The Orbis of Wine

A journey into wine by the True and Only Fratres Organoleptici

  • Vergroot letter grootte
  • Standaard letter grootte
  • Verklein letter grootte
Home Artikels Faits divers
Fait Divers

Zonder wijn ...

E-mail Print PDF
Ik reed er vanavond weer mee naar huis.
Vóór mij slechts wat wazige lichten die voor elke bocht aan- en uitknipten, achter mij een in geel argonlicht wegschietend wegdek waarover je met een geruststellende kandans voortspringt van de ene betonplaat naar de andere. In de verte de verstrooide schijn van het eerstvolgende dorp reikend naar een koele maan en wat slaperige sterren. Plots lossen de wielen begane grond, tilt een logge 1600 cc zich op als wat verdwaald stof dat opwarrelt in een maanzucht. Wegmarkeringen, verlangende bloesems, dim verlichte, nepgouden cafeetjes met lachende habituees, ... allemaal puzzelstukken van een verlaten 20ste-eeuws decor. De werkelijkheid wordt plots kleiner dan de auto, zakformaat, op een houten plaatje, omgeven door water en witte snippers, met daarop in door gretige vingers haast weggevaagde letters: "Wereld".



Sigur Ròs, Ára Bátur, song uit Með suð í eyrum við spilum endalaust,
live recording 22 april 2008, Abbey Road Studios.

LAST_UPDATED2
 

Lessen in bescheidenheid - Deel 1: blind, objectief en corporate

E-mail Print PDF
Het moest weer eens lukken. Je hebt net weer eens artikeltje afgewerkt tussen de soep en de patatten – of toepasselijker: tussen een Chenin en een Riesling – waaraan je nog enkele foto’s moet toevoegen zodat het de avond zelf nog op de blog kan gezwierd worden en lap! Vergeet het publiceren maar, want enkele Vlaamse Wijnblogs verderop werd de dag voordien een post gepubliceerd over net hetzelfde onderwerp. Om de kriebels van de krijgen, zoiets. Meer nog, het wordt een beetje griezelig, want St-Etienne en ik blijken wel meer gemeen te hebben dan die telepathische wijnlink. Enfin, er zit dan maar één ding op: je materiaal niet laten verloren gaan en er een andere draai aan geven, zodat je je lezers alsnog wat origineels kan bezorgen. Van mekaar afschrijven heeft immers geen zin, dat doet onze gevestigde wijnpers al meer dan genoeg.

1. Objectiviteit en corporate strategies.
Blind?Als je over het fenomeen ‘blindproeven’ wat wil schrijven, kan je eigenlijk niet buiten de incontournables van het hedendaagse wijndiscours. Aan de ene zijde vind je Robert Parker met zijn rijke schare acolieten, aan de andere zijde, diametraal daartegenover vind je Kermit Lynch, aanvoerder van een ongeorganiseerde bende ketters die het niet zo begrepen hebben op de corporate strategies in de wijnbizz en de wijnkritiek.

Kort samengevat kan je hun beide argumentaties als volgt begrijpen: Parker, de club achter Winespectator en bijvoorbeeld de tastingpanelleden van heel wat internationale tijdschriften zweren bij het blindproeven. Volgens hen is proeven zonder dat je eigenlijk echt weet wat er in je glas gaat de enige manier om te verzekeren dat je onbevooroordeeld oordeelt over de wijn in je proefglas. Dat onbevooroordeeld proeven wordt in hun denktrant ook rechtstreeks verbonden met objectief proeven. Het valt er in de meeste gevallen zelfs mee samen (dat is absoluut niet zo en zegt meer over het hun discours dan over hun proefmethodologie; maar, dat is stof voor een ander artikel). Het is voor hen bovendien het argument bij uitstek om de bekomen proefresultaten in cijfers te gieten, op 20, of, met de meeste navolgers, op 100. Die zijn eenduidig te interpreteren, zo redeneert men, en weerspiegelen nauwkeurig de kwaliteit van de besproken wijn in kwestie. Ook hier speelt het objectieve aura dat rond cijfers hangt een legitimerende rol. De proef- en evaluatiemethodolgie van Parker en co. blijkt daarenboven nog eens met gretigheid onthaald in de wijnbizz. En terecht, want cijfers worden inderdaad als objectief opgevat door koper en verkoper en blijken en plus een snelle, handige manier van communiceren in een wereld waar er – meer dan de idylle dat zou willen – belang gehecht wordt aan getalletjes en cijfers (of die nu uit de titratiepipet van de oenoloog, het Excelsheet van de kasteelboekhouder of de pen van de wijncriticus komen). Kunnen we Parker dat verwijten? Nee. Alhoewel hij met de vinger gewezen wordt voor het debiliseren van het wijndiscours door het invoeren van zijn sterk objectief overkomende 100-puntensysteem, ligt het succes en de uiteindelijke gevolgen van deze efficiënte manier van communiceren niet zozeer bij hem, maar wel bij de vele actoren in de business en een ontzagwekkende horde wijn(ver)kopers (ik spreek met opzet niet over proevers) die het puntensysteem aanwenden als een marketingstrategie of als een objectieve, oncontesteerbare vorm van prijsverzekering.

2. Fast wine.
Kermit LynchAan de andere zijde van het spectrum staat Lynch, die met zijn common sense-benadering (Parker gelooft opvallend genoeg ook dat hij de common sense terugbracht in de wijnkritiek, maar vult dat toch heel anders in – ook stof voor een ander artikel!) en zijn meer op context gebaseerde omgang met wijn. Lynch’ Inspiring Thirst, een vuistdikke bundel proefnota’s leest als een roman, simpelweg omdat niet elke wijn beschreven wordt in termen van fruitkorven, snoepwinkels en wegenwerken. Blind proeven is voor Lynch dan ook even erg uit den boze als het voor zijn goeroe Richard Olney was. Puntenscores ook al. Volgens Lynch kan je een wijn ook maar appreciëren wanneer je weet door wie, hoe en waar hij gemaakt is. Of nog beter: wat de context is waarin een wijn ontstaat. Een wijn objectief willen beoordelen komt op hetzelfde neer als een boek willen bespreken en focussen op de dikte van de kaft, de flaptekst, de coverprent en de bladspiegel. De inhoud en de verwijzingen naar de tekstuele en buitentekstuele werkelijkheid worden buiten beschouwing gelaten. Je gaat met andere woorden volledig voorbij aan de verder liggende kwaliteiten van een wijn of de achtergrond van die kwaliteiten. Wijnen die in een blindproeverij opvallen, zijn, volgens Lynch, dan ook dikwijls de stereotype geblondeerde dellen met grote nepborsten. Vrouwen die bij een eerste blik opvallen, charmeren en opwindend overkomen, maar wat later inhoudsloos en oppervlakkig blijken. Snelle seks, een korte, handenvullende indruk, of, anders gezegd, fast wine, een korte, mondvullende impressie. Waar Parker de grens tussen slechte of goede wijnen laat samenvallen met de grens van zijn systeem (70/100) is dat voor Lynch niet zo. Tussen de Botox-wijnen die Lynch zo verafschuwt zitten volgens hem ook best degelijke wijnen. Wijnen die degelijk gemaakt zijn, correct zijn, maar eigenlijk niets te vertellen hebben. Wijnen op steroïden mogen dan wel indrukwekkend blijken in een blindproeverij, doorgaans gaan ze na een tweede glas al meteen onderuit: boeien doen ze niet meer. Maar, op hoeveel blindproeverijen heb je al eens een tweede glas van elke wijn genoten? Ik kan ze op één vinger tellen. Vooraleer je een wijn beoordeelt hoor je hem echter tijd te gunnen, volgens Olney en Lynch. Je moet niet alleen weten wat je proeft, je moet de wijn in kwestie zich ook laten proeven. Ikzelf beoordeel een wijn thuis ook nooit op basis van één of twee slokken. Dat zou op hetzelfde neerkomen als het snel scannen van een gedicht. Je hebt de woorden en de structuur wel beet, d.w.z. de verpakking, maar de betekenis en de interactie van de woorden onderling en de rol die de vorm van het gedicht daarin speelt, zijn je volkomen ontgaan. Een wijn die me na een glas niet bevalt, daar gaat de kurk terug op en hij gaat een nachtje de koelkast in. Dan zien we wel verder. Fouten en een niet te verhelpen onevenwicht proef je meteen. Dat is wat anders. Maar, lichtjes droogtrekkende zuren, een niet gevulde kern, een vegetale bolster rond het sap, ... dat zijn stuk voor stuk voorbeelden van kenmerken die in een blindproeverij rotslecht scoren, maar een dag later – of zelfs een uur later – al verdwenen kunnen zijn.

Als je Lynch’ redeneerwijze op die manier volgt, dan begrijp je ook dat voor Lynch blindproeven een uitwas van de hedendaagse fast forward-cultuur is. Tijd nemen we jammer genoeg niet meer in een cultuur waar alles in vijfde versnelling voortraast, menselijke omgang op eerste indrukken gebaseerd is en communicatie alleen nog kwantipulatief mag zijn. Neen dank u, ik kom liever tot rust achter het fornuis, aan tafel, bij een glas wijn. Slow food, en ook slow wine, please!


Wordt vervolgd.
LAST_UPDATED2
 

May the farm be with you!

E-mail Print PDF
In een supermarkt niet zo ver van hier ...

LAST_UPDATED2
 

Rest in Peace, Cariñena

E-mail Print PDF
Cariñena

Jij was ons liefste katje. Klein, frêle en speels, als was je nooit volwassen geworden. Je keek altijd met die verwonderde, vrolijke blik in je grote kijkers naar de vreemde, maar voor jou toch zo interessante grote-mensenwereld. Wat die tweevoeters van je allemaal in hun hoofd haalden, je kon er soms echt niet bij en liet het dan ook maar met een diepe zucht, al snurkend in je knusse mandje aan je voorbijgaan.
Je had ongetwijfeld een erg woelig leven achter de rug: achter die verwonderde kraaloogjes in dat pientere hoofdje van je scholen al minstens 13 lange jaren wijsheid, die af en toe eens met een ernstige frons naar boven kwam. We hadden je geen betere naam kunnen geven: door het leven gehard was je. Nooit deinsde je terug, of nam je de benen. Nooit was je bang. Dapper en onvervaard, zoals die eerste keer toen we je zagen: hoog verheven boven de andere asielkatten in je wijnkistje, niemand die over je heen keek. Zacht, knuffelig en aanhankelijk, maar tegelijkertijd trots en keihard. Een echte oerkat, dat was je. Zo sterk dat we jAux Temps d'Histoiree met z'n vieren moesten beetnemen als je wat moest wat niet je zin was. Zo wilskrachtig dat je de dag na je eerste zware operatie al terug op je favoriete plaatsje op de vensterbank zat. Zo trots dat je zelfs toen het echt niet meer ging, nog steeds kopjes uitdeelde, je favoriete brokjes bleef eten en met geheven staart door het huis paradeerde.
Wij dronken op jou een Aux Temps d'Histoire 2004 van Domaine du Grand Arc. Een satijnzachte, fijn besnaarde, maar machtige Corbières van een ongeëvenaarde oerkracht. Net zoals jou heeft deze wijn ook het leven gezien: hij bevat de uitgepuurde wijsheid van tot voor kort nog verguisde en vergeten, door weer en wind gegeselde 130 jaar oude Carignan, ergens ver weg verscholen op een barre, onbereikbare heuveltop. Fabienne en Bruno Schenck verzorgen hem nu al meer dan 10 jaar met het grenzeloze respect dat alleen een verbeten passie kan opbrengen. Het resultaat is een door de jaren gepolijste, maar diep doorleefde, titanische wijn. Een oerwijn.

Je bent met geheven hoofdje gegaan, Cariñena.
We zullen je nooit vergeten, maar we zullen je missen; je huisdieren, Cabernette en Amaronese, en je brother in arms Pinot.




Slaap zacht.


LAST_UPDATED2
 

Van stadswijngaarden, hofkes en une petite histoire oubliée

E-mail Print PDF

Runkster Höfke 2007Enkele dagen geleden kregen we een bijzonder originele uitnodiging in de elektronische brievenbus: een invitatie voor de oogstborrel van het Runkster Höfke, de eerste Hasseltse stadwijngaard. Als geboren Hasselaar en wijnzot die het liefst op zoek gaat naar iets totaal onbekend, kon ik hieraan natuurlijk niet weerstaan. Ik trok op een donderdagavond naar Runkst, dwars door de boerenkrijgvelden naar de meest feëerieke volkswijk van Hasselt, waar ik - in de schaduw van de stadswijngaard - hartelijk ontvangen werd door de joviale Geurt Van Rennes.


1. Cuvée cité?
Een wijngaard in de stad? Jaja, weer zo'n bloedeloos experiment op poten gezet door de zoveelste amateurwijnbouwer, die bij gebrek aan kwaliteitswijn weer eens op een andere manier in de kijker probeert te komen ... . Dat had gekund. En toch, het fenomeen van de stadswijngaard is niet meteen iets dat pas in de vandaag sterker hernieuwde aandacht voor wijnbouw in onze streken het levenslicht zag. De geschiedenis van dit verschijnsel gaat namelijk een heel stuk verder terug dan bijvoorbeeld het (reeds gerealiseerd?) initiatief van SpA-schepen Guy Swennen: een kerkhof waarin de brave zielen van Rijkhoven nog voor ze tot stof en as wederkeerd zijn reeds kunnen genieten van de aanlokkelijke voorzieningen des hemels, met name een stadswijngaard gelegen naast het huidige kerkhof.
In de Middeleeuwen was er in deze noordelijker streken al een bloeiende traditie van wijngaarden in conOogstborrel 2008finiis, d.w.z. wijngaarden binnen een ommuurd stukje land. Een clos, zoals we dat nu nog dikwijls tegenkomen op de etiketten van een bepaalde wijnstreek: Clos Vougeot, Clos des Lambrays, Clos des Ursulines, Clos St. Denis, enz. Het betekent niet meer of niet minder dan een stukje gecultiveerde grond afgescheiden van de omliggende gronden door middel van een muurtje, hagen of iets dergelijks. In veel gevallen stonden er wijnstokken op. Dat zulke stukken grond ommuurd waren, had dikwijls een reden: ze waren enig eigendom van een persoon van stand. In de Middeleeuwen had je daarin niet veel keus: adel of clerus (bv. des Ursulines, St. Denis, ...) en dan was de kous zowat af. Voor bepaalde stukken grondeigendom besloot de bezittende edelman of geestelijke orde de grenzen door middel van een muur of een haag te makeren, niet alleen om duidelijk aan te geven dat dit stukje deel uitmaakte van zijn of hun bezit, maar ook omdat de reputatie van dat ene stukje daar dikwijls om vroeg. Deze stukken grond bleken doorgaans betere en zekerdere opbrengsten voort te brengen. Meer nog, het muurtje rondom het stuk grond leek soms zelfs bij te dragen tot microklimaatomstandigheden voor sommige clos. Nog betere oogsten, dus. Een gegeerd goed, zeker in tijden dat het economisch wat minder ging. Een mooi voorbeeld daarvan in België was de abatiale wijngaard van de voormalige abdij van Ninove of is nog steeds de wijngaard van Villers-la-Ville.
Anderzijds werd een 'clos' ook aangelegd wanneer de uitbreidende woonkern rondom een abdij, een burcht of een kasteelhoeve de grenzen van het stukje grond naderde. Daarmee werd opnieuw de grens van het eigendom gedemarkeerd en er werd meteen ook voorkomen dat Jan en Alleman mogelijk clandestiene wandelingen doorheen de respectievelijke wijngaard zou maken. Naarmate dorpen en zelfs steden groeiden, raakten sommige van die ommuurde stukjes dan ook helemaal omgeven door woonhuizen en dergelijke. Zulke wijngaarden werden uiteindelijk echte stadswijngaarden. De bischoppelijke wijngaard in Trier ligt zo bijvoorbeeld midden in de stad. Vandaag kijken we daarvan op, maar in vervlogen tijden was dat niet zo abnormaal. Ook gegoede patriciërs hielden er wel eens een stukje wijngaard op na binnen de muren van hun stadstuin en in dorpen had ook de gewone man dikwijls een paar wijnstokken in de achtertuin die een cuvée maison opleverden. Vandaag kom je zulke situaties bijvoorbeeld nog in Italië tegen: kleine ommuurde perceeltje tegen steile, onbebouwde stukjes helling binnen of net buiten de stadsmuren. Zonde om zo'n klein stukje braakliggend terrein onbewerkt te laten ... .


2. Oogstborrel 2008.
La Femme VigneronneOok vandaag kan het dus blijkbaar nog. Dat was Geurt Van Rennes overtuiging immers toen hij enkele jaren geleden een huis kocht in een oude volkswijk in Hasselt. De vorige bewoner had er een druivelaar aangeplant en die gedurende de afgelopen 20 jaar mooi opgeleid langs en over de smalle strook terras langs de zijgevel van het huis. Die oude, knoestige en wat al te wild woekerende stok intrigeerde Geurt wel. Allez, dat is misschien zelfs wat zacht uitgedrukt. Het deed zijn vingers jeuken. Hij had de afgelopen jaren samen met zijn vader Jaap het bekendste wijndomein van Haspengouw uit de grond gestampt: het wijnkasteel van Genoels-Elderen, niet ver van Tongeren. Een microwijngaard in zijn achtertuin zag hij dus wel zitten ... .
Geurt besloot er dan maar eens de snoeischaar in te zetten. Jonge, wilde scheuten werden er systematisch uitgehaald. Er werd op toegezien dat de wijnstok niet gewaterd werd en er werd enkel met biomest gemest op het kleine stukje grond dat de stok overwonnen heeft op het terras. Voor de rest gaat Geurt helemaal biologisch tewerk: geen pesticiden of fungiciden. En dat kan, want Geurt woont op een hoek, op een kruispunt. Er is dus steeds genoeg luchtcirculatie om zelfs in de natste momenten van het jaar de druiven snel terug te drogen. Voor de rest zorgt de omliggende bebouwing voor, jawel, een bescheiden microklimaat. Vorst heeft geen schijn van kans en de bakstenen muren zorgen ervoor dat de omgevingstemperatuur gemiddeld een klein beetje hoger is: niet onaardig voor een Zuiderse stok, die vroeger uitloopt en later rijpt ... .
"Voor de rest gaat het er allemaal heel eenvoudig aan toe", vertelde la femme vigneronne ons. Geurt en Anca houden de stok nauwgezet in het oog gedurende het jaar, zorgen ervoor dat hij niet teveel draagt en roepen de hulp in van de buren voor de oogst. Die wordt onsteeld, gesorteerd en geperst om daarna voor een tijdje een gedesinfecteerde gistkuip in te gaan (d.i. overigens de enige plaats waar er sulfiet aan te pas komt), die enkele dagen in het koelste achterkamertje van het casa Van Rennes verblijft. Daarna rijpt de wijn in een paar grote bolle flessen die een vriend van Geurt meebracht uit Italië. Dat kan, want de oogst brengt slechts een klein aantal flessen op.
Geurts wijn is dus ook niet te koop eens hij gebotteld is: "Gewoon een lekker wijntje om samen met vrienden te drinken. Gewoon, maar lekker." Dat het Geurt daar echt om gaat, was voor ons ook duidelijk die avond: een 30-tal vrienden en familieleden (o.a. Geurts vader en moeder) waren uitgenodigd op een hartelijk feest dat plechtig ingezet werd met een rijkelijk vloeiende Zwarte Parel Brut van Wijnkasteel Genoels-Elderen. La femme vigneronne zorgde voor een hele reeks smakelijke hapjes en onder druk gekeuvel en gelach werd er met groeiende verwachting uitgekeken naar Geurts jongste telg: het Runkster Höfke 2007.


3. Het Höfke van de Belgische wijn.
Het Runkster Höfke werd met enige gepaste trots door de maître de chais zowel uit 75 cl. als uit magnums tevoorschijn getoverd. Een jonge, lichte wijn, met een goede, diepe kleuring, een gedegen concentratie, krakend frisse zuren en zelfs wat lichtvoetig zwart fruit. Geen onevenwicht richting zuren, noch restzoet, fouten die je dikwijls in Belgische wijn tegenkomt. "Van deze stok kan je geen grote wijn maken", volgens Geurt. "Maar, dat moet ook niet. Gewoon, maar lekker is ook al goed. We hechten tegenwoordig teveel belang aan bewaarwijn. Fijne wijnen om jong te drinken moeten er ook zijn". Dat vonden wij ook. Echt een goede, verfrissende wijn om zonder veel omhaal van te genieten. Geurt en Anca zien zelfs nog ruimte voor verbetering: niet alleen in de "chais", maar ook in de wijngaard. Geurt is immers van plan om de oude stok nog wat meer te latGeurt en zijn Höfkeen afzien: drie jonge snaken bijplanten en ze net als de oude knoest opleiden via een pergola. Daarbij zal Geurts eersteling weer eens stevig teruggedrongen moeten worden - de snoeischaar erin - en hij zal nog wat meer moeite mogen doen om aan de benodigde voedingsstoffen te geraken. Een mooi begin dat alleen maar kan verbeterd worden.
De warme septemberavond werd besloten met een tweede lading lekkere hapjes en een Genoels-Elderen Goud 1998 en 2002. We geraakten met Geurt aan de praat over de Belgische wijnbouw in het lang en in het breed. Hij wil er in blijven geloven. "Al dat pessimisme over Belgische wijn is zo onterecht", vindt Geurt. Mensen beseffen niet wat wijnmaken is en wat je er allemaal voor moet doen. Wij zijn hier nog maar een dikke tien jaar serieus bezig, wat zou je dan willen dat er meteen een reeks superwijnen opstaan uit het niets? Het is ook niet genoeg dat je er gewoon een hoop geld tegenaan gooit (dat wordt wel eens van zijn vader beweerd): je moet in elke wijngaard opnieuw leren wijnmaken. Je moet - zoals Bruno Vanspauwen enkele jaren geleden schreef - "sowieso [...] een beetje maniakaal zijn om hier wijn te willen maken". Elk stuk grond is anders, en dan mag je er nog Chardonnay op planten, die zal toch niet gaan doen wat jij denkt dat hij zou moeten doen. Je moet hem opvolgen, leren kennen en vooral - voorzichtig - doen afzien. Je moet ontzettend perfectionistisch, met een nooit aflatende aandacht voor elk detail tewerk gaan, anders mislukt het altijd opnieuw. Soms moet je zelfs inzien dat het niet lukt zoals je bezig was en begin je van voren af aan opnieuw: ander druivenras, andere aanplantwijze, andere snoeiwijze, enz. Dat gaat natuurlijk niet op een paar jaar tijd en soms is het zelfs om je bij de pakken neer te zetten. "Als de mensen hier er wat meer in zouden willen geloven, zou het al heel wat beter gaan", volgens Geurt. Dat is niet de garantie voor goede wijn, tout court, maar het helpt al. Zijn vader begon op net dezelfde manier. "Ok, hij had het geld, maar dat neemt niet weg dat hij er ook nog de wil voor nodig had en die wil is minstens even belangrijk, zoniet belangrijker".
Ook wij moeten toegeven dat we met veel ongeloof naar Belgische wijn keken, tot we in het afgelopen jaar blind enkele mooie, goed gemaakte wijnen proefden, wat timide aanwezig tussen een hele reeks wijnen uit het buitenland. Blind proeven kan inderdaad leerrijk zijn: het kan dus toch, als we die vooroordelen maar aan de kant willen zetten. Wat die wil betreft, die heeft Geurt volgens ons zeker en wel op een juiste leest geschoeid: een geloof in de mogelijkheden voor wijn in ons land en een drang naar beter met een gezonde dosis realisme en relativering op de achtergrond. Een 100% biologische wijn maken in een Belgische stad, je moet het maar doen. Wij kijken alvast uit naar het volgende oogstjaar van het Runkster Höfke!

Je kan de vinificatie van oogstjaar 2008 volgens op Geurts blog: Runkster Höfke - Hasseltse stadswijngaard.
LAST_UPDATED2
 


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

Toekomstige activiteiten

Geen evenementen