The Orbis of Wine

A journey into wine by the True and Only Fratres Organoleptici

  • Vergroot letter grootte
  • Standaard letter grootte
  • Verklein letter grootte
Home Artikels Wijnliteratuur
Literatuur

Vlaamse Wijnblogdagen XI - Deel II: Stationsromannetjes en bijbelexegese

E-mail Print PDF
Boeken, dat is mijn vak. Ik vertelde het al in het eerste deel van deze Wijnblogdagenpost in het kader van de zoveelste editie van de Boekenbeurs. Dat wil dus zeggen dat ik ongeveer elke dag minstens een tiental boeken in mijn handen heb en er - raar, maar waar! - ook daadwerkelijk in lees. Als je zoveel met boeken in aanraking komt, dan word je natuurlijk wat kieskeurig en moet je spijtig genoeg beamen dat er maar weinig boeken zijn die je wil opnemen in je eigen hall of fame. Een boek is immers net als elk ander produkt op de markt onderhevig aan de wetten van vraag en aanbod, of we dat nu graag hebben of niet. Dat laatste blijkt vooral het geval voor de hoofdmoot van de wijnliteratuur.

1. Te volumineuze stationsliteratuur.
BouquetIk moet iets bekennen: eigenlijk houd ik wel van stationsromannetjes. Je weet wel, die Bouquet-reeksboekjes die je in elke supermarkt en iedere tijdschriftenhandel op de kop kan tikken voor een ontzettend democratisch prijsje. Het verhaal dat ze vertellen is meestal eenvoudig. Het zijn boekjes zonder pretentie die doorgaans een onmogelijke liefde verhalen in een klassieke setting, met stereotype personages: verpleegster en dokter, ridder en arme deerne, kasteeldame en stoere telg uit een verpauperd adelijk geslacht, ... zo kan je nog wel even doorgaan. Ze bieden misschien een cliché-beeld en ze zijn haast altijd bevestigend en braaf van karakter, maar daartegenover staat dat ze ook niet pretenderen meer te bieden dan dat. Daarin zijn ze eigenlijk net interessant, want ze geven wel aan hoe heel wat mensen denken of willen denken over begrippen als 'de ware liefde', man-vrouwverhoudingen en dergelijke. Bovendien zijn ook nog eens vlot geschreven. Wat wil je nog meer als goedkope ontspanning?
Was dat met het gros van de wijnboeken ook maar zo. Om te beginnen zijn ze al gewoon te groot en te zwaar van formaat om zomaar in je binnenzak te deponeren. Je zou zo elke wijnliefhebber herkennen aan zijn gebochelde gang mocht die toch zulk een tuintegel op zak hebben. Ze zijn ook nog eens véél te duur. Erger is dat zulke boeken vaak quasi inhoudsloos zijn of net een oeverloze compilatie van wijnweetjes bevatten. Geen volledig verhaal dat de lezer helpt alles wat hij aan nieuws leert te vatten in een overzichtelijk geheel. Nee, een stortvloed aan belangrijke en totaal onbelangrijke feitjes, gelardeerd met een eindeloze serie foto's. Dikwijls ook nog eens onjuiste, onbenullige feitjes en nietzeggende, gekunstelde kiekjes. Net als Bouquet-boekjes presenteren heel wat van deze wijnboeken ook nog eens een erg banaal beeld van de wijnwereld. Op zich niets mis mee natuurlijk - je moet ergens beginnen -, maar stel het dan ook niet voor als het laatste nieuwe, het enige ware, of het allerbeste wijnboek dat in de handel ligt. Elk exemplaar van dat type wijnboeken verkondigt zogenaamd de enige echte waarheid, de laatste inzichten in wijn, de nieuwste en spannendste ontdekkingen in de wijde wijnwereld, ... . Reclamepraatjes, zegt u? Bleef het daar maar bij, ja. De meeste wijnjournalisten die zo'n boek in elkaar flansen, geloven immers echt dat ze de laatste nieuwe wijnbijbel op de markt gebracht hebben. Dat collega x en y dat vorig jaar ook al deden, is hen in al hun zelfgenoegzaamheid blijkbaar helemaal ontgaan.

2. Zoeken in een grijze zone.
Jancis RobinsonEr valt goddank ook nog wat anders te vinden op de wijnboekenmarkt en dan wil ik niet weer eens de oren van uw hoofd zagen over schrijvers als Kermit Lynch of Nicolaas Klei, die - hoe vaak ga ik het nog herhalen - schitterende schrijvers zijn, ontzettend veel te vertellen hebben en dan ook nog eens een kennis aan de dag kunnen leggen waar heel wat wijnscribenten slechts van kunnen dromen. Ik wil het ook niet hebben over boeken als de dikke Johnsons of de Oxford Compagnion to Wine van Jancis Robinson bijvoorbeeld. Onmisbare referentiewerken, incontournables in hun genre, die dikwijls geïmiteerd, maar nooit overtroffen worden. Buiten deze zeldzame staaltjes van wijnliterair genie is er ook een grote keuze aan goede wijnboeken die zich in een - voor de Nederlandstalige markt althans - grijze zone bevinden. Ze worden zelden of nooit vertaald, laat staan dat ze gerecenseerd worden of vermeld door de Vlaamse wijnpers (de Nederlandse doet hier veel beter!).
Ik ben eigenlijk continu op jacht naar zulke boeken, want het zijn dit soort boeken waaruit steeds opnieuw kennis en visie te putten valt. Het zijn mijn ogen en voelhorens in de wijnwereld. Je moet er wel wat moeite voor doen op ze op de kop te tikken. De Standaardboekhandel binnenwandelen is niet genoeg. Ga eens langs bij De Slegte, loop de eerste verdieping met ramsjboeken voorbij en baan je een weg tussen de nauw naast elkaar geplaatste rekken vol tweedehandsboeken. Daar ga je al wat vinden. Gebruik Amazon, zoek op Antiqbook of breng bijvoorbeeld eens een bezoekje aan de Athenaeum de la Vigne et du Vin. In deze laatste boekhandel vind je zowat alles, zolang je maar bereid bent op in het Frans, Engels of Duits te lezen. Via Antiqbook of in tweedehandszaken kan je op jacht naar koopjes. Dikwijls vind je daar prachtexemplaren voor een habbekrats.

3. Croque-morts en pioniers.
The Wines of BordeauxEén van de eerste boeken die ik met veel zoeken en snuisteren te pakken kreeg was het onvergelijkelijke standaardwerk - in pocketformaat! - van de Britse croque-mort Edmund Penning-Rowsell: The Wines of Bordeaux. Ja, dat leest u goed, ik zit hier te pochen over een Bordeaux-boek! The Wines of Bordeaux werd voor het eerst uitgegeven in 1969 en werd meteen erkend als een standaardwerk in de wijnliteratuur. Niet meteen recent (ik bezit een herwerkte druk van 1979), maar het kan nog steeds de vergelijking doorstaan met nieuwlichters als de grote Féret, Bordeaux. Terre de Légende van Dovaz of Stephen Brooks pas verschenen The complete Bordeaux. Geen enkel van de net vernoemde boeken behandelt de geschiedenis van Bordeaux zo diepgaand als Penning-Rowsell dat doet, weliswaar vanuit een Brits imperiaal gevoel, maar dat moeten we oude Edmund maar niet kwalijk nemen. Hij verdoezelt die blik immers ook nergens (iets wat je van de nogal tendentieuze hiervoor vernoemde werken nie kan zeggen). Uit Edmunds verteltrant spreekt een zeer erudiete interesse in wat ooit eens - nog steeds?! - bekend stond als de beste wijn ter wereld. Misschien is het vandaag niet zo gemakkelijk meer te lezen, omdat we het nogal academisch aandoende vertoog niet meer gewoon zijn, maar op de meest onverwachte momenten springen de vonken van Edmunds formidabele passie zo uit het boek. Mij 700 flinterdunne en dichtbedrukte pagina's lang geboeid houden met de historie, châteaubesprekingen en millésimeraporten van een wijnregio waartegenover ik ernstige reserves heb ... dat moet je echt kunnen.
Africa UncorkedIk heb ook een zwak voor wijnreisboeken. Niet van die platenboekjes waar de ene na de andere fantastisch wijngaard in besproken wordt netjes bereikbaar met de auto vanuit het nabijgelegen hotel over een kale départementale, maar wel echte trekkersboeken. Boeken van gepassioneerde schrijvers die hun hart en ziel verpand hebben aan een bepaald wijnland en daar dan ook de meest eigenaardige gebeurtenissen meemaken, bijzondere personen ontmoeten en vreemde wijnen proeven. Een voorbeeld van zo'n boek is Afrika ontkurkt van John en Erica Platter, het Zuid-Afrikaanse wijnschrijverskoppel dat al ettelijke jaren lang hun onvolprezen Platter-guide uitbrengt. Je kan je dus ook geen betere gidsen voorstellen dan de beide Platters wanneer het over een wijnodyssee gaat doorheen het hele Afrikaanse wijncontinent. Van straffe wijndeernen in Algerije tot de geheime wijngaarden van Zimbabwe ... het blijft allemaal even interessant. Platters aanvoelen van het Noord-Afrikaanse temperament en de moeilijke omgang met de religieuze en economische situatie waarin wijnbouwers hun kost moeten verdienen, zijn goedlachse en gemoedelijke omgang met de wijnpioniers van Centraal-Afrika en zijn tomeloze bewondering voor de grote wijnen van Zuid-Afrika kennen geen weerga in de wijnliteratuur die er op deze aardkluit ter perse gaat. Helemaal niet zo academisch als Edmund Penning-Rowsell, maar minstens even boeiend en vooral een echte eye-opener in zijn genre. Je gaat er zowaar anders van denken over wijn.
Ik sluit af met een kleinood dat ik ooit eens op de kop tikte in het Rheinisches Landesmuseum te Trier. Er zijn zoveel boekenDer Wein und die Bibel waar ik het nog eens over zou kunnen hebben, maar dit verdient ook wel eens een vermelding. Je kijkt er immers zo gemakkelijk over. Van het boek over de Romeinen en hun wijn griste een museumbezoeker net voor mijn neus het laatste exemplaar weg. Pech ... . Dan maar op zoek naar een ander boek. Net ernaast, achter de hoek in het kleine winkeltje lag een klein dun boekje met een ontzettend saai uitziende kaft, maar wel een interessante titel: Der Wein und die Bibel. Freude ohne Grenzen van Paul-Georg Gutermuth. Gutermuth harkte een handige samenvatting bijeen van wat theologen, historici en Bijbelexegeten in de afgelopen tientallen jaren allemaal gepubliceerd hebben over de vele gedaanten waarin het geestrijk druivennat door het meest gelezen boek ter wereld spookt. Nog geen 100 bladzijden, maar wel een mooi overzicht van de functie en het belang van de wijn in de Bijbel, toch wel een beetje een must-read voor elke Europese wijnliefhebber. Immers, had het niet aan de Middeleeuwse clerus gelegen, dan was er waarschijnlijk nog maar bedroevend weinig wijn te bespeuren geweest in hedendaags Europa. Dat vergeten we soms wel wat al te gemakkelijk.
Wat een wijnboek allemaal niet kan doen ... .
LAST_UPDATED2
 

Vlaamse Wijnblogdagen XI - Deel I: Topperdetopperdertopwijnboeken?!

E-mail Print PDF
Boeken. Nu weer als habituées, dan weer als ongenode gasten nestelen ze zichzelf ergens op een plaatsje in ons kleine huis: nogal klassiek op de salontafel, eerder ongewoon op de kattenkrabpaal naast de sofa, nonchalant in het rekje onder het aquarium, vreemd in de gang op de chauffage, zoals bij zoveel mensen ook op het nachttafeltje in de slaapkamer, occasioneel wel eens op de vensterbank van de badkamer, steevast op het tijdschriftenbakje in het toilet, storend op de microgolfoven in de keuken, ... . Je kan hier in huis geen vijf stappen zetten of je botst tegen een volgestouwd boekenrek aan, moet een wankel stapeltje van een stoel op de grond leggen of je struikelt over het zoveelste vergeten achter-de-hoekboek. Zijn wij dan boekenfreaks? Zijn wij boekenzotten? Dat wordt wel eens gezegd, maar het gaat eigenlijk helemaal voorbij aan wat boeken voor ons betekenen. Zonder boeken ervaren wij onszelf ziende blind, want nemen we maar een flinterdun poedersuikerlaagje van de wereld weer. Zonder boeken is ons leven even hol als een lege fles wijn: zinloos, betekenisloos, een waardeloze verspilling.

1. Stinkliteratuur met wormstekige titels.
Boeken overalIk voel me dikwijls binnenwandelen in een ijskast wanneer ik bij mensen de huiskamer binnenstap. Tonen van grijs, wit en zwart tooien de muren en de vloer. Gehard glas, hoogglans inox en spuitbeton komen in strakke, afgemeten combinaties naast elkaar voor. Open ruimtes doen hol aan. Licht gloeit niet meer, maar vernevelt een ijzig aura doorheen de ruimte. Clichématig maakwerk dat voor moderne kunst moet doorgaan, probeert zielig voor wat kleurbehang te spelen. Een gladde flatscreen tracht wat huiselijke sfeer in de ijlte te sturen en twee gesloten Ikea-kasten met hoogglansdeuren verbergen het laatste restje dilettante kleur dat de trots in stand gehouden zielloosheid had kunnen ontwrichten. Moderne huiskamers lijken maar al te dikwijls ijle ruimtes van ijdelheid, waar bewoners  tijd in doorbrengen, maar niet in leven. Je treft er zelden of nooit iets aan dat wat te vertellen heeft, iets waarbij je even stilstaat om te weten wie er nu precies in die ruimte leeft. Zelfs de postmoderne passant hoort er niet in thuis. Enfin, je moet me nu ook niet gaan verslijten voor een aftands traditionalist. Van pastorijwoningen of cottage-meubelen krijg ik helemaal de kriebels. Ze stralen het soort Biedermeieresthetiek uit dat alleen maar bestaat als uitvergroting van de plastiekerig verweerde en gevlekte kistjes en flessenkratjes die je ook in Blokker of Hema aantreft. Blokkeresthetiek in groot formaat eigenlijk. Een nepkarakter dat aan het abjecte grenst. Wat er in zogenaamd 'modern' ingerichte interieurs onbreekt, vind je hier al evenmin of minstens toch als een monsterlijke vorm van mimicry.
Lagen er al maar wat boeken her en der verspreid in zulke interieurs, ik zou me er al meteen wat meer thuisvoelen. En toch, als er dan al eens wat op een salontafeltje ligt - want daar liggen meestal de enige boeken die het huis rijk is - gaat het meestal over tuintegelformatige kilo's glanspapier bedrukt met lauwe nonsens: gekunstelde naaktfotografie, reizen in Toscanië (wanneer gaan we eindelijk eens leren dat het Toscane is en NIET Toscanië, grrrrrrrr) of, erger nog, een klont zelfbespiegelend fotoboek over 'moderne' interieurs. Kan je gast meteen zien van welk interieurgenie je de inspiratieloze schikking van je meubilair gekopieerd hebt. Willen we wat intellectueler doen, dan gooien we maar wat nochalant een beleggingsboekje van Paul D'Hoore - 'De poen van uw pensioen', wie bedenkt toch zulke wormstekige titels? - op het Lack-tafeltje temidden van het Karlstad-salon, of, beter nog, want dan behoren we tot de 'kritische' intellectueel, wat larmoyante schrijvelarij van oorlogsjournalist Rudi - burkaman - Vranckx. Laat ik zelfs maar helemaal zwijgen van die met een pseudo-wetenschappelijk sausje overgoten stinkliteratuur van slampamper Dirk - even neuken tussen het 2de en 13de verdiep - Draulans (O ja, Dirk, ik vergat het even: jij houdt van dit soort kritiek. Dan kan je je lekker masochistisch wentelen in je toch zo miskende genialiteit). Onzinnige boeken die lekker masturbatoir en normbevestigend zijn. Kunnen we fijn allemaal samen de kritische Vlaming uithangen door het napraten van wat ijl geblaat tussen een voor- en een achterflap. U merkt het, ik word er wel héél boos van ... .
Geloof het of niet, er is zelfs iets waarvan ik nog bokkiger wordt: grote, opgeblonken, nooit geopende wijnboeken met titels als 'Het wijnboek', 'De grote wijnencyclopedie', 'Wit. Rood. Rosé', 'Wijnen van de wereld', en ga zo maar door. Over wijn kunnen meepraten lijkt ondertussen wel even bon ton als je mening kunnen verkondigen in het hoofddoekendebat. Lees je 'Stemmen uit de oorlog' van Rudi Vranckx, dan weet je alles over Irak en de Islam. Lees 'Het succes van slechte seks' en je weet alles over de evolutietheorie. Lees 'De grote wijnencyclopedie' en je bent een groot wijnkenner. Pretentie is snel gevoed, oppervlakkigheid gauw gecamoufleerd. We voelen ons bij het etaleren van zo'n ramsj-boek ook zo gemoedelijk. Brengt het niet wat troostende gezelligheid in ons doodse interieur en onze holle conversaties? Ze zijn ook veilig: we lezen keer op keer dat we juist denken, dat we recht zijn, dat het allemaal klopt zoals het is. Wij weten het best, zoals wij dat eigenlijk al jaren wisten. Die Bordeaux of die Australische Shiraz die straks temidden van het Philippe Starck-bestek en het Alessi-servies op tafel verschijnt, staat op pagina x en y van 'Topwijnen', kijk maar: een topwijn, van een topwijnmaker, gekocht bij een topwijnhandelaar, gemaakt op een topdomein, in een topfles, met een topkurk, een topetiket, een topcapsule, toptannines, topzuren, topfruit met een topconcentratie. Topconcentratie? Oei, 'De grote wijnencyclopedie' niet op je nachtafeltje liggen? Daar staat dat nochthans haarfijn in uitgelegd. Een topboek! Toch eens kijken hoe dat zit met die topconcentratie, want anders hoor je toch niet bij de topkenners!

2. Altijd maar hetzelfde verhaaltje.
WijnencyclopedieHoe top zijn die wijnboeken eigenlijk? Als je de oplages zou bekijken en de hoogte van de stapels naast de met kerstversiering getooide kassa's van De Standaardboekhandel gaat meten, dan moet je wel tot de vaststelling komen dat het om onverbloemde bestsellers gaat. Of toch niet? Loop even enkele meters verder ook De Slegte eens binnen: daar ligt namelijk datzelfde boek in een vorige druk minstens even hoog gestapeld, maar aan nog geen derde van de prijs. Erger nog, loop even langs het rek waarin je dat boek aantreft, en je vindt er minstens vijf gelijkaardige tuintegels in uitgestald. Bestseller, zegt u? En toch hebben heel wat zelfverklaarde wijnkenners doorgaans een drietal exemplaren van dat soort boeken netjes uitgelijnd op het salontafeltje liggen. Allemaal dezelfde boeken eigenlijk. Vreemd dat dat de wijnkenner in kwestie ontging. Je zou haast gaan geloven dat het ontbreken van een lange termijngeheugen een genetisch defectje is dat bij alle wijnkenners voorkomt. Als er een nieuwe editie van een Herman Brusselmans in de boekhandel ligt, een tweede druk met een andere kaft, een ander soort papier of een verschillende paginering, gaan we die toch ook niet opnieuw kopen en van titel tot flaptekst weer uitlezen? Alhoewel ... , misschien loopt die vergelijking wel mank; Brusselmans schrijft al ongeveer vijftien jaar hetzelfde boek, alleen de titel, het pagina-aantal en de frequentie van de woorden 'tetten' en 'kut' verschillen nog al eens. Edoch, even ernstig nu: ik heb nooit begrepen wat mensen in dit soort wijnboeken zien. Lezen we zulke boeken eigenlijk wel? Of fungeren ze alleen maar als een soort van gadget, dat even zinloos is als de palmtop van de drukke zakenman, ware het niet dat je je er meteen een soort imago mee aanmeet. Boeken die als statussymbool dienst doen en meteen ook een one-wayticket verlenen voor een bourgeoisclubje van wijnafficionado's. Eigenlijk doen ze niet meer dan kuddegevoel cultiveren, net als de inspiratieloze interieurs waar we zo dikwijls in vertoeven.
Maar, laten we toch ook even nuanceren. Eigenlijk hebben zulke uitgaven een best lovenswaardige functie: wie kan ontkennen dat hij of zij aan de hand van zo een boek niet de eerste stapjes in de wijde wijnwereld hebben gezet? Ik zal het alvast niet doen. Ik kreeg er eentje cadeau - gelukkig eentje van Michael Schuster - en gebruikte het als eerste opstap. Later ging ik vooral zoeken op het internet naar informatie. Ook daar kwam ik natuurlijk ontzagwekkend veel geleuter tegen, maar er bleken genoeg goede wijnwebsites te zijn om een arme student die geen wijnboeken kon kopen uren en uren bezig te houden met antwoorden zoeken op wijnvragen. Als ik dan al eens wat geld wilde uitgeven aan een wijnboek, dan kocht ik zeker geen tweede opstapboek. Niet alleen omdat er steeds hetzelfde in staat, maar ook omdat het doorgaans ontzettend slordig vertaalde boeken zijn. Ondertussen word ik er echt pissig van als ik zo'n boek opensla: de ene blunder na de andere tegen het Nederlands, belachelijk letterlijk vertaalde zinsconstructies, knal uit het Engels overgenomen argumentaties, kemels van lay-outfouten en ga zo maar door. Okay, ik zit al een paar jaar in het boekenvak, dus erger ik me er misschien wat meer aan dan een andere lezer, maar ... kan het even? Misschien is het beter één boek minder over te nemen en de rest fatsoenlijk te vertalen, dan de ene na de andere kromme tekst op de markt te slingeren.
Auberon WaughZucht. Wat maakt het ook uit? Het gaat toch telkens om het zoveelste boek in hetzelfde genre. En daar wringt het schoentje net: kochten wij die boeken niet, dan werden ze niet vertaald. Lieten we ze wat meer links liggen, dan werden we er niet telkens weer mee overspoeld. Zouden zogenaamde kenners hun boeken lezen in plaats van ze als protserige bibelot te gebruiken, dan zou je er simpelweg geen twee aan dezelfde afficionado kwijtgeraken. Beste kenner, gooi vier van de vijf wijntuintegels in uw mooie gashaard en ga op zoek naar boeken die wat verder gaan dan het opsommen van internationale druivenrassen, topdomeinen en onbetaalbare beleggerscuvées. Niet alleen u, maar ook andere wijnliefhebbers en zeker onze Nederlandstalige wijnschrijvers zijn ermee gebaat. Immers, waar blijft er nog wat plaats voor die laatsten over, wanneer de wijnboekenmarkt praktisch gemonopoliseerd wordt door slecht vertaalde kijkboeken van dertien in een dozijn? Je moet tegenwoordig wel overschakelen naar een andere taal, wil je wat deftigs te lezen krijgen bij je glas wijn. Uitzonderingen als de boeken van Nicolaas Klei en de vertaling van Lynch' avonturen daar gelaten, waan je je hier bijna in een wijnboekenwoestijn. En, als er dan wat vertaald wordt, waarom kunnen dat dan niet de schitterende boeken van Mitchell-Beazley of Péret zijn? Waarom mogen Vlaamse en Nederlandse lezers straffe madammen als Alice Feiring, erudiete heren als Patrick McGovern of dilletante rekels als Pierre Paillard en Auberon Waugh niet meenemen naar bed? Worden we braaf gehouden, of blijven we graag te braaf? Lopen wij nog steeds graag met beide handen aan de reling gekluisterd over de begane paden? Of houdt onze Nederlandstalige - of vooral Vlaamse - wijnkritiek ons graag zoet met het sussende refreintje dat wij Belgen toch zulke grote wijnkenners zijn?  Wie zal het zeggen?
Ach, zagen we dat laatste ook maar eens weerspiegeld in de wijnliteratuur die ons dag in dag uit wordt voorgeschoteld ... .


Volgende keer - omdat ik het niet kan laten lange teksten te schrijven - een stukje over wijnboeken die echt de moeite waard zijn.
LAST_UPDATED2
 

Een cadeautje van de wijnsint - De grote borsten van de wijnwereld

E-mail Print PDF
Na een hele avond Pinot Noirs proeven en daarna wat doorzakken met z'n drieën bij een flesje Caiarossa, kwam een nog wat te jonge wijnsint aandraven met een boek: "Hier zie, cadeauke" (nog eens merci!): Kermit Lynch' Avonturen op de wijnroute - een wijnkoper reist door Frankrijk. Moest ik eens lezen en laten weten wat ik ervan vond. Ok, fijn, ik bedankte uitbundig zoals dat de gastheer waardig zou moeten zijn volgens de gebruikelijke 'socialitaire' normen en keek het gegeven paard niet in de bek. Met de nodige reserve ten opzichte van wijnboeken begon ik er die nacht zelf nog in te lezen (ik kwam pas om drie uur thuis) en was meteen vertrokken. Uiteindelijk kon ik niet anders dan het boek met enige auto-ethische dwang neerleggen, want mijn ogen moesten het wel afleggen tegen de slaap die steeds zwaarder op m'n nek woog.


1. Het cliché van de wijnschrijver.

De dag erna stond ik op rond de middag, ging lunchen met een ons aller pdg bij Trente (weer eens goed, vooral het aperitief bleef me bij) en daarna met het boek de trein op. Ik vergat bijna af te stappen. 't Is goed dat de conducteur zei: "Meneer, moest ge d'r hier niet uit?", anders had ik ergens in Genk gezeten of zo. Enfin, thuisgekomen was ik eigenlijk te mottig om ook maar ene poot uit te steken en dus plofte ik maar lekker knus de zetel in met een hete kop koffie en ... Kermit natuurlijk. Behoudens wat minimale onderbrekingen om mijn hongerige zelf te spijzen, er een fleske bij open te trekken en er even van te proeven (Viñas del Vero, Gran Vos, Somontano Reserva 2003, ... yuk ende jirgh!), las ik het boek in één ruk uit tot weer eens drie uur 's nachts. Dat wil wat zeggen. Het gebeurt zelden dat ik een boek niet kan wegleggen (of het nu een wijnboek is of niet). Ik erger me al te vaak aan een platte, onnozele of hakkerige stijl, platitudes of clichés, literaire topoi en wendingen die zo afgezaagd zijn als het gelul rond B-H-V, kromme metaforen, rammelende zinsconctructies, ... en nog veel meer van dat des mensen plagende ongeluk. O ja, ... dat was ik bijna vergeten: sommige boeken hebben echt wel geen inhoud, hebben simpelweg niks bij te brengen, zijn eigenlijk niet meer dan een te breed uitgesmeerde scheet op wat ingebonden papier. Ik kan ze dan alleen maar met veel zuchten en van wanhoop wijd openstaande ogen van kaft tot kaft doorbladeren. In het huis-tuin-keukengenre 'wijnboek' vind je ontelbare exemplaren van dat armzalige kaliber terug. Er zijn immers veel wijnschrijvers die meer 'wijn' dan schrijver zijn, zelfs als ze beweren 'lyrisch' te worden (en dan is het meestal heel erg gesteld). Net zo met de ontelbare wijnfotografen die met trossen tegelijk uit de lucht lijken te vallen: banale foto's, volgens een geijkt perpectief, een haast gestandaardiseerd 'afwijkend' encadrillement, liefst met veel kleur ... foto's die nergens de ziel, het momentum, of hoe je het ook noemen wil, weten te vatten.


2. Change of the guards.

Met Lynch's boek? Niks van dit alles. Slechts een 25-tal zwart-witfoto's op 272 bladzijden dik bedrukt papier. Vooral die van François Ravenau blijft me bij, met zonnebril, een beetje minachtend achteroverhellend en in (blijkbaar) blauwe overal, met op de achtergrond rijen ceps die hel oplichten tegen een dreigende, donkere hemel. Mooi gespeeld met de paradoxen van zwart-wit: alles wijst er immers op dat de zon het beste van zichzelf geeft (Ravenau's seventies zonnebril, de helle schijn in de rechterbovenhoek, de wit oplichtende cailles in de wijngaard). Op de één of andere manier illustreert de foto zo nauwgezet Ravenau's stuurse, wat hoogmoedige en koude karakter dat we van Lynch' pen geschetst krijgen. Ik kon me bijna te levendig voor de geest halen hij er "ongeduldig, hooghartig en koel bij" zat, terwijl Lynch en de Montille zijn wijnen proefden.
Want Lynch' pen is dan weer eens lekker ironisch, geïntrigeerd, overlopend van lyrische ontroering of net vlijmscherp op het sarcastische af. Meermaals betrapte ik mezelf erop dat ik met een krop in de keel zat te lezen hoe een oude wijnmaker het loodje legt en hoe de kinderen, gedwongen te dansen naar de pijpen van de internationale wijnmarkt, zich verplicht zien de kennis, liefde en traditie die papa zo koesterde te verkwanselen om in het levensnoodzakelijke te kunnen blijven voorzien. Op andere momenten schaterde ik het uit. "C'est le deuxième fois que je ne suis pas content avec vous, Mr. Lynch, c'est le deuxième fois que je ne suis pas content avec vous", zo buldert een uit de keuken stuivende geagiteerde kok de gelagzaal in, wanneer Lynch onverwachts een fles Yquem 1947 bestelt (in de jaren zeventig kon dat nog, niet?). Ongehoord! Lynch' verbijstering, het paars aangelopen gezicht van de chef en een verneukte fles wijn lijken wel een cliché uit het gastronomische schrijven en toch ... ik ben nog geen één restaurantcriticus tegengekomen die stilistisch en tegelijkertijd ook narratief zo raak weet te portretteren.


3. Grote borsten en het zwart van Goya.

Neem nu de vergelijking tussen het uniforme karakter van heel wat gefilterde wijnen en de overeenkomst tussen alle vlammen van één van Kermit Lynch' studiekameraden: grote borsten ... en daar hield het telkens op. Scheve humor of slapstick van de bovenste plank en tegelijkertijd weer eens een perfecte illustratie van hoe de wijnwereld er 30 jaar geleden uitzag of hoe de wijnwereld dertig jaar geleden veranderde en werd tot wat we nu kennen; dat is wat Lynch bereikt met zijn boek. De vertaling van Antonia Bolweg (met een voorwoord van Nicolaas Klei) uit 2006 mag dan al 19 jaar na de datum van de eerste publicatie verschijnen, het boek heeft nog geen druppel aan actualiteit ingeboet. Daar zit Lynch scherpzinnigheid zeker voor iets tussen. Telkens weer weet hij, al dan niet met een kwinkslag, de vinger op de wonde te leggen, raak te vatten waar hem het probleem zit in de marktlogica, de internationale wijnbizz, de denkwijze van menig wijnboer of, ja, het hele wijndiscours. Het is een boek dat je telkens opnieuw aan het denken zet, dat je vragen doet stellen bij de manier waarop je wijn benadert, geleerd hebt dat te doen of geacht wordt dat te doen.
Toch gaat het hier niet om de naïve, dikwijls zo onnozel aandoende blik van de noch door principes, noch door geschiedenis belemmerde Amerikaan. Lynch heeft dan wel zelf geen goed woord over voor zijn eigen gehakkel in het Frans of zijn soms uit onwetendheid lompe voorkomen bij een wijnboer, maar zelden kruis je het pad van een wijnschrijver (of dat nu een Amerikaan is maakt niet uit) die zulk een belezenheid en een passie voor kunst en cultuur aan de dag kan leggen. Lynch lijkt niet alleen een rondwandelende wijnecyclopedie, maar hij is, bijvoorbeeld, ook nog eens een sprekende Franse literatuurgeschiedenis (hoeveel Amerikanen hebben ooit al een boek van Frédéric Mistral gelezen?!). Ook vergelijkingen met werken van Goya of Van Gogh behoren tot het gamma, schitterende beschrijvingen van historische stadjes, grabbels uit de Europese geschiedenis ... en dat allemaal met een nonchalance die elk vermoeden van goedkope blufpoker in rook doet opgaan.


4. De eindeloze vraag van de nuance.
Waren meer wijnboeken maar zo. Het is misschien net door de scherpzinnige persoonlijkheid, hun stilistische kracht, de verrassende metaforiek of de mooie nuances die erin vervat zijn, dat ze je echt tot nadenken aanzetten. Heel wat wijncolumns beogen in feite hetzelfde doel en zouden daar met hun blitse schrijfstijl, bescheiden lengte en scherpe pointe beter in moeten slagen, en toch ... . Het is slechts een complex en diepgaand, maar toch niet overladen zwaarwichtig boek als dat van Kermit Lynch dat je echt aan het denken zet en steeds opnieuw je eigen conclusies, je eigen ideeën of je voornemens in vraag doet stellen. Zoiets is misschien slechts wegggelegd voor die boeken die je moet overwinnen of die boeken aan wie je je overgeeft na korstondig en kortzichtig verzet, boeken die je benadering van het immens en onomvatbaar cultuurproduct (met alle nare kantjes vandien) dat wijn is onder ogen doet zien. Het is een boek zoals die enkele flessen die je referentiekader voor het proeven of het wijngenot ingrijpend veranderen door de diepgang, de genuanceerdheid, de verrassing, het onvatbare dat erachter of erin schuilgaat. En daar raak ik aan iets waar ik het eigenlijk nog niet expliciet over heb gehad: de formidabele literariteit van het boek. Een wijnboek dat leest als de beste roman!
LAST_UPDATED2
 

Délicatesse littéraire à la Barbery

E-mail Print PDF
Als u nog op zoek bent naar een origineel cadeautje voor onder de kerstboom, de rek al enigszins uit uw budget is en u toch een dierbaar culinair ingesteld en/of wijnminnend iemand nog met een attentie wenst te bedenken, spoed u naar de betere boekhandel en koop een klein pocketboekje (Gallimard, 2000) van – ocharme – 170 luttele paginaatjes: Une gourmandise van de tot een week geleden voor mij onbekende Muriel Barbery.

De wijnliefhebbers onder u hebben vast wel genoeg Frans onder de knie om het boekje te tackelen in de oorspronkelijke taal en zelfs al hebt u dat niet echt, ik beloof u op mijn communiezieltje (zo rond de kerstdagen wordt dat nog eens afgestoft en opgeblonken, nietwaar) dat de lectuur ervan alle moeite waard is. En wat kan u nu beter doen, in deze fantastische ijskoude dagen van authentieke winter als het buiten donker is en u ’s avonds nog een uurtje naast uw kerstboom in de zetel kruipt met, bijvoorbeeld, een glaasje interessante Saumur Champigny 2005 (Thierry Germain, sélection parcellaire nr.49) of een warme choco met kaneel en Bacardi Superior (stukken beter dan Glühwein, al kan dat vocht toch super smaken als je grondig uitgeregend wordt op een Luxemburgse kerstmarkt!), dan een goed boekje lezen dat compleet niets te zien heeft met uw dagdagelijkse betaalde activiteiten? Of toch een beetje … .
Une gourmandise kreeg ik cadeau voor ‘Sjinse Mett'n’ (de insiders onder u herkennen natuurlijk meteen het sappigste dialect van Oost-Vlaanderen, het ‘Aolsjters’) van een suikertante, met de warme aanbeveling dat dat nu eens echt iets voor mij was. Komende van die persoon kon het boek niet anders dan goed zijn, en met een bepaald palmares (Prix du Meilleur Livre de Littérature gourmande 2000, Prix BSN-Bacchus 2001, inmiddels vertaald naar elf talen) had het genoeg in huis om het prompt hoog op mijn ‘te lezen’-lijstje te zetten.
Om u een idee te geven van waar dat meesterwerkje nu eigenlijk wel over gaat, geef ik u kort een vrije interpretatie van wat er op de Franse achterflap staat bij wijze van appetizer. De hoofdpersoon is de grootste culinaire recensent ter wereld, een soortement Anton Ego, die nog één dag te leven heeft en zich op zijn sterfbed uit alle macht de beste culinaire ervaring uit zijn leven probeert te herinneren. Et voilà, het konijn is uit de hoge hoed getoverd. Vanaf pagina 1 word je, through the looking glass-gewijs, in die schitterend beschreven zoektocht gezogen langs verschillende kronkels in zijn geheugen, telkens onderbroken door korte hoofdstukjes waarin andere personages hun visie op de recensent uiten. Ik heb mezelf geweld moeten aandoen om het boekje niet in één ruk uit te lezen, maar het integendeel te genieten, te proeven, zoals het verdiende. Het is niet alleen proza om van te snoepen: wat er beschreven wordt, al die verschillende culinaire ervaringen, dat is ronduit goddelijk geselecteerd en treffend verwoord. Van een masterclass in een toprestaurant waarin het culinaire discours in vraag wordt gesteld, over een onverwachte maaltijd bij Normandische locals doorspekt met de straffe verhalen van de streek, beschouwingen over het geheim van sinaasappelsorbet, naar wijnproeven in Bourgogne en de allereerste slok whisky, ik heb van elk woord, elke zin genoten. Ik werd bijzonder geïrriteerd toen mijn wederhelft mij maar bleef onderbreken in het zo begeerde en angstvallig bewaarde laatste hoofdstuk, de climax, de clou van dat zorgvuldig opgebouwde hersenspinsel, voor zoiets triviaals als de vraag of de zoveelste kerstbal wel tot zijn recht kwam op deze of gene tak!
Kortom, dit is geen leesvoer, geen te verslinderen stationsroman of doordeweeks pocketboek, dit is een delicatesse om te herproeven in zorgvuldig geselecteerde omstandigheden, dit is iets waarvan de nasmaak mij nog steeds achtervolgt, zelfs tijdens mijn huidige lectuur, Kermit Lynchs Adventures on the Wine Road. En deze laatste opmerking zou elke wijnblogger onder u stante pede naar de boekhandel moeten doen hollen!
LAST_UPDATED2
 


Toekomstige activiteiten

Geen evenementen