We’re catching up, … met een beetje moeite, maar het gat in de WvdW’s is stilaan gedicht: een wijn van de week voor twee weken terug, het beste bewijs dat elke goede wijn die we tegen het lijf lopen toch ergens zijn sporen nalaat. Alhoewel, … misschien mogen we ook wel spreken van een ‘non-wijn van de week’: geen rotslechte wijn – die vergeten we liever via de gootsteen – maar een wijn die bitter teleurstelt, die in geen geval verwachtingen waarmaakt, die zonder twijfel een kat in de zak was.
1. Namedropping ft. nameshopping.
Twee weken geleden sloten we de week af met een diner voor collega’s bij ons thuis. Twee formules: Italiaans met aangepaste wijn of Indisch met aangepast bier. Voorspelbaar dat de keuze overtuigend naar het eerste alternatief overhelde. Indisch, hoe lekker, anders en divers ook, mag nog altijd niet rekenen op veel acolieten in ons aartsconservatief gastronomisch landje. Wat we kennen blijft jammer genoeg maar al te vaak de maatstaf. Italiaans met aangepaste wijn dus. Upon special request hoorde daar spaghetti carbonara bij, pasta met een saus van zure room, een harde kaas zoals parmigiano reggiano, eieren en fijn gesneden lichtgerookt spek. Heel wat anders dus dan de carbonara Bauernschmauz die je hier zo dikwijls gepresenteerd wordt in de zoveelste brasserie van het 35ste knoopsgat: een plakkerige brij platgekookte pastaslierten met slijmerige kaasdraden en in zijn eigen vet meegekookt gerookt spek. Het gastronomische equivalent van ons nieuwste politowbizzkoppel Smet-Martens zowaar.
Maar ja, wat drink je daar nu bij? Een niet geëikte, frisse Barbera doet het altijd goed, maar de Asti’s die ik nog heb liggen, waren ofwel al wat te geëvolueerd, ofwel te aards, ofwel op eik opgevoed. Geen match voor de fris zurige en rokerige aroma’s van carbonara. Ook te rond om tegen de pasta en de zure room op te kunnen. Een Dolcetto dan? Een Dolcetto d’Alba van Faletto. ’t Zal u misschien niet meteen zoveel zeggen. Zeker niet als ik verzwijg dat er in niet te missen letters ‘Bruno Giacosa’ op het etiket staat onder de azienda-naam. What’s in a name? Had Hamlet het maar geweten, het had hem heel wat existentiële zorgen bespaard: gewoon geld, niet meer niet minder. Namen verkopen nu eenmaal. Iedereen gaat er wel op af. Zinloos te pretenderen dat het ons niet zou beïnvloeden. Ik liep dit flesje tegen het lijf bij een wijnhandelaar in het Leuvense en dacht: “Moet ik toch ook eens proberen, die Giacosa”. Voor zo’n reflex hoef je je zelfs niet echt te schamen: ergens moeten zulke wijnen deel uitmaken van je referentiekader. Zo weet je niet alleen waar de wijnwereld de mond van vol heeft, maar zo leer je ook vergelijkend proeven. Je komt immers aan de weet welke kwaliteit en welk karakter gezien wordt als iconisch voor een bepaalde wijn, een appellatie, een streek, een vinificatiestijl. Altijd mooi meegenomen dus.
Het venijn zit het echter weer in de staart: je koopt zulke flessen hopelijk niet alleen om jezelf erop te beroemen dat je ze geproefd hebt, je koopt ze ook omdat je toch ergens veronderstelt dat ze voor een zekere kwaliteit, een uitnemende stijl of een persoonlijkheid staan. Om net diezelfde reden koop je merkkleding waarop onder het kraagetiket in rode lettertjes By Missoni geborduurd staat. En daarom hoort die goedkope coverplaat ook in het rijtje albums van deze of gene geliefde popster: eens kijken hoe die dit of dat interpreteert. Jammer dat die interpretaties niet altijd even succesvol zijn: weer eens € 20 weggegooid aan een saaie, inspiratieloze plaat of weer eens € 100 teveel gespendeerd aan een jurk die er wel leuk uitziet, maar qua kwaliteit even schraal is als de jurk twee kapstokken verder zonder de rode lettertjes … . Je had er misschien beter wat anders, wat nieuws, wat onbekends voor gekocht.
2. By Bruno Giacosa.
Het kan net zo gaan met wijn: je stelt je hoop op die ene naam en uiteindelijk bakt hij er toch niks van. De wijn stelt op alle vlakken teleur, lijkt banaal, heeft eigenlijk niet veel te vertellen of is, in de pijnlijkste gevallen, gewoon slecht. Misschien stonden de verwachtingen wat te hoog gespannen of misschien betaalde je zoveel teveel alleen voor die ene naam. Dikwijls gaat het zelfs om een combinatie van beide. Neem nu deze Giacosa-Dolcetto: om en beide € 20 voor een fles – al aardig wat voor een Dolcetto – en eigenlijk niet veel meer dan een weliswaar zeer correcte, maar totaal inspiratieloze, fletse wijn in het glas. Fris en vers, ja, maar een stereotyp, bijna politiek correct beetje wijn in het glas: geen karakter, zelfs geen Dolcetto-karakter. Het lichtvoetig fruitige was er misschien wel, maar zo net wat teveel op rijpheid gevinifieerd en met een alles vervlakkende, stevige dosis maceratie (macération carbonique?). De pittige zuurtjes ontbraken, de lichtjes stinky aroma's waren er propertjes uitgekuist en er was ook al geen spoortje mineraliteit te ontdekken. Mineraliteit, iets wat Dolcetto anders wel echt goed kan
opnemen en hem een onverwachte complexiteit verleent. Licht, vinnig, kernachtige fruitig, een beetje dirty hier en daar en een tikkeltje mineraliteit ... . Kijk eens wat er allemaal in de marche van Dolcetto ligt. Toch jammer dat er allemaal uitgezuiverd werd door marketinggeneraal Giacosa. Een zielloos glas geconfomeerde perfectie. Een beetje als de zovele babes die de straat bevolken: klonen van elkaar in dezelfde maskers, zonder karakter, zonder inhoud, empty shells.
Ok, misschien hang ik hier weer wat de harde tante uit: de fles was leeg. 6 man aan tafel en wijn nummer 3 zijnde van een reeksje van 4, wil dat natuurlijk wel wat zeggen: slecht was deze wijn zeker niet en iedereen mocht hem, maar voor mij was dit gewoon een saai glas. Cabernette en ik dronken er ook het minst van. Wij hadden ons ervoor al laten gaan in een witte wijn, een wijn van een huis dat ik al enkele jaren volg, met steeds stijgende interesse. Want, hoe meer ik er van proef, hoe meer ik hun stijl kan appreciëren. Er wordt niet voor de volle 100% natuurlijk gewerkt, ook niet biodynamisch, ook niet lutte raisonnée, ook niet industrieel, ... nee, er wordt gewoon wijn gemaakt zoals dat de heren en dames van Ca'Ronesca bezielt. Om namen en etiketten hebben ze het zo niet gezien, getuige ook de eenvoud van hun etiketten, de karige informatie op de website en de naam van hun topwijn: een 100% Chardonnay, genaamd Vino senza qualità, zo genoemd naar analogie met Der Mann ohne Eigenschaften, een modernistische literatuurklassieker van de hand van Robert Musil. Te zijn zonder predikaten, daar gaat het om (en er loert weer een Hamlet om de hoek). Zo ook deze wijn, die frappeert door zijn weerbarstig karakter, zijn lak aan welwillendheid. Heerlijk.
Wij dronken die avond bij de risotto al limone met pladijs en citroengras evenwel een andere wijn van Ca'Ronesca, die ik bijna even hoog inschat als hun Senza qualità: Ca'Ronesca's Podere de Ipplis, een 100% Sauvignon Blanc, slechts gedeeltelijk malolactisch vergist, wat op lie, wat op vat, ... wat vanalles mooi geassembleerd tot een stuk glasgepolijst groen glas. Je weet wel, van die glazen bolletjes die je wel eens in de vloedlijn aantreft, die zo lekker geuren naar jodium, zee en verderf. Het voluptueuze karakter van deze Colli Orientali-Sauvignon zou je niet meteen met Sauvignon associëren, de groene peper en de kruisbes daarentegen wel. Sappig van het begin tot het einde, met een lange, grippige, rokerige afdronk die toch nog steeds barst van het groene fruit. Wees maar zeker dat ook deze fles leeg was, die avond, al lag dat vooral aan slechts twee tafelgasten ... .
1. Namedropping ft. nameshopping.
Twee weken geleden sloten we de week af met een diner voor collega’s bij ons thuis. Twee formules: Italiaans met aangepaste wijn of Indisch met aangepast bier. Voorspelbaar dat de keuze overtuigend naar het eerste alternatief overhelde. Indisch, hoe lekker, anders en divers ook, mag nog altijd niet rekenen op veel acolieten in ons aartsconservatief gastronomisch landje. Wat we kennen blijft jammer genoeg maar al te vaak de maatstaf. Italiaans met aangepaste wijn dus. Upon special request hoorde daar spaghetti carbonara bij, pasta met een saus van zure room, een harde kaas zoals parmigiano reggiano, eieren en fijn gesneden lichtgerookt spek. Heel wat anders dus dan de carbonara Bauernschmauz die je hier zo dikwijls gepresenteerd wordt in de zoveelste brasserie van het 35ste knoopsgat: een plakkerige brij platgekookte pastaslierten met slijmerige kaasdraden en in zijn eigen vet meegekookt gerookt spek. Het gastronomische equivalent van ons nieuwste politowbizzkoppel Smet-Martens zowaar.Maar ja, wat drink je daar nu bij? Een niet geëikte, frisse Barbera doet het altijd goed, maar de Asti’s die ik nog heb liggen, waren ofwel al wat te geëvolueerd, ofwel te aards, ofwel op eik opgevoed. Geen match voor de fris zurige en rokerige aroma’s van carbonara. Ook te rond om tegen de pasta en de zure room op te kunnen. Een Dolcetto dan? Een Dolcetto d’Alba van Faletto. ’t Zal u misschien niet meteen zoveel zeggen. Zeker niet als ik verzwijg dat er in niet te missen letters ‘Bruno Giacosa’ op het etiket staat onder de azienda-naam. What’s in a name? Had Hamlet het maar geweten, het had hem heel wat existentiële zorgen bespaard: gewoon geld, niet meer niet minder. Namen verkopen nu eenmaal. Iedereen gaat er wel op af. Zinloos te pretenderen dat het ons niet zou beïnvloeden. Ik liep dit flesje tegen het lijf bij een wijnhandelaar in het Leuvense en dacht: “Moet ik toch ook eens proberen, die Giacosa”. Voor zo’n reflex hoef je je zelfs niet echt te schamen: ergens moeten zulke wijnen deel uitmaken van je referentiekader. Zo weet je niet alleen waar de wijnwereld de mond van vol heeft, maar zo leer je ook vergelijkend proeven. Je komt immers aan de weet welke kwaliteit en welk karakter gezien wordt als iconisch voor een bepaalde wijn, een appellatie, een streek, een vinificatiestijl. Altijd mooi meegenomen dus.
Het venijn zit het echter weer in de staart: je koopt zulke flessen hopelijk niet alleen om jezelf erop te beroemen dat je ze geproefd hebt, je koopt ze ook omdat je toch ergens veronderstelt dat ze voor een zekere kwaliteit, een uitnemende stijl of een persoonlijkheid staan. Om net diezelfde reden koop je merkkleding waarop onder het kraagetiket in rode lettertjes By Missoni geborduurd staat. En daarom hoort die goedkope coverplaat ook in het rijtje albums van deze of gene geliefde popster: eens kijken hoe die dit of dat interpreteert. Jammer dat die interpretaties niet altijd even succesvol zijn: weer eens € 20 weggegooid aan een saaie, inspiratieloze plaat of weer eens € 100 teveel gespendeerd aan een jurk die er wel leuk uitziet, maar qua kwaliteit even schraal is als de jurk twee kapstokken verder zonder de rode lettertjes … . Je had er misschien beter wat anders, wat nieuws, wat onbekends voor gekocht.
2. By Bruno Giacosa.
Het kan net zo gaan met wijn: je stelt je hoop op die ene naam en uiteindelijk bakt hij er toch niks van. De wijn stelt op alle vlakken teleur, lijkt banaal, heeft eigenlijk niet veel te vertellen of is, in de pijnlijkste gevallen, gewoon slecht. Misschien stonden de verwachtingen wat te hoog gespannen of misschien betaalde je zoveel teveel alleen voor die ene naam. Dikwijls gaat het zelfs om een combinatie van beide. Neem nu deze Giacosa-Dolcetto: om en beide € 20 voor een fles – al aardig wat voor een Dolcetto – en eigenlijk niet veel meer dan een weliswaar zeer correcte, maar totaal inspiratieloze, fletse wijn in het glas. Fris en vers, ja, maar een stereotyp, bijna politiek correct beetje wijn in het glas: geen karakter, zelfs geen Dolcetto-karakter. Het lichtvoetig fruitige was er misschien wel, maar zo net wat teveel op rijpheid gevinifieerd en met een alles vervlakkende, stevige dosis maceratie (macération carbonique?). De pittige zuurtjes ontbraken, de lichtjes stinky aroma's waren er propertjes uitgekuist en er was ook al geen spoortje mineraliteit te ontdekken. Mineraliteit, iets wat Dolcetto anders wel echt goed kan
opnemen en hem een onverwachte complexiteit verleent. Licht, vinnig, kernachtige fruitig, een beetje dirty hier en daar en een tikkeltje mineraliteit ... . Kijk eens wat er allemaal in de marche van Dolcetto ligt. Toch jammer dat er allemaal uitgezuiverd werd door marketinggeneraal Giacosa. Een zielloos glas geconfomeerde perfectie. Een beetje als de zovele babes die de straat bevolken: klonen van elkaar in dezelfde maskers, zonder karakter, zonder inhoud, empty shells. Ok, misschien hang ik hier weer wat de harde tante uit: de fles was leeg. 6 man aan tafel en wijn nummer 3 zijnde van een reeksje van 4, wil dat natuurlijk wel wat zeggen: slecht was deze wijn zeker niet en iedereen mocht hem, maar voor mij was dit gewoon een saai glas. Cabernette en ik dronken er ook het minst van. Wij hadden ons ervoor al laten gaan in een witte wijn, een wijn van een huis dat ik al enkele jaren volg, met steeds stijgende interesse. Want, hoe meer ik er van proef, hoe meer ik hun stijl kan appreciëren. Er wordt niet voor de volle 100% natuurlijk gewerkt, ook niet biodynamisch, ook niet lutte raisonnée, ook niet industrieel, ... nee, er wordt gewoon wijn gemaakt zoals dat de heren en dames van Ca'Ronesca bezielt. Om namen en etiketten hebben ze het zo niet gezien, getuige ook de eenvoud van hun etiketten, de karige informatie op de website en de naam van hun topwijn: een 100% Chardonnay, genaamd Vino senza qualità, zo genoemd naar analogie met Der Mann ohne Eigenschaften, een modernistische literatuurklassieker van de hand van Robert Musil. Te zijn zonder predikaten, daar gaat het om (en er loert weer een Hamlet om de hoek). Zo ook deze wijn, die frappeert door zijn weerbarstig karakter, zijn lak aan welwillendheid. Heerlijk.
Wij dronken die avond bij de risotto al limone met pladijs en citroengras evenwel een andere wijn van Ca'Ronesca, die ik bijna even hoog inschat als hun Senza qualità: Ca'Ronesca's Podere de Ipplis, een 100% Sauvignon Blanc, slechts gedeeltelijk malolactisch vergist, wat op lie, wat op vat, ... wat vanalles mooi geassembleerd tot een stuk glasgepolijst groen glas. Je weet wel, van die glazen bolletjes die je wel eens in de vloedlijn aantreft, die zo lekker geuren naar jodium, zee en verderf. Het voluptueuze karakter van deze Colli Orientali-Sauvignon zou je niet meteen met Sauvignon associëren, de groene peper en de kruisbes daarentegen wel. Sappig van het begin tot het einde, met een lange, grippige, rokerige afdronk die toch nog steeds barst van het groene fruit. Wees maar zeker dat ook deze fles leeg was, die avond, al lag dat vooral aan slechts twee tafelgasten ... .
Proefnota's van deze en andere wijnen vind je hier.





