Zondagmiddag, koelblauwe hemel, lage winterzon, vrieskou, stijve bries. Heerlijk wandelweer. Cabernette en Amaronese laten de benenwagen evenwel voor wat hij is en bollen met de wielenwagen weg van Ieper. Wat dizzy nog van de wervelende trouwpartij gisterennacht, maar al nieuwsgierig wat de rest van de dag ons zal brengen: lunch en proeverijtje met Menelaos in diens eigenste hometown Brugge.
1. Wijnbar + jackpot = wijnrestaurant.
Voor we afzakten naar de gezamenlijke degustatie van Troca Vins Naturels en Langbeen Duitse Topwijn in restaurant Aneth buiten de grachten, brachten we nog een bezoek aan Wijnrestaurant Vineeto. Gelegen in het hart van de Brugse binnenstad, profileert Vineeto zich meer als restaurant dan als wijnbar. Orlane Gogne, die samen met haar man, kok en sommelier Alex Auwerkerken, het restaurant uitbaat, wist ons te vertellen dat ze oorspronkelijk een evenredige verdeling in gedachten hadden, maar dat de verkoop per glas niet echt aansloeg. Veel geopende flessen raakten niet leeg, hetgeen nu niet meteen interessant was voor de kassa. Daardoor zijn er slechts een beperkt aantal wijn per glas beschikbaar (een zestal?) en natuurlijk niet meteen de grootste ontdekkingen. Jammer, vonden we, maar ook heel begrijpelijk, want met doorgaans wat karaktervoller wijnen van minder bekende druivenrassen of appellaties win je nu niet meteen de jackpot.
Na de ontvangst werden we vriendelijk een tafel toegewezen in een interieur dat classicistische elementen en modern design op een aangename manier verenigt. Zowel de muren als de onderleggers op tafel zijn versierd met uitvergrote etiketten van grote wijnen, terwijl her en der door bezoekers gesigneerde flessen uitgestald staan. Het draait hier om de wijn, voor wie het nog niet door had. Wijnrestaurant, zo profileert Vineeto zich daarenboven zelfbewust. Daar komt dus ook eten bij aan te pas. Geen tapas, maar wel een ‘betere’ restaurantkaart: seizoensgebonden gerechten en een menuutje of twee drie. Een vluchtige kijk op de kaart doet ons al snel voor het menu “The Vineeto Way” kiezen. Een menu bestaande uit drie gangen met keuze tussen rundscarpaccio of een soepje van bospaddenstoelen als voorgerecht, slibtongetjes of een stoofpotje van lam als hoofdgerecht en als afsluiter crème brûlée of hoevekaasjes. De dame in het gezelschap kiest voor de soep en de vis, beide heren storten zich conform het decorum op het vlees.
2. Italiaanse mama's en kanonnevlees.
De wijnen per glas lieten we maar aan onze neus voorbijgaan. Geen onaardige selectie hoor, maar allemaal wat anoniem correct. Het zijn zekerheden op de kaart, maar als wijnrestaurant mag je toch proberen een halfje van die zekerheden in te ruilen voor een handvol avontuur en uitdaging. Heel wat wijnliefhebbers zakken net daarvoor naar een wijnbar af. We openden de wijnkaart dan maar. Een eerste geruststelling: geen hele rist Grand Cru Classés die niemand kan betalen, tenzij met de kredietkaart van de zaak of als CEO van de één of andere mensenetende multinational. Net als in de wijnen-per-glaskaart ook heel wat zekerheden, maar toch een evenredig aantal suggesties die de koordans van de internationale markt ontsprongen. Ook leuk: heel wat oudere jaargangen op de kaart. Nog zoiets dat je als wijnliefhebber wel kan appreciëren. Kon je ze nu nog eens per glas proeven ... want per fles zit je toch al gemakkelijk boven de € 45 - € 50, een hele lap geld, die niet iedereen wil besteden aan een fles waarvan hij niet zeker weet wat ze aan tafel brengt. Hoofdmoot blijft natuurlijk Frankrijk, maar daarbuiten vinden we heel wat wijnen van zowat overal terug.
Veel suggesties kregen we niet. Orlane Gogne stond er blijkbaar alleen voor in de gelagzaal, dus een praatje kon er niet bij. Spijtig toch. We gingen dan maar met z’n drieën op strooptocht en spotten een La Donna Canone van Bonny Doon – Il Circo in een speciaal hoekje voor de freaks: echt wijnen voor wie eens wat anders wil. Vinden wij wel cool, dus die Dona moest er maar meteen aan geloven. Zo knotsgek als Randall Graham is, zo wild ziet het etiket van deze fles eruit. Een fauvistisch tafereel van een tot de verbeelding sprekende circusact: het levende kanonnenvlees. Leven deed deze Ruchè – een vergeten rode druif uit Piemonte – zonder twijfel en een kanon was het zeker ook, een beetje gemakkelijk ontvlambaar zelfs, met zijn 15% alcohol. Rozenblaadjes en guimauve op de neus, met een beetje kruidnagel en veenbes. Een rode piraat in de mond, hevig, vurig zelfs, misschien zelfs wat te, want het kruit van deze Ruchè di Castagnole Monferrato DOC is iets te snel verschoten. De afdronk is wat kort en warm. Een Donna die al eerder richting Italiaanse mama uitgaat: koleriek, maar toch wel een tikkeltje gemis aan fraîcheur. Wij lieten na een glas dan ook meteen de koelemmer aanrukken, die zonder enig pardon gebracht werd. Het kanonnenvlees liet zich met deze kleine ingreep al snel van zijn liefste kant zien.
Nu ja, waarom moesten wij ook weer zoiets aberrant van de kaart kiezen? Simpel: Cabernette koos voor soep van boschampignons en slibtongetjes, wij gingen voor de carpaccio en het lamsstoofpotje. Naast die eigenaardige combinatie kon wel zo ongeveer niets staan, dus gooiden we het op een akkoordje: we kiezen iets aparts. Eén fles was wel genoeg, want na afloop was het nog een eindje fietsen naar de volgende proeverij. Een Ruchè dus. Ik kende ze eerder als pezige, frisse, sappige drinkwijnen met vinnige zuren – zo een beetje à la Gamay d’Anjou of Touraine Rouge –, niet al te complexe wijnen die je met veel plezier vlot wegdrinkt. Randall Graham kennende zou zijn Ruchè zelfs wel tegen die lamsstoverij kunnen opboksen. En ja hoor ... .
3. Een zespotig voedingssuppelement.
Na een aardig poosje wachten vielen we met stevige honger op het voorgerecht aan: de heren op hun carpaccio (Amaronese trok al dadelijk zijn wenkbrauwen op bij het aanschouwen van de wel heel felle kleur van het vlees) en Cabernette op haar soepje van bospaddestoelen. De carpaccio bleek passabel, maar een Italiaanse carpaccio is toch wel wat anders: het juiste vlees, de kwaliteit van het vlees, ... , dat vind je hier niet dikwijls terug. Aan de vrouwelijke kant van de tafel bleef het eerst verheerlijkt stil (véél paddestoelen, verfijnde bouillon), tot er opeens een mier (!) uit de soep werd gevist en er ook nog wat takjes en gruis op de bodem van de soepkom bleven liggen. De paddestoelen waren ongetwijfeld zeer vers, maar het grondig afborstelen was er duidelijk bij ingeschoten. Nu hebben wij niets tegen bio-keuken, wel integendeel, maar als we extra proteïnen willen, dan toch liever niet van het zespotige soort!
Bij het hoofdgerecht speelde zich een vergelijkbaar scenario af. Het lamsstoofpotje bleek overheerlijk en legde de heren gedurende minstens een kwartier het zwijgen op. Aan de andere kant van de tafel waren de slibtongetjes bijzonder in hun element, al zwemmend in de boter. Niet direct naar de zin van Cabernette, die de voor de rest wel correct gebakken tongetjes kon pruimen, maar met heimwee terugdacht aan de meest perfecte sole meunière ooit die ze het jaar daarvoor op de markt in Doornik proefde bij een memorabel tête-à-tête met Amaronese in Le Carillon.
Als afsluiter kozen Menelaos en Amaronese voor een streepje kaas, Cabernette hield het op haar geliefd kwakje crème brûlée (eindelijk een schot in de roos, haar hoogtepunt van de maaltijd). Tja, en daar gingen we weer uit de bocht, want, met het gezapige tempo waarmee de gerechten aan tafel kwamen, was het ondertussen al half vier, en dus waren twee soorten kaas al op. Er werd ons dan geen extraatje aangerekend voor het kaasdessert. Goed, wel een schamele troost die we beide dan maar verdronken in een glaasje Overhex, Soulo, Red Muscadel 2006, een typisch Zuid-Afrikaanse zoete versterkte wijn. Weer zo’n een aberrant geval zal je zeggen en ja, dat klopt nog ook. Ik wilde het er nog eens op wagen, want ik ben er nog geen enkele echt goede tegengekomen. Weer mis, want ook deze Muscadel deed het niet: wat te plat zoet, zeker naar de afdronk toe miste hij wat lift. Eigenlijk ook wat monotoon, iets dat je nogal snel kan hebben met Muscadel. Typische muskaattonen met een beetje pruimachtig fruit en dan is het muziekje af. Zoetig en plomp, net geen slechte Ruby Port zoals je in cafés vaak te drinken krijgt.
4. Anticlimax.
We eindigden met een anticlimax en dan loop je het risico wat zwaarder te oordelen dan nodig is. Dat gaan we dus even vermijden. Van de wijnkaart kunnen we niet al teveel miszeggen: de prijzen zijn in orde, de keuze is degelijk, ze is met kennis van zaken samengesteld. Er hadden anderzijds vast wel wat meer of diverser wijnen per glas bij gekund. De sfeer is best. Bijna alles ademt hier wijn. Wij voelden ons meteen thuis. Ook niet slecht. Een praatje over de wijn had wel leuk geweest. Wij koutten achteraf wel een beetje bij, maar dat is toch niet helemaal hetzelfde. En ondanks de tegenvallende lunch - er kan altijd wel eens wat fout lopen - was er toch wel dat echt wel lekkere lamsstoofpotje: een eenvoudig, kruidig en vooral eerlijk gerecht. Misschien ligt hier wel de fort van de chef-kok en sommelier Alex Auwerkerken?
Sfeer: 7/10.
Bediening: 6/10.
Keuken: 4/10.
Wijnkaart: 6,5/10.
Algemeen: 5/10.
Oordeel: 5,5/10. ![]()
Wij betaalden € 125,80 voor drie personen, waarvan € 31,90 voor de wijnen.
Vineeto
Oude Burg 10
8000 Brugge
Tel.:050/34.69.60






Ik moet iets bekennen: eigenlijk houd ik wel van stationsromannetjes. Je weet wel, die
Er valt goddank ook nog wat anders te vinden op de wijnboekenmarkt en dan wil ik niet weer eens de oren van uw hoofd zagen over schrijvers als
Eén van de eerste boeken die ik met veel zoeken en snuisteren te pakken kreeg was het onvergelijkelijke standaardwerk - in pocketformaat! - van de Britse croque-mort
Ik heb ook een zwak voor wijnreisboeken. Niet van die platenboekjes waar de ene na de andere fantastisch wijngaard in besproken wordt netjes bereikbaar met de auto vanuit het nabijgelegen hotel over een kale départementale, maar wel echte trekkersboeken. Boeken van gepassioneerde schrijvers die hun hart en ziel verpand hebben aan een bepaald wijnland en daar dan ook de meest eigenaardige gebeurtenissen meemaken, bijzondere personen ontmoeten en vreemde wijnen proeven. Een voorbeeld van zo'n boek is Afrika ontkurkt van
waar ik het nog eens over zou kunnen hebben, maar dit verdient ook wel eens een vermelding. Je kijkt er immers zo gemakkelijk over. Van het boek over de Romeinen en hun wijn griste een museumbezoeker net voor mijn neus het laatste exemplaar weg. Pech ... . Dan maar op zoek naar een ander boek. Net ernaast, achter de hoek in het kleine winkeltje lag een klein dun boekje met een ontzettend saai uitziende kaft, maar wel een interessante titel: Der Wein und die Bibel. Freude ohne Grenzen van
Jaja, ik weet het wel: het is misschien een beetje blasé om weer eens met enig ennui te beginnen zagen over de jaarlijkse koophysterie. Maar, geef nu zelf toe, het neemt toch regelmatig absurde vormen aan. Zo absurd dat je er alleen maar om kan lachen of - en dat is erger - zo voorspelbaar absurd dat het ronduit irritant wordt. Hebt u de recente weekendbijlagen van onze vaderlandse roddelblaadjes eens doorbladerd? Nee? Wel, dan zal ik u even een kort overzicht geven: bubbels, bubbels en nog bubbels. Bubbels aan de kerstboom, bubbels onder de kerstboom, bubbels rond de kerstboom, bubbels in de kerstboom ... . Je kan geen weekendgazet openslaan of er staat wel een artikel in over
Wel, omdat een schuimwijn eigenlijk graag een vuil glas heeft. Ja, u leest dat goed: die elitaire champagne mag best in een smerige kuip. Nu moet u bij het volgende familiefeest uw glazen wel niet even buiten in de modder gaan rollen. Dat zou wat van het goede teveel zijn. Maar een paar stofjes in je mooie glazen mogen best blijven zitten tot ze in vloeibaar goud gedrenkt worden. Die kleine oneffenheden zorgen er namelijk voor dat de koolzuurbelletjes zich kunnen vormen en hun magie aan het werk kan. Denk maar aan de gegraveerde ring onderaan in een
Ik moet zeggen dat ik blij was te zien dat
Eerlijk gezegd, toen ik deze fles van
Ik ben dan wel geen wijnboer, en al helemaal geen Italiaan, maar als ik zulke dingen lees, dan begint er wat te jeuken achter mijn voorhoofd. Het kan toch niet dat er zoveel verschillende types
De klassieke morfologische studie waarbij men vormelijke karakteristieken van rassen en variëteiten met elkaar gaat vergelijken om zo synonieme en verwante druivenrassen op te sporen, blijkt al evenmin een grote hulp. Sommige
Er blijft echter nog één vraag onbeantwoord. Waarom noemen die Italianen dan zowat elke druif waarvan men witte wijn kan puren