donderdag, 04 februari 2010 10:21
Amaronese Artikels
De laatste maand van 2009 en de eerste maand van 2010 waren maar wat doods op deze site. Geen wonder: we - Cabernette, die voor kort weer even in België was en Amaronese - worstelden zich door een agenda die meer leek op een schetsboek van Jackson Pollock dan op de netjes lijntje na lijntje ingevulde weekplanner die elke kantoorklerk dag in dag uit voor zijn neus weet liggen. Time to catch up, zeggen we dan. En wees maar zeker dat er wat achterna te hollen valt!
1. Lasciate ogni speranza, voi ch'entrate ... . 2009 zal een jaar zijn om op terug te blikken, een jaar dat we stukje bij beetje zullen moeten lospeuteren uit ons geheugen, bijeenrapen en reconstrueren. Tijd om erbij stil te staan was er op het moment zelf niet. Alles raasde voorbij zoals op een dolgedraaide caroussel die luidruchtig voortwalste met teveel trommels en trompetten. Gelukkig gingen zowat alle once-in-a-lifetime events die het afgelopen jaar de revue passeerden vergezeld van fijn gezelschap, een goede tafel en vooral de nodige glazen wijn. Want dat is wel de grote constante in ons leven: wijn, voor, tijdens en na, altijd opnieuw wijn. Elke herinnering aan een goed glas wijn is voor mij dan ook gelijk aan de madeleine van Proust. Een slok, een fles, een gebottelde herinnering die langzaam vanuit de diepte terug komt bovendrijven en in haar kielzog een reeks andere, minstens even intrigerende, maar bijna compleet weggedeemsterde gevoelens, ervaringen of gewaarwordingen oproept. Om een kwakkeljaar op de blog en een lange stilte goed te maken had ik het idee een reeks artikelen met de titel 'Rückblick' aan elkaar te rijgen. Vijgen na Pasen natuurlijk, maar anderzijds wel de ideale manier om terug te blikken op het afgelopen jaar. Ik hoop dat jullie meegenieten van elk glas wijn dat we opdiepen uit de schimmelige, duistere en vochtige kelders van de herinnering en het stukje voorbij geluk wat we opnieuw beleven.
2. Het begin en het einde van alles. Een glas wijn kan soms zo een beetje werken als de aleph van Borges: de steeds terugkerende weerspiegelingen in het kristal, de omgekeerde beelden in de spiegel van het druivennat dat je aanstaart vanuit de glanzende kelk ... ze doen me altijd wat denken aan het intrigerende buitenlaagje van het glanzende punt dat wezenloos hing te tintelen onder de trap van Carlos Argentino Daneri: El Aleph, de idee van tot-alles-verbondenheid, het oneindige middelpunt van het verleden, huidige en toekomstige universum. Dat is naturlijk wat veel om te gaan toedichten aan een simpel glas wijn, maar sommige wijnen lichten toch even, heel even maar, een tipje van de sluier op die over het warrige net van herinneringen, ervaringen en wensen in ons altijd weer falende geheugen gedrapeerd ligt. Het laatste glas waarbij ik die ervaring weer eens had - alsof er een ijzige hand je middenrif beroert, je nekhaar overeind zet - was bij een glas dat mij blind voorgezet werd door de glunderende sommelier van Couvert Couvert in Heverlee. Ik mocht raden. Aan de overkant van de tafel gingen er twee mondhoeken grijnzen. Chenin Blanc, dat was duidelijk ... zijn Pappenheimers kennen. Zucht van opluchting. Op dat punt was ik toch al geslaagd. Gelukkig, want om één of andere duistere reden ga ik als een Chenin-zot door het leven. Erger was dat het niet zomaar een Chenin was, maar nog wel één die mij een vreemd déjà-vu gevoel gaf. Een korte flits waarin je even denkt alles te zien, alle links, de hele, meteloze context en op datzelfde moment van herkenning alles plots vervaagt als een ademtocht op een ijskoude spiegel. Ik had hem zelf ook in de kelder liggen: Suivre son Chenin van de Lechartier-broeders.
3. Spitsbroeders in de wijn. Yann en Loïc Lechartier zijn beiden niet veel ouder dan ikzelf, zowat rond de dertig. Een zotte bevlieging kon er dus nog wel even af. De één was in een vorig, maar eerder kort leven informaticus, de ander commerçant pur sang. Beide broers hadden, zeg maar, een drie rijstroken brede autostrade van een waardige job en een rozige carrière voor de bumper. Burgerlijke huisje-, tuintje-, kindje-idealen lagen zo voor het grijpen. Optrekken en doorrazen naar succes zou evident geweest zijn, maar neen, Yann en Loïc namen de eerste afslag richting vigneron en reden spoorslags richting vrai vigneron: een nauw, bochtig en zelden vlot berijdbaar pad dat niet zo vanzelfsprekend naar een land van melk en honing leidt. Beiden behaalden in een mum van tijd het diploma van viticulteur en Yann liep blitz-stages bij Chantal Lescure (Bourgogne) en François Plouzeau (Domaine de la Garrelière, Loire). Wijnmaken zonder gepruts en geprul, dat was vanaf het begin het doel dat beide broers voor ogen hadden. Ze volgden resoluut hun eigen weg: die van de Chenin. In 2006 startten ze met een ruime 4 ha. wijngaarden op het Plateau d'Husseau in Montlouis-sur-Loire. Mooie wijngaarden die al jarenlang door niemand minder dan Thierry Chaput met het allergrootste respect bewerkt werden. Het ging hem jammer genoeg niet altijd voor de wind. Zijn visie werd op hoongelach onthaald en Thierry's wijnen liet men achteloos links liggen. Onterecht blijkt nu, want Thierry was zijn tijd ver vooruit (ondertussen zou hij weer aan de slag zijn bij Pascal Lambert in Chinon). Voor de Lechartiers was dit een kans uit de duizend: enkele ha. gezonde wijngaard die geleidelijk, maar zonder al teveel problemen natuurlijk konden worden onderhouden. Chaputs wijngaarden lagen dan ook nog eens op één van de mooiste plekken van Montlouis: op het koude krijt- en tufsteenplateau van Husseau. Een bovenlaag van rivierzand en grind zorgen voor een uistekende drainage en de zacht glooiende hellingen dragen bij tot een zacht microklimaat in de wijngaard. Wat wil je nog meer? Met het nippen aan dat glas dat me blind voorgezet werd, moest ik weer even terugdenken aan de eerste keer dat ik hen ontmoette tijdens een degustatie in Het Land van de Overkant in Leuven, afgelopen jaar. Twee sympathieke, maar uiterst bescheiden en zelfs wat introverte kerels die hun wijnen voor zich lieten spreken. Loïc sprak over Chenin Blanc alsof het over zijn jongste dochter ging en werd er zichtbaar weemoedig bij. Wijnbouwers die niet met kas- en studieboek in de hand wijnmaken, maar wijnbouwers die met hun hoofd en hun hart ploegen, snoeien en plukken in de wijngaard, triëren, laten rijpen en bottelen in de kelder, dat zijn de Lechartiers en dat proef je ook in het glas. Zelfs hun eerste jaargang was een prachtige wijn: subtiel geschakeerd, fris, zalvend zacht en ontzettend lang. De kwintessens van een fijne wijn met natuurlijk koele kweepeer, acaciahoning en een beetje kruidnagel. Filigrane zuren, veel sap, ... een textuur die doet denken aan kabbelend, tintelend bronwater. Flessen die ik meestal niet durf te bekijken, omdat ze anders veel te snel verdwenen zijn. Misschien moet ik er dan toch maar een uitspraak over doen die een vermeende Chenin-zot waardig zou moeten zijn: voor mij zijn dit de meest elegante en verfijnde Chenins op deze aardkloot. Om sprakeloos van te genieten.
De wijnen van de gebroeders Lechartier zijn verkrijgbaar bij Jacques Masy in Roeselaere.
Een streepje muziek dat prachtig past bij de wijnen van de Lechartiers: Debussy's Reflets dans l'eau door Arturo Benedetti Michelangeli.
Ik gruwel er altijd een beetje van. Met 'er' bedoel ik de koopjesgekte die vanaf begin december weer om zich heen grijpt op zowat elke straathoek. Grote plastic zakken, tot barstens toe gevuld, worden vanuit winkels naar autokoffers gesleept alsof er een massale volksverhuizing aan de gang is. Onze medemens vecht met uitpuilende ogen om dat laatste artikel te bemachtigen dat aan dumping-prijs tussen goedzakkig glimlachende kerstmannen op de eerste pagina van reclamblaadjes prijkt. En, als het ons goed uitkomt, doneren we ook nog wat voor de rammelende collectebussen die posteren aan de poorten van de Heilige Marketainment-hallen die klein Vlaanderen rijk is ... . Kan het iemand nog ontgaan? Binnen dit en drie weken is het Kerstmis. De eindejaarsfeesten komen eraan! Hoezee! Hoezee?
1. Obligaat gebroebel.
Jaja, ik weet het wel: het is misschien een beetje blasé om weer eens met enig ennui te beginnen zagen over de jaarlijkse koophysterie. Maar, geef nu zelf toe, het neemt toch regelmatig absurde vormen aan. Zo absurd dat je er alleen maar om kan lachen of - en dat is erger - zo voorspelbaar absurd dat het ronduit irritant wordt. Hebt u de recente weekendbijlagen van onze vaderlandse roddelblaadjes eens doorbladerd? Nee? Wel, dan zal ik u even een kort overzicht geven: bubbels, bubbels en nog bubbels. Bubbels aan de kerstboom, bubbels onder de kerstboom, bubbels rond de kerstboom, bubbels in de kerstboom ... . Je kan geen weekendgazet openslaan of er staat wel een artikel in over Champagne, Cava of Prosecco. Vooral die twee eerste dan. Het lijken wel de obligate party-crackers. Zonder plop van een bubbelfles geen jolig feestje. Zonder knallen geen huichelige vrolijkheid. Ik zou zo ondertussen - gewoon om dwars te liggen - de bubbels mijlenver verbannen van de jaarlijkse feestdis. Al dat obligate gebubbel en gebroebel, 't doet me terugdenken aan de verplichte zuipgelagen die we wel eens hielden om toch minstens al wat aangeschoten op een saaie fuif aan te komen. Dan had je er toch nog wat aan. Van die saaiheid merkte je dan immers niets meer omdat je zelf in een idioot lacherige stemming was. Het lijkt wel alsof die bubbels erbij moeten om net dezelfde reden: de gevreesde saaiheid van onze familiefeestjes te vergeten. Een glas Champagne Brut op het beleggersgezaag van nonkel Pier, een glas Cava naast de spataderjeremiade van Tante Georgette of een glas Champagne Demi-Sec bij het beurse geneut over 'dien goeie ouwen tijd' van heeroom Evarest ... . Stijgen de bubbeltjes naar ons hoofd - en dat gebeurt doorgaans nogal snel - dan kunnen we pas echt aan tafel gaan. Erfeniskwesties zijn vergeten, de minachting van de oudste pilaarbijter voor dat jong schoelie van een vuile sos is allicht vergeven en de kleinkinderwens van omoe en opoe wordt er alsmaar roziger op. De gemoedelijke elleboogafstand aan de feesttafel wordt plots best draaglijk. Er is wat nodig om een doorsnee Vlaamse Kerstkermis te doorstaan.
2. Call me bubbles, everybody does ... .
Ja, dat is wat bubbeltjes doen: de stemming zetten zonder dat we er vervaarlijk beschonken van worden. Daar kan je pas echt op rekenen. Geen één zal het laten afweten, want het zijn net die gasbelletjes die verantwoordelijk zijn voor het knallende startschot van alle feestgedruis, het plechtig tinkelend geluid in je kristallen flûte en het blijmoedige gevoel dat je vult na een half glas licht bruisend druivensap. Belletjes. Het gaat allemaal om de bubbels! Bubbels, what's in a name? Welke idiote wijnscribent heeft dat zeemzoeterige koosnaampje eigenlijk bedacht? Weer karakteriserend origineel natuurlijk: een platte leenvertaling regelrecht uit het Engels. Het zal vast wel op Frank Van der Auwera's palmares te schrijven zijn. Prosecco, Champagne, Cava, Crémant, Vonkelwijn, ... call me Bubbles, everybody does ... lekker eenvoudig: alles bijeengedraaid in een nietszeggende eenheidsworst. En toch zijn het inderdaad die zo vluchtige gasbelletjes die schuimwijnen organoleptisch onderscheiden van gelijk welk ander type wijn.
De opstijgende gasbelletjes bevatten namelijk koolzuur dat tijdens het gistingsproces werd gevormd. Afhankelijk van het vinificatieprocédé dat gevolgd werd, zijn die belletjes afkomstig van een eerste of een tweede gisting. Bij wijnen als Champagne, Prosecco en Cava zijn ze afkomstig van een tweede gisting, afhankelijk van het soort wijn op de fles (méthode traditionelle) of in een druktank (méthode charmat / cuve close). Het koolzuurgas dat door de gistcelletjes als een soort afvalproduct gevormd wordt, blijft nu gevangen in de wijn onder een redelijk hoge druk van 5 à 6 bar (vgl. de gemiddelde atmosferische druk is ongeveer 1,013 bar). Vandaar de knal en het gas dat net na het openen van de fles langzaam opstijgt uit de hals. Het koolzuur ontsnapt relatief snel aan de wijn, maar blijft even zichtbaar omdat het zwaarder is dan lucht en omdat het door de snelle gasexpansie extreem afgekoeld wordt (tot -100 °C!). Net die eigenschappen van het in de wijn opgeloste koolzuur (één fles Champagne bevat gemiddeld 5 liter CO2) bepaalt de zo typische aromatische kwaliteit van een schuimwijn. De belletjes koolzuur die ontsnappen aan de Champagne doen dat immers niet zonder meer. Er is wel wat voor nodig. Ooit vertelde een wijnvriend me eens tijdens een degustatie dat hij vroeger, vroeger, in een ver en grijs verleden als beginnende wijnliefhebber gelezen had dat wijnglazen onberispelijk schoon moeten zijn, want dat elk microscopisch kleine vuiltje de smaak van een wijn contamineert. Zoals dat gaat met beginnende wijnliefhebbers volgde hij die raad scrupuleus op. Enkele uren voor zijn eerste Champagne-proeverij aanvatte, waste hij zijn glazen nog eens grondig af - met bijna kokend heet water, zonder detergent, natuurlijk - en spoelde hij de hete glazen nog eens na met azijn om ze vervolgens onaangeroerd te laten drogen. Het resultaat was er naar: zijn wijnkameraden complimenteerden hem ampel met zijn brandschone, fonkelende proefglazen ... tot de eerste geut Champagne in het glas kwam. Haast geen belletjes, geen schuim en al helemaal geen mooie schuimkraag. Een ramp. Want hoe wil je nu Champagne proeven zonder belletjes? Of andersom: hoe komt dat nu dat er in net zo propere glazen praktisch helemaal geen geschuim en gebruis te bespeuren valt?
3. "Ober, een vuil glas graag!" Wel, omdat een schuimwijn eigenlijk graag een vuil glas heeft. Ja, u leest dat goed: die elitaire champagne mag best in een smerige kuip. Nu moet u bij het volgende familiefeest uw glazen wel niet even buiten in de modder gaan rollen. Dat zou wat van het goede teveel zijn. Maar een paar stofjes in je mooie glazen mogen best blijven zitten tot ze in vloeibaar goud gedrenkt worden. Die kleine oneffenheden zorgen er namelijk voor dat de koolzuurbelletjes zich kunnen vormen en hun magie aan het werk kan. Denk maar aan de gegraveerde ring onderaan in een Duvel-glas: die heeft net hetzelfde effect. Om mooie bubbeltjes te krijgen boen je je glazen zelfs best nog eens even op met een schone, katoenen vaatdoek voor je het feest laat beginnen. Je gasten tevreden, want ze kunnen goedkeurend aanschouwen hoe proper jij je glazen wel op tafel zet. Jij tevreden, omdat je weet dat je schuimwijn mooi zal parelen. Het katoen laat immers microscopisch kleine vezeltjes achter die fungeren als een soort minuscuul kleine buisjes waarin de koolzuurbelletjes als op een lopende band aangemaakt worden. Dat heeft te maken met de vorm van de vezeltjes en processen die scheikundigen capilairwerking en het omzeilen van Van der Waalskrachten noemen. In feite komt het erop neer dat die vezeltjes de ideale broedkamers voor gasbelltjes vormen. Eens een belletje groot genoeg is, kan het ontsnappen aan het minibuisje en als de wiedeweerga opstijgen naar het oppervlak van de wijn. En zo gaat dat maar door, het één na het ander bubbeltje komt aan een razende snelheid tevoorschijn, zodat je van die mooie belletjeskettingen krijgt die opstijgen van de bodem tot bijna aan de rand van het glas. Pure magie. De belletjes die opstijgen doorheen de schuimwijn in kwestie bevatten weliswaar niet alleen koolzuurgas. Als dat zo was, zou Champagne eigenlijk alleen maar een zurige CO2-geur hebben. Een glas Champagne zou dan niet echt veel meer verschillen van een glas Spa Barisart. Maar, zeg nu zelf, dat is niet bepaald het geval, toch? Van de koolzuurbelletjes die opstijgen doorheen het vergiste druivensap wordt immers geen klein beetje geprofiteerd door een ander soort moleculen die chemici groeperen in de wat oppervlakkige klasse van de surfactanten, 'oppervlakte-actieve moleculen' in het schoon Nederlands. Deze moleculen hebben met elkaar gemeen dat ze spontaan de oppervlakte van een vloeistof, of toch alleszins de grens tussen een vloeistof en een gas opzoeken. Dat doen ze vanzelf omdat het kopje van de molecule in kwestie hydrofiel, waterminnend, is, maar het staartje helemaal niks van vloeistoffen moet weten. Het is zo hydrofoob als de pest. Zulke moleculen voelen zich dus niet bepaald als een vis in het water wanneer ze doorheen ons glas Champagne warrelen, ware het niet voor die aanlokkelijke koolzuurbelletjes die met de regelmaat van de klok aan hen voorbijsuizen. Daar klampen ze zich gretig aan vast zodat ze kunnen meeliften naar het oppervlak van de Champagne. En daar gebeurt pas echt het wonder. Wanneer zo'n belletje bovenaan aan de oppervlakte van de vloeistof komt, spat het open met een geweldige knal. Maar goed dat het om zo minuscuul kleine belletjes gaat - gemiddeld bereiken ze maar een diameter van één vijfduizendste van een millimeter -, want het drinken van een luid knallend goedje zou zefs de allerbeste wensen nogal onverstaanbaar maken, denk ik zo. We horen ze wel heel fijntjes tinkelen, zeker als we ze uit een kristallen glas tot onze neus laten opstijgen. Een feestelijk geluid. Door de grote kracht waarmee zo'n opstijgend belletje openspat aan het vloeistofoppervlak worden er kleine drupjes vloeistof met een snelheid van enkele meters per seconde kort de lucht in geslingerd. Dat hebben we allemaal wel al eens gevoeld als we onze neus wat te dicht bij de rand van het glas brachten. Bij het in de lucht slingeren van die minidrupjes worden echter ook die surfactanten aan de lucht blootgesteld en worden ze dus waarneembaar voor ons reukorgaan. De openspattende belletjes catapulteren zo onder meer bepaalde vluchtige thiolen, andere complexe alcoholen, aldehyden en enkele organische zuren centimeters hoog de lucht in. En het is net dat wat schuimwijnen zo uniek maakt: je moet er niet mee walsen of geweldig aan zitten snuiven om hun aroma waar te nemen. Dat komt eenvoudigweg vanzelf naar jou toe. Appel- of citroenzurige aroma's (zuren), broodgistige geurtjes (thiolen), noterige aroma's (aldehyden), ... je zegt het maar, ze vullen je neusholte wel vanzelf. Meer nog, doordat het koolzuur zowel snel opgenomen wordt als redelijk gemakkelijk oplost in ons bloed, en net zoals elk gas, opborrelt naar de hogere regionen van een vloeistof bereikt het snel en uitbundig de hersenen. Dat ervaren we als een aangename, verfrissende prikkel in onze bovenkamer. Er is niet veel meer nodig om ons in een feestelijke stemming te krijgen ... .
4. Niet voor iedereen. Ik moet zeggen dat ik blij was te zien dat Bruno Vanspauwen in dezelfde weekendbijlage van De Standaard, waarin weer eens een breed uitgesmeerd artikel over Cava en Champagne te vinden was, het had over zijn eerste ontmoeting met Pierre Overnoy. Toch één wijnjournalist die eens niet schrijft over al dat geborrel en gebroebel dat we de komende feestdagen mogen doorstaan. Het was ook verfrissend te horen dat die geestesverwant waarmee ik er vrijdag op uit trok, dit jaar bij zijn oesters niet de gedoodverfde Champagne plande, maar wel een lekker flesje van Marc Pesnots Gros Plant, een verguisde cépage uit de Loire Atlantique. Er zijn toch nog mensen die niet met voddenkranten in hun kop drinken. Ik was dus wel iets minder onverdeeld gelukkig met het blogthema van deze eindejaarseditie van de wijnblogdagen: de gevreesde bubbels. Niet dat ik wat tegen schuimwijnen heb, helemaal niet, maar ik haal ze zelden zelf uit de kelder. Cabernette is in ons huishouden eerder schuimdame van dienst. Ik ben er dan ook niet zo beslagen in (of het moest Vouvray zijn) en besloot dus wijselijk mijn flesje niet zonder de nodige begeleiding te proeven. Ik troonde het mee naar mijn schoonvader, die best een schuimwijnfreak mag genoemd worden: hij heeft er toch al een stevig aantal met de nodige kennis van zaken achterovergeklokt. Flesje ingepakt in zilverpapier en meegetroond richting N. in een druilerige trein en de klassieke NMBS-chaos van vertragingen, afschaffingen en omleidingen. Het flesje dat ik van Wimtoegestuurd kreeg was een Crémant de Bourgogne Rosé van Vitteaut-Alberti, een aangename verrassing, want voor onze trouwlunch koos ik de Blanc de Blancs van hetzelfde huis als aperitief. Ik was dus wel eens benieuwd naar deze rosé die voor de volle 100% uit Pinot Noir bestaat. We ontkurkten de fles bij enkele stevige aperitiefhapjes. Geen slechte keuze, want bij de eerste snuif aan het glas was al duidelijk dat het om een nogal vineuze schuimwijn ging. Mooi dieproze van kleur, als van ouderwetse rozenblaadjes en in onze - vuile! - glazen degelijk parelend. In het begin nog wat gedomineerd door prikkend koolzuur ontwikkelde zich een eerder timide neus van broodgist, cassisblad en kleine rode vruchtjes. Zelfs met walsen - wat je met een schuimwijn helemaal niet hoeft te doen, zie §3 - kwam ze niet echt los. Misschien had mijn bewogen treinreis haar wat nukkig gemaakt? In de mond liet ze zich anders ook niet van haar meest gewillige kant zien. Mooi strak droog, dat zeker, maar weer wat gesloten op de tong. Rode besjes en broodgist. Een beetje bang in de finale: als met de staart tussen de benen afdruipend. Een zeer degelijk gemaakte wijn, met de typische strakke stijl van het huis, maar ik mistte er toch wat de panache in die ik zo kon bewonderen in de Blanc de Blancs. Mijn schoonvader kon het alleen maar beamen - hij proefde blind - : "mooi gemaakt, maar een beetje teruggetrokken". Iets aangenaams voor liefhebbers van strak, licht en droog in rosé. Geen bubbels à la everyone can call me bubbles, that's for sure.
Voor wie dorst naar meer over de scheikunde van bubbels: een artikel uit American Scientist door de experts in kwestie.
Andere bruisende schrijfsels vind u op de volgende blogs:
foodfan met een marriage tussen een Moscato d'Asti en een sappige zabaglione.
disaster over een roze bébé Ruinart - wijnmens over ene 733 - wijngerd over koppige bubbels en ikwilwijn over de schuimprijzenslag in de supermarkten, allemaal op webstek Ikwilwijn.be!
bart op haveanicewinetoday over een droge Angelina Jolie uit de bakermat van alle schuimwijn.
kaat op haar nieuwste webstek Wine Itch over womenpower in Champagne.
St-Etienne over het gaswatertje van een andere Etienne uit de Jura.
vrijdag, 04 december 2009 20:35
Amaronese Artikels
Door toeval nog eens op een vrijdagavond thuis, dat gebeurt praktisch nooit. Normaal gezien stress ik elke vrijdagavond op een overvolle trein en een heen en weer zwierende bus richting repetitie om me daarna enkele uren als bezeten zot te concentreren op wat verkreukelde vodden die wemelen van de muzieknoten ... . Daarna: een welverdiend schuimend glas bier en wat gezellig zeveren met kameraden. Een uitbolavond aan het eind van de week. Ik besluit dan maar ook wat lethargisch in een zetel te gaan hangen en maar wat voor me uit te zitten mijmeren.
Ik blijf hangen bij het gesprek dat ik enkele uren geleden had met zo één van de weinige geestesverwanten die je tegenkomt tijdens je eenzame dwaalwegen op deze aardkloot. We spraken af voor lunch bij Oreste - ja, Per Tutti, ik moet er nog altijd eens wat over schrijven - zo stilaan een vaste stek en niet zonder reden. Een glas Prosecco, caudastelle gevuld met kikker en ricotta in die onwezenlijke tomatensaus van hem, tournedos met wufte porcini en knapperige dooierzwammen, een keiharde ristretto. Een koppel of wat glazen wijn en een gesprek dat rustig voortkabbelde zonder richting, zonder doel, soms beiden de draad kwijt en toch weten waar we heen willen. Ideeën over wat een wijnblog zou moeten zijn, wat wij niet zijn, waarin we dan verschillend zijn. Wat meewarig gepraat over de benepen Vlaamse wijnpers. Wat wereldverbeteraarsgeneuzel. Wat gejank over onze eigen generaties die toch wat anders waren dan die van nu. Nog zelden te tijd zo weten voorbijglijden. Het kan verkeren. Later zat ik nog wat uren te kantoorslijten. Lezen over psychomachie - don't ask, doesn't matter - in Mulish' romans, een best wel boeiend boek. Dan maar door van pek glimmende stromen mensen gewaad richting trein en een half uur of wat gedachtevlechten als papierslierten uit m'n neus zitten pieren, recht voor me uit, zonder gêne. "Wat moet wijn zijn om mij te kunnen boeien? Wat is wijn voor mij?", vraag ik me af. Want, of ik dat nu wil of niet, wijn moeten ergens aan beantwoorden om me te kunnen plezieren. Gelukkig geen setje regels, geen evenwicht zus en tannines zo. Geen eindeloze kolom kenmerken met vakjes ervoor die ik kan aanvinken. Nee, wijn moet mij iets kunnen vertellen. Een griezelsprookje, een jeugdzonde die hij beschaamd opbiecht, een prille kus waar slechts twee lippen vluchtig over elkaar vleien. Hij mag de wereld willen veranderen, angstig zijn om te leven en tegelijkertijd in absurde frivoliteit uitbarsten ... . Zoveel te vertellen. Zoveel om naar te luisteren. Ik moet geen wijnen die in blokjes op te delen zijn, blokjes die we netjes kunnen herkennen en opeenstapelen. Dat is veilig, we weten wat eraan hebben, maar het is evenzeer saai en verdovend. Ik wil wijn drinken die kan groeien in mijn hand, wijn die soms nog stinkt naar het slijk waaraan hij zich ontworstelt, langzaam opstaat en verlegen fezelt of net geluidsloos de mond opendoet, zacht begint te neuriën en aanzwelt tot een oorverdovend krijsen. Ik heb geen zin meer in wijnen die 'af' zijn. Ik wil wijnen die groeien, wijnen die weerbarstig zijn, nukkig in het glas gaan zitten schommelen en er niet uit willen. Ik wil geen wijnen als stationsromannetjes, glossies of kookboeken, maar volle glazen die mij hun verhaal vertellen als een gedicht, een roman, een essay dat ik met volle teugen kan drinken, bij stil kan staan, van gechoqueerd kan zijn, opnieuw moet lezen, opnieuw moet ontdekken, waarin ik meerdere stemmen door elkaar hoor, wrang klinkende dissonanten die de spanning opdrijven, enz. Misschien mogen wijnen voor mij wel wat zijn als de muziek van Efterklang, een Deense experimentele rockgroep opgericht in 2000. Hun fantastische eerste album,Tripper, liet mij een paar weken als maar bij half bewustzijn rondlopen. Een heel eigen aanpak - polyfone zang, complexe ritmestructuren en heel strakke formele opbouw -, iets ongehoord in heel het post-rocklandschap. Alle elementen van dat laatste genre zijn er, maar ze worden stuk voor stuk tot hun uiterste gedreven. Invloeden van de industrial scene, meer bepaald van Einsturzende Neubauten, en de trip-hop zijn ook nooit ver weg. Elke song lijkt ook steeds weer te ontstijgen aan de ruis, groeit als uit zichzelf in het proces van het performen en waaiert steeds verder open in versiering en versterking tot hij uiteindelijk weer wegzakt in de ruis. Efterklang is schitterend in de studio, maar nog beter on stage. Ze spelen nooit, maar dan ook nooit hetzelfde. Heel wat songs krijgen maar vorm door ze uit te voeren en steeds nieuwe impro's op te nemen en uit te werken vooraleer de studio ingetrokken wordt. Het resultaat is telkens weer ontzettend doorleefde muziek die uitdaagt en koppig haar eigen leven gaat leiden. Muziek waar je eindeloos naar kan blijven luisteren.
Twee voorbeelden (minstens beluisteren met koptelefoon, niet op van die speelgoedcomputerboxen):
Studio-opname van Doppelganger uit Tripper.
Chapter 6, ook uit Tripper, full throttle voor de Deense TV.
Ik drink er een glas Vin de Pays de Vaucluse bij van Elodie Balme, een blend van Merlot, Carignan en Grenache. Puur, rechttoe-rechtaan op het eerste gezicht, een beetje een lolbroek, tot er plots in de afdronk een mes hevige zwarte peper wordt ingezet en er van de hitte geschroeide kruiden, lavendel, stoffige greppels en zwarte olijven opduiken. Hij staat al een dag open en heeft nu weer heel wat meer te vertellen als gisteren. Elodie moet een ongecompliceerde jonge vrouw zijn (van mijn leeftijd?), geen opvallende schoonheid, vermoed ik, wel een aanhalig karakter met een open gezicht en daarachter, voor wie het weten wil, een felle overtuiging. Heerlijk lekker, ik kan mijn glas met moeite neerzetten. Ik wil er telkens opnieuw aan nippen, want had ik daar weer niet wat gemist?
De wijnen van Elodie zijn het verkrijgen bij Luc Van Innis' ViniPure in Leuven.
dinsdag, 01 december 2009 00:00
Amaronese Artikels
Gewetenloosheid lijkt zo stilaan een noodzakelijke karaktertrek geworden voor wie een one-way ticket wil bemachtigen richting politieke naam en faam binnen Europese context. Wat je achterban daarvan denkt, eens je netjes vastgegespt bent in je zitje richting succes, zal je maar worst wezen. Welke gevolgen je beslissingen zullen hebben voor de personen die je eigenlijk vertegenwoordigd en dus hoort voor te staan, wil je liever niet onder ogen zien. En hetgeen je in feite aanvangt met het geld dat de belastingbetaler je toevertrouwt omdat hij ervan overtuigd is dat je daarmee zal investeren in algemeen welzijn, kan of wil je alleen maar laten afhangen van politieke salonfähigkeit, particratisch gesjacher of zitjesjacht. De vinger aan de pols leggen en even verder kijken dan het korte gewin reikt ... neen, dat is niets voor jou.
1. Politics stop at the rim of the glass? Als geboren Belgen kennen we zulk een houding maar al te goed. Bij elke verkiezingsronde (en in België zijn er dat nogal wat) je kans wagen staat zo ongeveer gelijk aan wat politiek correct geblaat verkopen en schaamteloos wat kritiek uit de oppositie napraten. Dat verzekert je immers een zo gegeerd politiek mandaat. Wat je tijdens dat mandaat doet zal zeker niet zijn wat je met gefronste wenkbrauwen en geheven vuist hebt aangekondigd tijdens de verkiezingswedloop, maar wel datgene dat je nog enkele jaartjes langer op datzelfde, of beter nog, op een wat gunstiger zitje weet te verankeren. Elders is het niet anders. Kijk maar naar het Duitsland van vandaag. Nee, over het terug binnenhalen van DHL wil ik het niet hebben, noch over de toch wat verdacht protectionistisch aandoende strategische beslissingen die genomen werden in het Opel/GM-dossier ... . Dit is een wijnblog. Een wijnblog die wijn weliswaar terug wil plaatsen in zijn context en zo opnieuw bespreekbaar wil maken, maar daarbuiten helemaal niet de pretentie heeft politieke analyses of maatschappijkritische stellingnames te gaan verkondigen. Dat gebeurt elders al genoeg. Politics stop at the rim of the glass, las ik ooit ergens en dat had maar best al te waar mogen zijn. Enfin, ik wil het anders formuleren: ik zou het een bevrijding vinden, mocht het zo zijn. Politieke bemoeienis en politiek discours stoppen spijtig genoeg niet aan de rand van een kristallen kelk, de drempel voor dat beetje vluchtige verwondering dat wij wijnliefhebbers zo gretig en tegelijkertijd met zoveel schroom telkens opnieuw willen beleven. Dat mag nog maar eens blijken uit wraakroepend nieuws dat ons sinds een half jaar uit Duitsland ter ore komt. Uit Duitsland nog wel, dat wijnland waarvoor mijn wijnliefde emotioneel zo diep reikt, dat ik er maar met moeite over kan schrijven of spreken. Het gaat hier over een recente beslissing van de Duitse overheid die zowat elke wijnliefhebber tegen de borst zou moeten stoten: de bouw van de Hochmoselübergang, een meer dan 160 m hoge en 1,7 km lange brug die, als belangrijkste onderdeel van de A50, de vanuit Oost-België komende autoweg A60 (A25 in België) en de A1 zou verbinden met de A61 aan de andere kant van het Moezeldal. De Hochmoselübergang zou daarbij het strategische punt worden in een tweede Europese dwarsverbinding (naast de E42) tussen de Belgische Noordzeehavens - of waarom dacht u van dit grootse project nog steeds niets vernomen te hebben via onze onafhankelijke Belgische nieuwszenders? - en het Rhein-Maingebied. Op zich is zo'n brug natuurlijk geen kwaad gegeven, maar spijtig genoeg loopt ze dwars door één van de mooiste uitzichten van de Moezelvallei en bedreigt haar aanleg het verderbestaan van - wat mij betreft - de allermooiste Rieslingwijngaarden ter wereld. De Duitse Bundes-overheid en het Staatsbestuur van Rheinland-Pfalz, met op kop zijn minister-president Kurt Beck waarvan beweerd wordt dat hij dit project slechts vanonder het stof haalde uit louter politiek-strategische overwegingen (lees: om er persoonlijk gewin uit te halen), drukken de bouw van deze brug door op basis van economische argumenten. Er zou met deze brug een derde verbinding tussen het Duitse hinterland en de grote Noordzeehavens ontstaan, er zouden extra arbeidsplaatsen gecreëerd worden, men zou de slabbakende luchtvaarttrafiek op de nabijgelegen (cargo)luchthaven Frankfurt-Hahn terug kunnen aanzwengelen en bovendien zou de economie van de Moezelvallei een nieuwe impuls krijgen. De locale bestuurders betwijfelen dat en onafhankelijke onderzoeken (uitgevoerd door o.a. enkele nabijgelegen universiteiten) tonen aan dat, zeker in de huidige economische constellatie, de aanleg van de brug en haar toevoerwegen met zekerheid een aderlating van ongetwijfeld meer dan de geraamde 270 miljoen euro betekent. Maar niets meer. Alle studies wijzen uit dat de voorgespiegelde economische voordelen slechts trillende lucht voor de zon zijn. De argumenten die de Duitse overheden opvoeren werden deskundig ontmaskerd als halve waarheden omgeven met een retorisch sausje dat de Mamon van onze geheiligde Economie wel na staat, maar verder alleen een dolzinnig doordrijven van een reeds in de jaren '70 - in een vergelijkbare economische situatie als de hedendaagse - gekelderd project is. De arrogantie gaat evenwel zover, dat men zonder duidelijke kennisgeving of overleg al begonnen is met de aanleg van de toevoerwegen. De brug zal er dan wel vanzelf op volgen, zo lijkt men te redeneren.
2. Purperen strategie. Wat erger is dan het weer maar eens slaafs knielen voor het offeraltaar in de hoogmis van onze Heilige Economie, is wel de totaal onverschillige hou- ding van de politici die dit plan doordrukken. Gegronde kritiek wordt niet beantwoord, de pers wordt haast niet te woord gestaan, actiegroepen worden simpelweg genegeerd en ernstige studies worden doodgezwegen. We kennen het liedje: in ons eigen land is men daar kampioen in. Ik noem het maar de purperen strategie, u weet wel, een politieke strategie die ingevoerd werd door een charmant heerschap dat toch zo overtuigend pleitte voor een open communicatie met de burger. Van hypocrisie gesproken ... . Jammer dat dit archi-Belgisch politiek virus zich blijkbaar ook uitbreidde tot Duitsland. Naar de wijnboeren zelf, de grootste verliezers in dit hele project, wordt al helemaal niet geluisterd. Op de afbeelding hierboven kan u zeer duidelijk zien welke wijngaarden bedreigd worden door de aanleg van de Oostelijke toevoerweg voor de brug: zowat alle grote Moezelcru's zullen invloed ondergaan van de voorbijrazende drukte boven op de heuvelrug. Ik heb het dan niet alleen over de evidente vervuiling die deze autostrade met zich zou meebrengen, maar ook en vooral over de nefaste gevolgen die de constructie van deze weg zal hebben op de ecologie en de waterhuishouding van de onderliggende wijngaarden. Voor de aanleg van deze autobaan moeten immers een enorme hoeveelheid bomen het veld ruimen. Dat heeft vanzelfsprekend een niet te onderschatten invloed op het broze ecosysteem van de Moezelvallei. Natuurlijke evenwichten die gedurende meer dan 2000 jaar hun weldaad bewezen voor de plaatselijke wijnbouw, worden grondig verstoord en absoluut zeker onherroepelijk beschadigd. De aanleg van de brug en het neermaaien van het woud zou de natuurlijke, gunstige luchtstromen in de vallei verstoren. Tenslotte zou ook de waterhuishouding van zowat alle onderliggende wijngaarden in gevaar komen. Het bovenliggende woud kan gezien worden als een vochtreservoir dat er niet alleen voor zorgt dat tijdens hevige regens het water niet ongecontrolleerd van de hellingen afraast en zo heel wat wijngaarden stelselmatig zou eroderen, maar dat er ook tijdens bijzonder droge periodes (denk aan de zomer van 2003) genoeg vocht beschikbaar blijft voor de lager aangeplantte wingerds. Je zou denken dat deze vaststelling, die de bedreiging voor het voortbestaan van enkele van de meest geroemde wijnen van Duitsland toch redelijk duidelijk maakt, de heren en dames politici aan het denken zou moeten zetten, maar niets is minder waar. Dit sterke argument werd door een geologisch onderzoek in opdracht van de beslissende overheid - wat dacht u? - botweg van tafel geveegd als klinkklare onzin. Een slag in het gezicht van heel wat wijnboeren. Doch, ik weet niet hoe dat met u zit, maar ik vermoed dat wijnboeren als Dr. Loosen, J.J. Prüm, Markus Molitor, Willi Schaefer e.d. hun eigen terroir wel kennen en nog geen klein beetje veel geologisch onderzoek hebben laten uitvoeren alvorens stokken opnieuw aan te planten of bepaalde teeltmethodes toe te passen. Logisch, niet? Maar neen, de heren politici weten dat natuurlijk veel beter: purperen strategie ... behandel je gesprekpartner als een onwetend kind dat niet beseft waar het over spreekt en ga zo rustig verder met je Macchiavellistische schaakspel.
Hugh Johnson - met gebroken stem - over de gruwel van de Hochmoselübergang.
3. Miserere. Ik word wanhopig van zulke onheilspellende berichtgevingen, zeker als ze gaan over de bedreiging van één van de weinige dingen die een mens onomwonden, pretentieloos, maar zo diepgaand genot verschaffen. Want dat doet Moezelriesling in al zijn facetten. Van de eenvoudigste drinkwijntjes, die je met veel plezier ontkurkt op een prille lentedag en met enkele gelijkgestemde zielen onder een zorgeloos gelach achteroverklokt als aperitief, tot de meest sprituele en complexe wijnen, die ondanks hun stralende lichtvoetigheid wel de wijsheid van de wereld lijken te bevatten. Grote Moezelriesling is voor mij als een gotische kathedraal: hemelbestormend groots en tegelijkertijd toch zo vederlicht, filigraan bijna, fragiel en doorzichtig als de vingertjes van een pasgeboren kind. Het is één van de weinige wijnen waarbij ik mezelf kan verliezen in een misschien wel mystieke ervaring en met van ontroering vochtige ogen nog slechts woordeloos voor me uit kan zitten staren.
Waarom moet alles wijken voor de Mamon van de Heilige Economie? Waarom zijn mensen toch zo goed in het vernielen en bezoedelen van hetgeen hen het hoogste genot verschaft?
Omdat woorden me hier te kort schieten om - ik ben ervan overtuigd dat dit één van de miserabelste posts is die ik ooit schreef - uit te drukken wat ik ervaar bij het drinken van bv. een Bernkasteler Doctor van Johannes Lauerburg hier het Miserere Deus Mei van Gregorio Allegri, een legendarische uitvoering uit 1994 in de Basilica di Santa Maria Maggiore te Rome. Jammer van de glitches, maar ik ken geen enkele andere opname waarin dit werk zo onwerelds mooi uitgevoerd werd.
Meer en veel diepgaander informatie over dit megalomane project vind je op de website van de B50Neu-actiegroep, German Wines Direct en de site van Jancis Robinson. Lees ook de (onbeantwoorde) open brief die wijnschrijfster Sarah Washington aan Angela Merkel stuurde.
vrijdag, 27 november 2009 00:00
Amaronese Artikels
Nog altijd een beetje paraplu van een 40 uren lang durende dag die startte met hondengehijg in de oren en eindigde op het slaapwiegende ritme van een rumba, kan ik het toch niet laten van weer eens achter mijn truttige Dell te kruipen: na wat gepruts en geknoei - het ding is vast op een blauwe maandag in elkaar genaaid door een arbeider die nog een Stella-kater te verwerken had - voel ik me terug verbonden met de wereld. Er is precies zo wel het één en ander gebeurd in pover Belgiekske en anderzijds is er ook weer zo tergend veel hetzelfde gebleven. Welcome home, oh dear.1 1. Florence Foster Jenkins in de kleutertuin. Zelfs al was ik niet verwelkomd in de traditionele chaos in Brussel Nationaal door een stereotiep onbeschofte politieagent, dan had ik nog geweten dat er in kleuterland weer niet al teveel veranderd was. Gepakt en gezakt baande ik me een slingerweg doorheen het woud van richtingaanwijzers, reclamepanelen en knullige rommelboetiekjes in de ingewanden van onze aansluiting op het internationale luchtruim. Wat een wereld van verschil met de ruime, efficiënt georganiseerde luchthavens en het vriendelijke, professionele luchthavenpersoneel in dat grote land waar ik vandaan kwam. Ik liet het maar wat over me heen glijden. Met de dertien uur durende reis van Minneapolis tot Brussel nog vers in de kleren bleek dat geeneens zo moeilijk. Ik zou ook de rest van de dag, nog 16 uur lang, opblijven om de nefaste effecten van een jetlag enigszins te omzeilen, dus nodeloos energie verspillen was niet echt aan te raden. Als je reist, dan ga immers je heel wat dingen relativeren of vanuit een ander perspectief bekijken. Kom je niet buiten je eigen land, dan moet België in sommige opzichten wel echt zo geweldig lijken als ons voorgehouden wordt. Onze plaats in de wereldpolitiek, onze welvaart, ons onderwijs, grote politieke beslissingen die we moeten nemen ... stuk voor stuk indrukwekkend. Maar reis je wat, dan blijken heel wat van die o zo bijzondere wapenfeiten even hol en ongestemd te klinken als de operarecitals van Florence Foster Jenkins. Even oubollig en absurd ook. Even burgerlijk en weerzinwekkend verwaand bovendien. Het gras is elders groener, ja, dat klopt vast wel, maar wij lijken wel op van dat plastiekerig, platgelopen kunstgras te leven waar een versleten cirkeltje, mooi centraal, onomwonden weggeeft waar we telkens weer met gusto onze schoenen staan wrijven om ze daarna in een eeuwig herhaalde sequens uit te doen en in te ruilen voor die gezellige sloffen met ruitjesmotief en geitenwollen nepvoering ... . Het zal vast wel aan mij liggen, maar toen ik terugkeerde uit de door onze puberale media zo verguisde VS, leek het wel alsof ik een door algen overwoekerd aquarium binnenstapte. Nee, niet die altijddurende regen. Wel zuurstofloos, lauw en benepen. Hier en daar moet een bubbelend duikertje - met opgeheven rechterhand en gestrekte middel- en wijsvinger - een gorgelende, maar lege schatkist en een kakelend doodshoofd de indruk wekken dat het er goed toeven is. Slechts een venijnig loensende, slijmerige murene die luistert naar de koosnaam Didi moet af en toe de rust wat komen verstoren wanneer je een vin te ver op zijn terrein komt. Ik lijk wel teruggekatapulteerd in de tijd: weer een kolenboer op de beeldbuis die de Marseillaise niet van de Brabançonne kan onderscheiden, nog steeds x aantal duizenden (niet altijd zo) brave werkui waarvoor ik en u morgen weer een extra liefdadigheidscentje mogen bijtellen, opnieuw een vieux bète politique dat de kastanjes uit het vuur mag halen en nog maar eens een mouwpje breien aan de ondertussen wel stierlijk vervelende BHV-soap. Ik weet niet hoe dat met u zit, maar ik word daar onmachtig wanhopig en ziedend kwaad van. Je zou in 's hemelsnaam nog gaan geloven dat wij - ja, wij allemaal, u en ik meegeteld - dit inerte kleuterland, met zijn zelfzuchtige idioten als politici en opgeblazen kikkers van managers niet anders dan verdiend hebben. Eerlijk gezegd: ik geloof dat ondertussen echt. De submorele speeltuinmentaliteit - "nee juffrouw, hij is begonnen" - van de doorsnee Vlaming en de Don Quixote-spelletjes van arrogante praatblazen die (ik citeer) gepromoveerd werden tot op het niveau waarop zij vakonbekwaam blijken, zijn zowat de basisingrediënten voor een strontvervelende en zelfs waanzinnig irritante Belgosoap geworden. Pauvre Belgique, Baudelaire sterft opnieuw aan een eindeloos weergalmende hoonlach.
2. Een Belgische Bush?! Met zulke uitspraken word ik vast en zeker beschouwd als een elitair en dus verwerpelijk stuk vreten dat maar al te duidelijk hangt naar platvloers Angelsaksisch imperialisme, hyperkapitalisme, Westers superioriteitsdenken, anti-multiculturalisme, en wat dies meer zij. U denkt maar wat u wil. U leest immers toch ook wat u wil. Zou ik zeggen dat er geen haar op mijn hoofd is dat er aan denkt mijn huidige stek in te ruilen voor een droom in het land van de vrijheid, u zou het toch niet onthouden. Want een selectief geheugen en een levensbehoudende afkeer van elke nuance hebben we allemaal. Niet? Ha! Daar kan ik alleen maar sarcastisch om lachen. Of ... ik kan er ook echt wanhopig van worden. Zin hebben om dieper in mijn eigen vel weg te kruipen. Te zitten denken hoe ik, jij, zij, wij met gebonden handen en voeten aan de ketenen van onze welvaartstaat, ons geveinsd kritisch denken en onze hoog verheven pseudo-intellectualiteit daar wat aan kunnen doen. Als we er tenminste wat aan willen doen en niet lekker tevreden blijven met ons geregulariseerd, Biedermeierachtig poppenkastleventje. Daarover denken doe ik het best met een fikse pot bier of een sappig glas wijn in de hand. Erover praten met denkende mensen, erover discussiëren via mail met van die zeldzame zielen die niet wegkruipen onder de capôt van een schools leventje, maar observeren, interioriseren, verwerken en beleven. Dat gaat allemaal het best boven een goede maaltijd, rond een (enkele) lekkere flessen wijn, of een krat geassorteerde (echte) Belgische bieren. In zulke crisimomenten - en ik mag me 'gelukkig' prijzen dat ik die nogal vaak beleef - drink ik met gretige teugen muziek, begraaf ik me diep onder een boek, grijp ik naar de fles. Ditmaal kwam ik thuis met een stevig Belgisch bier, een bier dat de heerlijke, duistere en rijke porters, stouts of gerstewijnen van menige Amerikaanse micro-brewery die ik de afgelopen week mocht proeven had moeten weerstaan. Het werd een Bush de Noël van Brouwerij Dubuisson uit Pipaix, met haar 240 jaar de oudste Waalse brouwerij in werking. Ik verwachte een diep, winters bier, maar kreeg eerder een hartverwarmend, nogal alcoholrijk, diep koperkleurig bier van hoge gisting dat hoppig en tegelijkertijd zoet fruitig geurt. Het koolzuur prikt misschien wat in de neus, maar verstoort alleszins de aroma's van gedroogde kers, caramelpasta en kruidige hop niet. Niet mis, maar er is toch wat gebrek aan materie om de rijke alcoholstructuur en het hitsige koolzuur te counteren. 3. Pinguïn met whisky. Met wat whiskyescapades ertussenin (Lagavulin 16, Auchentoshan Bourbon Cask en Glen Deveron 1999), een stukgelezen Murakami (After Dark) en een schijfje of wat Alban Berg trachtte ik de achterstand van de afgelopen week in te halen. Als je je vrouw eindelijk nog eens terugziet na enkele maanden siberische ontbering is er immers niet veel dat een schijn van kans maakt naast de ervaring van weerzien en beiden zijn. Ik mocht dus wel wat lees-, e-mail- en doorklikwerk verrichten, want bijkbaar had ik toch wat gemist. Niet alleen een fantastische proeverij bij Couvert Couvert, waarvan beide kornuiten in het ampelografisch venijn Rick en St Etienne verslag van uitbrachten, maar ook een goedbedoeld maar totaal onzalig uitgevallen weekendbijlageartikel over Beaujolais Nouveau van politiek-sociaal journaliste Kim Van de Perre. En neen, ik ben niet kwaad omdat ik als 'liefst anoniem blijvend' kenner AmORESE opgevoerd wordt. Een typfoutje is snel gemaakt, een zetfoutje snel herhaald - toch zeker in onze zo ontzettend professionele krantenredacties. Neen, een Vlaamsch-christelijke cathechismus heeft me een 'vergeven en vergeten' aangeleerd, dus dat doen we dan maar met spreekwoordelijke generositeit. Diezelfde christelijke moraal heeft me ook enige nederigheid geleerd, enig respect ten opzichte van andere mensen, zeker ten opzichte van diegenen die onze barmhartigheid en nog meer onze hulp behoeft. Ik kan het dus niet verkroppen dat DE tot wanhoop en soms zelfs tot zelfmoord gedreven Beaujolaisboer in dit artikel onder het mom van sensationele meewarigheid weer eens in zijn hemd gezet wordt. Van het stralende lichtpunt in de dark ages van de Beaujolais dat ik vermelde tijdens een meer dan een uur durend telefoongesprek met voornoemde De Morgen-journaliste, slechts één zinnetje. Een pietluttige verwijzing naar de bende zonder zwavel die verzuipt in een stinkend moeras van los aaneengeregen feitjes, onomwonden nagepraat en compleet gedecontextualiseerde citaten. Een prachtig staaltje Belgische wijnjournalistiek. Ik kom er nog wel op terug ... . Na het derde glas whisky - drie dagen later, weliswaar - had ik eindelijk weer eens wat tijd veil om te gaan zwelgen in het prachtige proza dat enkele collegae-wijnbloggers afscheidden gedurende mijn afwezigheid. Ik las tot mijn grote vreugde dat 2009 een prachtig wijnjaar zou zijn in Duitsland. Niet goed voor mijn beurs, maar ... ik grijp nu al lipsmakkend spontaan naar die zalige 2007-Rieslings onder de keldertrap, dus die mogen snel aangevuld worden (eerst eens proeven toch!). Enkele clicks van Ikwilwijn verwijderd vond ik een aanstekelijk artikel van Rick over een Finger Lakes-wijndomein, een opkomende koudklimaatwijnregio in de VS. Ik had er niet zover vandaan gezeten en het er nog met één van Cabernettes kennissen over gehad. Toeval? Griezelig dan toch. Onder begeleiding van het unheimlich schone Hamburger Hornconcerto van György Ligeti stak pvo op zijn Wijnblog van wal tegen een zekere Mevr. Jansegers, die niet minder dan een wijnmakende, maar wel degelijk kwezelige Parker-non blijkt te zijn. Tja, het zal je maar overkomen zoiets tegen het lijf te lopen aan het begin van een proeverij. Voor mij zou de sfeer alleszins meteen verbrod zijn. Niet omdat ik wat tegen Mevr. Jansegers zou hebben - ik huldig het principe van godsdienstigvrijheid, weet u wel - , maar wel omdat ik allergisch ben voor pinguïns, al zeker als het dan ook nog eens domme pinguïns blijken te zijn die het leuk vinden ijsbeer Bob op te vrijen. Mijn innige deelneming, pvo. Drink er gerust nog een Cuvée des Quarantes op. Of beter: drink hem samen met mij op. Ik zal wel psychiater spelen en jij mag achteruitzakken in een knusse zetel ... . 4. Useless white noise ... . De apotheose was deze keer echter weggelegd voor St. Etienne, niet bepaald een heilige, maar toch waarschijnlijk eerste diaken en martelaar van de echte (natuurlijke) wijnreligie. Sint Stefanus heeft er een handje van weg om de heilige huisjes van 's lands wijnfarizeeërs eens met wetenschappelijke grondigheid en retorische ongekunsteldheid welgemikt ondersteboven te trappen. Iets wat wij natuurlijk alleen maar met een duivels genoegen, monkelend en handenwrijvend kunnen aanschouwen (moehahahaha!). Bij het lezen van zijn blogpost verkrampte Amaronese spontaan in een onbedaarlijke lachstuip, liet zijn pijp - gestopt met Davidoff English Blend - vallen en verjoeg diens gederangeerde kat Pinot van de Vlaamse boereneiken zetelleun. Lap! Een gat gebrand in het mooie fluwelen colbertjasje van pa pijp met een wijnkelder vol dure Bordeaux (en ook wat Priorat, Calicabs en Chateauneuf-du-Pape). Staatgevaarlijk dat gepook en gestook van de Heilige Stefanus. Toch maar eens vragen of Skynet de banner boven St. Etiennes blog niet wil vervangen door 'Deze blog lezen brengt u en anderen rondom u ernstige schade toe' ... . Je kan maar gewaarschuwd zijn. Maar dat is nog niet alles. Klik, en daar komen 28 reacties tevoorschijn (ondertussen 39). Wahaaaaaaaaaa, hilarisch! Een geweldige discussie over 'objectiviteit' en 'subjectiviteit' bij het beoordelen van wijn, enige Parkerapologieën en (gelukkig) ook een zalige badinerie van ene Rob de Gols (inderdaad Rob ...). De helft van de disputanten heeft het niet zo begrepen op subjectiviteit of objectiviteit of begrijpt er gewoon helemaal niks van, maar toch wordt er fijntjes op los geroepen en gekrakeeld. Zalig. Weten we ook meteen wat er bij de doorsnee Vlaamse wijn'kenner' en wijn'sommelier' leeft - jaja, Amaronese is een elitaire zak die het allemaal beter weet, so?! - of helemaal niet leeft ... . Die enkelingen die wel weten dat objectiviteit de hoer van het Verlichtingsdiscours is, die worden gewoon lekker genegeerd, want ja, je zou eens moeten gaan nadenken. Helemaal leuk wordt het wanneer er aan zelfuitgeroepen wijngoeroe en alom aanbeden Bodhisattva Robert - you call me Bob - Parker geraakt wordt. Dan gaan er een paar2 steigeren. Met de voorbeentjes in de lucht ... en tokkelen maar op dat toetsenbord. Vermakelijk, echt waar. Ik vergat de er voor zijn 6 jaar toch al sterk geëvolueerde, maar onbeschaamd hedonistische Feudo Felice van Fattoria Fiammingha uit 2003 bijna bij. Nu opdrinken riep de fles, tussen Lulu's gegil door. Nu! Op je eentje, leeg, tot op de bodem, en dat was, ondanks de kat die helemaal doldraaide van Alban Berg's lekker hatelijke opera en er niet beter op vond van tegen de livingdeuren te chargeren, gebeurd voor ik er erg in had. Meer nog, marinerend in verse vijgen, kriekensap en herfstbos, had ik ondertussen al een elektronisch kattebelletje volgepend en per postduif naar St. Etienne gestuurd. Die riposteerde, zoals dat hoort in het hemelrijk, snel van antwoord en voor ik het wist gingen er ettelijke bladzijden geschrijf naar de Heilige Martelaar zonder Sulfiet. Ettelijke bladzijden vol Parker-laster, vol spam aan het adres van de Parker-akolieten, vol blasfemische prietpraat van een vuile ketter. Ik zal op vraag van enkelen die mij lief zijn u dit heidense geschrijf niet besparen. Useless white noise ... oh, let me down you till the very last drop. En nu luidop: moehahaha!
1 Waarschuwing: het is in uw eigenbelang in deze post te lezen wat er staat, niet wat u denkt dat er staat. Als u daartoe niet bereid bent, leest u dit artikel beter helemaal niet. 2 Allez, kom, laat duidelijk zijn dat ik in deze passage mensen die Parker genuanceerdverdedigen net niet viseer, de oudste wijnblogger van België incluis, wel de zovele anderen - niet noodzakelijk in de aangehaalde discussie - die er maar op los tetteren. Of ik het met hen eens ben, is nog wat anders, maar daar gaat het in deze niet over. Het gaat me hier om de teneur van zulke discussies, die doorgaans ronduit belachelijk is.