Boeken, dat is mijn vak. Ik vertelde het al in het eerste deel van deze Wijnblogdagenpost in het kader van de zoveelste editie van de Boekenbeurs. Dat wil dus zeggen dat ik ongeveer elke dag minstens een tiental boeken in mijn handen heb en er - raar, maar waar! - ook daadwerkelijk in lees. Als je zoveel met boeken in aanraking komt, dan word je natuurlijk wat kieskeurig en moet je spijtig genoeg beamen dat er maar weinig boeken zijn die je wil opnemen in je eigen hall of fame. Een boek is immers net als elk ander produkt op de markt onderhevig aan de wetten van vraag en aanbod, of we dat nu graag hebben of niet. Dat laatste blijkt vooral het geval voor de hoofdmoot van de wijnliteratuur.
1. Te volumineuze stationsliteratuur.
Ik moet iets bekennen: eigenlijk houd ik wel van stationsromannetjes. Je weet wel, die Bouquet-reeksboekjes die je in elke supermarkt en iedere tijdschriftenhandel op de kop kan tikken voor een ontzettend democratisch prijsje. Het verhaal dat ze vertellen is meestal eenvoudig. Het zijn boekjes zonder pretentie die doorgaans een onmogelijke liefde verhalen in een klassieke setting, met stereotype personages: verpleegster en dokter, ridder en arme deerne, kasteeldame en stoere telg uit een verpauperd adelijk geslacht, ... zo kan je nog wel even doorgaan. Ze bieden misschien een cliché-beeld en ze zijn haast altijd bevestigend en braaf van karakter, maar daartegenover staat dat ze ook niet pretenderen meer te bieden dan dat. Daarin zijn ze eigenlijk net interessant, want ze geven wel aan hoe heel wat mensen denken of willen denken over begrippen als 'de ware liefde', man-vrouwverhoudingen en dergelijke. Bovendien zijn ook nog eens vlot geschreven. Wat wil je nog meer als goedkope ontspanning?
Was dat met het gros van de wijnboeken ook maar zo. Om te beginnen zijn ze al gewoon te groot en te zwaar van formaat om zomaar in je binnenzak te deponeren. Je zou zo elke wijnliefhebber herkennen aan zijn gebochelde gang mocht die toch zulk een tuintegel op zak hebben. Ze zijn ook nog eens véél te duur. Erger is dat zulke boeken vaak quasi inhoudsloos zijn of net een oeverloze compilatie van wijnweetjes bevatten. Geen volledig verhaal dat de lezer helpt alles wat hij aan nieuws leert te vatten in een overzichtelijk geheel. Nee, een stortvloed aan belangrijke en totaal onbelangrijke feitjes, gelardeerd met een eindeloze serie foto's. Dikwijls ook nog eens onjuiste, onbenullige feitjes en nietzeggende, gekunstelde kiekjes. Net als Bouquet-boekjes presenteren heel wat van deze wijnboeken ook nog eens een erg banaal beeld van de wijnwereld. Op zich niets mis mee natuurlijk - je moet ergens beginnen -, maar stel het dan ook niet voor als het laatste nieuwe, het enige ware, of het allerbeste wijnboek dat in de handel ligt. Elk exemplaar van dat type wijnboeken verkondigt zogenaamd de enige echte waarheid, de laatste inzichten in wijn, de nieuwste en spannendste ontdekkingen in de wijde wijnwereld, ... . Reclamepraatjes, zegt u? Bleef het daar maar bij, ja. De meeste wijnjournalisten die zo'n boek in elkaar flansen, geloven immers echt dat ze de laatste nieuwe wijnbijbel op de markt gebracht hebben. Dat collega x en y dat vorig jaar ook al deden, is hen in al hun zelfgenoegzaamheid blijkbaar helemaal ontgaan.
2. Zoeken in een grijze zone.
Er valt goddank ook nog wat anders te vinden op de wijnboekenmarkt en dan wil ik niet weer eens de oren van uw hoofd zagen over schrijvers als Kermit Lynch of Nicolaas Klei, die - hoe vaak ga ik het nog herhalen - schitterende schrijvers zijn, ontzettend veel te vertellen hebben en dan ook nog eens een kennis aan de dag kunnen leggen waar heel wat wijnscribenten slechts van kunnen dromen. Ik wil het ook niet hebben over boeken als de dikke Johnsons of de Oxford Compagnion to Wine van Jancis Robinson bijvoorbeeld. Onmisbare referentiewerken, incontournables in hun genre, die dikwijls geïmiteerd, maar nooit overtroffen worden. Buiten deze zeldzame staaltjes van wijnliterair genie is er ook een grote keuze aan goede wijnboeken die zich in een - voor de Nederlandstalige markt althans - grijze zone bevinden. Ze worden zelden of nooit vertaald, laat staan dat ze gerecenseerd worden of vermeld door de Vlaamse wijnpers (de Nederlandse doet hier veel beter!).
Ik ben eigenlijk continu op jacht naar zulke boeken, want het zijn dit soort boeken waaruit steeds opnieuw kennis en visie te putten valt. Het zijn mijn ogen en voelhorens in de wijnwereld. Je moet er wel wat moeite voor doen op ze op de kop te tikken. De Standaardboekhandel binnenwandelen is niet genoeg. Ga eens langs bij De Slegte, loop de eerste verdieping met ramsjboeken voorbij en baan je een weg tussen de nauw naast elkaar geplaatste rekken vol tweedehandsboeken. Daar ga je al wat vinden. Gebruik Amazon, zoek op Antiqbook of breng bijvoorbeeld eens een bezoekje aan de Athenaeum de la Vigne et du Vin. In deze laatste boekhandel vind je zowat alles, zolang je maar bereid bent op in het Frans, Engels of Duits te lezen. Via Antiqbook of in tweedehandszaken kan je op jacht naar koopjes. Dikwijls vind je daar prachtexemplaren voor een habbekrats.
3. Croque-morts en pioniers.
Eén van de eerste boeken die ik met veel zoeken en snuisteren te pakken kreeg was het onvergelijkelijke standaardwerk - in pocketformaat! - van de Britse croque-mort Edmund Penning-Rowsell: The Wines of Bordeaux. Ja, dat leest u goed, ik zit hier te pochen over een Bordeaux-boek! The Wines of Bordeaux werd voor het eerst uitgegeven in 1969 en werd meteen erkend als een standaardwerk in de wijnliteratuur. Niet meteen recent (ik bezit een herwerkte druk van 1979), maar het kan nog steeds de vergelijking doorstaan met nieuwlichters als de grote Féret, Bordeaux. Terre de Légende van Dovaz of Stephen Brooks pas verschenen The complete Bordeaux. Geen enkel van de net vernoemde boeken behandelt de geschiedenis van Bordeaux zo diepgaand als Penning-Rowsell dat doet, weliswaar vanuit een Brits imperiaal gevoel, maar dat moeten we oude Edmund maar niet kwalijk nemen. Hij verdoezelt die blik immers ook nergens (iets wat je van de nogal tendentieuze hiervoor vernoemde werken nie kan zeggen). Uit Edmunds verteltrant spreekt een zeer erudiete interesse in wat ooit eens - nog steeds?! - bekend stond als de beste wijn ter wereld. Misschien is het vandaag niet zo gemakkelijk meer te lezen, omdat we het nogal academisch aandoende vertoog niet meer gewoon zijn, maar op de meest onverwachte momenten springen de vonken van Edmunds formidabele passie zo uit het boek. Mij 700 flinterdunne en dichtbedrukte pagina's lang geboeid houden met de historie, châteaubesprekingen en millésimeraporten van een wijnregio waartegenover ik ernstige reserves heb ... dat moet je echt kunnen.
Ik heb ook een zwak voor wijnreisboeken. Niet van die platenboekjes waar de ene na de andere fantastisch wijngaard in besproken wordt netjes bereikbaar met de auto vanuit het nabijgelegen hotel over een kale départementale, maar wel echte trekkersboeken. Boeken van gepassioneerde schrijvers die hun hart en ziel verpand hebben aan een bepaald wijnland en daar dan ook de meest eigenaardige gebeurtenissen meemaken, bijzondere personen ontmoeten en vreemde wijnen proeven. Een voorbeeld van zo'n boek is Afrika ontkurkt van John en Erica Platter, het Zuid-Afrikaanse wijnschrijverskoppel dat al ettelijke jaren lang hun onvolprezen Platter-guide uitbrengt. Je kan je dus ook geen betere gidsen voorstellen dan de beide Platters wanneer het over een wijnodyssee gaat doorheen het hele Afrikaanse wijncontinent. Van straffe wijndeernen in Algerije tot de geheime wijngaarden van Zimbabwe ... het blijft allemaal even interessant. Platters aanvoelen van het Noord-Afrikaanse temperament en de moeilijke omgang met de religieuze en economische situatie waarin wijnbouwers hun kost moeten verdienen, zijn goedlachse en gemoedelijke omgang met de wijnpioniers van Centraal-Afrika en zijn tomeloze bewondering voor de grote wijnen van Zuid-Afrika kennen geen weerga in de wijnliteratuur die er op deze aardkluit ter perse gaat. Helemaal niet zo academisch als Edmund Penning-Rowsell, maar minstens even boeiend en vooral een echte eye-opener in zijn genre. Je gaat er zowaar anders van denken over wijn.
Ik sluit af met een kleinood dat ik ooit eens op de kop tikte in het Rheinisches Landesmuseum te Trier. Er zijn zoveel boeken
waar ik het nog eens over zou kunnen hebben, maar dit verdient ook wel eens een vermelding. Je kijkt er immers zo gemakkelijk over. Van het boek over de Romeinen en hun wijn griste een museumbezoeker net voor mijn neus het laatste exemplaar weg. Pech ... . Dan maar op zoek naar een ander boek. Net ernaast, achter de hoek in het kleine winkeltje lag een klein dun boekje met een ontzettend saai uitziende kaft, maar wel een interessante titel: Der Wein und die Bibel. Freude ohne Grenzen van Paul-Georg Gutermuth. Gutermuth harkte een handige samenvatting bijeen van wat theologen, historici en Bijbelexegeten in de afgelopen tientallen jaren allemaal gepubliceerd hebben over de vele gedaanten waarin het geestrijk druivennat door het meest gelezen boek ter wereld spookt. Nog geen 100 bladzijden, maar wel een mooi overzicht van de functie en het belang van de wijn in de Bijbel, toch wel een beetje een must-read voor elke Europese wijnliefhebber. Immers, had het niet aan de Middeleeuwse clerus gelegen, dan was er waarschijnlijk nog maar bedroevend weinig wijn te bespeuren geweest in hedendaags Europa. Dat vergeten we soms wel wat al te gemakkelijk.
Wat een wijnboek allemaal niet kan doen ... .
1. Te volumineuze stationsliteratuur.
Ik moet iets bekennen: eigenlijk houd ik wel van stationsromannetjes. Je weet wel, die Bouquet-reeksboekjes die je in elke supermarkt en iedere tijdschriftenhandel op de kop kan tikken voor een ontzettend democratisch prijsje. Het verhaal dat ze vertellen is meestal eenvoudig. Het zijn boekjes zonder pretentie die doorgaans een onmogelijke liefde verhalen in een klassieke setting, met stereotype personages: verpleegster en dokter, ridder en arme deerne, kasteeldame en stoere telg uit een verpauperd adelijk geslacht, ... zo kan je nog wel even doorgaan. Ze bieden misschien een cliché-beeld en ze zijn haast altijd bevestigend en braaf van karakter, maar daartegenover staat dat ze ook niet pretenderen meer te bieden dan dat. Daarin zijn ze eigenlijk net interessant, want ze geven wel aan hoe heel wat mensen denken of willen denken over begrippen als 'de ware liefde', man-vrouwverhoudingen en dergelijke. Bovendien zijn ook nog eens vlot geschreven. Wat wil je nog meer als goedkope ontspanning?Was dat met het gros van de wijnboeken ook maar zo. Om te beginnen zijn ze al gewoon te groot en te zwaar van formaat om zomaar in je binnenzak te deponeren. Je zou zo elke wijnliefhebber herkennen aan zijn gebochelde gang mocht die toch zulk een tuintegel op zak hebben. Ze zijn ook nog eens véél te duur. Erger is dat zulke boeken vaak quasi inhoudsloos zijn of net een oeverloze compilatie van wijnweetjes bevatten. Geen volledig verhaal dat de lezer helpt alles wat hij aan nieuws leert te vatten in een overzichtelijk geheel. Nee, een stortvloed aan belangrijke en totaal onbelangrijke feitjes, gelardeerd met een eindeloze serie foto's. Dikwijls ook nog eens onjuiste, onbenullige feitjes en nietzeggende, gekunstelde kiekjes. Net als Bouquet-boekjes presenteren heel wat van deze wijnboeken ook nog eens een erg banaal beeld van de wijnwereld. Op zich niets mis mee natuurlijk - je moet ergens beginnen -, maar stel het dan ook niet voor als het laatste nieuwe, het enige ware, of het allerbeste wijnboek dat in de handel ligt. Elk exemplaar van dat type wijnboeken verkondigt zogenaamd de enige echte waarheid, de laatste inzichten in wijn, de nieuwste en spannendste ontdekkingen in de wijde wijnwereld, ... . Reclamepraatjes, zegt u? Bleef het daar maar bij, ja. De meeste wijnjournalisten die zo'n boek in elkaar flansen, geloven immers echt dat ze de laatste nieuwe wijnbijbel op de markt gebracht hebben. Dat collega x en y dat vorig jaar ook al deden, is hen in al hun zelfgenoegzaamheid blijkbaar helemaal ontgaan.
2. Zoeken in een grijze zone.
Er valt goddank ook nog wat anders te vinden op de wijnboekenmarkt en dan wil ik niet weer eens de oren van uw hoofd zagen over schrijvers als Kermit Lynch of Nicolaas Klei, die - hoe vaak ga ik het nog herhalen - schitterende schrijvers zijn, ontzettend veel te vertellen hebben en dan ook nog eens een kennis aan de dag kunnen leggen waar heel wat wijnscribenten slechts van kunnen dromen. Ik wil het ook niet hebben over boeken als de dikke Johnsons of de Oxford Compagnion to Wine van Jancis Robinson bijvoorbeeld. Onmisbare referentiewerken, incontournables in hun genre, die dikwijls geïmiteerd, maar nooit overtroffen worden. Buiten deze zeldzame staaltjes van wijnliterair genie is er ook een grote keuze aan goede wijnboeken die zich in een - voor de Nederlandstalige markt althans - grijze zone bevinden. Ze worden zelden of nooit vertaald, laat staan dat ze gerecenseerd worden of vermeld door de Vlaamse wijnpers (de Nederlandse doet hier veel beter!).Ik ben eigenlijk continu op jacht naar zulke boeken, want het zijn dit soort boeken waaruit steeds opnieuw kennis en visie te putten valt. Het zijn mijn ogen en voelhorens in de wijnwereld. Je moet er wel wat moeite voor doen op ze op de kop te tikken. De Standaardboekhandel binnenwandelen is niet genoeg. Ga eens langs bij De Slegte, loop de eerste verdieping met ramsjboeken voorbij en baan je een weg tussen de nauw naast elkaar geplaatste rekken vol tweedehandsboeken. Daar ga je al wat vinden. Gebruik Amazon, zoek op Antiqbook of breng bijvoorbeeld eens een bezoekje aan de Athenaeum de la Vigne et du Vin. In deze laatste boekhandel vind je zowat alles, zolang je maar bereid bent op in het Frans, Engels of Duits te lezen. Via Antiqbook of in tweedehandszaken kan je op jacht naar koopjes. Dikwijls vind je daar prachtexemplaren voor een habbekrats.
3. Croque-morts en pioniers.
Eén van de eerste boeken die ik met veel zoeken en snuisteren te pakken kreeg was het onvergelijkelijke standaardwerk - in pocketformaat! - van de Britse croque-mort Edmund Penning-Rowsell: The Wines of Bordeaux. Ja, dat leest u goed, ik zit hier te pochen over een Bordeaux-boek! The Wines of Bordeaux werd voor het eerst uitgegeven in 1969 en werd meteen erkend als een standaardwerk in de wijnliteratuur. Niet meteen recent (ik bezit een herwerkte druk van 1979), maar het kan nog steeds de vergelijking doorstaan met nieuwlichters als de grote Féret, Bordeaux. Terre de Légende van Dovaz of Stephen Brooks pas verschenen The complete Bordeaux. Geen enkel van de net vernoemde boeken behandelt de geschiedenis van Bordeaux zo diepgaand als Penning-Rowsell dat doet, weliswaar vanuit een Brits imperiaal gevoel, maar dat moeten we oude Edmund maar niet kwalijk nemen. Hij verdoezelt die blik immers ook nergens (iets wat je van de nogal tendentieuze hiervoor vernoemde werken nie kan zeggen). Uit Edmunds verteltrant spreekt een zeer erudiete interesse in wat ooit eens - nog steeds?! - bekend stond als de beste wijn ter wereld. Misschien is het vandaag niet zo gemakkelijk meer te lezen, omdat we het nogal academisch aandoende vertoog niet meer gewoon zijn, maar op de meest onverwachte momenten springen de vonken van Edmunds formidabele passie zo uit het boek. Mij 700 flinterdunne en dichtbedrukte pagina's lang geboeid houden met de historie, châteaubesprekingen en millésimeraporten van een wijnregio waartegenover ik ernstige reserves heb ... dat moet je echt kunnen.
Ik heb ook een zwak voor wijnreisboeken. Niet van die platenboekjes waar de ene na de andere fantastisch wijngaard in besproken wordt netjes bereikbaar met de auto vanuit het nabijgelegen hotel over een kale départementale, maar wel echte trekkersboeken. Boeken van gepassioneerde schrijvers die hun hart en ziel verpand hebben aan een bepaald wijnland en daar dan ook de meest eigenaardige gebeurtenissen meemaken, bijzondere personen ontmoeten en vreemde wijnen proeven. Een voorbeeld van zo'n boek is Afrika ontkurkt van John en Erica Platter, het Zuid-Afrikaanse wijnschrijverskoppel dat al ettelijke jaren lang hun onvolprezen Platter-guide uitbrengt. Je kan je dus ook geen betere gidsen voorstellen dan de beide Platters wanneer het over een wijnodyssee gaat doorheen het hele Afrikaanse wijncontinent. Van straffe wijndeernen in Algerije tot de geheime wijngaarden van Zimbabwe ... het blijft allemaal even interessant. Platters aanvoelen van het Noord-Afrikaanse temperament en de moeilijke omgang met de religieuze en economische situatie waarin wijnbouwers hun kost moeten verdienen, zijn goedlachse en gemoedelijke omgang met de wijnpioniers van Centraal-Afrika en zijn tomeloze bewondering voor de grote wijnen van Zuid-Afrika kennen geen weerga in de wijnliteratuur die er op deze aardkluit ter perse gaat. Helemaal niet zo academisch als Edmund Penning-Rowsell, maar minstens even boeiend en vooral een echte eye-opener in zijn genre. Je gaat er zowaar anders van denken over wijn.Ik sluit af met een kleinood dat ik ooit eens op de kop tikte in het Rheinisches Landesmuseum te Trier. Er zijn zoveel boeken
waar ik het nog eens over zou kunnen hebben, maar dit verdient ook wel eens een vermelding. Je kijkt er immers zo gemakkelijk over. Van het boek over de Romeinen en hun wijn griste een museumbezoeker net voor mijn neus het laatste exemplaar weg. Pech ... . Dan maar op zoek naar een ander boek. Net ernaast, achter de hoek in het kleine winkeltje lag een klein dun boekje met een ontzettend saai uitziende kaft, maar wel een interessante titel: Der Wein und die Bibel. Freude ohne Grenzen van Paul-Georg Gutermuth. Gutermuth harkte een handige samenvatting bijeen van wat theologen, historici en Bijbelexegeten in de afgelopen tientallen jaren allemaal gepubliceerd hebben over de vele gedaanten waarin het geestrijk druivennat door het meest gelezen boek ter wereld spookt. Nog geen 100 bladzijden, maar wel een mooi overzicht van de functie en het belang van de wijn in de Bijbel, toch wel een beetje een must-read voor elke Europese wijnliefhebber. Immers, had het niet aan de Middeleeuwse clerus gelegen, dan was er waarschijnlijk nog maar bedroevend weinig wijn te bespeuren geweest in hedendaags Europa. Dat vergeten we soms wel wat al te gemakkelijk. Wat een wijnboek allemaal niet kan doen ... .
Reactie toevoegen






Ik voel me dikwijls binnenwandelen in een ijskast wanneer ik bij mensen de huiskamer binnenstap. Tonen van grijs, wit en zwart tooien de muren en de vloer. Gehard glas, hoogglans inox en spuitbeton komen in strakke, afgemeten combinaties naast elkaar voor. Open ruimtes doen hol aan. Licht gloeit niet meer, maar vernevelt een ijzig aura doorheen de ruimte. Clichématig maakwerk dat voor moderne kunst moet doorgaan, probeert zielig voor wat kleurbehang te spelen. Een gladde flatscreen tracht wat huiselijke sfeer in de ijlte te sturen en twee gesloten Ikea-kasten met hoogglansdeuren verbergen het laatste restje dilettante kleur dat de trots in stand gehouden zielloosheid had kunnen ontwrichten. Moderne huiskamers lijken maar al te dikwijls ijle ruimtes van ijdelheid, waar bewoners tijd in doorbrengen, maar niet in leven. Je treft er zelden of nooit iets aan dat wat te vertellen heeft, iets waarbij je even stilstaat om te weten wie er nu precies in die ruimte leeft. Zelfs de postmoderne passant hoort er niet in thuis. Enfin, je moet me nu ook niet gaan verslijten voor een aftands traditionalist. Van pastorijwoningen of cottage-meubelen krijg ik helemaal de kriebels. Ze stralen het soort Biedermeieresthetiek uit dat alleen maar bestaat als uitvergroting van de plastiekerig verweerde en gevlekte kistjes en flessenkratjes die je ook in Blokker of Hema aantreft. Blokkeresthetiek in groot formaat eigenlijk. Een nepkarakter dat aan het abjecte grenst. Wat er in zogenaamd 'modern' ingerichte interieurs onbreekt, vind je hier al evenmin of minstens toch als een monsterlijke vorm van mimicry.
Hoe top zijn die wijnboeken eigenlijk? Als je de oplages zou bekijken en de hoogte van de stapels naast de met kerstversiering getooide kassa's van De Standaardboekhandel gaat meten, dan moet je wel tot de vaststelling komen dat het om onverbloemde bestsellers gaat. Of toch niet? Loop even enkele meters verder ook De Slegte eens binnen: daar ligt namelijk datzelfde boek in een vorige druk minstens even hoog gestapeld, maar aan nog geen derde van de prijs. Erger nog, loop even langs het rek waarin je dat boek aantreft, en je vindt er minstens vijf gelijkaardige tuintegels in uitgestald. Bestseller, zegt u? En toch hebben heel wat zelfverklaarde wijnkenners doorgaans een drietal exemplaren van dat soort boeken netjes uitgelijnd op het salontafeltje liggen. Allemaal dezelfde boeken eigenlijk. Vreemd dat dat de wijnkenner in kwestie ontging. Je zou haast gaan geloven dat het ontbreken van een lange termijngeheugen een genetisch defectje is dat bij alle wijnkenners voorkomt. Als er een nieuwe editie van een Herman Brusselmans in de boekhandel ligt, een tweede druk met een andere kaft, een ander soort papier of een verschillende paginering, gaan we die toch ook niet opnieuw kopen en van titel tot flaptekst weer uitlezen? Alhoewel ... , misschien loopt die vergelijking wel mank; Brusselmans schrijft al ongeveer vijftien jaar hetzelfde boek, alleen de titel, het pagina-aantal en de frequentie van de woorden 'tetten' en 'kut' verschillen nog al eens. Edoch, even ernstig nu: ik heb nooit begrepen wat mensen in dit soort wijnboeken zien. Lezen we zulke boeken eigenlijk wel? Of fungeren ze alleen maar als een soort van gadget, dat even zinloos is als de palmtop van de drukke zakenman, ware het niet dat je je er meteen een soort imago mee aanmeet. Boeken die als statussymbool dienst doen en meteen ook een one-wayticket verlenen voor een bourgeoisclubje van wijnafficionado's. Eigenlijk doen ze niet meer dan kuddegevoel cultiveren, net als de inspiratieloze interieurs waar we zo dikwijls in vertoeven.
Zucht. Wat maakt het ook uit? Het gaat toch telkens om het zoveelste boek in hetzelfde genre. En daar wringt het schoentje net: kochten wij die boeken niet, dan werden ze niet vertaald. Lieten we ze wat meer links liggen, dan werden we er niet telkens weer mee overspoeld. Zouden zogenaamde kenners hun boeken lezen in plaats van ze als protserige bibelot te gebruiken, dan zou je er simpelweg geen twee aan dezelfde afficionado kwijtgeraken. Beste kenner, gooi vier van de vijf wijntuintegels in uw mooie gashaard en ga op zoek naar boeken die wat verder gaan dan het opsommen van internationale druivenrassen, topdomeinen en onbetaalbare beleggerscuvées. Niet alleen u, maar ook andere wijnliefhebbers en zeker onze Nederlandstalige wijnschrijvers zijn ermee gebaat. Immers, waar blijft er nog wat plaats voor die laatsten over, wanneer de wijnboekenmarkt praktisch gemonopoliseerd wordt door slecht vertaalde kijkboeken van dertien in een dozijn? Je moet tegenwoordig wel overschakelen naar een andere taal, wil je wat deftigs te lezen krijgen bij je glas wijn. Uitzonderingen als de boeken van Nicolaas Klei en de vertaling van Lynch' avonturen daar gelaten, waan je je hier bijna in een wijnboekenwoestijn. En, als er dan wat vertaald wordt, waarom kunnen dat dan niet de schitterende boeken van Mitchell-Beazley of Péret zijn? Waarom mogen Vlaamse en Nederlandse lezers straffe madammen als Alice Feiring, erudiete heren als Patrick McGovern of dilletante rekels als Pierre Paillard en Auberon Waugh niet meenemen naar bed? Worden we braaf gehouden, of blijven we graag te braaf? Lopen wij nog steeds graag met beide handen aan de reling gekluisterd over de begane paden? Of houdt onze Nederlandstalige - of vooral Vlaamse - wijnkritiek ons graag zoet met het sussende refreintje dat wij Belgen toch zulke grote wijnkenners zijn? Wie zal het zeggen? 
ns goed, vooral het aperitief bleef me bij) en daarna met het boek de trein op. Ik vergat bijna af te stappen. 't Is goed dat de conducteur zei: "
reigende, donkere hemel. Mooi gespeeld met de paradoxen van zwart-wit: alles wijst er immers op dat de zon het beste van zichzelf geeft (
elezenheid en een passie voor kunst en cultuur aan de dag kan leggen. 
