The Orbis of Wine

A journey into wine by the True and Only Fratres Organoleptici

  • Vergroot letter grootte
  • Standaard letter grootte
  • Verklein letter grootte
Home Artikels Faits divers Lessen in bescheidenheid - Deel 1: blind, objectief en corporate

Lessen in bescheidenheid - Deel 1: blind, objectief en corporate

E-mail Print PDF
Het moest weer eens lukken. Je hebt net weer eens artikeltje afgewerkt tussen de soep en de patatten – of toepasselijker: tussen een Chenin en een Riesling – waaraan je nog enkele foto’s moet toevoegen zodat het de avond zelf nog op de blog kan gezwierd worden en lap! Vergeet het publiceren maar, want enkele Vlaamse Wijnblogs verderop werd de dag voordien een post gepubliceerd over net hetzelfde onderwerp. Om de kriebels van de krijgen, zoiets. Meer nog, het wordt een beetje griezelig, want St-Etienne en ik blijken wel meer gemeen te hebben dan die telepathische wijnlink. Enfin, er zit dan maar één ding op: je materiaal niet laten verloren gaan en er een andere draai aan geven, zodat je je lezers alsnog wat origineels kan bezorgen. Van mekaar afschrijven heeft immers geen zin, dat doet onze gevestigde wijnpers al meer dan genoeg.

1. Objectiviteit en corporate strategies.
Blind?Als je over het fenomeen ‘blindproeven’ wat wil schrijven, kan je eigenlijk niet buiten de incontournables van het hedendaagse wijndiscours. Aan de ene zijde vind je Robert Parker met zijn rijke schare acolieten, aan de andere zijde, diametraal daartegenover vind je Kermit Lynch, aanvoerder van een ongeorganiseerde bende ketters die het niet zo begrepen hebben op de corporate strategies in de wijnbizz en de wijnkritiek.

Kort samengevat kan je hun beide argumentaties als volgt begrijpen: Parker, de club achter Winespectator en bijvoorbeeld de tastingpanelleden van heel wat internationale tijdschriften zweren bij het blindproeven. Volgens hen is proeven zonder dat je eigenlijk echt weet wat er in je glas gaat de enige manier om te verzekeren dat je onbevooroordeeld oordeelt over de wijn in je proefglas. Dat onbevooroordeeld proeven wordt in hun denktrant ook rechtstreeks verbonden met objectief proeven. Het valt er in de meeste gevallen zelfs mee samen (dat is absoluut niet zo en zegt meer over het hun discours dan over hun proefmethodologie; maar, dat is stof voor een ander artikel). Het is voor hen bovendien het argument bij uitstek om de bekomen proefresultaten in cijfers te gieten, op 20, of, met de meeste navolgers, op 100. Die zijn eenduidig te interpreteren, zo redeneert men, en weerspiegelen nauwkeurig de kwaliteit van de besproken wijn in kwestie. Ook hier speelt het objectieve aura dat rond cijfers hangt een legitimerende rol. De proef- en evaluatiemethodolgie van Parker en co. blijkt daarenboven nog eens met gretigheid onthaald in de wijnbizz. En terecht, want cijfers worden inderdaad als objectief opgevat door koper en verkoper en blijken en plus een snelle, handige manier van communiceren in een wereld waar er – meer dan de idylle dat zou willen – belang gehecht wordt aan getalletjes en cijfers (of die nu uit de titratiepipet van de oenoloog, het Excelsheet van de kasteelboekhouder of de pen van de wijncriticus komen). Kunnen we Parker dat verwijten? Nee. Alhoewel hij met de vinger gewezen wordt voor het debiliseren van het wijndiscours door het invoeren van zijn sterk objectief overkomende 100-puntensysteem, ligt het succes en de uiteindelijke gevolgen van deze efficiënte manier van communiceren niet zozeer bij hem, maar wel bij de vele actoren in de business en een ontzagwekkende horde wijn(ver)kopers (ik spreek met opzet niet over proevers) die het puntensysteem aanwenden als een marketingstrategie of als een objectieve, oncontesteerbare vorm van prijsverzekering.

2. Fast wine.
Kermit LynchAan de andere zijde van het spectrum staat Lynch, die met zijn common sense-benadering (Parker gelooft opvallend genoeg ook dat hij de common sense terugbracht in de wijnkritiek, maar vult dat toch heel anders in – ook stof voor een ander artikel!) en zijn meer op context gebaseerde omgang met wijn. Lynch’ Inspiring Thirst, een vuistdikke bundel proefnota’s leest als een roman, simpelweg omdat niet elke wijn beschreven wordt in termen van fruitkorven, snoepwinkels en wegenwerken. Blind proeven is voor Lynch dan ook even erg uit den boze als het voor zijn goeroe Richard Olney was. Puntenscores ook al. Volgens Lynch kan je een wijn ook maar appreciëren wanneer je weet door wie, hoe en waar hij gemaakt is. Of nog beter: wat de context is waarin een wijn ontstaat. Een wijn objectief willen beoordelen komt op hetzelfde neer als een boek willen bespreken en focussen op de dikte van de kaft, de flaptekst, de coverprent en de bladspiegel. De inhoud en de verwijzingen naar de tekstuele en buitentekstuele werkelijkheid worden buiten beschouwing gelaten. Je gaat met andere woorden volledig voorbij aan de verder liggende kwaliteiten van een wijn of de achtergrond van die kwaliteiten. Wijnen die in een blindproeverij opvallen, zijn, volgens Lynch, dan ook dikwijls de stereotype geblondeerde dellen met grote nepborsten. Vrouwen die bij een eerste blik opvallen, charmeren en opwindend overkomen, maar wat later inhoudsloos en oppervlakkig blijken. Snelle seks, een korte, handenvullende indruk, of, anders gezegd, fast wine, een korte, mondvullende impressie. Waar Parker de grens tussen slechte of goede wijnen laat samenvallen met de grens van zijn systeem (70/100) is dat voor Lynch niet zo. Tussen de Botox-wijnen die Lynch zo verafschuwt zitten volgens hem ook best degelijke wijnen. Wijnen die degelijk gemaakt zijn, correct zijn, maar eigenlijk niets te vertellen hebben. Wijnen op steroïden mogen dan wel indrukwekkend blijken in een blindproeverij, doorgaans gaan ze na een tweede glas al meteen onderuit: boeien doen ze niet meer. Maar, op hoeveel blindproeverijen heb je al eens een tweede glas van elke wijn genoten? Ik kan ze op één vinger tellen. Vooraleer je een wijn beoordeelt hoor je hem echter tijd te gunnen, volgens Olney en Lynch. Je moet niet alleen weten wat je proeft, je moet de wijn in kwestie zich ook laten proeven. Ikzelf beoordeel een wijn thuis ook nooit op basis van één of twee slokken. Dat zou op hetzelfde neerkomen als het snel scannen van een gedicht. Je hebt de woorden en de structuur wel beet, d.w.z. de verpakking, maar de betekenis en de interactie van de woorden onderling en de rol die de vorm van het gedicht daarin speelt, zijn je volkomen ontgaan. Een wijn die me na een glas niet bevalt, daar gaat de kurk terug op en hij gaat een nachtje de koelkast in. Dan zien we wel verder. Fouten en een niet te verhelpen onevenwicht proef je meteen. Dat is wat anders. Maar, lichtjes droogtrekkende zuren, een niet gevulde kern, een vegetale bolster rond het sap, ... dat zijn stuk voor stuk voorbeelden van kenmerken die in een blindproeverij rotslecht scoren, maar een dag later – of zelfs een uur later – al verdwenen kunnen zijn.

Als je Lynch’ redeneerwijze op die manier volgt, dan begrijp je ook dat voor Lynch blindproeven een uitwas van de hedendaagse fast forward-cultuur is. Tijd nemen we jammer genoeg niet meer in een cultuur waar alles in vijfde versnelling voortraast, menselijke omgang op eerste indrukken gebaseerd is en communicatie alleen nog kwantipulatief mag zijn. Neen dank u, ik kom liever tot rust achter het fornuis, aan tafel, bij een glas wijn. Slow food, en ook slow wine, please!


Wordt vervolgd.
LAST_UPDATED2  

Toekomstige activiteiten

Geen evenementen