avond: kruidig, haarfijn afgelijnd fruit, zuren die constant de spanning erin houden. Hell of a good wine.


Er was ondertussen al wat zwijnerij op tafel verschenen. Met de Hongaarse poedel achter de kiezen en tot worst gedraaid everzwijn voor de neus begonnen we aan een tweede flight wijnen. Allemaal verschillende druivenrassen deze keer en bovendien ook nog eens heel verschillende wijnen:

- Domaine Peyra

Weer zoiets waarmee St Etienne op de proppen kwam. Ik weet niets meer over deze wijn te vertellen dan dat hij verdeeld wordt door Jean-Marc Brignot. Waar hij vandaan kwam weet ik niet meer, van welke druivenrassen hij gemaakt werd wisten we toen al niet, ... enfin, een wijn voor de vergeetput bijna, ware het niet dat hij gewoon echt lekker wegzoop: pretentieloos lekker, en dan nog eens voor geen geld (hoeveel was het nu weer? 3 euri, 4 euri/fles? Ook vergeten). Iets wat je altijd wel in huis wil: simpel rood fruit, simpel wat kruiden erop, een beetje zuur erin, en klaar die handel, een lekkere fles. Gimme more. Om jezelf de eeuwige vergetelheid in te drinken.

- Gérard Schueller, LN12, Pinot Noir, Vin d’Alsace 2008

Een oude bekende ondertussen, de LN12 van Bruno. Schuellers pinot noir is wat mij betreft het enige bewijs dat je in de Elzas wel goede wijn vindt gemaakt van pinot noir. Vergeleken met het traditionele kleffe goedje, dat meestal verexcuserend rosé genoemd wordt, is Schuellers pinot een krachtpatser uit de zwaargewichtcategorie. Maar soms, ... soms loopt het mis. Winejockey en ik hadden het al eens bij een andere fles gemerkt en deze fles had het ook weer, zij het in veel mindere mate : een vreemd, storend duf havermoutaroma. Bij die andere fles was de wijn praktisch ondrinkbaar geworden, bij deze fles stoorde het maar lichtjes, maar het versluierde wel de fraîcheur en het pittige karakter van klein rood fruit en veenbessen.

- Domaine Viret, Emergence, Côtes-du-Rhône 1999

Ze mogen misschien wel compleet dolgedraaid zijn, maar de gebroeders Viret maken toch verdomd mooie wijn. Ook deze meer dan 10 jaar oude Emergence toonde dat nog maar een feilloos aan. Hij werd niet door iedereen gesmaakt, maar ik vond ‘m met zijn tertiaire aroma’s heel mooi samengaan bij het ribstuk van everzwijn.

- Francuska Vinarija, ‘Tajna’ 2008

De derde wijn die ik meebracht die avond en de derde waarmee ik mijn gezicht verloor. Ook deze wijn is afkomstig van het Servische domein dat ik ontdekte op Megavino. Hij kwam toen enorm sterk uit de hoek : mineralig, sappig (natuurlijk), mooi, rijp fruit en géén hout. Eén van de weinige cabernet sauvignons (er zit eigenlijk ook 5% franc in) die ik lekker vind. Ik schonk hem uit, rook en ... vanille, aaaaaargh. Vanille, hoe kan dat nu? Het was precies of er een vanillestokje in de wijn zat. En te weten dat Cyrille en Estelle geen, maar dan ook geen één nieuw vat gebruiken. Ik werd er mottig van en stil en apologetisch. Tja, kan iedereen overkomen was het antwoord. Geloof ik best, maar damn, ik begon aan mezelf te twijfelen: proef ik niet fatsoenlijk meer of wat? Of heb ik zoveel brol gezopen de afgelopen maanden dat ik het verschil niet meer proef? En toch, nee, lag het aan de wijnen dan? Ik heb ze niet alleen geproefd, toch? Ik was toch niet de enige die deze wijnen, toen we ze eerst proefden, ontzettend lekker vond? Ik vond het achteraf bekeken ook heel vreemd dat alledrie de wijnen die ik meebracht het lieten afweten. Zoiets kan moeilijk aan de wijnen zelf liggen. Kwam het door de lange rit in het stormweer? Wie zal het zeggen.


Na de beide desserts – zalige baba – kon ik het persoonlijk falen gelukkig verdrinken in een glas vin jaune meets Champagne:

- Fallet-Prévostat, Brut 1974

Fallet-Prévostat 1974De récemment dégorgées van Fallet-Prévostat blijven voor mij wijnen die me over de streep haalden voor Champagne: blijkbaar bestonden er echt wel interessante wijnen in Champagne. Ze zijn voor mij de eerste aanzet geweest om Champagne wat meer te verkennen. Deze had misschien als minpunt dat hij praktisch geen bulle meer had, maar voor mij was dat geen minpunt, integendeel zelfs: dit was gewoon ontzettend boeiende stille wijn geworden, met een heel complex aroma van noten, koninginnewas, gedroogde citrusvruchten, enz. Een glas waarnaar je verlangt na zo’n avond: om te overklassen wat ervoor geproefd werd, om te vergeten wat voor rommel je zelf meebracht.


Absolute winners van de avond waren voor mij duidelijk de Sunier en de Fallet 1974, met de Sunier op kop. Suniers Morgon was zo’n zeldzame wijn waarover je eigenlijk niet veel kan zeggen net omdat hij zo af is. Vergelijkingen met minder of meer gaan niet op, deden niet ter zake. De fles stond op zich: het toonbeeld van evenwicht, mooie zuren die van in de aanzet tot de allerlaatste caudalie van de afdronk het pure gamay-sap structuur geven. Om intraveneus de rest van je leven van te genieten.
Enkele dagen later kreeg ik van de gastheer een mailtje in de bus met een paar woorden van dank voor de fijne avond. Alsof hij ons moest bedanken. Nee, jongeman, de eer was geheel de onze. Winjeockey vond dat we het nog eens moesten overdoen: ik kan al niet wachten tot ik nog eens toevallig voorbij loop. En ik zal niet de enige zijn. Hopelijk breng ik dan ook maar wat flessen mee die het die volgende keer beter doen ... .
LAST_UPDATED2  

Reacties  

 
0 #2 Thomas Schampaert 20-12-2010 10:47
Hm,daar ga ik dan toch eens gauw naar informeren ...
Citeer
 
 
0 #1 Thomas Schampaert 16-12-2010 19:42
Rick zei:
Was die Marcel Lapierre de sans Soufre ? Die drink ik nu en hij is heerlijk !


Het was geen sans soufre, want die konden we hier niet vastkrijgen. Ben jij ze ter plekke gaan halen?

@frank: ik wist niet dat Mangalitza (of Mangalica op z'n Hongaars, inderdaad) ook gekweekt werd voor Iberico. Verklaart veel natuurlijk. Alhoewel Duke of Berkshire ook niet te versmaden valt natuurlijk ...
Citeer
 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Toekomstige activiteiten

Geen evenementen