Eén voor allen. Per Tutti, Mangiare Italiano, Leuven - Rückblick: The Series - Deel II
zondag, 14 februari 2010 00:00
Amaronese
Net als collegablogger St. Etienne vind ook ik het almaar moeilijker ergens een eerlijke hap te vinden. Authentieke kost, zonder de tegenwoordig voorgeschreven espuma's, sorbets, infusies en wat dies meer zij. Niet dat we wat hebben tegen een moderne keuken, maar de ervaring leert dat moderne technieken, net zoals de rijke sausen in vroegere tijden, vaak gebruikt worden als dekmantel. Slordig fornuiswerk, een mangelende basiskwaliteit van de ingrediënten of gebrek aan inspiratie worden er nogal graag mee verdoezeld. Maar gelukkig is het niet altijd kommer en kwel. Als je goed zoekt en - in mijn geval toch - op je neus af gaat, kom je wel eens wat deftigs tegen, zelfs in het Leuvense.1.Visioen in Leuven.Januari 2009: er was wat buzz op de werkvloer rond een nieuw restaurantje vlakbij. Waar zich vroeger het nogal pretentieuze en navenant peperdure TR3S bevond, en een blijkbaar niet van de grond gekomen eetzaak Lavendel de handdoek in de ring had moeten gooien, was blijkbaar een nieuwe eetgelegenheid geopend. Ere wie ere toekomt, het was mijn collega J. - Jérôme voor de vrienden - die het ontdekte. We moesten er toch eens met ons tweeën de sfeer gaan opsnuiven. Je weet wel: zo een middagje lekker gaan eten, een simpele lunch die altijd veel uitgebreider dan eenvoudig wordt. Daar waren wij met zijn tweeën ondertussen al deftig in getraind. Ik liep er op een morgen voor ik mijn als vanouds duffe kantoor ging opzoeken maar eens langs: 'Per Tutti, Mangiare Italiano', zei de banner die boven de voordeur de windvlagen trotseerde. Dat klonk al niet slecht. Geen nep-Italiaans. Geen Tonio of Silvio, geen Giardino X of Y, want zo heten blijkbaar alle nep-Italianen in het Vlaanderenland. Grote kans dat hier geen spaghetti carbonara met vette room of pasta bolognaise met gruyère werd geserveerd. Nieuwsgierig en een beetje slinks gluurde ik naar binnen: afgemeten, strak en eenvoudig. Geen tralala. Wie weet was Per Tutti wel een restaurantje waar alles om het eten draaide en niet om de fiorituren buiten het bord? Hmm. Met moeite rukte ik mijn aandacht los van de etalage en plaste maar verder door het grijze regenweer richting een al even grijs betonblok. Visioenen van ochtendlijke, naar Bougainvillia geurende marktpleintjes met rinkelende mama's op de fiets en enkele onmisbare oudjes op een bankje naast een plantsoen,genietend van de eerste zonnestralen, deden me zuchtend het ijskoude neonlicht aanknippen in mijn nog donkere kantoor. Welkom laatste werkdag van de week. 2. Sober en authentiek. Het vlotte Cabernette blijkbaar ook niet al te wel. Met Bougainvillia's en besnorde, zingende werklui zat ze vast niet in haar hoofd. Daar zorgden de laatste loodjes van het doctoraat wel voor. Schrijven, schrijven en nog eens schrijven. Je hebt echter zo van die dagen dat het teksten breien echt niet wil lukken en wat doe je dan in godsnaam om te voorkomen dat je je daar mateloos in zit te enerveren? Wel, haar grootvaders oplossing voor elk probleem dat de man zaliger tegenkwam, bood hier wellicht uitkomst: " een stukje eten". Dat gingen we dan ook maar doen. Licht uit, trap af, paraplu open, vloekend plensen door de stortregen en twee minuten later stonden we te dampen in het kleine inkomhalletje van Per Tutti. Ik was al meteen verkocht. Vanaf de eerste snuif vermoedde ik dat er niet veel mis kon gaan: ik rook Italië, ik rook die trattoria in Todi langs de Via della Storta. Ik rook het terras, overgroeid met wijnranken, dat, wankel boven de afgrond, een paradijselijk zicht gaf op de omliggende valei. Een sleffende chef die vanuit een donker gangetje met zijn handen in de zij naast het tafeltje kwam staan en pufte: " Fa caldo, no?". Visioenen van betere oorden. Geen sleffende chef hier, wel een springerige ober die ons begroette met een grijnzend " Goedemiddag". Hij liep ons voor naar een tafeltje vanwaar we recht de keuken in konden kijken, draaide de glazen met een elegante zwier om en maande ons aan plaats te nemen. Ik hou van restaurants waar ik recht de keuken in kan kijken. Die hebben meestal niet al teveel te verbergen. Achterin stond al iemand druk te rammelen met zijn pannen. Een sober menu. 4 kantjes A5. Van bruschette, over insalate, risotti en een hele reeks pasta's tot aan het dessert allemaal geruststellend echt. Zelfs piadine - een typisch voorgerecht of een middaghap uit Emilia - staan hier op de kaart. Handenwrijvend openden we de wijnkaart: een bescheiden selectie minder bekende Italiaanse wijnen, met de nadruk op het Zuiden. Geen obligate Antinori's, geen peperdure cru's die door enkele Limburgse wijnsjacheraars verpatst worden, geen misspelde referenties. Wel bijvoorbeeld de lichtjes gemoderniseerde, maar eerlijke wijnen van Zaccagnini, dat beloofde al. Misschien mogen alleen de voorradige jaartallen er wel eens in potlood bijgeschreven worden, dat kan al wat helpen tijdens het kiezen. Wij gingen voor een Kerres 2003 van I Pentri die geserveerd werd in mooie, grote glazen. Een donkere, hartverwarmende wijn van de locale, sterk ondergewaardeerde Piedirosso, een vriendelijke reus die ons al vanaf de eerste slok even deed geloven dat we ergens koel, achter de getaande houten luiken in La Puglia, weg van de brandende zon, onze namiddag zaten door te brengen. Wij kozen voor een piadina Genovese met frisse tomaten, rucola en een heerlijke crema di balsamico en knapperige, evenwichtig gekruide bruschette tradizionale met weer eens die lekkere tomaten. Er volgde een risotto ai carciofi en een bord penne contadine. Beide knappe combinaties, waarin vooral het subtiele evenwicht tussen verschillende expressieve mediterrane smaken en bovenal de sublieme versheid en kwaliteit van de ingrediënten opviel. Hier draaide alles duidelijk om wat op het bord kwam, niet om wat er rondom gebeurde of om wat de geplogenheden van de hedendaagse eetmodes voorschreven. Wij knikten heftig en nog met de mond vol toen de chef even achter het fornuis uitkwam om te vragen of het ons smaakte. " Zeker!", beaamden wij, waarop de chef tevreden en met vertrouwen glimlachend terug de keuken in wandelde. 3. Onvermoeibare terroirkok.Dat was meteen ook onze eerste ontmoeting met Oreste Condo, de eigenaar en chef van Per Tutti. Oreste trok samen met zijn vriendin Cristina begin vorig jaar vanuit Zonhoven naar Leuven met de bedoeling een nieuwe zaak te starten. Het was niet aan zijn eerste probeerseltje toe en wist dus goed wat hij wilde: Per Tutti moest een restaurantje voor iedereen worden. Een zaak waar je voor een schappelijk bedrag kan genieten van een lekker bord pasta met een glas wijn erbij, maar tegelijkertijd ook een plek waar echte gourmands zich op hun plaats voelen. Want dat is het eerste wat je opvalt als je bij Oreste aan tafel schuift: de coherentie van zijn concept en de onwaarschijnlijke prijskwaliteitverhouding van hetgeen op je bord verschijnt.  Dat heeft alles te maken met Oreste's ideeën over hoe je een goede zaak uitbaat - de dingen niet te groots zien, zodat je alles zelf onder controle houdt - , zijn keihard werkethos en vooral zijn vroegere ervaring in de voedingssector. Wanneer je van zijn ontzettend lekkere tomatensaus proeft (niet zomaar een rode saus, dus) of een beet neemt van een perfect gekruide en ontroerend goed gebakken Ierse entrecôte, dan weet je meteen dat er iemand in de keuken staat die met hart en nieren kookt, maar er ook zijn verstand bij weet te houden. Oreste's achtergrond in de voedingstechnologie in combinatie met zijn passie voor authenticiteit en versheid van kwaliteitsproducten geven hem een streepje voor op zoveel andere chefs die met dezelfde ideeën over koken en eten aan de slag gaan. Dat merk je aan heel wat dingen die soms maar kleine details lijken: de keuze van het espressomerk ( Più), het goed uitgeruste glasservies, de grappa, de schitterende huiswijnen, Oreste's kennis van de overige wijnen op de kaart, de kwaliteit van de pasta, ... . Er wordt hier ook nooit geknoeid met minderwaardige ingrediënten. Als een ingrediënt niet aan voldoende kwaliteit voorradig is, dan wordt de gasten gewoon vriendelijk gevraagd iets anders te kiezen. Anderzijds betekent dat ook dat Oreste openstaat voor gegronde kritiek (niet voor pedant gezaag weliswaar!). Als er bijvoorbeeld wat scheelt aan je gerecht en je maakt Oreste daar vriendelijk op attent, dan zal hij altijd proeven en indien nodig het gerecht zonder gebrom opnieuw maken. Een, wat ons betreft, nogal uniek gegeven in het eigengereide Vlaamse horeca-landschap. De keuken van Per Tutti is in zekere zin een terroirkeuken. Dat wil zeggen dat je aan de gerechten en de bereidingswijzen duidelijk merkt dat Oreste af en toe terug naar la mama in Calabria trekt om daar weer wat te herbronnen. Zuiderse ingrediënten als aubergines, tomaten, paprika, look, pepers en champignons vormen dan ook de basis van zijn hartige keuken. Het loont ook altijd de moeite een blik te werpen op zijn suggestiebord, want naast het dagelijkse vleesgerecht zijn de gevulde pasta's in alle mogelijke vormen en maten (ravioloni, caudastelle, mezzalune, ... ) en met de meest verbeeldingrijke vullingen van everzwijn, over kikkerbilletjes tot de klassieke combinatie van ricotta en spinazie absolute aanraders. Je zal ver mogen zoeken om even verfijnde pastabereidingen elders terug te vinden en je kan er telkens weer wat anders mee ontdekken. Daarmee raken we overigens nog aan een laatste punt dat ons zo goed bevalt in Oreste's filosofie: hij staat nooit stil, wil steeds verbeteren, sleutelt bijvoorbeeld nog steeds aan zijn wijnkaart en probeert altijd wel een nieuwe suggestie uit zijn koksmouw te toveren. Per Tutti, uitmuntende eenvoud, voor iedereen, maar enig in zijn soort ... .
     Per Tutti, Mangiare Italiano Ravenstraat 38, 3000 LEUVEN Tel. 016/43 58 36 Zaterdag en zondagmiddag gesloten. Reserveren aangewezen.
LAST_UPDATED2
|
In Bruges. Lunch first, taste later! - Deel 1: The Vineeto Way.
vrijdag, 23 januari 2009 18:54
Cabernette, Menelaos & Amaronese
Zondagmiddag, koelblauwe hemel, lage winterzon, vrieskou, stijve bries. Heerlijk wandelweer. Cabernette en Amaronese laten de benenwagen evenwel voor wat hij is en bollen met de wielenwagen weg van Ieper. Wat dizzy nog van de wervelende trouwpartij gisterennacht, maar al nieuwsgierig wat de rest van de dag ons zal brengen: lunch en proeverijtje met Menelaos in diens eigenste hometown Brugge.
1. Wijnbar + jackpot = wijnrestaurant. Voor we afzakten naar de gezamenlijke degustatie van Troca Vins Naturels en Langbeen Duitse Topwijn in restaurant Aneth buiten de grachten, brachten we nog een bezoek aan Wijnrestaurant Vineeto. Gelegen in het hart van de Brugse binnenstad, profileert Vineeto zich meer als restaurant dan als wijnbar. Orlane Gogne, die samen met haar man, kok en sommelier Alex Auwerkerken, het restaurant uitbaat, wist ons te vertellen dat ze oorspronkelijk een evenredige verdeling in gedachten hadden, maar dat de verkoop per glas niet echt aansloeg. Veel geopende flessen raakten niet leeg, hetgeen nu niet meteen interessant was voor de kassa. Daardoor zijn er slechts een beperkt aantal wijn per glas beschikbaar (een zestal?) en natuurlijk niet meteen de grootste ontdekkingen. Jammer, vonden we, maar ook heel begrijpelijk, want met doorgaans wat karaktervoller wijnen van minder bekende druivenrassen of appellaties win je nu niet meteen de jackpot. Na de ontvangst werden we vriendelijk een tafel toegewezen in een interieur dat classicistische elementen en modern design op een aangename manier verenigt. Zowel de muren als de onderleggers op tafel zijn versierd met uitvergrote etiketten van grote wijnen, terwijl her en der door bezoekers gesigneerde flessen uitgestald staan. Het draait hier om de wijn, voor wie het nog niet door had. Wijnrestaurant, zo profileert Vineeto zich daarenboven zelfbewust. Daar komt dus ook eten bij aan te pas. Geen tapas, maar wel een ‘betere’ restaurantkaart: seizoensgebonden gerechten en een menuutje of twee drie. Een vluchtige kijk op de kaart doet ons al snel voor het menu “The Vineeto Way” kiezen. Een menu bestaande uit drie gangen met keuze tussen rundscarpaccio of een soepje van bospaddenstoelen als voorgerecht, slibtongetjes of een stoofpotje van lam als hoofdgerecht en als afsluiter crème brûlée of hoevekaasjes. De dame in het gezelschap kiest voor de soep en de vis, beide heren storten zich conform het decorum op het vlees.
2. Italiaanse mama's en kanonnevlees. De wijnen per glas lieten we maar aan onze neus voorbijgaan. Geen onaardige selectie hoor, maar allemaal wat anoniem correct. Het zijn zekerheden op de kaart, maar als wijnrestaurant mag je toch proberen een halfje van die zekerheden in te ruilen voor een handvol avontuur en uitdaging. Heel wat wijnliefhebbers zakken net daarvoor naar een wijnbar af. We openden de wijnkaart dan maar. Een eerste geruststelling: geen hele rist Grand Cru Classés die niemand kan betalen, tenzij met de kredietkaart van de zaak of als CEO van de één of andere mensenetende multinational. Net als in de wijnen-per-glaskaart ook heel wat zekerheden, maar toch een evenredig aantal suggesties die de koordans van de internationale markt ontsprongen. Ook leuk: heel wat oudere jaargangen op de kaart. Nog zoiets dat je als wijnliefhebber wel kan appreciëren. Kon je ze nu nog eens per glas proeven ... want per fles zit je toch al gemakkelijk boven de € 45 - € 50, een hele lap geld, die niet iedereen wil besteden aan een fles waarvan hij niet zeker weet wat ze aan tafel brengt. Hoofdmoot blijft natuurlijk Frankrijk, maar daarbuiten vinden we heel wat wijnen van zowat overal terug. Veel suggesties kregen we niet. Orlane Gogne stond er blijkbaar alleen voor in de gelagzaal, dus een praatje kon er niet bij. Spijtig toch. We gingen dan maar met z’n drieën op strooptocht en spotten een La Donna Canone van Bonny Doon – Il Circo in een speciaal hoekje voor de freaks: echt wijnen voor wie eens wat anders wil. Vinden wij wel cool, dus die Dona moest er maar meteen aan geloven. Zo knotsgek als Randall Graham is, zo wild ziet het etiket van deze fles eruit. Een fauvistisch tafereel van een tot de verbeelding sprekende circusact: het levende kanonnenvlees. Leven deed deze Ruchè – een vergeten rode druif uit Piemonte – zonder twijfel en een kanon was het zeker ook, een beetje gemakkelijk ontvlambaar zelfs, met zijn 15% alcohol. Rozenblaadjes en guimauve op de neus, met een beetje kruidnagel en veenbes. Een rode piraat in de mond, hevig, vurig zelfs, misschien zelfs wat te, want het kruit van deze Ruchè di Castagnole Monferrato DOC is iets te snel verschoten. De afdronk is wat kort en warm. Een Donna die al eerder richting Italiaanse mama uitgaat: koleriek, maar toch wel een tikkeltje gemis aan fraîcheur. Wij lieten na een glas dan ook meteen de koelemmer aanrukken, die zonder enig pardon gebracht werd. Het kanonnenvlees liet zich met deze kleine ingreep al snel van zijn liefste kant zien. Nu ja, waarom moesten wij ook weer zoiets aberrant van de kaart kiezen? Simpel: Cabernette koos voor soep van boschampignons en slibtongetjes, wij gingen voor de carpaccio en het lamsstoofpotje. Naast die eigenaardige combinatie kon wel zo ongeveer niets staan, dus gooiden we het op een akkoordje: we kiezen iets aparts. Eén fles was wel genoeg, want na afloop was het nog een eindje fietsen naar de volgende proeverij. Een Ruchè dus. Ik kende ze eerder als pezige, frisse, sappige drinkwijnen met vinnige zuren – zo een beetje à la Gamay d’Anjou of Touraine Rouge –, niet al te complexe wijnen die je met veel plezier vlot wegdrinkt. Randall Graham kennende zou zijn Ruchè zelfs wel tegen die lamsstoverij kunnen opboksen. En ja hoor ... . 3. Een zespotig voedingssuppelement. Na een aardig poosje wachten vielen we met stevige honger op het voorgerecht aan: de heren op hun carpaccio (Amaronese trok al dadelijk zijn wenkbrauwen op bij het aanschouwen van de wel heel felle kleur van het vlees) en Cabernette op haar soepje van bospaddestoelen. De carpaccio bleek passabel, maar een Italiaanse carpaccio is toch wel wat anders: het juiste vlees, de kwaliteit van het vlees, ... , dat vind je hier niet dikwijls terug. Aan de vrouwelijke kant van de tafel bleef het eerst verheerlijkt stil (véél paddestoelen, verfijnde bouillon), tot er opeens een mier (!) uit de soep werd gevist en er ook nog wat takjes en gruis op de bodem van de soepkom bleven liggen. De paddestoelen waren ongetwijfeld zeer vers, maar het grondig afborstelen was er duidelijk bij ingeschoten. Nu hebben wij niets tegen bio-keuken, wel integendeel, maar als we extra proteïnen willen, dan toch liever niet van het zespotige soort! Bij het hoofdgerecht speelde zich een vergelijkbaar scenario af. Het lamsstoofpotje bleek overheerlijk en legde de heren gedurende minstens een kwartier het zwijgen op. Aan de andere kant van de tafel waren de slibtongetjes bijzonder in hun element, al zwemmend in de boter. Niet direct naar de zin van Cabernette, die de voor de rest wel correct gebakken tongetjes kon pruimen, maar met heimwee terugdacht aan de meest perfecte sole meunière ooit die ze het jaar daarvoor op de markt in Doornik proefde bij een memorabel tête-à-tête met Amaronese in Le Carillon. Als afsluiter kozen Menelaos en Amaronese voor een streepje kaas, Cabernette hield het op haar geliefd kwakje crème brûlée (eindelijk een schot in de roos, haar hoogtepunt van de maaltijd). Tja, en daar gingen we weer uit de bocht, want, met het gezapige tempo waarmee de gerechten aan tafel kwamen, was het ondertussen al half vier, en dus waren twee soorten kaas al op. Er werd ons dan geen extraatje aangerekend voor het kaasdessert. Goed, wel een schamele troost die we beide dan maar verdronken in een glaasje Overhex, Soulo, Red Muscadel 2006, een typisch Zuid-Afrikaanse zoete versterkte wijn. Weer zo’n een aberrant geval zal je zeggen en ja, dat klopt nog ook. Ik wilde het er nog eens op wagen, want ik ben er nog geen enkele echt goede tegengekomen. Weer mis, want ook deze Muscadel deed het niet: wat te plat zoet, zeker naar de afdronk toe miste hij wat lift. Eigenlijk ook wat monotoon, iets dat je nogal snel kan hebben met Muscadel. Typische muskaattonen met een beetje pruimachtig fruit en dan is het muziekje af. Zoetig en plomp, net geen slechte Ruby Port zoals je in cafés vaak te drinken krijgt. 4. Anticlimax. We eindigden met een anticlimax en dan loop je het risico wat zwaarder te oordelen dan nodig is. Dat gaan we dus even vermijden. Van de wijnkaart kunnen we niet al teveel miszeggen: de prijzen zijn in orde, de keuze is degelijk, ze is met kennis van zaken samengesteld. Er hadden anderzijds vast wel wat meer of diverser wijnen per glas bij gekund. De sfeer is best. Bijna alles ademt hier wijn. Wij voelden ons meteen thuis. Ook niet slecht. Een praatje over de wijn had wel leuk geweest. Wij koutten achteraf wel een beetje bij, maar dat is toch niet helemaal hetzelfde. En ondanks de tegenvallende lunch - er kan altijd wel eens wat fout lopen - was er toch wel dat echt wel lekkere lamsstoofpotje: een eenvoudig, kruidig en vooral eerlijk gerecht. Misschien ligt hier wel de fort van de chef-kok en sommelier Alex Auwerkerken?
Sfeer: 7/10. Bediening: 6/10. Keuken: 4/10. Wijnkaart: 6,5/10. Algemeen: 5/10. Oordeel: 5,5/10. 
Wij betaalden € 125,80 voor drie personen, waarvan € 31,90 voor de wijnen.
Vineeto Oude Burg 10 8000 Brugge Tel.:050/34.69.60
LAST_UPDATED2
“Al waar men gaat langs Leuvense wegen, komt men al eens een bekend restaurantje tegen …”. Restaurant d'Hoogeschool - Leuven.
maandag, 19 januari 2009 15:45
Cabernette & Amaronese
Cabernette en Amaronese, versterkt met één van de recentste Orbisrecruten, volgen hun nieuwsgierige, maar enigszins verkleumde reukorgaan en belanden in d’Hoogeschool.
1. Aangenaam.
Een vrijdagmiddag in de herfst, typisch Belgisch weer. Op het Hogeschoolplein in Leuven, waar Cabernette vijf jaar op kot doorbracht op enkele huisnummers van de Salons Georges, met Amaronese om de hoek, zeilden de herfstbladeren door de grijze lucht. Samen met een collega zijn we maar weer eens op zoek naar een Leuvens etablissement waar prijs en kwaliteit nog in verhouding zijn – niet meteen een sinecure – en zoals gewoonlijk wordt er eerst twintig minuten gediscussieerd en rondgelopen (we komen o.a. voorbij Trente, altijd een uitstekende optie voor fans van de moleculaire keuken en originele visbereidingen - zie hier) vooraleer we tot een consensus komen. Aangezien iedereen meer zin had in een stuk vlees (Amaronese en wild, dat is immers twee handen op één – everzwijn met truffels – buik), werd er gekozen voor de eerder als traditioneel te boek staande keuken van d’Hoogeschool. Je weet wel: de winnaar van ‘Mijn restaurant’, de VTM-remake van het Australische My restaurant rules. Daar hadden zelfs wij zonder televisie al iets over opgevangen … . Het bleek voor een middag in de week best wel mogelijk om er zonder reservatie binnen te vallen. Leuk, dan laten we er geen gras over groeien, en binnen waren we. Even gewacht en nog geen twee minuten later zaten we al met onze neuzen in de menukaart, aan een tafeltje bij het raam. In die eerste tien minuten kreeg d’Hoogeschool alvast goede punten voor de zeer bescheiden en rustige achtergrondmuziek, de comfortabele stoelen en de ruim bemeten plaats per persoon. We hebben er een gloeiende hekel aan om als een sardientje in blik vast te zitten tussen onze tafelgenoten, geen stukje vlees te kunnen snijden zonder een buur een elleboogstoot te verkopen en dan ook nog eens op een ongemakkelijke stoel de maaltijd te moeten uitzitten … . Gruwel is dat en minstens een reden om onpasselijk ergens buiten te komen. Uiteraard gaat het in een restaurant in de eerste plaats om een degelijke maaltijd, maar aangezien wij gemiddeld aardig wat uitgeven als we uit eten gaan, verwachten we dat we op zijn minst comfortabel de op tafel getoverde lekkernijen kunnen verorberen. Een kus van de juf en een bank vooruit voor d'Hoogeschool dus wat comfort en ruimte betreft, daarover bestaat geen enkele twijfel. Nu ja, dit gezegd zijnde, maar weer even ter zake: een mens heeft honger, neust, kiest en klapt de menukaart dicht. Onze keuze was snel gemaakt: unaniem gingen we voor het menu d’Hoogeschool, drie gangen zonder aangepaste wijnen (€ 45.00). Er moest nadien toch ook nog wat gewerkt worden ... .
2. Een kleine wijnwereld. Zonder aangepaste wijnen betekent uiteraard niet zonder wijn en Amaronese dook, na het bestellen van een glas Champagne als aperitief – degelijk, fris en droog, maar niet opvallend, de naam is ons dus niet bijgebleven - voor het komende kwartier weg in de wijnkaart. Voor de Orbisleden is dat een bijzonder vertrouwd scenario, maar onze ober nr 1 (we werden immers niet constant door dezelfde persoon bediend, maar door drie verschillende mensen, en dat was enigszins verwarrend) werd er toch wel wat zenuwachtig van. Niet geheel ten onrechte, want aan de wijnkaart was nog wel wat werk. De beperkte keuze vonden wij wel ok, geen probleem mee. We worden er altijd wat wanhopig als er een dertig tuintegels tellende kelderencyclopedie op de tafel dondert. Heel impressionant hoor, maar wijn kiezen wordt dan algauw archiefwerk en zonder een goede sommelier als gids is dat bijna om wanhopig van te worden. Kort en bondig of een steengoede sommelier, dat is meer onze stijl. Het eerste kom je nog wel eens tegen, het tweede al heel wat minder. Hier ook niet dus, maar dat hoeft ook niet meteen: een gepassioneerde ober of twee maakt al veel goed, is soms zelfs leuker. In d’Hoogeschool visten we voor optie twee spijtig genoeg ook achter het net. Geen gids dus. Wel een wijnkaartje dat met goede wil in elkaar gestoken was. Dat was al iets, als het niet al te duidelijk bij die goede wil gebleven was ... . Natuurlijk figureren de klassiekers op de kaart: een lijstje Bordeaux, een aftelrijmpje Bourgognes, zowel rood als wit. Rhône stuurde haar kat. Loire en Languedoc zonden blijkbaar helemaal niks. Uit Chili werden een paar dertien-in-een-dozijnwijntjes overgevlogen en voor de rest bleek de Nieuwe Wereld zo goed als onbestaande. En ja, zoete wijnen? Pardon, nog nooit van gehoord! Wat is de wijnwereld toch schattig klein als je het zo bekijkt. Ik voelde me een beetje als Paris Hilton voor de toilettafel van Nana Mouskourri: maar één zonnebril, om duizelig van te worden. Eén zonnebril met zelfs een paar al te evidente krassen op. Daar worden we wel een beetje chagrijnig van. Is het nou echt zo moeilijk gewoon even netjes over te typen wat er op de fles staat? Of Google even en leg er je cursus ‘Wijn en sterke dranken’ naast; krijgen we allemaal in de horeca-opleiding. ’ t Is een fluitje van een cent om aan correcte informatie te geraken, probeer die dan ook – als het even kan – correct op de wijnkaart te krijgen. Typefouten, verwarringen tussen appellatienaam en domeinnaam, de naam van de wijnboer die ontbreekt, ... ik ben het al zo vaak tegengekomen. Op den duur kijk je er zelfs wat over, maar toch niet in een restaurant dat door topchef Peter Goossens, Ambiance-hoofdredacteur Dirk De Prins (toch een zelfverklaard groot wijnkenner, niet?) en horeca-manager Christian Cabanier (tja, managers vind je nu eens letterlijk overal) de hemel in geprezen werd? Ik bestelde wat overdreven gearticuleerd een Hautes-Côtes de Nuits van Michel Gros, eentje die ik onlangs nog alle concurrentie had weten van tafel vegen in een Bourgogne Aujourd’hui-proeverij. Overdreven gearticuleerd ... want er stond Côtes de Nuits Villages op de kaart en dat maakt Michel Gros niet. “Côtes de Nuits Villages,” herhaalt nr. 2, met zijn vinger wijzend op de wijnkaart. Grrrr. Even liep er in mijn dagdroom een ober met vork in linkeroog en wijnkaart in rechteroor terug naar de keuken. Nee hoor, niets gebeurd, maar zulk een idiote fouten passen echt wel niet bij de “eerlijke keuken” van d’Hoogeschool, “waar het product de plaats krijgt die het verdient”, toch?
3. Indulgence. Terwijl Amaronese de wijnkaart kritisch aan het doorspitten was, werd er door de dames duchtig aan de bubbeltjes genipt en van de drankknabbels in fusion-stijl gesnoept: gemarineerde Spaanse olijven, popcorn Tandoori en een gebakken rolletje Gandaham. Ergens middenin een paar anekdotes over het tuinkabouter-terracottaleger van onze Lowie arriveerde er een trio van amuse-gueules, waarin de invloed van de moleculaire keuken goed merkbaar was: hartig sorbet, schuimje hier en geleitje daar. Van een tomatensorbet met pesto lepelden we een schuimpje mozzarella weg, van het pompoensoepje een schuimpje spek en in potje nummer drie vonden we mosseltjes in witte Grimbergen met komkommergelei. Voor amuse-gueules een behoorlijk uitgebreid palet, degelijk bereid en mooi gepresenteerd, maar qua combinaties niet echt vernieuwend. Het menu ontvouwde zich verder als volgt:
- (Voorgerecht) Carpaccio van tonijn met een toefje mousse van gerookte paling, sorbet van Granny Smith en postelein.
- (Hoofdgerecht) Hertenstukje in Ghana-chocolade met pastinaakpuree, gebakken spruitjes, girolles, amandelkroketjes en rode kool met jonagold. Apart kommetje met schouderstuk van hert in een stoverij met spekjes en champignons.
- (Extra) Verfrissende flûte met een panacotta van rood fruit, een bolletje ijs van bloedappelsien gegarneerd met een spietje Brusselse wafel.
- (Dessert) Triovariatie op appel en peer : mini tarte tatin met kaneelijs, gelaagde chocoladecrumble met appel-peerchutney, ganache en tuile au coco, sabayon brûlé op een brunoise van appel en peer met poire Williams.
- (Extra) Verse appelbeignets.
- (Koffie)
 Bijzonder lekker was vooral de tonijncarpaccio. Flinterdun gesneden, fris, sappig bijna, besprenkeld met een zinnenprikkelende vinaigrette, fijnzinnig gecounterd door het appelsorbet en de hartige palingmousse, op het bord geschikt als een doek van Rothko. Een geslaagde entrée. Wat ons betreft zelfs de voltreffer van het menu. Ook het hertenstukje was niet te versmaden, maar hier werkte de horizontale analyse van het geheel wat minder. Het stoofpotje van schouderstuk schoot zijn doel wat voorbij. Lekker op zich, maar het vond niet meteen aansluiting bij de rest van het gerecht (ok, het was óók hert). Net zo met de spruitjes, amandelkroketjes, pastinaakpuree, rode kool, ... . Het mocht allemaal wat minder zijn: hoe delicieus ook, wij hebben liever geen kookencyclopedie op ons bord. De wijn deed het bij beide gerechten uitstekend. Puur drinkplezier met een springerige aanzet van cassis en knapperige zuren. Je kon er zo de zomerse koelte van de Hautes-Côtes in herkennen, een beetje zoals een cassisstruik die heeft staan stoven in de zon en bij het vallen van de avond, in de koelte zijn zoele geur hellingafwaarts stuurt. Gelukkig hield hij mijn hoofd ook koel, want de fles verdween telkens naar een plekje op de toog, vijf meter van onze tafel. “ Hé, die fles is van mij!”, wilde ik nog roepen, maar nr. 3 sprintte al weg en ook het hertenstukje was echt wel te lekker. We sloten af met een ‘triovariatie op appel en peer’. Ik ben al geen dessertmens – geef mij maar een smeuïg stukje kaas aan het eind van de maaltijd – en van zulke kunstzinnige gerechtbenamingen krijg ik meestal al meteen de piepers, maar hier zou dat niet op zijn plaats geweest zijn. Voor ik het wist, was mijn dessert tot de laatste kruimel verdwenen. Zalig lekker, niet te zoet, niet te zwaar, afwisselend, hier staat een dessertkok in de keuken! Ik vond het toch zo jammer dat die mini tarte tatin ook niet in maxi-formaat te krijgen was, want dan had er nog een heus Breugheliaans festijn gevolgd. Zelden een tarte tatin gegeten die zo ontroerend lekker was.
4. Geslaagd met schoonheidsfoutjes in het parcours.
Al bij al dus een heel geslaagde lunch. Een goede, wel wat afstandelijke ontvangst (waar is die joviale Belg gebleven?) en een aangenaam, comfortabel kader. Een moderne, maar niet al te misplaatst kunstige keuken en bovenal, geen exorbitante prijzen. Echt goed, waar voor je geld, alleen jammer van de schoonheidsfoutjes in de wijnkaart en wijnbediening!
Atmosfeer: 8/10.
Bediening: 6,5/10.
Keuken: 8/10.
Wijnkaart: 4,5/10.
Algemeen: 7,5/10.
D'Hoogeschool Hogeschoolplein 8 3000 Leuven Tel.: 016/41.33.19
LAST_UPDATED2
Waardig 30 worden? - Restaurant Trente - Leuven
dinsdag, 25 september 2007 00:00
Amaronese
Vrijdagavond, half zes, ik stap van de trein, de hitsige spitsuur-‘kalmte’ van het Leuvense station inwandelend. Na een hele dag schaapherder spelen voor een 80-tal pubers in het historische Brugse stadscentrum of de nog Middeleeuws georganiseerde doolhof van onze geliefde staatsspoorwegen, lijkt zo wel ongeveer elke andere met mensen bevolkte omgeving een Zen-rustpunt der eeuwigheid. Mijn stekels staan nog altijd recht en mijn blik spreekt blijkbaar boekdelen, want ik moet bijster weinig slalommen in de overbevolkte tunnel van het station. Enkele honderden euro’s neertellen om aan de aanmaningen van onze toch zo om het milieu bekommerde overheid te voldoen en dan nóg in de chaos belanden, het had weer moeten lukken. De volgende keer gaan we met z’n tachtigen maar lekker vakoverschrijdend vervuilen, dan zijn we tenminste van deftig georganiseerd vervoer verzekerd. Treinen verkeerd geboekt, wagons verkeerd gereserveerd, onbeschofte of simpelweg onzichtbare conducteurs, een lethargische reservatiedienst, morrende medepassagiers, kinderen die van wagon 2 naar wagon 17 mogen verhuizen, ... ik heb het allemaal gehad. Nog een donderwolkje arrogante en leugenachtige meno-pauzale ministerieklerk erbij (het goede voorbeeld, weet u wel) en ik kan zowat ontploffen.
Een mens kan na zulke belevenissen zo ongelooflijk snakken naar een frisse pint, wat schuimend soelaas om even alles door te spoelen en eraan herinnerd te worden dat het opvoeden van een bende (overigens engelachtig brave) jung in een landje dat bulkt van de zelfingenomen chaos en dikdoenerige negorij, voor het uiteindelijk verdiende pecuniaire aalmoes een waarlijk schone vorm van idealisme is. G*d, wat smaakt een verse Primus dan goed! Met Cabernette aan in een hoek zittend en met volle teugen drinkend van een 33’er stort ik hart en lever op een tafeltje in de Carlisse en mix ze met weetjes over de Choco Story tot de intrigerend gekruide haggis van de dag. Van eten gesproken ... ook hier was het huilen met de pet op. Even verlost van je leerlingen rol je een bistro wat te dicht bij het belfort binnen en neem je de foute beslissing een ‘Pasta Carbonara’ te eten. Als er na een half uur nippen aan een niet zo overtuigende Ichtegemse Grand Cru (een Vlaams bruin bier) eindelijk een bord voor je neus verschijnt, blijkt het om een authentieke Carbonara Bauernschmauz te gaan: platgekookte tagliatelli, een halve liter room, 100g. look, wat warm gekookt spek en een handvol gruyère. Mijlenver van een echt bord Carbonara. Neem er dan nog eens bij dat onze opmerking over de onjuiste rekening met de platte smoes beantwoord werd dat dat zo in de kas staat, en je begrijpt waarom ik met een steen in de maag en kriebelende vingers richting chocolademuseum liep. Enfin, baaldag was wel het woord. Wat is er beter als aperitief dan een frisse pint? Of anders en beter: op een goed aperitief volgt een gezonde honger. Die was er wel, maar zin om te koken had ik dit keer echt niet. Dan gaan we maar iets eten. Waar? Oh, de gruwelijke vraag: waar? Als geboren twijfelaar weet ik daar zelden het goede antwoord op. Op weg naar een mogelijke eetgelegenheid geraken we als vanzelfsprekend bijna in de Muntstraat terecht en lopen, bijzonder toevallig toch wel, voorbij Trente. Daar had ik net nog iets over gelezen op Erik de Keersmaeckers blog: " De ietwat aparte formule, een vast vier-, vijf- of zesgangenmenu, de hippe jonge kelners, het koele interieur maakt dit uiteraard géén RestaurantZonderPretentie, maar we verlieten dit etablissement zéér tevreden. Gedurfde maar ook zinnige combinaties, quasi perfekte bediening en de excellente begeleidende wijnen maakten hier een zeer te pruimen culinaire ervaring van." Even twijfelen voor de venster hoorde er toch wel bij. Trente ziet er tussen het allegaartje kwakzalvers in de Muntstraat inderdaad niet meteen laagdrempelig uit: het strakke, bijzonder sobere interieur – which I quite like btw -, het lage venster met de doorkijk recht de keuken in, lang gerokte obers, een beperkte, maar bijzonder ambitieuze menukaart in reeds vastgelegde keuzeformules, ... het heeft allemaal veel weg van het c old winery-fenomeen in de Nieuwe Wereld. Prijzen lijken ook even af te schrikken, maar dan ... . Na wat parlementeren lopen we dan toch maar binnen. Vlak achter ons verschijnt een kelner uit het niets die zich meteen uitgebreid verontschuldigd omdat ie even aan de overkant ( Etenstijd) was. Ach ja, met zulk een  beleefdheid moet je al een echte dragonder zijn om dan nog steeds verveeld te zijn. J a, en wat dan volgt is eigenlijk niet te beschrijven. Misschien is het niet ieders beet, zeker niet als je zoals zovelen kwantiteit laat primeren op kwaliteit, maar voor ons was het één van de gastronomische ervaringen die je op één hand kan tellen. Dit is immers één van de weinige restaurants waar het wel degelijk om het eten gaat dat op je bord komt, niet om de “gewèèèèldige” wijnkaart (die er overigens wel is), de holle frasen die een poppy gerecht moeten aankondigen of nifty obers die je graag laten merken hoe vereerd je wel mag zijn dat je in hun restaurant bediend wordt. Meer nog, alles waarvoor deze blikkerende laklaag normaal gezien moet staan ís er in Trente wel degelijk. Het koele designinterieur, de professionele en bijzonder correcte bediening, de schitterende wijnen en de kunstige bordschikkingen dragen allemaal bij tot een (toch zeker in Leuven) moeilijk te evenaren totaalprestatie. Ik waande me zowaar terug in Nell’s Park of in één van de vele formidabele restaurants die Italië rijk is. De aperitiefhapjes (een fijne guacomole, haringkaviaar op een risotto van babymaïs), waren al een veelzeggende voorbode voor wat er nog moest komen: een gemarineerd kerstomaatje met en erwten-muntsoepje, een ravioli van komkommer met een kruidenkaasje, een mini-canelloni met een muntschuimpje, enfin ... zo ging het dus de hele avond voor een vijftal gangen door. Mij bleven vooral de schelvis met bloemkoolpuree, de kwartel in verschillende gedaanten met asperges of de kalfstournedos en kalfszwezerik met aubergines bij. Elk gerecht sprak van een weloverwogen finesse, een respectvolle omgang met de delicate en authentieke smaken van elk ingrediënt en een ontroerend harmonieuze integratie van elke smaakcomponent in een tot in de puntjes uitgebalanceerde totaalcompositie. Vooral de aandacht voor twee structuurlijnen in de verschillende gangen vonden we bijzonder intrigerend. Of het nu de verticale benadering van de verschillende ingrediënten was – zo kwam er van de kwartel bijvoorbeeld naast een kwartelspiegeleitje een op verschillende wijzen gegaard borststukje en boutje op het bord – of de textuurvariatie in elk gerecht – van schuimpjes over coulis tot primaire stukken –, het bleef voor ons van de laatste tot de eerste hap uitermate boeiend. En ja, dan heb ik het nog niet over de wijnen en de in deze context haast vanzelfsprekende marriages gehad ... . Meestal is het zinnetje ‘met aangepaste wijnen’ op een wijnkaart te lezen als: ‘met de goedkoopste plonk op onze wijnkaart die u anders toch te duur betaalt’. Of die plonk dan bij het gerecht in kwestie past, is het laatste waar je over moet peinzen. In hoeveel gevallen gaat het niet om een zelfgedeclareerd manusje van alles à la VdP d’Oc Cabernet Sauvignon of Zuid-Afrikaanse Chenin Blanc. Kwartel, biefstuk, chili con carne, u zegt het maar: een cabernetje uit het Zuiden zeker? Laat het dan dikwijls nog gaan om van die kleffe, plakkerige crowd pleasers en mijn avond is meteen vergald. Bij Trente is het – hoe kan het ook anders – wel even verschillend. Je betaalt dan wel € 10 per gang voor de wijnen, maar in ruil daarvoor staat er naast je bord een niet meteen alledaagse keuze, die in bijna alle gevallen feilloos bij het begeleidende gerecht past, van deskundige uitleg voorzien en ook nog eens in absoluut niet al te karige mate geserveerd wordt (van Bert de Coster hoorde ik dat het vroeger anders was; houden zo dus: als je een uitblinker van een wijn naast elk bord krijgt, dan is een slokje om een muis te verzuipen meestal niet genoeg!). De stand-in sommelier (de vaste sommelier moest verstek laten gaan wegens ziekte) was ook alles behalve stand-in qua wijnlyriek want het bleef ‘m niet bij een korte voorstelling van de wijnen zelf: de helft van ons etentje bestond uit een interessant gesprek over de wijnen zelf, andere wijnen van dezelfde wijnbouwer, nieuwe vondsten, ... enfin, eigenlijk meer dan je qua kennis en begeestering verwacht van een goede sommelier. Wij begonnen met een Grüner Veltliner die schitterend harmonieerde met de zure groenigheid van zowel de komkommer/tomaat/zure kaas-combo van het eerste gerecht: zowel de zuren als het groenzoet voorgrondden de frisse witte pepertoets en de prominente mineraliteit van deze must have op de trendy wine scene. Groen aanlopen na deze Grüner had best gekunnen, mocht de daaropvolgende Aligoté Bouzeron niet hét bewijs zijn van de stalige en pezige kracht die een uitzonderlijk (en dat is in deze zin jammer genoeg eerder letterlijk op te vatten) goede Aligoté aan tafel kan brengen. Deze wijn was simpelweg één en al mineralen, spankracht, zeste, zzzzzzziiiiiinnnngggg, ... een scherpschutterskogel die geenszins doel miste en weer eens intrigerend harmonieerde met de rokerige zoutigheid van de schelvis met bloemkoolpuree. Hard op hard had het kunnen gaan bij de volgende combinatie. Wat ga je in godsnaam serveren bij een fijn gegaard stukje delicaat vlees als kwartel, een kwartelspiegeleitje en asperges? Bij kwartel misschien een zachte, frisse rode met wat lichte zuren of een droge, zij het stevig aromatische, haast exotische witte? Bij asperges een aromatische wijn met voldoende mineraliteit, liefst met een benzeentoets? En wat dan met dat kwarteleitje? Bij eieren gaan we al gauw richting oude witte bourgogne à la Montrachet of een Hermitage Blanc. Conundrum, was daar niet zoiets als Cour-Cheverny, een vergeten en ooit praktisch verloren appellatie van witte wijnen die voor 100% uit Romorantin bestaan. Deze weerbarstige en weinig renderende oorspronkelijk Bourgondische druif is nog terug te vinden op enkele schaarse percelen in Loire-Centre. En natuurlijk heeft ze alles in huis wat noodzakelijk is om haar mooi te laten samengaan met dit complexe gerecht: een aromatische volheid met sterk exotische toetsen van mango en passievrucht gecombineerd met een aldehydisch, noterig kantje zoals we dat terugvinden bij sherry. Deze twee uitersten zijn geschoeid op een pittige, strenge zuurstructuur die best op kan tegen het mondvullende zachte eiwit of de onctueze dooiers van de spiegeleitjes. We sloten af met een sappige, zachte Frappato (haast geen tannines) van COS wiens crèmige pralinévulling mooi afstak tegen de hartig bereidde kalfszwezerik en lieten ons bij het dessert verrassen door een geslaagde combinatie van een oloroso-sherry bij een pikante kaas en een chermoula van wortel of een variatie op de smaakprofielen van Petit en Gros Manseng in een zoet dessert. Een rist van geanalyseerde smaakvariabelen op citroen, citronella en limoen werd daar gepresenteerd met een fris glas Jurançon, terwijl een compositie van bramencoulis, bramensorbet en chocolade vergezeld ging van – hoe kan het ook anders – een glas Banyuls. Over de hele lijn een avond die we niet gauw zullen vergeten dus (al zal dat ook te maken hebben met nog wat anders ...): geslaagd kader, formidabel eten, interessante ontdekkingen, beeldige marriages, ... en de prijs? Waar voor je geld. Hopen dat chef Kwinten de Paepe de durf, de moed en de voldoening blijft vinden om steeds weer aan te tonen wat de holte van het opgepepte fijnroeversdiscours zou moeten vullen.
Atmosfeer: 8/10.
Bediening: 8/10.
Keuken: 8,5/10.
Wijnkaart: 9/10.
Algemeen: 8,5/10.
Trente
Muntstraat 36
3000 Leuven
Tel.: 016/20.30.30.
LAST_UPDATED2
|
|