The Orbis of Wine

A journey into wine by the True and Only Fratres Organoleptici

  • Vergroot letter grootte
  • Standaard letter grootte
  • Verklein letter grootte
Home Artikels Wijnreizen Turkse wijn? Bestaat niet, joh! Siktir la! - Deel 2: Van honden, varkens en walrussen

Turkse wijn? Bestaat niet, joh! Siktir la! - Deel 2: Van honden, varkens en walrussen

E-mail Print PDF
Een stralende zomermorgen aan een zacht murmelende kust. Een goed bed waarin je je nog eens omdraait, regelmatig zuchten naast je, kabbelende, warme stemmen die vanop een aarzelende zeebries binnenwaaien. Dat kan alleen maar het purperen morgenuur betekenen aan de Middellandse Zee. De geur van zilt, dennennaalden en opwarmend gesteente, een mix die zo uniek is, dat ik niet veel moeite moet doen om 'm me voor de geest te halen. Je kan je wat mij betreft geen hedonistischer ontwaken voorstellen ... . Wij werden na lange tijd eindelijk nog eens uitgeslapen wakker: een dag die goed begon, ideaal dus voor een eerste zoektocht naar die curieuze Turkse wijn.

1. Geblondeerde varkens en foot-fetish-fish.
Mares Dolphin PalaceNog wat verfrommeld van de dag ervoor deden wij onze ogen open in een wat sjofele, lichtjes aftandse hotelkamer. Alles was er, alles was in orde, maar je zag duidelijk dat deze kamer betere tijden beleefd had. Na twee keer omdraaien en wat gemummel van mijn rechterkant besloot ik dan toch maar eens die zo gemoedelijke horizontale positie in te ruilen voor een wandelingetje door de kamer naar de kamerbrede venster die uitgaf op een met pijnbomen afgezoomd zeezicht. Een grijsblauwe, lichtjes onrustige zee klotste nog slaperig tegen de koele kiezelstranden, vanaan de horizon kwamen de eerste vissersbootjes al pruttelend de haven van Marmaris tegemoet gevaren en als van ver - ik dacht eerst dat ik het te zeker droomde - kon je gekwetter en gegier van dolfijnen horen. Dan toch dolfijnen in het Mares Dolphin Palace? Inderdaad: wat later op die dag kwamen we te weten dat het hotel een drietal dolfijnen hield in een afgesloten gedeelte wat verderop voor de kust. Niet zozeer als toeristische atractie, maar wel als onvervangbare hulp bij een therapie voor autistische kinderen. Als buitenstaander mocht je ook - tegen een fikse prijs natuurlijk - eens met de dolfijnen zwemmen, maar daar bedankten wij toch liever voor. Voor de kust van het hotel bleek het immers te wemelen van grappige visjes die helemaal niet bang bleken en wanneer je stil hing te dobberen in het water gebiologeerd rond je tenen bleven hangen. Hebben vissen dan een foot-fetish?
Soit, wij dartelden zorgeloos, je weet wel: zoals vroeger, met bloemen in ons haar ... nee, zap, fout kanaal. Dat was Alex Agnew. Rewind: wij wandelen op ons dooie gemak riching ontbijtzaal. Best wel even zoeken in ons hotel dat een typische all-inmastodont bleek. In het hoogseizoen kon er gemakkelijk 800 tot 1000 man logeren. Niet te verwonderen dus dat we bijna verloren liepen en na de eerste traphal, waar we door een vriendelijke ober heen werden gestuurd, dachten dat iemand ons wat had wijsgemaakt. Uiteindelijk stonden we dan toch op het derde terras - het ontbijterras - in een stralende, maar nog wat koele ochtendzon. Heel wat hotelgasten liepen al af en aan met rinkelend bestek, tot de laatste drup volgetankte glazen, gargantuesk overladen borden in de ene en jengelende obese kinderen in de andere hand. Gelukkig was er genoeg afleiding te vinden in het panoramische uitzicht rondom en de heerlijke geuren van bloeiende oleanders en koffie die onze neusgaten binnenkringelden.
Wij volgden ons reukorgaan en gingen richting ontbijtbuffet. Een reusachtige tafel met tientallen verschillende soorten Turks brood: crèmig zacht van textuur, tegelijkertijd luchtig en zeer smakelijk, in alle vormen en maten. Hopen vers fruit, prachtig geschikt in uitgeholde meloenen uitgesneden in de vorm van allerhande vogels, joekels van verse olijven, een eindeloze variatie aan Mediterrane kazen en ... een al even eindeloze rij wachtenden voor een omeletje, scrambled egg en wat dies meer zij. Ik moest al niet veel moeite doen om de oorzaak te achterhalen: als aangespoelde, verbrandde walrussen uitziende venten met tattoos tot in de neusgaten, een dubbele kin tot achter in de  nek, een afgeleefde short met tartanmotief en door Posh' teddy gesigneerde voetbalsloffen, vergezeld van minstens al even elegant blubberende roodaangelopen vetbergen die minstens evenveel weghadden van een geblondeerd varken, als van een kortgerokt nijlpaard met fond de teinte tot achter de oren ... aaaaaaaaaaaarrrrrggghh: Britten! En wat voor Britten: de Onslows en de Vicky - "No, but, yeah, but, no, but, yeah, but, no, but, yeah but I know"- Pollards leken plots en masse naar het Turkse vasteland geëmigreerd. Landgenoten van Michael Broadbent en Steven Spurrier? U zegt ... ? Ik kon het wel krijgen. Tot overmaat van ramp hadden we na een tiental minuten aanschuiven nu wel echt een Agnew-déjà-vu: "da goad'ier nie voroit, da goad'ier nie voroit ..." . Wij hadden ons het rustig wakker worden aan de zo bejubelde baai van Marmaris toch ietsje anders voorgesteld, niet?

2. Dogkiller.
Dag één moest een rustdag worden: hadden wij onszelf immers geen platte rust voorgeschreven? Tja, goed geprobeerd, maar niet helemaal gelukt. Onze nieuwsgierigheid was ons weer wat te snel af: na een voormiddagje luieren aan het water - het zwembad hielden wij al gauw voor bekeken nadat er één van onze Britse medemensen onder luid gejuich en wanhopige blikken van het Turkse personeel een rondedans in knalgroene Boratstring uitvoerde -, besloten we in één van de kleine barretjes van het hotel iets lichts te eten. Weer een haast te rijkelijke variatie aan allerhande Mediterrane lekkernijen, maar, tot onze verbazing, geen typisch Turkse gerechten. Daar moesten we blijkbaar elders naar op zoek. Gelukkig zag ik daar wel al wat wijnglazen aan tafel verschijnen. Turkse wijn? Laat maar komen! Wij bestelden een glas wit en een glas rood; er was blijkbaar alleen een soort huiswijn te krijgen, maar die was wel echt van Turkse bodem. Cabernette bestelde een glas wit, ik ging voor een glas rood.  
Wit en rood, dat waren ze inderdaad die twee wijnen. Alleen misschien wel iets te letterlijk. Cabernettes wijn had bijna geen kleur. Nu ja, zo eigenaardig hoeft dat niet te zijn, er zijn nog wel wijnen die praktisch kleurloos zijn. Maar, die van mij sloeg toch wel alles: kersenrood, zo hevig chemisch van kleur dat het bijna snoepwater of grenadine leek. Nog nooit zoiets gezien. Gelukkig weet ik ondertussen dat kleur zelden het Heilig Evangelie over een wijn verkondigt, dus staken wij er maar meteen onze neus in. Niet simpel in die tot de nok gevulde, brede glazen. Walsen was er al helemaal niet bij. Of ik had het gillende speenvarken op vier uur, twee meter ruggelings, toch zo welgemeend per ongeluk moeten ondersproeien. Gelukkig een eerste snuif deed mij al betwijfelen of ik nog wel wilde walsen. Wat was dit voor iets? Als ik het met mijn ogen dicht had moeten beschrijven, had het minstens een dadaïstische collage als volgt geworden: minstens tien keer gebakken en bevroren neuzekes, vergeten in het handschoenenkastje van een voorhistorische Wardburg die al vijf jaar rond reed met een lekkend bakelieten dak dat al meermaals afgedicht leek met beschimmeld golfkarton. Ergens  slingerde ook nog een verdwaalde peuk van een Russische zjoevski rond en het rubber van de vensterdichtingen moest minstens even verduurd zijn als de plastieken glimlach van Karl Lagerfeld. O ja, net voor de chimerische afdronk was er ook nog wat steeltjesbitter te bespeuren. Toch nog iets dat aan een druif herinnerde. Cabernettes witte goedje bleek al niet veel beter. Zij het dat daar toch ergens wat muskaat in te bespeuren viel. Was dit die Turkse wijn? Je weet wel, zo van die wijn die men van druiven maakt? Dit leek echt wel letterlijk een wansmakelijke grap. Niet meteen een aanrader ... .
Wij kuierden 's namiddags dan maar waTurkije - Baait lui langs de promenade die helemaal van ons hotel naar de 8 km verderop liggende haven van Marmaris liep. Onbezorgd uitwaaien onder de dadelpalmen die een eerste snoeibeurt ontvingen, her en der kale muurtjes overspoelende, veelkleurig bloeiende vetplantjes, prachtig aangelegde parktuinen van hotels, langzaam, maar gestaag doorwerkende Turkse bouwvakkers die alles in orde brachten voor het nakende hoogseizoen, vissers die hun net verstelden, ... wij waren ons eerste avontuur met Turkse wijn al snel vergeten. Wat verderop sprak een excursieoragnisator ons goedlachs aan. Wij konden het niet laten het gesprek wat te rekken en eens te kijken wat er zoal los te peuteren viel van de vlotte kerel - Simon voor de vrienden - die blijkbaar een paar jaartjes in Engeland voor tolk gestudeerd had en zo ongeveer vlekkeloos Engels sprak. Geen betere kans om wat Turks te leren en dan ook meteen maar wat meer te weten te komen over de streek en de regionale cultuur. Voor we het wisten was er een uur voorbijgekout, waren wij heel wat Turks rijker, wisten wat meer over de hypertoeristische stad die Marmaris was en had Simon ons een excursie naar Ephese verpatst.
Ik wist ondertussen ook naar een goede local tip voor een visrestaurant te hengelen en waagde het er dan ook maar meteen op wat door te vragen over Turkse wijn, want Simon bleek ook best wel een gourmand en in de UK had hij heel wat Europese wijnen leren kennen: een goede, frisse Valpolicella, dat had hij nog het liefst. Het Britse white trash in ons hotel leekt welhaast een anachronisme als je Simon hoorde vertellen over de wining&dining-cultuur die hij in London opdeed. Toen ik ons lunchdebâcle vertelde, barstte hij meteen in schaterlachen uit. Tja, dat was wijn voor de toeristen en Turken die veel wilden drinken zonder al te snel zat te zijn. Dogkiller noemden zij het, en dat was, wat mij bertreft alleszins, de nagel op de kop. Nee, er werd veel betere wijn gemaakt in Turkije, verzekerde hij ons, hoewel de wijnproductie in Turkije nog maar sinds kort echt aan belang aan het winnen was. Er werden vroeger vooral tafeldruiven en druiven voor de krentenproductie gekweekt, zoals Sultaniye bijvoorbeeld. In bepaalde streken werd er van oudsher al wijn gekweekt, maar die kwam zelden buiten die streek. Door het toerisme en door de Westerse ingesteldheid van de Turkse overheid en de Turkse voedingsindustrie kwam daar de laatste tien à vijftien jaar langzaamaan verandering in. Turkse wijn wordt nu stilaan zij het nog steeds wat aarzelend gepresenteerd als de onmisbare begeleider van de goede Turkse keuken in de betere restaurants. De Turkse gastronomie is immers één van de drie grote gastronomische culturen van de wereld, zo zegt men. En daar hoort vanzelfssprekend wijn bij.
Oef, dan toch Turkse wijn? Wij keerden terug naar het hotel met tickets voor Ephese op zak en twee kladbriefjes van boven tot onder volgekribbeld met informatie over echte Turkse wijn.


Wordt vervolgd.    
LAST_UPDATED2  

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Toekomstige activiteiten

Geen evenementen