Vin voilé pour terroiristes - Etikettenfetishisme en een kleine revolutie in de wijnwereld
dinsdag, 16 december 2008 14:19
Amaronese
Etikettendrinkers ... ik kan ze niet uitstaan. Vooral niet als na vijf woorden gesprek blijkt dat ze niet eens weten wat het aanbeden etiket in kwestie vertelt over de wijn waar ze zo graag over opscheppen. Nu ja, als ik eerlijk ben, moet ik daar dan ook meteen aan toevoegen dat ik een stukje van mezelf niet kan uitstaan (een klein stukje weliswaar ). Het zou een beetje snobistisch zijn, te ontkennen dat ook ik eens niet val voor een etiket, dat ook ik niet eens een wijn drink en apprecieer eerder voor wat het etiket me vertelt, dan voor wat de fles me helemaal niet weet te vertellen. Het zou bovendien helemaal van een overmatige pretentie getuigen moesten we gaan beweren dat we helemaal imuun blijven voor een mooi ogend, origineel of misschien zelfs controversieel vodje papier op een fles. Want ja, zonder dat vodje zou een fles wijn evenveel of even weinig te vertellen hebben als het geborneerde flatface van pouty lips Scarlett Johansson ... .
1. Etiketten, de kenners, de CEO's.
Tja, soms is het toch wel even kicken als je zo maar eventjes een Château Ausone of een Romanée-Conti op de tafel tevoorschijn mag toveren. Meer nog zelfs als iemand anders die voor jou op tafel tovert! Het geeft ergens een thrill als je weet hoe 'zeldzaam' deze flessen zijn, wat voor moeite je moet doen om eraan te geraken en vooral hoe je je beurs tot de laatste hoek mag binnenstebuiten keren om er één flesje van te kunnen wegleggen. Want dat laatste is vooral wat een 'grote naam' op een etiket ons verzekert: dat het bedrag dat je ervoor neertelde niet van de poes was. Net hier gaat het dan ook meestal mis. We vergapen ons op de vermeende exclusiviteit van de fles, de exclusiviteit die ons verzekerd wordt door dat astronomische prijskaartje, verbonden aan het etiket. Maar is die relatie we altijd zo 1:1? Impliceert een fenomenale hoop afgedokte flappen ook een zeldzame of zelfs unieke ervaring? Iedereen die al wat van deze wijnen heeft mogen proeven weet dat die unieke ervaring in een relatief groot aantal gevallen uitblijft en toch gaan heel wat mensen steeds terug op zoek naar flessen met die ene naam, dat ene etiket. Het waarom daarvan is simpel: herkenning en associatie. In de eerste plaats heb je het bedonderende effect van het etiket - en ik zeg met opzet 'bedonderend' i.p.v. overdonderend: zo'n fles mogen drinken wordt sowieso als een privilege opgevat. Je gastheer verleent je de unieke kans zoiets te proeven. Recht voor de raap gaan zeggen dat je de fles aan tafel 'even opgeblazen vind als het ego van Guy Verhofstadt' past dan ook echt niet in het decorum. Je zou je gastheer er erg mee kwetsen dus word je lyrisch en loof je de fles en indirect ook je gastheer, al laat dat een wrange nasmaak achter in de mond. Met een gespleten tong proeven we inderdaad niet meteen oprecht. Enfin, zo is het toch voor de minder rijken op aarde onder ons. Voor jou, CEO met een torenhoge ontslagvergoeding of een percentje vermindering op de inkomstenbelasting ligt het evenwel anders: je koopt dit omdat je je't kan veroorloven en omdat dit bij je status hoort. Mindere flessen horen niet op tafel. Het gaat je niet om de intrinsieke kwaliteit van de fles, het gaat je niet om wat de fles aan tafel brengt, laat staan dat je kan peilen naar die kwaliteit: je mist gewoonweg vergelijkingspunten - m.a.w. eigenlijk 'ken' je niets van wijn, je wil je alleen maar voordoen als een wijnkenner. Of, zal ik maar zeggen, een etikettenkenner? Immers, voor jou is de symbolische waarde van het goedje in die fles simpelweg gelijk te stellen met de economische waarde die het etiket je verzekert. Een zekere belegging voor aan tafel als het ware: je bestuift mekaar met wat symbolisch kapitaal dat zodanig uitgehold is dat je gast, conform de huidige normen van discursieve transparantie, perfect kan inschatten hoeveel hij je waard is. Letterlijk dan, ... . Allez, voor die ene fles toch, want hoeveel andere laat je liever als verzekerde belegging wegrotten in je kelder? Hoeveel flessen houd je liever van de markt zodat schaarste en tegelijkertijd dan ook maar de b eleggingswaarde van je gebottelde geldschijtende ezeljes de hoogte in schiet? Trouwens, tussen ons gezegd en gezwegen, dat is ook de reden waarom je Decanter koopt. Tijd om zoiets te lezen heb je toch niet - dat verkondig je tegen Jan en Alleman: "Ik heb geen tijd voor die dingen, ... werk, werk, werk en tja, mijn vrouwke wil ook nog eens graag wat *zucht*." Jaja, die businessmantra's kennen we allemaal. De enige bladzijden die je liefst het eerst openslaat staan helemaal achterin: de laatste tien pagina's waarin je lekker masturbatoir je eigen kuddegedrag bevestigd ziet in een interview met één van je homies, je lekker kan geilen op de laatste veilingnieuwtjes en helemaal orgiastisch beneveld geraakt van de drie fetishpagina's vol tabelletjes met beurswaarden voor deze of gene cru ... . Herkenning dus ... .
2. Het vintage-fetishisme. Associatie, tja, daar doen we ook allemaal aan mee en daar speelt de huidige bundel marketingstrategieën ook zeer handig op in. Elk etiket roept reeds beleefde ervaringen, andere namen, een heel discours rond een bepaalde appellatie, cru of domeinnaam op. Neem nu Pomerol. Doe een poll in je kennissenkring waarbij je gewoon vraagt wat Pomerol is en zie: ongeveer elke ondervraagde spreekt een ongenuanceerd waardeoordeel uit. Heel wat mensen weten daarbij eigenlijk niet waar het over gaat. Als er al enkelen weten dat je het over een Bordeauxappellatie hebt en niet over een druif of een château, dan mag je tevreden zijn. Voor de rest zal zowat iedereen het hebben over 'grote' wijn, die 'heel lekker' is, wel 'duur', en 'zeldzaam', voor 'af en toe', 'om lang te laten liggen', want dan wordt hij 'alleen maar beter'. Nu ja, wat wil je met zo'n 'naam' en zo 'uniek'. Jammer genoeg is niet heel Pomerol Pétrus, maar dat vergeten we even. Als er nog maar 'Pomerol' op het etiket prijkt kan het al niet meer om een slechte wijn gaan. 'Men zegt immers dat', enz. Ook hier: wat er uiteindelijk in de fles zit, maakt voor velen niet meer uit. Waarom? Omdat men in de eerste plaats niet meer de moeite neemt te gaan vergelijken en vooral zichzelf te vertrouwen in het proeven. We geloven liever wat er verteld wordt. Geruststellend, want dan moeten we onszelf niet bevragen en, bovenal, dan is die dure fles toch wel haar geld waard. Een etiket mikt in 90% van de gevallen op een vereenzelviging met een bepaald discours. Denk maar aan het marketingbelang van de vroegere slagzin 'méthode champennoise' of de nog steeds belangrijke vermelding van een appellatienaam of een druivensoort in koeien van letters op een etiket. Denk aan de kilometers holle frasen over traditie, uniciteit of typiciteit op de zovele rugetiketten die je al las. Denk aan die jaren van onwetendheid dat je dacht iets geweldig gekocht te hebben voor € 11: Cheval Noir of nee, was het nu Cheval Blanc? Het is zelfs zo erg, dat ik op proeverijen merk dat sommige proevers, die al heel wat 'grote namen' achter de kiezen hebben, een compleet misvormd smaakprofiel huldigen: een wijn met fijn, rijp fruit, een wijn met mineraliteit, een wijn met mooie verweven tannines, een wijn met pittige frisse zuren, ... allemaal voorbeelden van slechte wijn, volgens die 'kenners' dan toch. Een eerste keer wist ik niet wat me overkwam. Nu weet ik wel beter: sommigen onder hen haal ik terug over de streep, anderen zijn al hopeloos ver heen, ingekapseld in een cocon van soms zelfs compleet onbewuste zelfgenoegzaamheid. Jammer dat mensen onder andere door het etiketten proeven uiteindelijk van slechte, onevenwichtige wijn zijn gaan houden. Ondertussen zijn er heel wat wijnbouwers die zich terdege bewust zijn van de persuasieve en naturaliserende macht van een wijnetiket. Er wordt ook degelijk in geïnvesteerd door zowat elke wijnboer. De basisprijs van een wijnetiket bedraagt al gauw tussen de € 0,30 en € 0,50 en dan heb je nog niets opvallends. Dat hoeft ook niet altijd. Loop eens langs een warenhuisrek: hoeveel etiketten tel je niet waarop een altijd even bruinige nepgravure van het één of andere château staat afgebeeld. Saai, maar wel herkenbaar. En daar draait het net om. Nieuwe-Wereldwijnen kunnen met zo'n kasteelplaatje evenwel weinig aan. Het zou immers allerminst overtuigend overkomen. Een Empire-kasteeltje in de Australische outback, een Romaanse rocca boven een Californische babes beach of een classicistisch paleis in de Andes? Toch maar niet. Dan moet het etiket maar opvallen met een staaltje excentriek design. Denk bijvoorbeeld aan de etiketten van Leeuwin Estate, Philip Jordaan of zelfs Mouton-Rothschild. Met die laatste is de cirkel ook rond, want plots hebben Europese wijnboeren ook de waarde van een vintage designetiket in de mot. Je vindt ze hier dus ook. Soms heel geslaagd, maar meestal is het ene al wansmakelijker dan het andere. Toch is er ook voor die laatsten hoop, want zelfs een mottig etiket gaat dikwijls niet onopgemerkt voorbij ... .
3. Gesluierde etiketten en terroristenwijn. Een cool etiketdesign is ondertussen bijna een must have, blijkbaar. Maar, wat telt er nog zoal op een etiket? Druivenrassen, liefst in joekels van letters centraal in het blikveld. Of vermeldingen als 'Premier Cru', 'Tradition', 'Barrel Select', 'Old Vines', enz. Allemaal promo-tricks. En dan hebben we het nog niet over appellatienamen, die dikwijls inderdaad ook meer weg hebben van marketingfoefjes dan van echte originebenamingen die een kwaliteit verzekeren. Herkenbaarheid, daar staan ze voor, maar daar blijft het ook bij. Gelukkig zijn er in de hedendaagse marketingzee wel enkele haaien, die zich niet te vies voelen om eens lekker te spelen met de verwachtingshorizon en de bevestigingsdrang van de moderne consument. Non-conformisten zoals Charles Beck van Fairview met zijn Goats Do Roam of Goat Rotie - niet meteen subtiele hints, maar wel een duidelijke vingerwijzing aan het adres van appellatiekikkers - of vitizen of the world, Randall Grahm, de bezieler van Bonny Doon Vineyards, met zijn al even idiosyncratische interpretaties van wet en gebod in de wijde wijnwereld (bv. Le Cigare Volant, La Donna Cannone, Pinot Transfusion, enz.), waren samen met zovele andere voorgangers en mededingers diegenen die het pad effenden voor de (r)evolutionairen in de wijnwereld. Zij hadden immers meer te vertellen dan alleen maar achter een etiket had moeten schuilgaan of wilden allerminst gereduceerd worden tot het geconsolideerde beeld dat rond elke appellatie en dus dikwiijls ook rond het etiket opgehangen wordt. Zij formuleerden hun lak aan het wine establishment, het etikettensnobisme en het eenzijdige marketingfascisme door een stevige portie speelse ironie of bijtend sarcasme op rug- en buiketiket. Wat eerst met hoongelach en pompeus opgetrokken poederneuzen onthaald werd, is momenteel zowat de cultkern van een aanstekelijke (r)evolutie in de wijnwereld geworden. Niettemin geven Randall Grahm en Charles Beck geen krimp: zij blijven gewoon verderwerken als voordien en laten zich niet in de eerstvolgende nepotistische troon duwen van tot herhalens toe bewierookte, maar daarom net netjes genaturaliseerde nieuwe goden. Misschien is het met die voorgeschiedenis niet helemaal verwonderlijk dat vooral biodynamische en natuurlijke wijnbouwers hier op de kar sprongen. Zij l aten, net als in het wijnmaken, ook hier hun creativiteit de vrije loop. Plotseling mag er wat intellectueels op het etiket; dat kan zonder schaamte: "wie er niet van weten wil, moet onze wijn niet kopen", is de leuze. Iets minder geruststellends en zelfs pure parodie of satire zijn voor hen ook al geen taboe meer. Denk maar aan de cuvées van Cyril Alonso van Domaine de l'Ancestra. Leutige cuvéenamen zoalls die van de Swimming Poule of de Porc Tout Gai zijn minstens gewoon grappige woordspelingen, maar zijn Château Gonflable Grand Q Glacé is bv. een maar al te duidelijke verwijzing naar de gebakken lucht die zo dikwijls verkocht wordt rond de châteauwijn van deze of gene grand cru classé. Als er al een reëel château bestaat, want ook dat wil men ons in veel gevallen wel eens graag doen geloven: een gammele barak op het domein is al genoeg om een châteaunaam op het etiket te kunnen adopteren. Daar is zelfs geen springkasteel voor nodig. Om in dit geval ook nog maar over de Shakespeariaanse zinspeling op cru/cue te zwijgen ... . Zelfs van heerlijk politiek incorrecte cuvéenamen zoals Vin Voilé pour Terroiristes schrikt Reinaert Cyril Alonso niet terug. Gelukkig maar. Hij en heel wat andere wijnbouwers als Thierry Renard (Renard des Côtes) of Alice Bouvot en Charles Dagand (Domaine de l'Octavin - vroeger Opus Vinum, maar dat mocht niet van de etikettenkapo's van Opus One) gebruiken het medium van het etiket terug om verwondering en verwachting op te wekken bij de consument. Een effect dat ondertussen ver heen was met de uitgeholde appellatie/druivenras/tradition-patati-patata-etiketten die de wijde wijnwereld bevolken. Zulke nieuwe etiketten trekken niet alleen je aandacht en affirmeren het eigenzinnige karakter van de wijnen, maar ze doen ons vooral één ding terug beseffen: dat wat er ook op het etiket staat, uiteindelijk datgene wat in de fles zit het laatste woord moet hebben ... .
LAST_UPDATED2
|
South-African crossways - Een vineus doolhof op de rand van het mogelijk denkbare of het denkbaar mogelijke?
woensdag, 26 november 2008 17:10
Amaronese
In de laatste Decanter werd er weer eens een heel artikel aan gewijd zoals zo ongeveer om de twee maanden wel ergens een artikel verschijnt: een zoveelste pleit voor de ongekende kwaliteit en eigenheid van Zuid-Afrikaanse wijn. Het lijkt wel zo'n beetje vechten tegen de bierkaai. Af en toe wordt er wel eens een wijn gehypet, maar daar blijft het ook bij. De overige 99,99% van de Zuid-Afrikaanse wijnproductie wordt afgeschilderd als - letterlijk en figuurlijk dan - een scheet in een fles, verbitterde populistenwijntjes die niet mis zouden staan op LDD of even inhoudsloze kazakdraaiers als vergist politiek 'commentator' Yves Desmet. Niet meteen een wijnland om je zuur verdiende centen in te investeren dus en zeker al geen wijn die op de zakentafel van Bettina Geysen mag, want simpelweg niet duur en niet bizz-nerdy genoeg om wat geld van de brave huisvader tegenaan te smijten ... . Misschien dan maar beter zwijgen over die Zuid-Afrikaanse no-go's? 1. Kotfeestwijn!!!  Toch niet. Wij kunnen ons alleen maar aansluiten bij Guy Woodward's pleit voor misschien wel het meest verguisde wijnland ter wereld.Toegegeven, ondanks (?) de erg lange traditie die Zuid-Afrika in wijnbouw heeft, werd en wordt er nog steeds enorm veel bulkwijn geproduceerd. Slechte bulkwijn zelfs. An sich hoeft die grote productie van bulkwijn echter niet te leiden tot het al te gemakkelijk in stand houden van vooroordelen - we vergeten immers maar al te gemakkelijk dat wijn ook gewoon 'een doordeweekse drank' voor elk moment van de dag mag zijn. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de liters en liters droë steen, droge Chenin Blanc, die elk jaar weer de halve wereld overspoelen. Het gaat hier eigenlijk om een pretentieloze, fruitige en dikwijls echt niet slecht gemaakte droge witte wijn die helemaal niet misstaat op barbecues, tuinfeestjes, kotfeestjes en wat dies meer zij. Een soort van partymaker, een verfrissende, dorstlessende drank die best te genieten is op een terrasje, onder een gezellige babbel, met wat fingerfood. De beste wijnen van dat type mogen zelfs de functie van aperitiefwijn bekleden: je gasten installeren zich, het gesprek komt op gang, het wachten op een paar laatkomers wordt gemakkelijk overbrugd en ... iedereen krijgt honger, al was het maar omwille van de etensgeuren die langzaamaan vanuit de keuken van de gastheer hun weg naar het gezelschap vinden. Trouwens, zeg nu zelf, voor 3-5 EUR mag zo'n fles er best zijn; misschien verwachten we soms wel wat teveel van elk glas wijn dat over ons verhemelte streelt. Zuid-Afrika scheert hoge toppen als het over zulke wijnen gaat. Niet alleen in kwantiteit, maar zeker ook in kwaliteit. Onder de labels Stonecross en Oude Kaap worden er jaarlijks een paar mooie voorbeelden op de markt gebracht, in BIB of gewoon op fles. Simpel en correct. Zuid-Afrika's wijnreputatie is evenwel voor 95% opgebouwd uit dit soort wijn: spijtig genoeg inderdaad grotendeels kleffe brol, die onder druk van internationale smaakmodes de alcoholzoete, nepfruitige toer op gaat, zeker in de rode wijnen. Heel wat beginnende wijnliefhebbers trappen hier in de val. Onwetend en zelfs onnadenkend misschien, met te hoge verwachtingen en doorgaans een eigenlijk toch wel wat luie attitude: we gaan niet op zoek naar iets beters in die categorie en dus heeft met die ene fles dan ook maar meteen de hele Zuid-Afrikaanse wijnindustrie afgedaan. Nogal wiedes natuurlijk, als je weet dat heel wat mensen niet meer proeven wat er in de fles zit, maar wel wat er op de fles staat. Schrijnend is het dan misschien om te zien dat een potentieel goede Kaapse Chenin het dan ook nooit meer zal halen van minstens even slechte Vins de Pays d'Oc, Italiaanse Pinot Grigio of Chileense fruitclamochkes, die evenmin wat aan de man te brengen hebben, maar omwille van hun afkomst of omwille van le qu'en dira t'on steeds weer een nieuwe kans krijgen en heel wat toegeeflijker bejegend worden. Zuid-Afrika heeft nu eenmaal het imago van banale fruitwijnproducent te zijn, dus willen we er ook niet méér van verwachten. Voeg daar nog een duister wolkje Apartheidsgeschiedenis, het historische KWV-despotisme of het steeds weerkerende burnt rubber-verwijt aan toe en je hebt het perfecte excuus om elke Zuid-Afrikaan te kakken te zetten voor hij nog maar in het rek staat.
2. Labyrint zonder Ariadne.
Het kan ook anders en daar is men zich de laatste 20 jaar in Zuid-Afrika zeker van bewust. Er wordt naarstig getimmerd aan de weg naar 'grote wijn', wijn die het verschil moet maken, of, anders gezegd, eigenlijk hetzelfde moet zijn als Franse wijn, Italiaanse wijn, Spaanse wijn, enz. Neem daar nog de steeds terugkerende claim van 'Oude-Wereldheid' bij - Zuid-Afrika behoort tot de Nieuwe Wereld in wijn, maar de wijnen zouden meer Oude Wereld zijn dan die van andere Nieuwe-Wereldwijnlanden - en je begrijpt meteen waar ik naartoe wil: het Zuid-Afrikaanse wijnlandschap is op zoek naar een eigen identiteit, of, anders gezegd, de Zuid-Afrikaanse wijnbusiness doet er alles aan om een gemis aan identiteit te remediëren. Ook de Zuid-Afrikaanse wijnboer heeft de mond vol van terroir en terroirtypiciteit. Niet mis gezien in de hedendaagse wijnwereld en dat heeft ook het Zuid-Afrikaanse equivalent van het INAO zo begrepen.  Er wordt met alle hens aan dek gewerkt aan een appellatiesysteem dat de diversiteit en de typiciteit van alle Zuid-Afrikaanse terroirs herkenbaarheid zou moeten verlenen. Dat lukt evenwel niet zonder de nodige kleerscheuren: de razendsnelle vooruitgang in de wijngaard en de enorme verscheidenheid van de wijnen in kwestie maken het er niet meteen gemakkelijk op. Er werd een systeem uitgedacht dat met zijn een onderverdeling in 4 regio's, 21 districten en 63 'wards' enige klaarheid in de zaak moet scheppen. Probleem is dat elk onderdeel van een subniveau niet noodzakelijk een eenduidige afhankelijkheidsrelatie vertoont met het hoger gelegen niveau. Een voorbeeldje: de 'wards' Constantia en Hout Bay zijn niet ondergebracht in een overkoepelend district, maar behoren wel tot de 7 districten tellende Coastal Region. Een ander voorbeeldje: het district Douglas bevat geen enkele 'ward' en behoort evenmin tot een omvattende regio. Er is echt niet veel meer nodig om zowat elke wijnliefhebber van zijn propos te brengen ... . (Voor een overzicht: klik hier) Dat moet zowat een reden geweest zijn voor Guy Woodward om eens een rondvraag te organiseren bij de Zuid-Afrikaanse wijnproducent en de pro's en contra's af te wegen in een stevig artikel. Allez, dat 'stevig artikel' blijkt niet eens zo'n een goed artikel te zijn (zo een beetje als in het onderwijs: slechtste leerkracht wordt directeur; minste begaafde schrijver wordt editeur?): nergens een conclusie na de geschetste stand van zaken, laat staan dat Woodward zou eindigen met een idee dat hij zich zou gevormd hebben over het Zuid-Afrikaanse wijnlandschap of een soort van schets van hoe het eventueel wel zou kunnen. Toch het minste wat je kan verwachten. Voor Ariadne spelen zag hij precies niet zitten. Uiteindelijk blijft de lezer na Woodward's jeremiade- en citatenpartituur nog steeds verweesd achter met een hoop onbeantwoorde vragen. " Hoe zit het dan nu met die Zuid-Afrikaanse wijn?", blijft die zich afvragen. Dat er iets niet helemaal in de haak zit, zal hem wel duidelijk geworden zijn, maar, wat er precies aan de hand is, daar heeft hij nog steeds het raden naar. 3. SA? Ca POMOte!.Vinden wij het uitdenken van een Zuid-Afrikaanse appellatiestructuur bullshit? Nee, helemaal niet. Het probleem zit hem immers niet zozeer in de idee van een appellatiestructuur zelf, wel in de achterliggende redenen waarmee die gesuperponeerd wordt op een heel snel en sterk dispersief evoluerend geheel. Het systeem lijkt immers sterk op het Duitse systeem van Anbaugebiete, Bereiche, lieu-dits en wijngaarden. Ook een doolhof voor heel wat mensen, maar wel een doolhof met een historische gegroeide structuur volgens een redelijk rigoureus gevolgde Duitse logica. Laat nu net die logica wat ontbreken en de recente geschiedenis datgene zijn waar de Zuid-Afrikaan liever niet aan herinnerd wordt en je begrijpt waar het wringt: het SAWIS-systeem komt ongewild erg geforceerd over en het vergt van diegene die op gelijk welke manier wat met Zuid-Afrikaanse wijn te maken heeft wel enige avondjes studiewerk. Niet meteen een geslaagde tegemoetkoming aan de internationale wijnmarkt. Zo eenvoudig is het. Voor wijnen uit het onderste marktsegment vormt dat geen probleem: zet er in grote letters het druivenras op en ze verkopen als zoete broodjes. Voor de 'topwijnen', die wijnen die eigenlijk zouden bijdragen tot de beeldvorming van Zuid-Afrikaanse wijn, die wijnen die hun internationaal erkend aura zouden kunnen doen afstralen op de hele Zuid-Afrikaanse wijnindustrie en daarmee meteen zouden bijdragen tot een Zuid-Afrikaanse identiteitsconstructie, ligt het wel even anders. Die krijg je zonder informatie immers niet zomaar verkocht: je kan eerst een halve wijncursus gaan opdreunen voor de twijfelachtig fortuinlijke klant (als die daar al in geïnteresseerd is). Vervelend is dat. Een halve wijncursus past nu eenmaal niet op een rugetiket, laat staan in het hoofd van de eerste de beste wijnmakelaar ... .  Misschien is Zuid-Afrika wel het typevoorbeeld van een postmodern wijnland, als we dan toch met dure woorden aan het goochelen gaan. Een wijnland zonder centraal sterk gecoördineerde structuur, weliswaar met een kwaliteitscontrole achteraf, maar geen normatieve kwaliteitsbepalingen vooraf die hun wortels zouden vinden in een streekgebondenheid, een terroirtypiciteit of een beroep op de traditie. Zo onstaat een sterk gefacetteerd en rhizomatisch gestructureerd geheel, dat zich met geen middel laat kooien in het eenduidig interpreteerbare systeem dat onze nog steeds lineair denkende marketingboys hanteren. De heren en dames van het distributie-establishment lopen weer eens een ronde achter, zonder dat er ook maar iemand dat door heeft (zelfs de wijnkritiek heeft dat niet door). Integendeel, er wordt tegen heug en meug in geprobeerd die intrigerende verscheidenheid en het weerbarstige experimentalisme dat de Zuid-Afrikaanse wijnindustrie kenmerkt te reduceren tot een geruststellend en bevestigend, hapklaar groot verhaal dat vooral solide ondergrond moet verlenen aan de heilige koe van de cash flow. Want, inderdaad, probeer wijnbeleggers maar eens over te halen zoveel te investeren in een fles, als er geen spiertje zekerheid bestaat over de meerwaarde die een fles zal hebben na x aantal jaren wegrotten in diens geklimatiseerde vergeetput. Of, slijt maar eens een hele partij steengoede Pinotages aan een reeks horeca-zaken ... welke sommelier kan genoeg klanten inwijden tot de rijkdom van fantastische mariagesensaties die je met een gerijpte Pinotage kan beleven, om er een rendabele hoeveelheid van in te slaan? Zou het kunnen dat het postmoderne karakter van Zuid-Afrikaanse wijn ons op de grens brengt van de mogelijkheidsvoorwaarden waarmee een geüniformiseerde en genivelleerde - 'gedemocratiseerde', weet u wel - wijnmarkt zichzelf in stand tracht te houden? Is de diversiteit, het ongebreidelde experimentalisme en de onoverzichtelijke, razende wildgroei van de Zuid-Afrikaanse wijnbouw misschien wel eens het spreekwoordelijke steentje in de schoen van het geglobaliseerd wijndiscours? Is Zuid-Afrika de anomalie die de versteende structuur van het hedendaagse denken over wijn doet buigen tot het uiteindelijk moet en zal barsten?
LAST_UPDATED2
Minder geslaagde wijnjaren: Tijdverspilling of uitdaging? - Orbis extra muros: Kurkdroog Masterclass “mindere jaren”
donderdag, 06 november 2008 10:05
Menelaos & Cabernette
Er zijn zo van die momenten dat je echt niet zonder TomTom wil rijden, en de avond van 3 november was er zo één, met heel dichte mist zowat overal ten lande. Of het nu vanuit het West-Vlaamse over het Gentse richting Brussel was, of vanuit Limburg over Leuven naar dezelfde bestemming, zowel Menelaos als Cabernette hadden al mistige peren gezien in hun rit naar Château de la Motte op de rand tussen Dilbeek en Sint-Ulriks-Kapelle. Ter compensatie van de geleden ontberingen stond er evenwel een interessante proeverij op het programma: de zogenaamde (?) mindere jaren van Toscane, Bordeaux en Côtes du Rhône. Naar goede gewoonte werden alle wijnen blind geproefd. Amaronese had al gewaarschuwd dat er ergens een Haut-Brion tussen zou zitten als extra teaser ... . 1. Dolce vita? Dolceamaro dan!  Het startschot werd gegeven met een in Bordelese stijl gevinifieerde onbekende: een weinig onthullende neus van rood fruit met een enigszins geroosterde toets werd in de mond gevolgd door dominant zuur rood fruit met veel te astringente bitters die lang bleven nazinderen. De gezichten rond de tafel spraken boekdelen: dit was geen meevaller. Daarnaast werd een subtielere wijn gezet in dezelfde geurstijl, maar met een zoetere aanzet van rijpe aardbei, die de zuren en de tannines beter in evenwicht wist te houden. De smaak zakte evenwel snel weg en maakte geen evolutie door. Beide wijnen bleken uit Toscane te stammen, al werd bij een gisronde vrijwel unaniem gegokt op Bordeaux, vooral naar aanleiding van het smaakprofiel van de eerste wijn, die onthuld werd als Villa Antinori 2005. Een vergelijking met de excellente 2003 is absoluut niet aan de orde. Wijn nummer twee bleek een Monte Peloso Eneo van 2002, beter dus dan de VA 2005, maar niet om over naar huis te schrijven. Met de twee volgende wijnen bleven we in het land van la Dolce Vita, al waren de wijnen zelf niet bepaald zo ‘dolce’. Wijn nummer drie gaf als initiële geur het fameuze ‘putteke’, nadien alcohol, paprika en een weinig fruit – dit verbeterde wel met enige tijd in het glas te staan. De smaak was gestoofd rood fruit über Alles, eerder zuur en trok nogal fel droog door strakke tannines, maar was best wel interessant in zijn evolutie. Deze wijn, de Mazzei Fonterutoli 2000, kwam na afloop van de proefronde nogmaals in ons glas terecht en toonde zich toen veel ronder en meer uitgebalanceerd. Hier is een enigszins afwachtende houding – of een groter glas? – dus nog wel op zijn plaats. Dat kon niet meteen gezegd worden van de afsluiter voor deze zo gehalode streek. De geëvolueerde, bijna bruine kleur van deze wijn beloofde weinig goeds. In de neus vonden we te warme mon chéri-likeur, met wat paprikapoeder erover gesprenkeld. De vluchtige zuren deden denken aan sherry of Madeira, hetgeen de alarmbel voor maderisatie prompt deed afgaan. Al deze voortekenen werden in de mond bevestigd met enkel nog een restant van fruitwater en wat alcohol was. Waarschijnlijk was deze Badia a Passignano 1998 als jongvolwassene zeer mooi, maar nu was hij duidelijk ver voorbij de midlifecrisis. Qua wijnjaren is het moeilijk, zoniet oneerlijk, hier een conclusie uit te trekken. Hoewel velen in Toscane tijdens het jaar 2000 teveel op volume mikten, blijkt een meer selectieve hand toch mooie dingen te kunnen doen. De Villa Antinori bevestigde wat vooraf gezegd werd: namelijk, dat het magische 2005 niet overal zo spectaculair was. Blijkbaar weigerde het beroemde Azienda Agricola Montevertine zelfs zijn Pergole Torte te produceren in 2005, een teken aan de wand … . 2. Van sterfputten en Appellation d'Origine Café. De tweede regio die werd aangedaan met vier wijnen, was Bordeaux. De eerste wijn, Lagrange Saint-Julien 1999 (Parker 86), presenteerde nog een mooie robijnrode kleur in het glas, gaf in de neus wat ‘putteke’ met geleidelijk aan een geroosterde noot en rood fruit. De smaak was initieel een beetje stoffig, maar met een fluwelige textuur, bramen, een hint van chocolade en tabak, om te eindigen met wat beklede bitters en nog een verrassende, frisse toets (munt of venkel kwam het dichtste in de buurt). Dit was de eerste algemeen erkende “goede” wijn en een bevestiging van de gestage kwaliteit die het château weet te realiseren, ook in de “mindere” jaargangen. De Lagrange werd gevolgd door een iets oudere Saint-Julien: Ducru Beaucaillou 1997 (Parker 87). Na een veelbelovend begin van gebraden vlees met gestoofde groenten en rood fruit, leek de neus uit te doven. Dat werd door Dirk Rodriguez getypeerd als een klassiek geval van “ sterfput”. De smaak was “gladder” dan de Lagrange en minder uitgesproken, maar redelijk vergelijkbaar qua smaakprofiel met iets meer uitdrogende tannines. Beide volgende Bordeaux-wijnen kwamen uit Pessac-Léognan. De eerste, de Smith-Haut-Lafitte 1994 zette aarzelend in met een lichte kleur en een zwakke neus van rood fruit en lichte kruiden, maar werd verrassend vol in de mond over de hele lijn, met zoete rode kersen, tabak, kruiden en een hint van geroosterd gebraad naar het einde toe. Een redelijke lange afdronk, en als geheel heel mooi, zeker als je bedenkt dat dit een wijn van veertien jaar oud is uit een zogezegd minder jaar. Cabernette had haar favoriet van de avond gevonden en Menelaos kon haar enkel bijtreden. De semi-aangekondigde “ ster van de avond”, de Haut-Brion 1993 (Parker 92), was opvallend donkerpaarsig van kleur. In de neus waren er mooie mediterrane kruiden (tijm, salie, rozemarijn) verweven met rijp rood fruit. Een volle smaak in de mond met gestoofd rood fruit, wat vlezigheid, een hint van zoethout en een noot van koffie naar het einde toe. Blijkbaar is die koffietoets typisch voor Haut-Brion, al is het een punt van discussie of het nu Columbiaanse of Peruviaanse koffie zou zijn. In elke cliché ligt een bron van waarheid en zo dus ook voor Bordeaux en bewaarwijn. Het gaat hier weliswaar stuk voor stuk over geklasseerde grand cru’s, maar ze hebben toch mooi de tand des tijds doorstaan. Deze châteaux kunnen het zich niet permitteren hun kwaliteitsniveau te laten zakken en zijn dus verplicht om in niet–ideale jaren een extra inspanning te leveren. Het resultaat is dat finesse en terroir beter tot uiting komen, terwijl ze in (te) warme jaren sneller overstemd worden door het rijpe fruit. Het proeven van deze oudere Bordeauxwijnen vergt toch een ietwat andere aanpak dan bij het jonge geweld. Je gaat meer op zoek naar secundaire en tertiaire aroma’s (bosgeur, champignon, tabak, leer, …) en je moet er meer je tijd voor nemen. Het correct beoordelen van deze wijnen kan eigenlijk pas na een lange kennismakingsronde, inclusief muziekoptreden, slaapmutsje en ontbijt op bed. In welke volgorde, dat laten we aan de persoonlijke voorkeur van de proever over … . 3. Grommende legoblokjes.Als laatste regio werd de Côtes du Rhône aangedaan, een duidelijke en opzettelijke stijlbreuk met de vorige wijnen. De P. Jaboulet Ainé Saint-Joseph 1994 is zowel in de neus als in de mond meer uitgesproken dan de Bordelese makkers, maar duidelijk minder complex. Niet echt onze smaak  , al valt niet duidelijk uit te maken of wijn nu over zijn top is of gewoon karakter mist. Met La Réméjeanne Les Eglantiers 2002 ( Côtes-du-Rhône) komt er een dik zwartrood niet-transparant monster in het glas gekropen. Het gromt naar de neus met nogal wat alcohol, zoet rood fruit, en ergens een toets van leer. In de mond verandert dat monster eerder in een platte chihuahua: een zoet-kruidige mengeling met eerder korrelige tannines eronder. Ook weer redelijk ondefinieerbaar, deze wijn. De afsluiter van de avond werd geschonken bij een overheerlijke pastei van parelhoen bijgestaan door een mosterdsausje met kappertjes en witte peper. Door al dat lekkers verdween de wijn, nochtans een Cornas van Delas Frères 1997 (Parker 90) een beetje naar de achtergrond, hoewel Cabernette nog het volgende wist te noteren: “ de geur (kirsch) doet maderisatie vermoeden; de smaak die, hoewel nog behoorlijk vol, vrij snel wegvalt, bevestigt dat; alsof je van een gebouw in lego slechts nog blokjesfragmenten hebt; zonde?”. 4. The advantage is wine ... .
Mindere wijnjaren vormen zowel voor de wijnmaker als voor de wijnliefhebber een uitdaging. Aan de ene zijde dient de wijnmaker al zijn meesterschap en de liefde voor zijn wijn aan te spreken om de minder gunstige omstandigheden niet alleen in zijn voordeel om te draaien, maar juist de sterke punten van het afgelopen jaar naar boven te brengen. Goede terroirs komen meestal beter tot hun recht in moeilijkere jaren, terwijl hun optimale ligging in goede jaren soms van het goede teveel kan zijn. De liefhebber krijgt dan weer de kans, of de zware taak, op zoek te gaan naar deze buitenbeentjes aan soms zeer interessante prijzen.
LAST_UPDATED2
Megavino 2008 - Deel II: E Viva E ... . Plonk of Glouglou?
maandag, 03 november 2008 22:02
Amaronese
Twee weekends geleden kon ik op zondagavond letterlijk geen wijn meer zien, ruiken of horen. Mijn frontale hersenkwab sprong spontaan in spasmen bij zelfs de minste allusie op het gegiste vocht. Zelfs bij de woorden van onze plaatselijke Jan Spier: "Wei ... nig volk hè vandaag!", kromp ik al zichtbaar ineen. Zo erg blijkbaar, dat de goede kerel maar onmiddellijk repliceerde: "Ik zie dat gij zo'n zin hebt in ne goeie saté". Wel, ik kan u verzekeren, het was me een waar genoegen na al die vineuze exploten. Een saté, een grote friet (zonder saus!) , een fris Cristalleke en eh ... na een uur stond ik weer een verdiepje lager rond te draaien: "Welke fles moet eraan geloven?" Bloed kruipt waar het niet gaan kan. Wijn ook. Reden van die kortstondige verstandsverbijstering: ik ging als een echte hardcore addict drie dagen na elkaar naar Megavino. Deze keer: dag 2, op zoek naar het ware Walhalla van de wijn!
1. Van cheapo tafelwijn tot surfing winemakers.
 Welke wijnliefhebber heeft tegenwoordig niet de mond vol van het geweldige terroir van Priorat. Welke wijnliefhebber wordt niet lyrisch van de unheimliche halfwoestenij waarin mensen er toch in slagen druiven naar behoren te doen opgroeien? Welke wijnfreak loopt niet warm voor de zovele autochtone, stoer klinkende druivenrassen waarmee Spanje nog wat meer gewicht in de schaal legt? Logisch dus dat bijvoorbeeld in het laatste nummer van Decanter 18 pagina's aan Spaanse wijn besteed worden, waarvan één artikel met de titel ' Why Spain is the most exciting winecountry in Europe'. Zoals het enkele jaren geleden Oostenrijk all over the place was, zo is het vandaag inderdaad Spanje al wat de klok slaat. Vroeger, en dan spreek ik van een dikke tien jaar terug - ik was toen nog piep, de dertig komt nu echt te dichtbij -, was Spanje, net als Italië, synoniem voor cheapo tafelwijn; weliswaar met een iets sjieker en wat meer geconfimeerd cachet, maar toch niet meteen wat je noemt ' meest opwindende wijnland van de wereld'. Spaanse wijn, en dan vooral Rioja, was de rode wijn die zoveel mensen meebrachten van een reisje Benidorm, Salou, Costa si ... of Costa la ... . Rood ... inderdaad, want van wit kwam er, letterlijk en figuurlijk, niet veel in huis. Het heeft zo tot het eind van de jaren negentig geduurd eer de eerste goede Spaanse witte wijnen tot bij ons geraakten. Met uitzondering van de degelijke witte de Cáceres, was het nog lang wachten op dergelijke knappe staaltjes van vakmanschap. Laat staan dat toen al iemand van Albariño gehoord had. Maar, hoe zat het dan wel met die rode wijnen? Hun roem waard of ook insipid plonk? Het laatste doorgaans ... . Meestal ging het over nogal bruinige, soms zelfs een beetje stinkende, dunne en uitdrogende bulkwijn. Alleen het etiket Rioja volstond gelukkig al om dit ouderwetse staaltje van minimale kwaliteit toch aan het grote publiek te slijten. Het fletse, saaie karakter van de Rioja's van weleer had evenwel niets te maken met een soort van authenticiteit: het was eerder het resultaat van een onzorgzame aanpak in de wijngaard, een ouderwetse vinficatiemethode en een quasi oxidatieve elevatie op grote, oude eiken fusten. Wijnen met enige fraîcheur en een behoorlijke dosis sappig fruit waren dus dikwijls ver te zoeken in de zee van naar vuil hout en dorre bladeren smakende Rioja. Gelukkig veranderde dat gedurende de laatste decennia van de 20ste eeuw. Binnenlandse investeerders en grote wijntycoons zoals Miguel Torres staken hun bewondering voor de oenologische vooruitgang die geboekt werd in Bordeaux, Toscane en de toen nog embryonale Nieuwe Wereld, niet onder stoelen of banken. Plots werden die enkele wijnbouwers die letterlijk met kop en schouders boven de grijze Spaanse wijnbrij uitstaken, vereerd als halfgoden die het vuur van de Olympus naar de mensheid wisten te brengen. Die bewondering vertaalde zich even snel naar de eigen wijngaarden. Even plots dook daar ook de legendarische Emile Peynaud op, die, net als in Bordeaux hygiëne, jeugdigheid en frisheid zou prediken in de Spaanse halfwoestijn. Een nieuwe generatie wijnmakers zag het licht. En een tweede, ... en een derde, ... . Want, dat is waarschijnlijk wel het meest opwindende aan dit wijnland: de Spaanse wijnmakers houden de vinger wel heel na aan de internationale wijnpols, thans zonder daarbij hun spreekwoordelijke koppigheid te verliezen. Dat heeft als gevolg dat Spanje zich nu absoluut kan meten met het zich eveneens steeds heruitvindende en qua vineuze traditie minstens even interessante Italië. Nieuwe ideeën worden heel snel uitgeprobeerd - nog dikwijls voor er ergens anders sprake van is. Er is m.a.w. een niet te onderschatten bereidheid tot experimenteren, die anderzijds toch nooit de overlevering, een hele lore aan oorspronkelijke druivenrassen en een vurige passie voor het eigen terroir platdrukt. Wat wil je nog meer? Die mooie, altijd evoluerende combinatie tussen oud en nieuw, traditie en vernieuwing is er zowat de belangrijkste reden voor dat Spanje al jaren een niet al te nauw toebemeten plaats krijgt in de internationale wijnavant-garde. Na de Peynaud-golf van fruitige, soepele wijnen in de jaren tachtig, de Parker-tsunami van krachtige en rijke toothstainers in de beginjaren negentig en de zondvloed van flying winemakers aan het eind van de vorige eeuw in diens kielzog, was Spanje immers één van de eerste wijnlanden dat het waagde op de nieuwe schuimkoppen van de elegantie, de mineraliteit en de terroirgedrevenheid van de nouvelle vague te surfen. Nu ja, er is ook wel het één en ander aan materiaal voor handen om zo'n benadering waar te maken. Neem nu Priorat en Rias Baixas, om maar even twee uitersten te noemen. Waar het bij de eerste gaat om uiterst krachtige, pezige en zeer kelderwaardige rode wijnen, draait het bij de tweede appellatie eerder om slanke, frisse en iets minder kelderwaardige witte wijnen. Eén ding hebben ze gemeen: een uitgesproken terroirexpressie (allez, dat zou je toch mogen verwachten) van Llicorella-schiefer bij de ene of een soms duizelingwekkend aroma van jodium gecombineerd met schisteuse en granitische toetsen bij de andere. Meer nog: waar je zo verwachten dat elegantie en typiciteit toch zo ongeveer het moeilijkst bereikbaar is in een aride, zondoorstoofd land als Spanje, zijn het net de jonge driving winemakers uit het land zelf, zoals Telmo Rodriguez, die de boodschappers zijn van de zovele knepen van het vak die genoeg zuren, toch een rijpe structuur en een sprekende mineraliteit in het glas brengen. Denk maar aan de zo dikwijls uiterst verfijnde hedendaagse Rioja, nog eens die gesofesticeerde Albariño's of de prachtige resultaten die men in het Noorden ( Bierzo) boekt met een druif als Mencia (natuurlijk zijn er nog wel wat D.O.'s waar dat minder zo is: Toro en Jumilla bv.). Wat nog beter is: de prijzen van Spaanse wijnen blijven toch nog altijd redelijk democratisch! 2. Smurfentaart en dode beesten. " Leuk om dat allemaal te weten", denken we dan als we aan een proeverij supermarktspanjaarden beginnen. Eerlijk toegegeven, had deze contest een paar jaar terug plaatsgevonden, dan had het enthousiasme er bij mij niet meteen vanaf gedropen. Ik zat namelijk nog altijd met dat idee dat Spanje niet veel beters te produceren had dan de massa flabberige wijn die - als het al niet ging om Wereldwinkelwijn - obligaat bij een kotfeestje hoorde. Iedereen kent dat wel: het mag niet veel kosten, moet liefst fruitig en een beetje zoetig zijn. Ook weer geen echte zoete wijn, want nee, aan dat ouderwets troostend shlemielengezwalp deden wij nu ook niet mee. Aan de andere kant, toch ook liefst niet te droog. Er moeten toch wel Melocakes (ik onthoud u de studentikoze naam  ) en smurfentaart bij passen zonder dat die met wijn en speeksel in een plakkerige brij veranderen. En natuurlijk, als het kan, een beetje alcohol graag, dus liefst iets Zuiders en liefst iets Spaans, want dat kennen we van die gâteaux-parties bij de grootouders zaliger. Worden we allemaal lekker hitsig van. Bôpa en boin hadden het moeten weten ... . Ik hoop dat bij u ondertussen ook spontane kokhalsneigingen zich een weg naar boven werken: ik werd meestal al misselijk van het vooruitzicht terwijl ik de laatste minuten aftelde van een oersaaie les algemene taalkunde (en dat wil echt wat zeggen). Het ergst van al was dan nog dat mijn vriendelijke medestudentes er blijbaar een kunst van maakten om mijn glas het hele feest tot de nok bijgevuld te houden. Nooit begrepen waarom ik elke volgende morgen met een halve black-out, naast een hoop lege taartdozen en met een dood beest in mijn mond wakker werd ... . Weinig zeggen aan dat Spaanse wijn uit de supermarkt bij mij dan ook gearchiveerd werd in het donkerste hoekje van mijn proefbibliotheek en zelden aangroeide tot meer dan 6 flessen in mijn kotkeldertje. Tja, en dan blijf je aan zo'n medestudente plakken die toch wel geen Spaans gestudeerd heeft zeker? Zo lyrisch als ik was over Italië, zo koppig hield zij vol dat er in Spanje geweldige wijn gemaakt werd. En u weet, als vrouwen het in hun hoofd krijgen ... krijg het er dan maar weer eens uit. Tot uiterste wanhoop gedreven nam ik dan maar eens wat van die Spaanse plonk mee uit de dichtstbijgelegen Carrefour. Ik zie me nog 'thuiskomen' met twee keer drie flessen in telkens twee zakken (een wijnplas voor de voordeur had ik al eens gehad): om van te janken. Had ik mijn schamele weekgeld verkwanseld aan wat waarschijnlijk toch brol bleek te zijn, ondanks het feit dat Herr Herwig hem had aangeraden in zijn Château Simple: een Valdepeñas Gran Reserva 1999 van Señorio de los Llanos. Jaja, Gran Reserva voor nog geen € 5. Bullshit, dacht ik. En toch: een dikke twee maanden later schonk ik hem op een verjaardagsfeestje (nog altijd legendarisch omdat het om 20:00h. begon en om 8:00h. eindigde met koffie en een glas Calvados als 11de gang  ). De Señorio moest eraan geloven bij een stuk gebraad op Piëmontese wijze. Schraal, ik weet het, maar voor Barolo had ik geen geld en van pa kreeg ik ze niet meteen mee (wel heerlijke Riesling). Ging wel ... helemaal niet slecht zelfs. Beetje streng en gereserveerd misschien, maar best lekker. Allez, af en toe kwam er dan al eens een flesje Spaans mee van de zoveelste wijnzaak. Tot een heel dik jaar terug. Net verhuisd. Wijn natuurlijk zelf verhuisd: ik werd onnozel van de nachtmerries waarin verhuizers dozen wijn naar elkaar gooiden. Wel een onoverzichtelijke rommelboel in de kelder. Een kat vond er haar jongen niet in terug (goed dat we er nog geen hadden). 's Avonds in de pot geroerd, maar te mottig om zelf de kelder in te kruipen: mijn vingers gingen jeuken iedere keer ik de puinhoop aanzag. Cabernette dan maar naar beneden gestuurd. En ja, ik had het kunnen weten, met wat kwam ze naar boven: een flesje Spaans en dan nog wel een vergeten, overgebleven Señorio. Daar verwachtte ik al niet veel goeds meer van. Opengetrokken, geproefd ... hm, viel nog mee, meer dan dat zelfs: wat hadden we spijt dat we daar niet meer flesjes van gekocht hadden. 't Was een heerlijke oude wijn geworden. Heel herfstig en aards en toch nog wat primaire aroma's. Zalig. Ik was bekeerd. Ging op zoek naar meer Spaans van dat. Kwam terecht bij Ad Bibendum, La Buena Vida, Vinea, ... en had de inquisitie niet nodig om me te bekeren tot het juiste geloof. The rest is history. 3. OMG? Plonk of glouglou?
Het begint zo stilaan een vaste gewoonte te worden, maar dan een hele goede: mee zetelen in de Kurkdroog-jury van Megavino. Elk jaar kiest onvolprezen marathonproever Dirk Rodriguez immers een reeksje wijnen uit de supermarkt die deels aansluiten bij het thema van de jaarlijkse beurs. Dit jaar lag dat natuurlijk voor de hand: een greep uit de vele Spaanse wijnen die onze supermarkt aanbiedt. Dat dit jaar Spanje als gastland gekozen werd voor Megavino, lag al even erg voor de hand (niet dat we daarmee willen zeggen dat die keuze banaal zou zijn of zo, integendeel). Gezien mijn - al niet meer zo heel recente - bekering tot het Spaanse wijnheiligdom, keek ik er wel naar uit. De mooie Vall Pors, geen misse Raimats, de zalige Condado de Haza of een paar formidabele Alba de Bretons indachtig, kon het alleen maar een verrijking zijn nog eens te zien wat er zo allemaal aan lekkers in de supermarktrekken te vinden was. Zulke proefjury's zijn altijd leuk om snel heel wat nieuws te leren kennen: je beoordeelt blind, alhoewel je toch weet wat je drinkt. Je laat je niet gauw verleiden door een crowd-pleaser, omdat je weet dat je daarvoor moet uitkijken. En, niet te vergeten, met wat chance vind je een paar mooie wijnen die voor niet al teveel beurspijn aan de kelder toe te voegen zijn. Right in tune was ik dus, zeker met de herinnering aan een zalige Utiel-Requeña en een echt wel te lekkere Emporda die Wim en Pvo de vorige avond op ons wijnbloggersstandje serveerden. Een goed georganiseerde proeverij in een apart zaaltje weer. En toch, ik bleef wat op mijn honger zitten wat de wijnen betrof. Geen enkele keer had ik het WOW-gevoel dat ik bijvoorbeeld ervoer met de Sanguénis i Vaqué Vall Por 2003, die op eenzelfde proeverij twee jaar terug in de reeks zat. Het stond buiten kijf dat er heel wat degelijke wijnen in de vooral Tempranillo-dominante reeks zaten, maar er waren er slechts enkele die zich onderscheiden va  n een hele garde weinig zeggende exemplaren. Teveel wijnen waren jammer genoeg platgestabiliseerd. Iets wat wel meer voorkomt bij supermarktwijnen: hoe slaag je er anders in een wijn te laten overleven die ganse maanden rechtop, onder spots of in vol neonlicht en dikwijls ook nog eens veel te warm moet staan wachten tot een Samaritaanse hand hem uit zijn lijden verlost? Platfilteren, vlakzwavelen en liefst ook nog eens doodsteriliseren bij wijze van spreken. Jammer. Blijkbaar verliest Tempranillo ontzettend veel van zijn expressieve karakter wanneer er hij wat teveel gekooid wordt. 't Moet anderzijds dan wel weer gezegd dat haast geen enkele van die eerder 'afgevlakte' wijnen ouderwetse, oxidatieve neigingen vertoonde: slechts eentje werd prompt afgekeurd. Ook het vroeger zo typisch rustieke van heel wat Spaanse wijn, was absoluut niet dominant aanwezig. Dus, al bij al, zeker voor een zachte prijs iets degelijks, maar weinig opwindends in het glas. Wie zei daar weer dat Spanje het meest opwindende wijnland van de wereld is? Wel, er waren natuurlijk ook enkele hijos die dat tegendeel bewezen. In de eerste plaats een helemaal niet zo eenvoudige Rioja Crianza: Azpilicueta 2005. Een wijn die gewoon alles heeft om 'goed' genoemd te worden: goede structuur, jeugdige frisheid en toch geen nukkig gesloten karakter. Lekker en scherp gefocust Tempranillo-fruit in de neus. Niet mis, zeker niet voor een schamele € 9 (Delhaize). Favoriet voor mij was anders de Musem Real Reserva 2004 (D.O. Cigales - Colruyt Klassewijnen). Heel herkenbaar, een biologische wijn zonder capsones of pretentie. Sappig lekker en begrijpelijk volgens Juan Peñin de beste wijn van zijn appellatie in de Guia van 2008. Een speciale vermelding mag ook alleszins naar een Spar-wijntje: Gran Fuedo Reserva 2003 uit de D.O. Navarra. Niet meteen de gemakkelijkste, met nog wat onversmolten, maar mooi hout op de neus en een dichte structuur die wat tijd nodig heeft om mooi los te komen. Een waardige opvolger voor die Señorio aanr € 7? Ik stuur Cabernette binnen een paar jaar nog wel eens de kelder in ... uit luiheid welteverstaan!
Geen OMG! dus, maar ook geen plonk of te lekkere wijn. Het ware Walhalla hebben we dus niet gevonden. Wel weer eens een knap in elkaar gestoken contest en een mooie eerlijke balans tussen prijs en kwaliteit bij deze wijnen, dat zeker, en dat is echt niet mis. Ga er maar eens naar zoeken in supermarktwijnen uit heel wat andere landen ... .
LAST_UPDATED2
Megavino 2008 - Deel I : 11 E-winewriters that made the Difference
zondag, 26 oktober 2008 11:43
Amaronese
Donderdagnacht 17 oktober 2:14 am, ik kruip de trap op naar de eerste verdieping, laat kleren vallen waar ze uit willen en rol in mijn bed. Het is gelukt: we zullen er morgen staan met meer helpende handen dan verwacht. We zullen er morgen staan als een baken tussen het lauwe rioolwater van een zichzelf verkankerende wijnmarkt. We zullen er staan als 11 schrijvers die het verschil maken, misschien wel het verschil zullen zijn. Vrijdag 17 oktober brachten wij op Megavino 2008 een hulde aan ongecompliceerd echte wijn! 1. We aint scratch no back: tegen de werkkampen van de Vlaamse wijnkritiek.Bijna een jaar geleden werd iets waarop ik al lang hoopte eindelijk werkelijkheid: na een hoop heen-en-weer-gemail en geregel kregen we 10 wijnschrijvers, die ik haast elke dag trouw als een hond volgde, rond eenzelfde tafel. De Vlaamse Wijnblogdagen waren eindelijk een feit. Tot onze collectieve verrassing bleek dat we zo ongeveer éénzelfde idee hadden over de huidige wijnwereld: vermolmd, uitgehold en verminkt door marketinggeblaat en daarin deftig ondersteund door een nauwelijks onafhankelijke wijn' kritiek'. Er zaten elf wijnschrijvers rond de tafel die elk lak hadden aan de ' ons-kent-ons'-mentaliteit of het ' hier-schrijf-je-over-en-dan-hoor-je-erbij'-dogma van de Vlaamse wijnwereld dat de taak van een echte kritiek reduceert tot het slaafse gejaknik van een clubje mediocere goelagtsjeven. Natuurlijk zijn er uitzonderingen; in feite zijn er zelfs drie van die uitzonderingen onder ons. Gelukkig maar. Wij stelden vast dat het ook anders kon: 11 e-winewriters – kan het nog cooler – zouden op regelmatige basis samen publiceren over eenzelfde onderwerp. Toen ik enkele maanden geleden schreef dat heel wat wijnkritiek beperkt blijft tot een te breed uitgesmeerde scheet op teveel papier, had ik me misschien beter wat preciezer uitgedrukt: een te breed uitgesmeerde stinkende scheet op teveel glanspapier. Hoe langer ik me verdiep in wijngeschrijf van allerlei allooi, hoe meer ik wanhopig moet lopen snuisteren in (tweedehands)boekhandels naar een (soms niet zo) nieuw en interessant wijnboek. Maar al te vaak kom je tot de vaststelling kom dat ongeveer 90% van het vineus geneuzel bestaat uit het herkauwen van éénzelfde saaie en smakeloze, koude pap. Meestal is die stinkende brij nog slecht geschreven ook. En maar al te vaak haal je er met minimale moeite zo de stemmen uit van de te paaien sponsors, wijndomeinmanagers of zelfgeproclameerde wijnpausen. Er wordt simpelweg te veel en te slecht over wijn geschreven: dikke tuintegels met ingebonden dun bedrukt glanspapier, doorregen van wraakroepende clichés, uitgevuld met nietszeggende artsy fartsy wijnfoto’s of – in de vervelendste gevallen – pretentieuze proefnota’s. Het gaat meestal over knap dure boeken die mooi presenteren op de salontafel, maar tussen de kaften niet erg veel aan de man te brengen hebben. Een echt geïnteresseerde wijnliefhebber steekt er haast niets van op of hij vormt zich een beeld van de wijnwereld dat de hogepriesters van het marketingfascisme hem maar al te graag doen geloven door het keer op keer te herhalen. Je zou voor minder gaan geloven dat er buiten Bordeaux, Bourgogne en Champagne of buiten Chardonnay, Sauvignon Blanc, Cabernet Sauvignon en Merlot weinig te beleven valt op het gebied van wijn. Dat is natuurlijk wel buitenom die enkele schrijvers gerekend die zich presenteren als de echte trendwatchers van de wijnwereld: zij brengen u de pikantste verhalen vers van de pers. Zij overdonderen u met namen van wijnstreken waarvan u nog nooit gehoord hebt. Zij slaan u plat met de nieuwe ‘groten’. Zij brengen u de nieuwste wijnontwikkelingen nog heet van de naald. En daar wringt het schoentje al: het gaat om schrijvers die van de ene mode naar de andere zwalken. Ze verdiepen zich zelden in de materie waar ze over schrijven – als ze al kunnen schrijven – en dat is niet onlogisch, want daar hebben ze geen tijd voor: vandaag is het Burgenland, morgen is het de Pfalz, overmorgen Ribolla Gialla en weer wat later Hagelandse Müller-Thurgau … . Het zal je maar overkomen. Je kan jezelf nooit eens ergens deftig op voorbereiden en toch moet je als een expert overkomen. Hoe doe je dat dan? Dat kan retorisch: je blaast hoog van de toren, je schrijft met een zodanige pretentie dat de expertise er wel vanaf moet druipen. Probleem: iemand die veel leest, heeft dat meteen door. Je geschrijf komt op zo iemand over als het  blagerig brouwsel van de eerste de beste opgeblazen nul die weer eens geen blijf weet met zijn eigen dikdoenerij. Vervelend is dat. Je kan het ook met proefnota’s van formidabel dure wijnen (waar je natuurlijk lyrisch over doet, te drinken of niet) of zeldzame oude wijnen uit de reserve van de wijnboer proberen. De lezer denkt dan: “ Goh, zeg, die mag dat proeven”, terwijl die lezer dikwijls zelf de kans zou hebben het te proeven als hij een beetje onderlegd naar de wijnboer ging. Voor de rest is niemand er wat mee: enkel de crappy few kunnen zich deze wijnen permitteren - je weet wel: zo van die bankmanagers met een ontslagpremie van € 4.000.000 -, voor de rest blijven ze buiten ieders bereik. De oude wijnen uit de reserve zijn. Er is echter daarenboven nog een laatste truuk van het foor: je praat gewoon de internationale critici na, je vertaalt zomaar wat, je parafraseert de website van het besproken domein, … . Kan het nog saaier? Kan het nog zieliger? Een beetje wijnliefhebber heeft ook een Wine Companion van Johnson, een Oxford Companion to Wine van Robinson op de boekenplank staan en de weg naar het web vindt hij zelf ook wel … . De wijnbloggers die een jaar geleden eensgezind besloten hun eigen sites wat meer onder de aandacht te brengen, koesteren niet de pretentie de besten te zijn. Zij schrijven niet over de modes die elkaar opvolgen als de smakeloze eieren in een legbatterij. Zij vinden het niet nodig een lezer plat te slaan met name dropping om zichzelf wat te bewieroken. Nee, zij willen gewoon een ander soort wijnkritiek brengen. Een wijnkritiek die vanuit een passie ontstaan is, die de pitfalls van het marketinggeblaat omzeilt en wil aantonen, die inhoud heeft - ja, dat leest u goed! - zodat ze andere wijnliefhebbers die bereid zijn hun eigen grenzen te verleggen, steeds opnieuw correcte informatie, stof tot nadenken en bovenal ongekende wijnontdekkingen kunnen bieden. 2. Tussen Scylla en Charibdis revisited: cheap horror on low-carb. Daar gingen we ook voor tijdens onze acte de présence op Megavino 2008. Het sprak voor zich dat we op de jaarlijkse winerush naar Heizelpaleis 3 niet konden afwezig blijven. Vraag is echter hoe je in een commercieel circus als Megavino met een absoluut onafhankelijke organisatie de aandacht kan trekken. Alleen al de kost van zo'n standje ... . Ik heb me er dagen het hoofd over gebroken, tot BDC kwam aandraven met een origineel idee: waarom geen standje houden op een speciaal event dat enkel op vrijdagavond wordt georganiseerd? 'Jongeren en Wijn', een idee van o.a. De Morgen en Delhaize: een apart zaaltje met een loungy sfeer, tapas en wijnen in alle mogelijke vormen en maten 'speciaal afgestemd' op jongeren: low-alcohol en low-cal wines, wijn in tetrabrik, wijncocktails, hippe bubbels, enz. Mijn haren gingen al overeind staan. Ik ken dat soort 'speciaal-afgestemd-op'-truuks al langer. De winebizz is vergeven van dat soort gimmicks. Je kan ze zowat vergelijken met eternal gimmick ‘aangepaste wijn’: het lijkt customized, speciaal voor jou, maar in de meeste gevallen gaat het om niets anders dan een hoopje ‘kouwe ellende’. Rommel die men nog aan de straatstenen niet kwijtgeraakt en daarom maar wat oppept met een glitterend marketingkleedje. Gelukkig bestaat er in wijn ook nog wel wat anders. Het pleit was met andere woorden gauw beslecht: de Vlaamse Wijnbloggers zouden op die avond samen een standje houden als een rots in de branding voor 'echte' wijn (zowat alles wat daar niet geschonken werd, dus). We vonden het hoe dan ook niet kunnen dat jonge, gepassioneerde liefhebbers of nog complete leken die toch de stap naar de grootste wijnbeurs van het land waagden, enkel wat flauw, aangezoet en bijgekleurd druivensap te proeven kregen. Tja, en dan kom je daar aan op Megavino, weliswaar wat te laat (file) en dan blijkt er toch één en ander anders te zijn dan hetgeen via mail en telefoon met de organisatie afgesproken was: een tafeltje dat nog niet de helft van de afgesproken oppervlakte bleek te zijn (de helft betalen deden wij evenwel niet), onvindbare ‘sommeliers’, toch een achterwand, maar krap een halve meter diepte achter je stand, … . Eén van onze bloggers geraakte zelfs niet in het zaaltje binnen: te oud, ondanks zijn hippe shirt! Toegegeven, Alain Bloeykens haalt elk jaar weer eens een reuzentoer uit om alles op poten te krijgen en het lukt hem nog wonderwel ook, maar hier en daar schort er toch wat aan de organisatie. Delegeren? Misschien wel. Bekwamer personeel in dienst nemen? Zeker! Enfin, de odyssee naar Brussel was al wat geweest, maar een iliade stond ons precies nog te wachten: de aandacht trekken en overeind blijven tussen al die varkentjesroze verpakkingen, hippe, maar stinkende cocktaildrankjes, mini-wijnflesjes die wij verkeerdelijk aanzagen voor plasteuten, … enfin, het begon zo stilaan te lijken op een goedkope horror-pic. En toch, het lukte. Na het eerste uur stond er zowat onafgebroken twintig man te drummen rond ons mini-tafeltje. Met z’n allen stonden wij in voor de profetie van de echte wijn. Rick, Wim, Chevalier en ik zouden de dorstigen laven, Foodfan de hongerigen spijsen en Pvo en Vinama speelden voor lokvogel. Wat ons verraste was dat er mensen lang bleven hangen rond onze stand, vertrokken voor een korte ronde langs de overige standhouders en dan to ch maar weer terugkeerden. Er werd gretig geluisterd, enthousiast vragen gesteld, veel gelachen en vooral genoten van de verschillende wijnen die wij meebrachten. De meest ondenkbare biologische of biodynamische wijnen, bijna vergeten druivenrassen, appellaties uit een godvergeten achterhoek van Spanje of Italië, curieuze blends of uit de band springende monocépagewijnen, … ze passerden allemaal de revue, met Foodans heerlijke begeleidende hapjes natuurlijk.
3. Nieuwe wijn in nieuwe vaten? Een wijn die mij alleszins bijbleef was een curieuze blend van Chardonnay, Zierfandler en Rotgipfler, In Gumpoldskirchen genaamd, van Weingut Schellmann, een stuk rots uit Ricks kelder. Of Pvo’s Saulò van Espelt, een Emporda van Grenache en Carignan. Of l’Ô Gazeuse van Cyril Alonso (nee, niet de F1-piloot, wel familie, naar 't schijnt en de eigenaar van Domaine de l’Ancestra) , een biologisch juweeltje uit Vinama’s kelder. Of Icardi’s Balera, een 100% Cortese van de ploeg van Winetasting, of, … ik kan zo nog wel even doorgaan. Uiteindelijk kwamen zelfs de andere standhouders eens bij ons proeven: een bevallige hostesse van Jacob’s Creek bleef niet van de nodige viriele aandacht verstoken, de naburige verkoper van de tetrapakwijn pikte af en toe ook wel eens een slokje en een hapje mee en zelfs de zelfovertuigde marketeers van Gallo glipten tussen twee cocktails en een praatje met beide kortgerokte, langbenige Megavino-babes even naar onze stand. Mission accomplished zou je zeggen. Inderdaad, maar wat voor ons toch het belangrijkst bleef waren de vele spontane reacties die we kregen: een welgemeende dank u, een warme appreciatie of een paar glinsterende ogen van jonge wijnliefhebbers die een nieuwe weg in de wijnwereld hebben ontdekt. Misschien maakten wij voor een paar mensen dan toch het verschil ... . Wij sloten de avond nog af met een gezellige babbel en enkele glaasjes van Roberto Cipresso’s La Quadratura del Cercio 2006. Kindermoord ja, maar weer eens ontroerend knap!
LAST_UPDATED2
|
|