The Orbis of Wine

A journey into wine by the True and Only Fratres Organoleptici

  • Vergroot letter grootte
  • Standaard letter grootte
  • Verklein letter grootte
Home Artikels Faits divers Van stadswijngaarden, hofkes en une petite histoire oubliée

Van stadswijngaarden, hofkes en une petite histoire oubliée

E-mail Print PDF

Runkster Höfke 2007Enkele dagen geleden kregen we een bijzonder originele uitnodiging in de elektronische brievenbus: een invitatie voor de oogstborrel van het Runkster Höfke, de eerste Hasseltse stadwijngaard. Als geboren Hasselaar en wijnzot die het liefst op zoek gaat naar iets totaal onbekend, kon ik hieraan natuurlijk niet weerstaan. Ik trok op een donderdagavond naar Runkst, dwars door de boerenkrijgvelden naar de meest feëerieke volkswijk van Hasselt, waar ik - in de schaduw van de stadswijngaard - hartelijk ontvangen werd door de joviale Geurt Van Rennes.


1. Cuvée cité?
Een wijngaard in de stad? Jaja, weer zo'n bloedeloos experiment op poten gezet door de zoveelste amateurwijnbouwer, die bij gebrek aan kwaliteitswijn weer eens op een andere manier in de kijker probeert te komen ... . Dat had gekund. En toch, het fenomeen van de stadswijngaard is niet meteen iets dat pas in de vandaag sterker hernieuwde aandacht voor wijnbouw in onze streken het levenslicht zag. De geschiedenis van dit verschijnsel gaat namelijk een heel stuk verder terug dan bijvoorbeeld het (reeds gerealiseerd?) initiatief van SpA-schepen Guy Swennen: een kerkhof waarin de brave zielen van Rijkhoven nog voor ze tot stof en as wederkeerd zijn reeds kunnen genieten van de aanlokkelijke voorzieningen des hemels, met name een stadswijngaard gelegen naast het huidige kerkhof.
In de Middeleeuwen was er in deze noordelijker streken al een bloeiende traditie van wijngaarden in conOogstborrel 2008finiis, d.w.z. wijngaarden binnen een ommuurd stukje land. Een clos, zoals we dat nu nog dikwijls tegenkomen op de etiketten van een bepaalde wijnstreek: Clos Vougeot, Clos des Lambrays, Clos des Ursulines, Clos St. Denis, enz. Het betekent niet meer of niet minder dan een stukje gecultiveerde grond afgescheiden van de omliggende gronden door middel van een muurtje, hagen of iets dergelijks. In veel gevallen stonden er wijnstokken op. Dat zulke stukken grond ommuurd waren, had dikwijls een reden: ze waren enig eigendom van een persoon van stand. In de Middeleeuwen had je daarin niet veel keus: adel of clerus (bv. des Ursulines, St. Denis, ...) en dan was de kous zowat af. Voor bepaalde stukken grondeigendom besloot de bezittende edelman of geestelijke orde de grenzen door middel van een muur of een haag te makeren, niet alleen om duidelijk aan te geven dat dit stukje deel uitmaakte van zijn of hun bezit, maar ook omdat de reputatie van dat ene stukje daar dikwijls om vroeg. Deze stukken grond bleken doorgaans betere en zekerdere opbrengsten voort te brengen. Meer nog, het muurtje rondom het stuk grond leek soms zelfs bij te dragen tot microklimaatomstandigheden voor sommige clos. Nog betere oogsten, dus. Een gegeerd goed, zeker in tijden dat het economisch wat minder ging. Een mooi voorbeeld daarvan in België was de abatiale wijngaard van de voormalige abdij van Ninove of is nog steeds de wijngaard van Villers-la-Ville.
Anderzijds werd een 'clos' ook aangelegd wanneer de uitbreidende woonkern rondom een abdij, een burcht of een kasteelhoeve de grenzen van het stukje grond naderde. Daarmee werd opnieuw de grens van het eigendom gedemarkeerd en er werd meteen ook voorkomen dat Jan en Alleman mogelijk clandestiene wandelingen doorheen de respectievelijke wijngaard zou maken. Naarmate dorpen en zelfs steden groeiden, raakten sommige van die ommuurde stukjes dan ook helemaal omgeven door woonhuizen en dergelijke. Zulke wijngaarden werden uiteindelijk echte stadswijngaarden. De bischoppelijke wijngaard in Trier ligt zo bijvoorbeeld midden in de stad. Vandaag kijken we daarvan op, maar in vervlogen tijden was dat niet zo abnormaal. Ook gegoede patriciërs hielden er wel eens een stukje wijngaard op na binnen de muren van hun stadstuin en in dorpen had ook de gewone man dikwijls een paar wijnstokken in de achtertuin die een cuvée maison opleverden. Vandaag kom je zulke situaties bijvoorbeeld nog in Italië tegen: kleine ommuurde perceeltje tegen steile, onbebouwde stukjes helling binnen of net buiten de stadsmuren. Zonde om zo'n klein stukje braakliggend terrein onbewerkt te laten ... .


2. Oogstborrel 2008.
La Femme VigneronneOok vandaag kan het dus blijkbaar nog. Dat was Geurt Van Rennes overtuiging immers toen hij enkele jaren geleden een huis kocht in een oude volkswijk in Hasselt. De vorige bewoner had er een druivelaar aangeplant en die gedurende de afgelopen 20 jaar mooi opgeleid langs en over de smalle strook terras langs de zijgevel van het huis. Die oude, knoestige en wat al te wild woekerende stok intrigeerde Geurt wel. Allez, dat is misschien zelfs wat zacht uitgedrukt. Het deed zijn vingers jeuken. Hij had de afgelopen jaren samen met zijn vader Jaap het bekendste wijndomein van Haspengouw uit de grond gestampt: het wijnkasteel van Genoels-Elderen, niet ver van Tongeren. Een microwijngaard in zijn achtertuin zag hij dus wel zitten ... .
Geurt besloot er dan maar eens de snoeischaar in te zetten. Jonge, wilde scheuten werden er systematisch uitgehaald. Er werd op toegezien dat de wijnstok niet gewaterd werd en er werd enkel met biomest gemest op het kleine stukje grond dat de stok overwonnen heeft op het terras. Voor de rest gaat Geurt helemaal biologisch tewerk: geen pesticiden of fungiciden. En dat kan, want Geurt woont op een hoek, op een kruispunt. Er is dus steeds genoeg luchtcirculatie om zelfs in de natste momenten van het jaar de druiven snel terug te drogen. Voor de rest zorgt de omliggende bebouwing voor, jawel, een bescheiden microklimaat. Vorst heeft geen schijn van kans en de bakstenen muren zorgen ervoor dat de omgevingstemperatuur gemiddeld een klein beetje hoger is: niet onaardig voor een Zuiderse stok, die vroeger uitloopt en later rijpt ... .
"Voor de rest gaat het er allemaal heel eenvoudig aan toe", vertelde la femme vigneronne ons. Geurt en Anca houden de stok nauwgezet in het oog gedurende het jaar, zorgen ervoor dat hij niet teveel draagt en roepen de hulp in van de buren voor de oogst. Die wordt onsteeld, gesorteerd en geperst om daarna voor een tijdje een gedesinfecteerde gistkuip in te gaan (d.i. overigens de enige plaats waar er sulfiet aan te pas komt), die enkele dagen in het koelste achterkamertje van het casa Van Rennes verblijft. Daarna rijpt de wijn in een paar grote bolle flessen die een vriend van Geurt meebracht uit Italië. Dat kan, want de oogst brengt slechts een klein aantal flessen op.
Geurts wijn is dus ook niet te koop eens hij gebotteld is: "Gewoon een lekker wijntje om samen met vrienden te drinken. Gewoon, maar lekker." Dat het Geurt daar echt om gaat, was voor ons ook duidelijk die avond: een 30-tal vrienden en familieleden (o.a. Geurts vader en moeder) waren uitgenodigd op een hartelijk feest dat plechtig ingezet werd met een rijkelijk vloeiende Zwarte Parel Brut van Wijnkasteel Genoels-Elderen. La femme vigneronne zorgde voor een hele reeks smakelijke hapjes en onder druk gekeuvel en gelach werd er met groeiende verwachting uitgekeken naar Geurts jongste telg: het Runkster Höfke 2007.


3. Het Höfke van de Belgische wijn.
Het Runkster Höfke werd met enige gepaste trots door de maître de chais zowel uit 75 cl. als uit magnums tevoorschijn getoverd. Een jonge, lichte wijn, met een goede, diepe kleuring, een gedegen concentratie, krakend frisse zuren en zelfs wat lichtvoetig zwart fruit. Geen onevenwicht richting zuren, noch restzoet, fouten die je dikwijls in Belgische wijn tegenkomt. "Van deze stok kan je geen grote wijn maken", volgens Geurt. "Maar, dat moet ook niet. Gewoon, maar lekker is ook al goed. We hechten tegenwoordig teveel belang aan bewaarwijn. Fijne wijnen om jong te drinken moeten er ook zijn". Dat vonden wij ook. Echt een goede, verfrissende wijn om zonder veel omhaal van te genieten. Geurt en Anca zien zelfs nog ruimte voor verbetering: niet alleen in de "chais", maar ook in de wijngaard. Geurt is immers van plan om de oude stok nog wat meer te latGeurt en zijn Höfkeen afzien: drie jonge snaken bijplanten en ze net als de oude knoest opleiden via een pergola. Daarbij zal Geurts eersteling weer eens stevig teruggedrongen moeten worden - de snoeischaar erin - en hij zal nog wat meer moeite mogen doen om aan de benodigde voedingsstoffen te geraken. Een mooi begin dat alleen maar kan verbeterd worden.
De warme septemberavond werd besloten met een tweede lading lekkere hapjes en een Genoels-Elderen Goud 1998 en 2002. We geraakten met Geurt aan de praat over de Belgische wijnbouw in het lang en in het breed. Hij wil er in blijven geloven. "Al dat pessimisme over Belgische wijn is zo onterecht", vindt Geurt. Mensen beseffen niet wat wijnmaken is en wat je er allemaal voor moet doen. Wij zijn hier nog maar een dikke tien jaar serieus bezig, wat zou je dan willen dat er meteen een reeks superwijnen opstaan uit het niets? Het is ook niet genoeg dat je er gewoon een hoop geld tegenaan gooit (dat wordt wel eens van zijn vader beweerd): je moet in elke wijngaard opnieuw leren wijnmaken. Je moet - zoals Bruno Vanspauwen enkele jaren geleden schreef - "sowieso [...] een beetje maniakaal zijn om hier wijn te willen maken". Elk stuk grond is anders, en dan mag je er nog Chardonnay op planten, die zal toch niet gaan doen wat jij denkt dat hij zou moeten doen. Je moet hem opvolgen, leren kennen en vooral - voorzichtig - doen afzien. Je moet ontzettend perfectionistisch, met een nooit aflatende aandacht voor elk detail tewerk gaan, anders mislukt het altijd opnieuw. Soms moet je zelfs inzien dat het niet lukt zoals je bezig was en begin je van voren af aan opnieuw: ander druivenras, andere aanplantwijze, andere snoeiwijze, enz. Dat gaat natuurlijk niet op een paar jaar tijd en soms is het zelfs om je bij de pakken neer te zetten. "Als de mensen hier er wat meer in zouden willen geloven, zou het al heel wat beter gaan", volgens Geurt. Dat is niet de garantie voor goede wijn, tout court, maar het helpt al. Zijn vader begon op net dezelfde manier. "Ok, hij had het geld, maar dat neemt niet weg dat hij er ook nog de wil voor nodig had en die wil is minstens even belangrijk, zoniet belangrijker".
Ook wij moeten toegeven dat we met veel ongeloof naar Belgische wijn keken, tot we in het afgelopen jaar blind enkele mooie, goed gemaakte wijnen proefden, wat timide aanwezig tussen een hele reeks wijnen uit het buitenland. Blind proeven kan inderdaad leerrijk zijn: het kan dus toch, als we die vooroordelen maar aan de kant willen zetten. Wat die wil betreft, die heeft Geurt volgens ons zeker en wel op een juiste leest geschoeid: een geloof in de mogelijkheden voor wijn in ons land en een drang naar beter met een gezonde dosis realisme en relativering op de achtergrond. Een 100% biologische wijn maken in een Belgische stad, je moet het maar doen. Wij kijken alvast uit naar het volgende oogstjaar van het Runkster Höfke!

Je kan de vinificatie van oogstjaar 2008 volgens op Geurts blog: Runkster Höfke - Hasseltse stadswijngaard.
LAST_UPDATED2  

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Toekomstige activiteiten

Geen evenementen