The Orbis of Wine

A journey into wine by the True and Only Fratres Organoleptici

  • Vergroot letter grootte
  • Standaard letter grootte
  • Verklein letter grootte
Home Nieuws Algemeen WvdW VII - Een dolleke uit eigen kelder: Domaine La Suffrène, Bandol 1999

WvdW VII - Een dolleke uit eigen kelder: Domaine La Suffrène, Bandol 1999

E-mail Print PDF

De WvdW'tjes volgen elkaar op in ijltempo. Wat proefnota's ertussen, ja, maar daar was het ook ver mee gezegd. Meer dan een week met een halve longontsteking, snot als Cross & Blackwell Picalilly en een luchtpijp die rammelt als een verkalkt koffieapparaat is nu niet echt bevordelijk voor het wijnproeven: ik kon nog net toetsen van cacao en een duidelijke hint van sinaasappelschil thuisbrengen in die gruwelijk zoete longbalsem, maar voor de rest rook ik nog zelfs de kattenbak niet als ik er met m'n neus ging inhangen. Ik had nochthans alle voorzorgsmaatregelen genomen toen ik het slijmvormig onheil voelde naderen. Vitaminen van hier, ginseng van daar, pompelmoesje a day, keeps the doctor away, warme choco met rhum, cachaca, nee, zelfs een Bandol wilde niet helpen. Jammer genoeg de enige, maar toch wel echt de beste wijn van de week.


1. Wijnbloggerswijn: scheten, nijlpaarden en afgeronde glooiingen.
Domaine La Suffrène, Bandol 1999Bloggerswijn is het zo ongeveer geworden, die Bandol, en wel zeker die van Domaine La Suffrène. Een Bandolletje dat je voor een belachelijk lage prijs uit het rek kan grissen in Carrefour/GB jaar in jaar uit, rosé en rood. Echt waar, bloggerswijn, die Bandol en daar zit de oudste Belg onder de bloggers zeker voor niets tussen, toch Cool? Laten we het maar meteen toegeven: een beetje wel. Ik weet nog goed hoe ik als student mijn eerste flesje Bandol van het schap plukte. Ik vond het zo'n rare naam: 'Bandol', zo gebald en afgemeten, maar hij stond er wel die naam. Aangetrokken door die gekke naam en door een hoedje met twee Hachette-sterretjes, kocht ik mijn eerste flesjes Bandol in de Match. "Godsamme, in de Match nog wel", hoor ik u denken. Ja, in de Match en wel puur uit gemakzucht. De Match lag maar op een goede kilometer van mijn kot, dus daar zat ik op een paar minuten te voet van heen en terug. Moest ik niet op de fiets klefferen. Een gehavend stalen ros, dat meer weg had van een vierkant rijdende sapcentrifuge dan van een fiets. Ik reed er eens mee bergaf een bochtje in en voor ik het nog maar goed en wel door had, was mijn zak tomaten al veranderd in instant gazpacho andaluz en hing er een stuk haring te flappen tegen mijn voorste spatbord. Jolig, maar niet echt om over te doen met een paar flesjes wijn in de shoppingtas. De Match was ook niet echt de beste keuze voor wijn, bleek achteraf. Maar ja, zelfs dat kon ik toen nog niet weten. En, het mag gezegd: ere wie ere toekomt, ik heb er toch maar mijn eerste Bandol uit het rek gehaald. Domaine de la Vivonne, een obscure cuvée met de naam Les Puechs uit 2002 waarvan ik nergens wat terugvond op het web. Want ja, dat deed ik wel al. Ik surfte me dikwijls onnozel om wat informatie te vinden over deze of gene wijn. En ja, dan kom je als vanzelf op sommige websites terecht. Typ maar eens 'bandol + wijn + lekker' in je Google-zoekbalkje en er is onmiddellijk één site die bij de eerste drie hits opduikt. Inderdaad: Vinejo's Wijnliefhebbers.
Goed, terug naar die 'Les Puechs' van Domaine de la Vivonne. Ik kon er zoals gezegd niets over vinden, of het moest mijn eigen record in Cellartracker zijn. Ik had er zelfs geen flauw idee van wat die 'Puechs' waren. Ridders? Oerbewoners? Struiken, bomen, beesten? Misschien zelfs scheten? Daar rook de wijn in het begin zelfs wat naar, maar ik kon me nauwelijks voorstellen dat geen enkele wijnboer die ze nog allemaal op een rij had, zijn geesteskinderen als intestinale gassen door het leven wilde laten gaan. Dat moest ik dan maar eens even gaan opzoeken. Na een dag of wat grasduinen door de rekken van de taalkundebibliotheek had ik het uiteindelijk gevonden: 'Les Puechs' was Occitaans - een op Frans gelijkende Romaanse taal die men in het Zuiden, vooral in de Provence sprak en nog steeds (een beetje) spreekt - voor 'hellingen, hoogten, afgeronde glooiingen'. Bij die eerste twee kon ik me nog net wat voorstellen, alhoewel dat laatste, zeker in meervoud, de verbeelding dan weer op hol deed slaan. Je moest dat woordje 'Puechs' zelfs met een beetje sappigheid over de tong laten rollen, zoals je op het vruchtvlees van een rijpe kers zuigt. Je spreekt het uit door je vochtige lippen met overtuiging naar voren uit te stulpen, je tong aan beide zijden om te krullen naar je verhemelte en een licht aangeblazen uu-klank als een sensueel zuchtje te laten ontsnappen. Jaja, interessante wijn, die Bandol. Ik had nog nooit zoveel opgezocht over één fles (maar dat was toen ...).
Toen ik hem pas in het glas had, die eerste Bandol, dacht ik: "Ja lap, ik heb weer eens teveel geld uitgegeven aan viezige plonk". De wijn stonk. Naar de beesten rook hij, en dan nog niet naar schattige konijntjes of zo. Nee, eerder naar varkens die in de modder hadden liggen rollen of beter zelfs: het nijlpaardenhok in de zoo van Antwerpen. Niet te geloven gewoon: nijlpaarden dat is stalgeur in het kwadraat. Eigenlijk was het wel begrijpelijk dat ik vond dat de wijn stonk: het was de eerste keer dat ik een stalluchtje - animaal in het jargon - of misschien zelfs iets reductiefs rook op een wijn. Als je me nu zo'n wijn voorzet, begin ik al te glunderen nog maar voor ik er een slok van geproefd heb. Zelfs een snuifje Brett mag er van mij best wel op. Teleurgesteld liet ik het eerste glas even staan. Ik moest die sneden pepergebraad nog aanbraden en snel, want mijn ovenaardappelen moesten het oventje uit. 10 minuten later kwam er vanuit mijn kot - koken deden we à l'improviste op de gang - "mmm, lekker wijntje". Cabernette had al aan mijn glas gezeten. Ik: "Hoezo? Dat stinkend sapje?" "Dat stinkt helemaal niet. Ik ruik ons ma hare bramenconfituur en zo precies laurierblaadjes." Ik dacht dat ze me weer voor de gek aan het houden was. "Geef dat glas eens hier!" Tiens, dat was precies een andere wijn dan die van 10 minuten geleden. "Zwart fruit, laurier en hout", schreef ik op, want ik wist dat je zoiets moest opschrijven, anders was je geen 'echte'. Interessante wijn, die Bandol. Beetje raar, beetje beestig, maar daar ging ik nog eens wat van kopen.


2. Zeebonken en bosbessentaart.
Navire Royal 18me sleWat later begreep ik dat Domaine de la Vivonne echt wel niet de beste Bandol produceert die er op de markt is en dat dat zeker zo gold voor hun supermarktcuvée. Want, hoe erg het ook moge zijn, er zijn niet veel Bandol-producenten die hun met bloed, zweet en tranen verwekte nakomelingen zien belanden in de supermarktrekken. De reden? Sommigen onder hen hebben het echt niet nodig (bv. Pibarnon, Tempier, Gros Noré, et al.): ze zijn al uitverkocht voor de wijn goed en wel op fles getrokken is. Bandols zijn en blijven blijkbaar insiders-wijnen en die insiders doen er dan ook alles voor om elk jaar aan hun x aantal flessen te geraken. Niet onterecht in veel gevallen, zo weet ik nu. Maar die anderen dan? Want, toegegeven, Bandol is nu niet zo groot, maar toch wel groter dan de paar hectaren topwijn. Laten we het gewoon misplaatste trots noemen: "mijn wijn hoort niet in een supermarkt, blablabla, patati-patata". Ok, moest ik een wijnboer zijn, ik zou het ook gruwelijk vinden moesten flessen die door mijn eigen handen gegaan zijn staan platstoven en wegrotten - rechtop nog wel, want echte helden sterven staande - hoog op een rek waar het veel te warm is en waar er veel teveel UV-licht is. Gruwelijk. En toch, ik zou liever wat flessen aan een supermarkt verpatsen dan dat ik er zelf mee blijf zitten, nougabollen bekendheid verwerf en, erger nog, geen rooie daalder in m'n domein kon investeren, want op die manier bouw je ook geen ene meter aan je reputatie.
Dat moet ook zowat de redeneerwijze van Cédric Gravier geweest zijn toen hij één van de mooiste domeinen uit Bandol erfde van zijn grootvader. Die verkocht zijn druiven jaar na jaar aan een coöperatieve. Een handelswijze die Cédric nog even verderzette, alhoewel hij van in het begin plannen had om de solotour op te gaan. Vanaf 1996 begon hij stilaan zelf wijn te maken in een eigen, volledig nieuwe kelder en hij verkocht hem deels meteen via Carrefour. 1996 was dus de eerste jaargang gebotteld onder de naam Domaine La Suffrène, zo genoemd naar de vroegere bezitter van een stuk van zijn grond: een scheepsmaat van de Bailli de Suffren, niemand minder dan Pierre André de Suffren de Saint-Tropez. Een driedubbel gescharnierde naam die gelijkstaat aan één van de meest legandarische admiraals van de Franse zeemacht Hij durfde het, als één van de eerste en weinige Franse admiraals, aan de Britse hegemonie op zee uit te dagen en met succes te belagen. De Royal Navy beeft nog steeds als zijn naam wordt vernoemd. De Bailli de Suffren was een koppige, trotse en onvervaarde vechtjas die niets of niemand ontzag en nooit een uitdaging uit de weg ging. Dat past wel een beetje bij het karakter van Bandol ... .
AlatristeOndertussen ken ik hem al een tijdje: een stuurse, introverte, maar imposante en afgetrainde capitan Alatriste. Een hese vechtjas, die pas na een paar jaren kelder het stof van de kleren schudt, de laarzen uittrapt en de fluwelige gloed van het haardvuur opzoekt. Ik proefde enkele weken geleden nog een 1998 die in alle finesse en bescheidenheid zich liet uitkleden tot op zijn puurste, zachtste fruitglooiingen, met wat mokka, herfstbladeren, ijzerzandsteen en zoete koekkruiden. Niet vergelijkbaar met wat anders; oude Noordelijke Rhône of Gevrey-Chambertin misschien, maar toch, Mourvèdre, de toch wel wat mysterieuze druif aan de basis van Bandol, is gewoon zichzelf. Ik liep er twee weken later nog over te mijmeren, toen ik toevallig nog wat flessen 1999 en 2000 in een vergeten hoekje in de plaatselijke Carrefour aantrof. Te mooi om waar te zijn, was mijn eerste gedacht. En dat was het waarschijnlijk ook: wijnen die zo lang rechtop gestaan hebben in de warmte zijn meestal dood en vergaan. Ik nam er toch twee flesjes van mee, één van elk. Je wist maar nooit. Wat me al opviel was dat er geen stof op de hals en schouders hing en ik kon me niet echt voorstellen dat de plaatselijke winkelbedienden flessen afstoften in de verloren uurtjes van hun shift. Dus, misschien was er hoop. Vorige week trok ik een 1999 open: goed gekleurde, soepele kurk, die een klein beetje doorgetrokken was zoals het elke wat oudere kurk betaamt. Hadden deze flessen nog lang in een koel magazijn liggen slapen? Blijkbaar wel, want het eerste wat ik rook bij het ingieten van een proefglas was ... een warme stal. Daarna kwamen er kruiden opzetten, laurier ja, en salie, dan bosbesjes, van die kleine, die vroeger altijd op de Kempische bosbessentaarten lagen waar ik zo verlekkerd op was als kind. In de mond verbazingwekkend veel fraîcheur, koel zelfs en glad met zoetsappig fruit, cacao en een beetje koffie, vrouwelijke rondeur, tot hij plots zijn tanden bloot gromt aan het eind: stugge, maar goed gedekte, krachtige tannines, nog steeds ... .
Paradoxale wijn, Bandol.   

De proefnota van deze wijn vind je hier.

LAST_UPDATED2  

Welkom op de webstek van 'The Orbis of Wine'

Laatste commentaren op Cabernettes blog


Toekomstige activiteiten

Geen evenementen