Twee weekends geleden kon ik op zondagavond letterlijk geen wijn meer zien, ruiken of horen. Mijn frontale hersenkwab sprong spontaan in spasmen bij zelfs de minste allusie op het gegiste vocht. Zelfs bij de woorden van onze plaatselijke Jan Spier: "Wei ... nig volk hè vandaag!", kromp ik al zichtbaar ineen. Zo erg blijkbaar, dat de goede kerel maar onmiddellijk repliceerde: "Ik zie dat gij zo'n zin hebt in ne goeie saté". Wel, ik kan u verzekeren, het was me een waar genoegen na al die vineuze exploten. Een saté, een grote friet (zonder saus!) , een fris Cristalleke en eh ... na een uur stond ik weer een verdiepje lager rond te draaien: "Welke fles moet eraan geloven?" Bloed kruipt waar het niet gaan kan. Wijn ook.
Reden van die kortstondige verstandsverbijstering: ik ging als een echte hardcore addict drie dagen na elkaar naar Megavino. Deze keer: dag 2, op zoek naar het ware Walhalla van de wijn!
Welke wijnliefhebber heeft tegenwoordig niet de mond vol van het geweldige terroir van Priorat. Welke wijnliefhebber wordt niet lyrisch van de unheimliche halfwoestenij waarin mensen er toch in slagen druiven naar behoren te doen opgroeien? Welke wijnfreak loopt niet warm voor de zovele autochtone, stoer klinkende druivenrassen waarmee Spanje nog wat meer gewicht in de schaal legt? Logisch dus dat bijvoorbeeld in het laatste nummer van Decanter 18 pagina's aan Spaanse wijn besteed worden, waarvan één artikel met de titel 'Why Spain is the most exciting winecountry in Europe'.Zoals het enkele jaren geleden Oostenrijk all over the place was, zo is het vandaag inderdaad Spanje al wat de klok slaat. Vroeger, en dan spreek ik van een dikke tien jaar terug - ik was toen nog piep, de dertig komt nu echt te dichtbij -, was Spanje, net als Italië, synoniem voor cheapo tafelwijn; weliswaar met een iets sjieker en wat meer geconfimeerd cachet, maar toch niet meteen wat je noemt 'meest opwindende wijnland van de wereld'. Spaanse wijn, en dan vooral Rioja, was de rode wijn die zoveel mensen meebrachten van een reisje Benidorm, Salou, Costa si ... of Costa la ... . Rood ... inderdaad, want van wit kwam er, letterlijk en figuurlijk, niet veel in huis. Het heeft zo tot het eind van de jaren negentig geduurd eer de eerste goede Spaanse witte wijnen tot bij ons geraakten. Met uitzondering van de degelijke witte de Cáceres, was het nog lang wachten op dergelijke knappe staaltjes van vakmanschap. Laat staan dat toen al iemand van Albariño gehoord had.
Maar, hoe zat het dan wel met die rode wijnen? Hun roem waard of ook insipid plonk? Het laatste doorgaans ... . Meestal ging het over nogal bruinige, soms zelfs een beetje stinkende, dunne en uitdrogende bulkwijn. Alleen het etiket Rioja volstond gelukkig al om dit ouderwetse staaltje van minimale kwaliteit toch aan het grote publiek te slijten. Het fletse, saaie karakter van de Rioja's van weleer had evenwel niets te maken met een soort van authenticiteit: het was eerder het resultaat van een onzorgzame aanpak in de wijngaard, een ouderwetse vinficatiemethode en een quasi oxidatieve elevatie op grote, oude eiken fusten. Wijnen met enige fraîcheur en een behoorlijke dosis sappig fruit waren dus dikwijls ver te zoeken in de zee van naar vuil hout en dorre bladeren smakende Rioja.
Gelukkig veranderde dat gedurende de laatste decennia van de 20ste eeuw. Binnenlandse investeerders en grote wijntycoons zoals Miguel Torres staken hun bewondering voor de oenologische vooruitgang die geboekt werd in Bordeaux, Toscane en de toen nog embryonale Nieuwe Wereld, niet onder stoelen of banken. Plots werden die enkele wijnbouwers die letterlijk met kop en schouders boven de grijze Spaanse wijnbrij uitstaken, vereerd als halfgoden die het vuur van de Olympus naar de mensheid wisten te brengen. Die bewondering vertaalde zich even snel naar de eigen wijngaarden. Even plots dook daar ook de legendarische Emile Peynaud op, die, net als in Bordeaux hygiëne, jeugdigheid en frisheid zou prediken in de Spaanse halfwoestijn. Een nieuwe generatie wijnmakers zag het licht. En een tweede, ... en een derde, ... . Want, dat is waarschijnlijk wel het meest opwindende aan dit wijnland: de Spaanse wijnmakers houden de vinger wel heel na aan de internationale wijnpols, thans zonder daarbij hun spreekwoordelijke koppigheid te verliezen. Dat heeft als gevolg dat Spanje zich nu absoluut kan meten met het zich eveneens steeds heruitvindende en qua vineuze traditie minstens even interessante Italië. Nieuwe ideeën worden heel snel uitgeprobeerd - nog dikwijls voor er ergens anders sprake van is. Er is m.a.w. een niet te onderschatten bereidheid tot experimenteren, die anderzijds toch nooit de overlevering, een hele lore aan oorspronkelijke druivenrassen en een vurige passie voor het eigen terroir platdrukt. Wat wil je nog meer?
Die mooie, altijd evoluerende combinatie tussen oud en nieuw, traditie en vernieuwing is er zowat de belangrijkste reden voor dat Spanje al jaren een niet al te nauw toebemeten plaats krijgt in de internationale wijnavant-garde. Na de Peynaud-golf van fruitige, soepele wijnen in de jaren tachtig, de Parker-tsunami van krachtige en rijke toothstainers in de beginjaren negentig en de zondvloed van flying winemakers aan het eind van de vorige eeuw in diens kielzog, was Spanje immers één van de eerste wijnlanden dat het waagde op de nieuwe schuimkoppen van de elegantie, de mineraliteit en de terroirgedrevenheid van de nouvelle vague te surfen. Nu ja, er is ook wel het één en ander aan materiaal voor handen om zo'n benadering waar te maken. Neem nu Priorat en Rias Baixas, om maar even twee uitersten te noemen. Waar het bij de eerste gaat om uiterst krachtige, pezige en zeer kelderwaardige rode wijnen, draait het bij de tweede appellatie eerder om slanke, frisse en iets minder kelderwaardige witte wijnen. Eén ding hebben ze gemeen: een uitgesproken terroirexpressie (allez, dat zou je toch mogen verwachten) van Llicorella-schiefer bij de ene of een soms duizelingwekkend aroma van jodium gecombineerd met schisteuse en granitische toetsen bij de andere. Meer nog: waar je zo verwachten dat elegantie en typiciteit toch zo ongeveer het moeilijkst bereikbaar is in een aride, zondoorstoofd land als Spanje, zijn het net de jonge driving winemakers uit het land zelf, zoals Telmo Rodriguez, die de boodschappers zijn van de zovele knepen van het vak die genoeg zuren, toch een rijpe structuur en een sprekende mineraliteit in het glas brengen. Denk maar aan de zo dikwijls uiterst verfijnde hedendaagse Rioja, nog eens die gesofesticeerde Albariño's of de prachtige resultaten die men in het Noorden (Bierzo) boekt met een druif als Mencia (natuurlijk zijn er nog wel wat D.O.'s waar dat minder zo is: Toro en Jumilla bv.). Wat nog beter is: de prijzen van Spaanse wijnen blijven toch nog altijd redelijk democratisch!
2. Smurfentaart en dode beesten.
"Leuk om dat allemaal te weten", denken we dan als we aan een proeverij supermarktspanjaarden beginnen. Eerlijk toegegeven, had deze contest een paar jaar terug plaatsgevonden, dan had het enthousiasme er bij mij niet meteen vanaf gedropen. Ik zat namelijk nog altijd met dat idee dat Spanje niet veel beters te produceren had dan de massa flabberige wijn die - als het al niet ging om Wereldwinkelwijn - obligaat bij een kotfeestje hoorde. Iedereen kent dat wel: het mag niet veel kosten, moet liefst fruitig en een beetje zoetig zijn. Ook weer geen echte zoete wijn, want nee, aan dat ouderwets troostend shlemielengezwalp deden wij nu ook niet mee. Aan de andere kant, toch ook liefst niet te droog. Er moeten toch wel Melocakes (ik onthoud u de studentikoze naam
) en smurfentaart bij passen zonder dat die met wijn en speeksel in een plakkerige brij veranderen. En natuurlijk, als het kan, een beetje alcohol graag, dus liefst iets Zuiders en liefst iets Spaans, want dat kennen we van die gâteaux-parties bij de grootouders zaliger. Worden we allemaal lekker hitsig van. Bôpa en boin hadden het moeten weten ... . Ik hoop dat bij u ondertussen ook spontane kokhalsneigingen zich een weg naar boven werken: ik werd meestal al misselijk van het vooruitzicht terwijl ik de laatste minuten aftelde van een oersaaie les algemene taalkunde (en dat wil echt wat zeggen). Het ergst van al was dan nog dat mijn vriendelijke medestudentes er blijbaar een kunst van maakten om mijn glas het hele feest tot de nok bijgevuld te houden. Nooit begrepen waarom ik elke volgende morgen met een halve black-out, naast een hoop lege taartdozen en met een dood beest in mijn mond wakker werd ... . Weinig zeggen aan dat Spaanse wijn uit de supermarkt bij mij dan ook gearchiveerd werd in het donkerste hoekje van mijn proefbibliotheek en zelden aangroeide tot meer dan 6 flessen in mijn kotkeldertje.Tja, en dan blijf je aan zo'n medestudente plakken die toch wel geen Spaans gestudeerd heeft zeker? Zo lyrisch als ik was over Italië, zo koppig hield zij vol dat er in Spanje geweldige wijn gemaakt werd. En u weet, als vrouwen het in hun hoofd krijgen ... krijg het er dan maar weer eens uit. Tot uiterste wanhoop gedreven nam ik dan maar eens wat van die Spaanse plonk mee uit de dichtstbijgelegen Carrefour. Ik zie me nog 'thuiskomen' met twee keer drie flessen in telkens twee zakken (een wijnplas voor de voordeur had ik al eens gehad): om van te janken. Had ik mijn schamele weekgeld verkwanseld aan wat waarschijnlijk toch brol bleek te zijn, ondanks het feit dat Herr Herwig hem had aangeraden in zijn Château Simple: een Valdepeñas Gran Reserva 1999 van Señorio de los Llanos. Jaja, Gran Reserva voor nog geen € 5. Bullshit, dacht ik. En toch: een dikke twee maanden later schonk ik hem op een verjaardagsfeestje (nog altijd legendarisch omdat het om 20:00h. begon en om 8:00h. eindigde met koffie en een glas Calvados als 11de gang
). De Señorio moest eraan geloven bij een stuk gebraad op Piëmontese wijze. Schraal, ik weet het, maar voor Barolo had ik geen geld en van pa kreeg ik ze niet meteen mee (wel heerlijke Riesling). Ging wel ... helemaal niet slecht zelfs. Beetje streng en gereserveerd misschien, maar best lekker. Allez, af en toe kwam er dan al eens een flesje Spaans mee van de zoveelste wijnzaak.Tot een heel dik jaar terug. Net verhuisd. Wijn natuurlijk zelf verhuisd: ik werd onnozel van de nachtmerries waarin verhuizers dozen wijn naar elkaar gooiden. Wel een onoverzichtelijke rommelboel in de kelder. Een kat vond er haar jongen niet in terug (goed dat we er nog geen hadden). 's Avonds in de pot geroerd, maar te mottig om zelf de kelder in te kruipen: mijn vingers gingen jeuken iedere keer ik de puinhoop aanzag. Cabernette dan maar naar beneden gestuurd. En ja, ik had het kunnen weten, met wat kwam ze naar boven: een flesje Spaans en dan nog wel een vergeten, overgebleven Señorio. Daar verwachtte ik al niet veel goeds meer van. Opengetrokken, geproefd ... hm, viel nog mee, meer dan dat zelfs: wat hadden we spijt dat we daar niet meer flesjes van gekocht hadden. 't Was een heerlijke oude wijn geworden. Heel herfstig en aards en toch nog wat primaire aroma's. Zalig. Ik was bekeerd. Ging op zoek naar meer Spaans van dat. Kwam terecht bij Ad Bibendum, La Buena Vida, Vinea, ... en had de inquisitie niet nodig om me te bekeren tot het juiste geloof. The rest is history.
3. OMG? Plonk of glouglou?
Het begint zo stilaan een vaste gewoonte te worden, maar dan een hele goede: mee zetelen in de Kurkdroog-jury van Megavino. Elk jaar kiest onvolprezen marathonproever Dirk Rodriguez immers een reeksje wijnen uit de supermarkt die deels aansluiten bij het thema van de jaarlijkse beurs. Dit jaar lag dat natuurlijk voor de hand: een greep uit de vele Spaanse wijnen die onze supermarkt aanbiedt. Dat dit jaar Spanje als gastland gekozen werd voor Megavino, lag al even erg voor de hand (niet dat we daarmee willen zeggen dat die keuze banaal zou zijn of zo, integendeel).
Gezien mijn - al niet meer zo heel recente - bekering tot het Spaanse wijnheiligdom, keek ik er wel naar uit. De mooie Vall Pors, geen misse Raimats, de zalige Condado de Haza of een paar formidabele Alba de Bretons indachtig, kon het alleen maar een verrijking zijn nog eens te zien wat er zo allemaal aan lekkers in de supermarktrekken te vinden was. Zulke proefjury's zijn altijd leuk om snel heel wat nieuws te leren kennen: je beoordeelt blind, alhoewel je toch weet wat je drinkt. Je laat je niet gauw verleiden door een crowd-pleaser, omdat je weet dat je daarvoor moet uitkijken. En, niet te vergeten, met wat chance vind je een paar mooie wijnen die voor niet al teveel beurspijn aan de kelder toe te voegen zijn. Right in tune was ik dus, zeker met de herinnering aan een zalige Utiel-Requeña en een echt wel te lekkere Emporda die Wim en Pvo de vorige avond op ons wijnbloggersstandje serveerden.
Een goed georganiseerde proeverij in een apart zaaltje weer. En toch, ik bleef wat op mijn honger zitten wat de wijnen betrof. Geen enkele keer had ik het WOW-gevoel dat ik bijvoorbeeld ervoer met de Sanguénis i Vaqué Vall Por 2003, die op eenzelfde proeverij twee jaar terug in de reeks zat. Het stond buiten kijf dat er heel wat degelijke wijnen in de vooral Tempranillo-dominante reeks zaten, maar er waren er slechts enkele die zich onderscheiden va
n een hele garde weinig zeggende exemplaren. Teveel wijnen waren jammer genoeg platgestabiliseerd. Iets wat wel meer voorkomt bij supermarktwijnen: hoe slaag je er anders in een wijn te laten overleven die ganse maanden rechtop, onder spots of in vol neonlicht en dikwijls ook nog eens veel te warm moet staan wachten tot een Samaritaanse hand hem uit zijn lijden verlost? Platfilteren, vlakzwavelen en liefst ook nog eens doodsteriliseren bij wijze van spreken. Jammer. Blijkbaar verliest Tempranillo ontzettend veel van zijn expressieve karakter wanneer er hij wat teveel gekooid wordt. 't Moet anderzijds dan wel weer gezegd dat haast geen enkele van die eerder 'afgevlakte' wijnen ouderwetse, oxidatieve neigingen vertoonde: slechts eentje werd prompt afgekeurd. Ook het vroeger zo typisch rustieke van heel wat Spaanse wijn, was absoluut niet dominant aanwezig. Dus, al bij al, zeker voor een zachte prijs iets degelijks, maar weinig opwindends in het glas.Geen OMG! dus, maar ook geen plonk of te lekkere wijn. Het ware Walhalla hebben we dus niet gevonden. Wel weer eens een knap in elkaar gestoken contest en een mooie eerlijke balans tussen prijs en kwaliteit bij deze wijnen, dat zeker, en dat is echt niet mis. Ga er maar eens naar zoeken in supermarktwijnen uit heel wat andere landen ... .





