Nog eens tijd om een WvdW'tje te doen ... . Ik was met de feestdagen het rubriekje volledig uit het oog verloren, tot afgelopen week wel twee heel opmerkelijke wijnen ons glas kruisten en Cabernette zich afvroeg welke van beide wijnen nu de beste van de afgelopen week mocht zijn. Twee opmerkelijke wijnen, twee Italianen - "Hoe kan het ook anders", hoor ik u denken - van twee bijna vergeten druivenrassen. Je weet wel, van die rassen waarvan je je kan afvragen of ze vergeten zijn omwille van de povere reputatie die ze te lang droegen of omwille die onuitsprekelijke naam die zeker in overzeese gebieden een struikelblok vormt ... . Eén van de twee was een 100% Marzemino. Ja, Marzemino. Nee?
1. Mozartwijn.
Marzemino, het klinkt voor veel Mozartliefhebers vast bekender in de oren dan voor de meeste wijnliefhebbers. "Versa il vino! Eccellente Marzimino!", roept Don Giovanni Leporello toe tijdens een zoveelste drinkgelag. Niet veel later doemt een bulderende Commendatore uit het niets op en sleurt Don Giovanni naar de plek waar hij eeuwig zal boeten voor zijn decandente en immorele gedrag. We kennen ze allemaal deze scène: een stenen kolos, die onvermurwbaar Don Giovanni het zieleheil ontzegt en hem onder veel gensters, gespetter en geroffel uit de orkestbak van het podium afsleurt naar de donkere catacomben van de hel.
Maar, waarom Marzemino, of Marzimino, zoals hij bij Mozart heet? Het wringt zelfs een beetje in de prosodie. Die is meestal heel netjes bij Mozart, dus daar moeten we het al niet gaan zoeken. Excellent moet hij wel geweest zijn als we Don Giovanni mogen geloven. Was dat prestige dan de reden waarom Don Giovanni zich er lazarus aan zoop? Nicolaas Klei geeft er ook geen sluitend antwoord op in zijn weer eens schitterend geschreven boekje Achter het etiket: "Nu zijn Don Giovanni's aardse dwalingen en hellevaart weliswaar niet het gevolg van marzimino," zegt hij, "maar je zou je kunnen voorrstellen dat de wijn in een kwade reuk staat", en bijgevolg wel past bij dat verdorven karakter van Don Giovanni. Klei besluit dat dat gelukkig niet het geval is, daar Marzemino's - zo redeneert Klei in een cirkeltje - volstrekt onbekend zijn en helemaal geen wilde hellevaart oproepen als je ze drinkt. Bij ome Marzemino moeten we het dus niet gaan zoeken, volgens Klei. Het had wel kunnen kloppen ... . Bijna niemand drinkt nu nog Marzemino en de druif op zich vinifiëren gebeurt ook niet bepaald met de regelmaat waarmee Bert Anciaux stommiteiten debiteert. Meestal mag Marzemino net een bescheiden rolletje spelen in wijnen van rond het Gardameer, wijnen die vooral uit Sangiovese, Barbera of internationale druivenrassen bestaan. Tot voor kort speelde Marzemino zelfs nog een bijrolletje in de Chianti-soap: samen met Mammolo en Canaiolo Nero mocht hij Chianti wat kleuren en daar was het dan ook meteen mee gezegd. Over de smaak van Marzemino sneed men de laatste eeuw niet snel hoog op. 't Was zelfs een ambetante druif die niet veel opbracht en om de haverklap beschimmelde. Dus: exit Marzemino.
Exit? Toch niet helemaal. Ondertussen zijn er weer een paar Italiaanse wijnboeren die zo hun eigen ideeën hebben over Marzemino. Dat gebeurt wel eens meer in Italië: zo van die boeren die het beter gaan weten. Maar deze keer is het geen ordinair spelletje dwarszitten of betweten. De geschiedenis geeft hen gelijk: Marzemino was in de tijd van Mozart een druif die zeer hoog aangeschreven stond. Vooral omwille van de zoete, sterke rode wijn die er volgens de passito-methode mee gemaakt werd. Een beetje als Amarone, Recioto della Valpolicella and the likes. Zoet, vet in de mond, rijk chocoladeachtig, hoog in alcoholpercentage ... dat klinkt een beetje als een hedonistenwijn. Niet verwonderlijk dus dat Mozart net deze rode wijn uit Don Giovanni's dronkenlappenbakkes laat galmen.
Een paar versies (niet de Gardiner-versie die Klei aanhaalt: populistische, moraliserende enscenering; orkestspel stijlloos en uit balans, houterige tempi):
Versie van Don Giovanni niet formidabel geënsceneerd door Zeffirelli, maar met schitterende stemmen: Samuel Ramey (Don Giovanni), Ferruccio Furlanetto (Leporello) en de onovertroffen Kurt Moll (Commendatore). MET o.l.v. James Levine, 1990.
Knappe moderne enscenering van Peter Sellars. Eugene Perry (Don Giovanni), Herbert Perry (Leporello), James Patterson (Commendatore). Wiener Symphoniker o.l.v. Craig Smith, 1990.
2. Proletariërswijn.
Ik had er ook eentje in de kelder liggen. Gekregen van de beide meesters in aberrante wijnen die wijnwinkel Pasqualinno uitbaten. Moest ik eens proberen: Eugenio Rosi, Poiema Trentino Marzemino DOC 2002. 2002 was wel een waar pokkenjaar in veel stukken van Italië, maar de Rosi had er weer eens wat geweldigs mee gedaan. Rosi? Eugenio Rosi? Ik kon er mijn halve kelder wel op verwedden dat ik er ergens iets over gelezen had of dat iemand me er wat van verteld had. Nee, het was niet Rossi van 'de Rossi', de dikke brommende Italiaan die in de zomermaanden altijd met zijn crèmekarretje aan de uitgang van de schoolpoort stond. Lap ... , terwijl we naar huis reden met de fles naast m'n voeten in de auto zat ik me weer eens het hoofd te breken over de één of nobele bijna-onbekende. Dat heb ik nu altijd: ik kan echt geen namen onthouden, een beetje lastig in dit vak. Erger nog ... ik had het gevoel dat het zo ergens vooraan in mijn hersenkronkels hing, maar er net niet uit wilde. Frustrerend. Inklings noemen ze dat in het Engels. Alzheimer light, wat mij betreft. Grrrrrr, om gek van te worden.
De avond dat ik de fles uit de kelder haalde viel het me te binnen op de keldertrap: ik had het hier gelezen, op de blog van foodfan. Natuurlijk, als er één is die als geen ander prettig gestoorde wijnbouwers weet op te snorren in Italië, dan is het wel haar aanhangsel: foodman. Zoals foodfan het schrijft: een half getikte wijnbouwer die zonder toegevingen zijn eigen ding wil doen en daar hoort een 100% Marzemino natuurlijk bij. Liefst nog wel biologisch ook. Het kon weer niet radicaal genoeg voor Eugenio. Hij wordt ook wel de 'proletarische wijngod van Trente' genoemd, want raar maar waar: Eugenio bezit nog geen halve wijnstok en hij heeft ook geen cantina. Nee, hij huurt alles. Hij maakt als het ware wijn uit het niets. Alleen een piepklein keldertje, waarin hij zijn gasten ontvangt temidden de oude eiken fusten en barriques van kerselaar, mag hij het zijne noemen. Een binnenstebuiten gedraaide Marxist, zo lijkt het wel.
Ja, barriques van kerselaar voor Genio's Marzemino, want het is onder andere deze houtsoort die de Poiema zo knap maakt. Marzemino is immers een druif die dan wel wat kleur heeft, maar dikwijls nukkig gesloten blijft. De wijnen geven niets prijs: niets in de neus, niets in de mond. Alleen de textuur - vol, zacht - en de kleur vallen op. Zo een beetje als Tannat: zwart, ruw, bonkig, maar op de neus noppes, nougabollen, niks. Toch als hij nog jong is. In Madiran werd het probleem opgelost door de wijn aan het beademingsapparaat te hangen. Belletjes doorblazen - microbullage - en voilà, de wijn werd meteen heel wat toegankelijker. Een heel brutaal proces waarmee ook meteen de helft van het karakter van Tannat foetsie borrelt, maar ja, wie maalt daar nu om? Als de commerce maar draait ... . Laat Eugenio nu net aan dit laatste een gloeiende hekel hebben. Hij verkoopt nog liever niets in plaats van een fruitige fakewijn die wel door jan-en-alleman gesmaakt wordt. Wijn maken is immers kunst voor Eugenio: je werkt aan een wijn als aan een kunstwerk. Met inspiratie, met vallen en opstaan, maar ook met veel respect voor het materiaal en het medium. Geen brutale ingrepen dus. Laat kersenhout nu iets grotere poriën bevatten als eik en je begrijpt meteen waarom Genio - na een paar jaar experimenteren - uiteindelijk net voor deze houtsoort koos. 12 maanden gedeeltelijk op kersenhout zorgen ervoor dat Marzemino zich, onder invloed van de binnensijpelende zuurstof, heel zachtjes aan openplooit en naast textuur en kleur, zelfs als hij jong is, ook al wat fruit en bloemetjes vrijgeeft in het glas.
Dat is echter niet het enige: Genio kent zijn pappenheimers en weet dus best dat Marzemino vroeger in passitostijl werd gemaakt om die lastige geslotenheid te vermijden. Dan krijg je evenwel Mozartwijn en die ligt nu niet meteen volop in de smaak. Trouwens, probeer maar eens op te boksen tegen het imago van zwaargewichten Amarone en Recioto della Valpolicella. Onbegonnen werk, ook al omdat Marzemino zich niet echt leent om er van die moderne concentratiemonsters van te maken die je maar al teveel tegenkomt in dit soort wijnen. Genio's Marzemino is dus een droge wijn geworden, alhoewel er toch wat druiven ingaan die wel gepasserileerd zijn. Genio maakt pas wijn van die druiven als ze goed en wel ingedroogd zijn, een proces waarbij aroma's en suikers geconcentreerd worden. De resulterende passitowijn wordt later geblend met de droge wijn. Het uiteindelijke kunstwerk mag er meer dan best zijn: al wat verlegen geurend naar blauwe pruimpjes, zwarte bessen en viooltjes, met een satijnzachte aanzet en toch diepte en breedte in de mond. Complex en heel harmonieus. Heerlijk, maar helaas veel te snel opengetrokken.
Een prachtig artikel - Italianen weten nog wat 'wijnschrijven' is - over Eugenio en zijn wijnen vind je hier.
De proefnota van deze Poiema vind je hier.





