In de vorige post hadden we het over het schijnbaar onvatbare karakter van Zuid-Afrikaanse wijn en het daarmee gepaard gaande gebrek aan eenduidige identiteit. Dat hoeft echter niet negatief opgevat te worden: we betrappen onszelf er onder meer op hoe verknocht we zijn aan eenduidigheid, aan een pasklaar puzzelstukje, een nieuwe brok kennis die we mooi kunnen integreren en gelijkstellen aan datgene wat we al kennen. Ook vermaard Zuid-Afrika specialist John Platter karakteriseert zijn eigen thuisland op die manier in zijn boek Afrika ontdekt: "Bijna ondanks zichzelf - en dat is een van 's lands slordige charmes - herbergt Zuid-Afrika een unieke diversiteit aan wijnen, een soort eclectische uitbundigheid. [...] Waarschijnlijk bestaat er nergens in de wijnwereld zo'n grote verscheidenheid aan wijnen en aan mensen die ze maken en benutten." Van die soms zelfs iconoclastische, eclectische spirit - jaja, dat ligt ons wel - mochten wij een dikke week geleden twee voorbeelden proeven.
1. Vineuze welvoeglijkheid op de nachtzijde van de maan.
Waarschijnlijk is het net omwille van dat weerbarstige, sterk gefragmenteerde en experimentele karakter dat Zuid-Afrikaanse wijn mij al heel vroeg is beginnen boeien. Thuis of bij mijn grootouders was er eigenlijk niet veel sprake van Zuid-Afrikaanse wijn: deels omdat men niet wist dat hij bestond, deels omwille van de slechte ervaringen en de wat luie attitude die ik hierboven al beschreef. Het was pas als student dat ik echt kennis maakte met Zuid-Afrikaanse wijnen. Leuven was tot voor vijf jaar geleden immers nog steeds een maanlandschap als het wijnhandelaars betrof. Er was eigenlijk slechts één lichtje aan de horizon (twee eigenlijk als ik de vroegere Osteria Enoteca Pergola meetel): De Wijnkraal, een klein winkeltje, praktisch volledig gespecialiseerd in Zuid-Afrikaanse wijn.Hier kon je ook als student terecht voor een lekker flesje, werd je niet scheef bekeken als je vroeg naar een paar flessen die je kotfeestbudget aankonden en ging men niet op zoek naar een Château als je om Viognier vroeg (dat was wel zo in Vini France in Leuven). Leergierigheid werkte aanstekelijk bij de beide wandelende wijnencyclopedieën die de winkel nu nog steeds uitbaten. Beiden kennen ze Zuid-Afrika als hun broekzak, zijn ze gepassioneerd door de diversiteit aan wijnen, streken en stijlen die je er op een boogscheut van elkaar vindt. Het was hen ook nooit een moeite om die kennis te delen. Ik heb onder andere leren proeven, oefenen op aroma's thuisbrengen en druivenrassen karakteriseren door regelmatig eens naar een zaterdagse openflessendag te trekken. Kwam ik er al niet enigszins euforisch geladen (met flessen of wat in die flessen zat) buiten dan had ik toch iedere keer weer mogen ondervinden dat wijn niet in een hokje past: zowat iedere keer ging er een fles over de toog die nu eens niet aan de algemeen geaccepteerde regels der vineuze welvoeglijkheid voldeed. Ik heb onder andere dankzij deze mensen zelf leren proeven, mijn eigen verhemelte leren vertrouwenen en bovenal eren inzien dat het besef dat je zelfs met een eindeloze reeks wijnboeken en wijnflessen achter de kiezen nog steeds je kennis niet mag overschatten.
2. Stille champagne en women power.
Eén van de wijnen die deze week schitterde aan tafel was een wijn die ik al een hele tijd geleden in de Wijnkraal kocht. Ik was hem ondertussen al vergeten in de kelder en hoopte bij het bovenhalen dat het niet zo'n wijn was die je best binnen het jaar dronk. Niet dat ik zoiets verwachte van een wijn van Achim von Arnim, bon vivant quotidien pur sang, de eigenaar van het Haute-Cabrière Estate in Franschhoek, omdat dit in de eerste plaats wijnen zijn die min of meer volgens een Oude-Wereldidee geproduceerd worden en bij uitstek foodwines zijn, wijnen die best eten genoten worden. Achim is dan ook een echte levensgenieter, gepassioneerd door wat de cultuur van eten en wijn de mens aan onvergetelijke ervaringen te bieden heeft. Dat vertaalt zich niet alleen in het gelauwerde Haute-Cabrièrerestaurant temidden van de Pinot Noir-wijngaard, maar ook in zijn overtuiging dat wijn in de eerste plaats iets voor aan tafel blijft, iets wat je drinkt en over praat, maar vooral van geniet. Hij heeft het dan ook een beetje moeilijk met de richting waarin de huidige wijnwereld evolueert: "I fight with every grain in my body that wine doesn’t become a cult, but remains a culture accessible to everybody. There’s that frightening Parker phenomenon with people taking themselves far too seriously, instead of just sitting down for once and enjoying their wine and food." Niet meteen een idee dat in de huidige wijnwereld munt slaat, wel een denkwijze die heel wat wijnliefhebbers aangenaam in de oren zal klinken. Hier wordt immers nog echte wijn gemaakt, wijn met een eigen karakter, wijn zonder pretentie, wijn die iets vertellen durft. De Haute-Cabrière Chardonnay Pinot Noir, Franschhoek 2006 is alleszins een mooi voorbeeld van die filosofie. Heel zuiver en sappig, mediumbodied, zonder opvallende eiktoetsen, met vinnige zuren die de mooi verweven florale zijde van Pinot Noir (rozen, jasmijn) verenigen met koele citrusaroma's en groene appel. Een geslaagd experiment, bijna een stille champagne, dat een duidelijk beeld geeft van de beide druivenrassen die na jaren proberen het best gedijden op de kalkachtige kleibodems van Haute-Cabrière.
Een andere Zuid-Afrikaanse schone die mij haast letterlijk van mijn sokken blies, was de Old Vines Cellars Chenin Blanc Barrel Reserve, Stellenbosch 2003. Ondertussen weet iedere trouwe lezer wel dat ik gek ben van goed gemaakte Chenin Blanc. De subtiliteit van aroma's en het complexe ouderingspotentieel van deze druif maken haar waarschijnlijk wel tot de evenknie van Riesling. Misschien is die vergelijking zelfs helemaal niet zo slecht: net zoals Riesling, kan Chenin Blanc ook banale fruitige wijntjes opleveren, die, toch zeker als ze goed gemaakt zijn, best genietbaar zijn in hun eenvoud, maar eigenlijk niets laten vermoeden van de verbijsterend intrigerende wijnen die deze druif kan voortbrengen. Zuid-Afrika heeft jarenlang gegrossierd in dit soort Chenin Blanc: simpel, fris, lekker, echt zalig voor op een terrasje in de zon, maar geen match voor het betere werk aan tafel. Voor waardige Chenin Blancs moest en zou je nog steeds gaan zoeken in de Loire - waar anderzijds minstens evenveel simpele en soms zelfs ronduit slechte Chenins worden geproduceerd, maar dat willen we niet geweten hebben. Savennières, Côteaux du Layon, Vouvray, Jasnières, ... . Ondertussen kennen we die zelfs al niet meer, zo erg is de herinnering aan het volwaardige karakter van Chenin Blanc uitgesleten door een banale versie van zichzelf. Tót enkele jaren terug bijvoorbeeld moeder en dochter Botha, aan het roer van de eerste enkel door vrouwen bestuurde wijnmakerij van Zuid-Afrika, met hun Chenin Blancs in de prijzen vielen. Eindelijk werden ook die enkele voorbeelden van 'andere' Chenins uit Zuid-Afrika opgemerkt: rijke, stevig uitgebouwde, maar suave wijnen die minstens naast en dikwijls zelfs, de prijskwaliteitsverhoudingen in acht genomen, een trapje hoger mogen staan dan hun Oude-Wereldzussen. Deze Barrel Reserve van de Botha's is zo een exemplaar. Een echt ontroerend mooie, goudkleurige wijn die geurt naar kweeperen, honing en een rokerige mineraliteit, net zoals een Savennières volgens het boekje, maar toch niet vervallend in een kopie daarvan. Meer exotische aroma's van ananassap en vanillebloesem verhinderen dat en geven deze Chenin dat tikkeltje panache, een subtiele terroirhint die haar helemaal af maken. Een prachtwijn, die ik net als heel wat andere Zuid-Afrikaanse coryfeeën - zoals de Amour Toujours van Allée Bleue, de Independent Minds Merlot, een Beyerskloof Syrah of een oude Kanonkop Pinotage - kan toevoegen aan een rijtje niet gauw te vergeten wijnervaringen.
Proefnota's van deze en andere wijnen vind je hier.





