We spelen al een tijdje met het idee van een wijn-van-de-weekrubriekje. Toegegeven, het is misschien een beetje mainstream - zo'n rubriek vind je bijna in elke krant - en het lijkt op goedkope bladvulling, maar waarom ook niet? Het is niet slecht telkens even terug te blikken op wat je de afgelopen week uit de kelder tevoorschijn haalde. Niet zozeer om die doordeweekse wijn ook naar zijn waarde te leren schatten, maar wel simpelweg om niets te vergeten en het belang van het vergelijken altijd in het achterhoofd te houden. Door de jaren heen heb ik minstens één ding geleerd bij het proeven van de ontelbare flessen die al de revue gepasseerd zijn: wijn proeven is in de eerste plaats een vergelijkende aangelegenheid. Je proeft steeds binnen, wat ik dan maar noem, een proefkader. Een hele reeks wijnen die die ene wijn die je op dat moment proeft zijn vooraf gegaan.
1. Wijnbibliotheken en een beetje hedonistische ironie.
Zo'n proefkader is veel belangrijker dan het op het eerste gezicht zou kunnen lijken. Zowel bewust als onbewust meet je iedere wijn af ten opzichte van de vorige. Hoe dikwijls hoor je mensen tijdens een proeverij hun commentaar op de net geproefde wijn niet beginnen met de woorden: "Dat is al heel wat beter dan de vorige", of: "Deze heeft toch iets meer body en intensiteit", of, bijvoorbeeld tijdens een verticale: "Duidelijk al heel wat verder geëvolueerd dan de vorige jaargang; een minder geslaagd jaar blijkbaar". Door de jaren - of zeg ik: flessen? - heen bouw je een soort van smaakprofielendatabase, een wijnbibliotheek op vanwaaruit je elke volgende wijn onder de loep neemt. In Herwig Van Hoves dictum "om iets van wijn te kennen moet je veel proeven, veel lezen en dan nog meer proeven" schuilt dus wel meer dan alleen maar hedonistische ironie.
Anderzijds heeft die wijndatabase ook zo zijn nadelen. Elke wijn die je proeft, beïnvloedt je waarneming van de volgende wijn. In extreme gevallen verstoort hij zelfs het genot van een volgende. Een correct uitgebalanceerde droge Riesling kan onverwacht zuur overkomen na een enkele slok van een zoete Beerenauslese. Jonge, krachtige en potige rode wijnen kunnen zelfs de stevigste witte wijnen dunnetjes doen uitvallen: de onstuimige tannines en het rijke body doen je smaakpapillen als het ware eventjes terugschrikken. Ze worden, bij wijze van spreken, opnieuw gecalibreerd (in feite gebeurt dat ook, maar een uitleg van de fysiologische achtergrond van dit fenomeen is eerder voor een ander artikel), waardoor ze iets minder gedetailleerd gaan registreren. Goede wijnproevers weten dat en houden er rekening mee. Zo worden ze bijvoorbeeld niet al te gauw verleid door een clevere marketingtruc die je wel eens tegenkomt op proeverijen: een te platte zoete wijn die na een ongetemde rode wijn wordt geschonken en dan gemakkelijk al te zalvend overkomt voor het verhemelte. Je zou er zo twaalf flessen van kopen als je niet beter weet.
Het grootste gevaar bestaat hem echter in het opbouwen van een eenzijdig proefkader. Je drinkt steeds van hetzelfde totdat uiteindelijk je smaakpalet versteent: slechts dat ene type wijn weet je te appreciëren, simpelweg omdat je geen ervaringen hebt opgedaan waardoor je die andere wijn een plaats kan geven in je wijnbibliotheek. Die blijft er dan maar wat ongemakkelijk bij staan. De vreemde eend in de bijt, zoals jij in uniform met je rode das, terwijl iedereen een grijze das aan heeft. Het lijkt zo banaal, maar toch komt het ontzettend veel voor, zelfs in de professionele wijnwereld: van die mensen die bijna alleen maar Bordeaux en witte Bourgogne drinken. Het ergst is het wanneer zulke mensen zich als toonaangevende wijncritici gaan profileren en bijgevolg erg gemakkelijk hun eigen smaak opleggen aan een grote hoeveelheid wijndrinkers. De diversiteit in de wjjnwereld kan daar alleen maar onder te lijden hebben. Andersom is het daarentegen ook niet gemakkelijk. Zeker in het begin. Je proeft vanalles door elkaar. Je bent constant het Noorden kwijt: allemaal goed en lekker, allemaal interessant, maar er is schijnbaar geen touw aan je eigen waarnemingen vast te knopen. Je vraagt je af of je je niet teveel door anderen laat leiden. En dat is nu net het moment waarop je beseft dat er zoiets bestaat als je eigen smaaprofielenbibliotheek. Gewoon verder proeven is de boodschap ... .
Af en toe terugblikken op wat je geproefd hebt, is dus zeker niet slecht. Het maakt je bewust van de manier waarop je wijnervaringen rijker, gedetailleerder en veelzijdiger worden en je kan waar nodig bijsturen. Die bijna onleesbare, want vluchtig bij elkaar gekribbelde proefnota's van de laatste proeverijen kunnen zo nog wel eens van pas komen. Ik doe het nog altijd, ook omdat ik nog altijd vanalles door elkaar proef. Ik ben immers niet meteen het type om alleen maar 'dikke' flessen op tafel te zetten na de zondagsmis of als er hooggeëerd bezoek komt. Sinds Cabernette en ik afstudeerden zijn we zowat halve heidenen geworden, dus van die zondagsmis komt al niet veel meer in huis. Een grote naam op tafel ploffen om bezoekers te imponeren doe ik al lang niet meer: wij drinken hem liever zelf op en ja, soms doe je een mooie wijn onrecht aan door hem aan bepaalde 'wijnkenners' te serveren. Nee, als ik 's avonds in de kelder sta rond te draaien, laat ik me vooral leiden door hetgeen een verdieping hoger op het fornuis staat te pruttelen. Soms durven we zelfs zo ver te gaan dat we gewoon opentrekken waar we zin in hebben ... . Even terug denken aan wat je de afgelopen week hebt geproefd, kan dan wel eens interessant zijn.
2. And the winner is: Michel Mallard et Fils, Aloxe Corton Les Valozières 1er Cru, 2002.
Deze week was de onvolprezen winnaar met meters voorsprong een 1er Cru Aloxe-Corton van Michel Mallard. Een Bourgogne dus, haast tot ongeloof van onszelve. Hij haalde het met glans van een Volstruis Stellenbosch 2005 en een Cazes Alter Côtes du Rousillon Villages 2000. Iets nipter van een Sybille Kuntz Riesling Goldquadrat 2001. Er bestaat weliswaar een hardnekkige mythe dat goedkope (amper € 15) Bourgognes uit de supermarkt diametraal tegenover de vermaarde finesse of de ontroerende complexiteit van de iconische en dikwijls bijna onvindbare grand crus staan. Dat klopt meer dan eens. Ik herinner me nog levendig de doffe ellende die Rick en ik moesten doorstaan tijdens 'Beste Pinot Noir uit de Supermarkt'-proeverij op Megavino 2007: de Franse Pinot Noirs (bijna allemaal Bourgognes) varieerden van groentensoep over tenenkaas tot beschimmeld golfkarton en daarmee was de kous af. Een weerzinwekkende uitputtingslag die ik me nog even zal blijven heugen ... .
Toch blijf ik zoeken naar die koopjes uit Bourgondië. Dure crus mogen zeker wel, graag zelfs (zeker als ik ze cadeau krijg). Maar voor de lieve vrede en voor de beurs zijn ze in te grote aantallen niet erg bevorderlijk. Eén probleem: net als zovele wijnldrinkers ben ik verlekkerd op Pinot Noir. De elegantie, de diepgang en de pezige structuur die zo typisch is voor de beste voorbeelden ... zoiets is gewoon onvergetelijk. Het moet toch kunnen. Bourgogne-freak Willy Daelemans beweert zelfs met grote stelligheid dat je mooie flessen kan vinden aan € 7-8. Ik ga er dus altijd weer als een halfgare dope-addict naar op zoek. Met deze was het raak. Gevonden in de grabbelbak van de plaatselijke Delhaize. Met de korting, nog geen € 12 voor een 1er Cru van de Corton-heuvel en dan nog wel Les Valozières, één van de betere. 2002, dus sowieso al meer kans op finesse en sappigheid, zo kenmerkend voor dit millésime in rode Bourgogne. Ik kon het niet over mijn hart krijgen zoiets te laten liggen. Nog geen spatje aan jeugdigheid ingeboet in de kleur. Uitnodigend helder kriekenrood met een krokante neus van geplette bosbessen, wat herfstbladeren, mos en in de finale veenbes. Een stevig doortimmerde structuur met vinnige zuren en goede, dicht verweven, maar toch merkbaar aanwezige tannines, toont aan dat deze wijn nog niet op afgetrapte schoenen loopt. Veel richting en een smakelijke lengte. Misschien wat gebrek aan focus in het middengedeelte - een beetje fuzzy fruit - en wat gemis aan diepgang voor een 1er Cru, maar voor amper € 15 mogen we daarover niet klagen! Lekker bij een Bresse-kip met boschampignons, salie en veenbessenconfit. Rebuy? Zeker!





