donderdag, 04 december 2008 18:58
Amaronese
Nieuws
We’re catching up, … met een beetje moeite, maar het gat in de WvdW’s is stilaan gedicht: een wijn van de week voor twee weken terug, het beste bewijs dat elke goede wijn die we tegen het lijf lopen toch ergens zijn sporen nalaat. Alhoewel, … misschien mogen we ook wel spreken van een ‘non-wijn van de week’: geen rotslechte wijn – die vergeten we liever via de gootsteen – maar een wijn die bitter teleurstelt, die in geen geval verwachtingen waarmaakt, die zonder twijfel een kat in de zak was. 1. Namedropping ft. nameshopping.  Twee weken geleden sloten we de week af met een diner voor collega’s bij ons thuis. Twee formules: Italiaans met aangepaste wijn of Indisch met aangepast bier. Voorspelbaar dat de keuze overtuigend naar het eerste alternatief overhelde. Indisch, hoe lekker, anders en divers ook, mag nog altijd niet rekenen op veel acolieten in ons aartsconservatief gastronomisch landje. Wat we kennen blijft jammer genoeg maar al te vaak de maatstaf. Italiaans met aangepaste wijn dus. Upon special request hoorde daar spaghetti carbonara bij, pasta met een saus van zure room, een harde kaas zoals parmigiano reggiano, eieren en fijn gesneden lichtgerookt spek. Heel wat anders dus dan de carbonara Bauernschmauz die je hier zo dikwijls gepresenteerd wordt in de zoveelste brasserie van het 35ste knoopsgat: een plakkerige brij platgekookte pastaslierten met slijmerige kaasdraden en in zijn eigen vet meegekookt gerookt spek. Het gastronomische equivalent van ons nieuwste politowbizzkoppel Smet-Martens zowaar. Maar ja, wat drink je daar nu bij? Een niet geëikte, frisse Barbera doet het altijd goed, maar de Asti’s die ik nog heb liggen, waren ofwel al wat te geëvolueerd, ofwel te aards, ofwel op eik opgevoed. Geen match voor de fris zurige en rokerige aroma’s van carbonara. Ook te rond om tegen de pasta en de zure room op te kunnen. Een Dolcetto dan? Een Dolcetto d’Alba van Faletto. ’t Zal u misschien niet meteen zoveel zeggen. Zeker niet als ik verzwijg dat er in niet te missen letters ‘ Bruno Giacosa’ op het etiket staat onder de azienda-naam. What’s in a name? Had Hamlet het maar geweten, het had hem heel wat existentiële zorgen bespaard: gewoon geld, niet meer niet minder. Namen verkopen nu eenmaal. Iedereen gaat er wel op af. Zinloos te pretenderen dat het ons niet zou beïnvloeden. Ik liep dit flesje tegen het lijf bij een wijnhandelaar in het Leuvense en dacht: “ Moet ik toch ook eens proberen, die Giacosa”. Voor zo’n reflex hoef je je zelfs niet echt te schamen: ergens moeten zulke wijnen deel uitmaken van je referentiekader. Zo weet je niet alleen waar de wijnwereld de mond van vol heeft, maar zo leer je ook vergelijkend proeven. Je komt immers aan de weet welke kwaliteit en welk karakter gezien wordt als iconisch voor een bepaalde wijn, een appellatie, een streek, een vinificatiestijl. Altijd mooi meegenomen dus. Het venijn zit het echter weer in de staart: je koopt zulke flessen hopelijk niet alleen om jezelf erop te beroemen dat je ze geproefd hebt, je koopt ze ook omdat je toch ergens veronderstelt dat ze voor een zekere kwaliteit, een uitnemende stijl of een persoonlijkheid staan. Om net diezelfde reden koop je merkkleding waarop onder het kraagetiket in rode lettertjes By Missoni geborduurd staat. En daarom hoort die goedkope coverplaat ook in het rijtje albums van deze of gene geliefde popster: eens kijken hoe die dit of dat interpreteert. Jammer dat die interpretaties niet altijd even succesvol zijn: weer eens € 20 weggegooid aan een saaie, inspiratieloze plaat of weer eens € 100 teveel gespendeerd aan een jurk die er wel leuk uitziet, maar qua kwaliteit even schraal is als de jurk twee kapstokken verder zonder de rode lettertjes … . Je had er misschien beter wat anders, wat nieuws, wat onbekends voor gekocht. 2. By Bruno Giacosa.Het kan net zo gaan met wijn: je stelt je hoop op die ene naam en uiteindelijk bakt hij er toch niks van. De wijn stelt op alle vlakken teleur, lijkt banaal, heeft eigenlijk niet veel te vertellen of is, in de pijnlijkste gevallen, gewoon slecht. Misschien stonden de verwachtingen wat te hoog gespannen of misschien betaalde je zoveel teveel alleen voor die ene naam. Dikwijls gaat het zelfs om een combinatie van beide. Neem nu deze Giacosa- Dolcetto: om en beide € 20 voor een fles – al aardig wat voor een Dolcetto – en eigenlijk niet veel meer dan een weliswaar zeer correcte, maar totaal inspiratieloze, fletse wijn in het glas. Fris en vers, ja, maar een stereotyp, bijna politiek correct beetje wijn in het glas: geen karakter, zelfs geen Dolcetto-karakter. Het lichtvoetig fruitige was er misschien wel, maar zo net wat teveel op rijpheid gevinifieerd en met een alles vervlakkende, stevige dosis maceratie ( macération carbonique?). De pittige zuurtjes ontbraken, de lichtjes stinky aroma's waren er propertjes uitgekuist en er was ook al geen spoortje mineraliteit te ontdekken. Mineraliteit, iets wat Dolcetto anders wel echt goed kan  opnemen en hem een onverwachte complexiteit verleent. Licht, vinnig, kernachtige fruitig, een beetje dirty hier en daar en een tikkeltje mineraliteit ... . Kijk eens wat er allemaal in de marche van Dolcetto ligt. Toch jammer dat er allemaal uitgezuiverd werd door marketinggeneraal Giacosa. Een zielloos glas geconfomeerde perfectie. Een beetje als de zovele babes die de straat bevolken: klonen van elkaar in dezelfde maskers, zonder karakter, zonder inhoud, empty shells. Ok, misschien hang ik hier weer wat de harde tante uit: de fles was leeg. 6 man aan tafel en wijn nummer 3 zijnde van een reeksje van 4, wil dat natuurlijk wel wat zeggen: slecht was deze wijn zeker niet en iedereen mocht hem, maar voor mij was dit gewoon een saai glas. Cabernette en ik dronken er ook het minst van. Wij hadden ons ervoor al laten gaan in een witte wijn, een wijn van een huis dat ik al enkele jaren volg, met steeds stijgende interesse. Want, hoe meer ik er van proef, hoe meer ik hun stijl kan appreciëren. Er wordt niet voor de volle 100% natuurlijk gewerkt, ook niet biodynamisch, ook niet lutte raisonnée, ook niet industrieel, ... nee, er wordt gewoon wijn gemaakt zoals dat de heren en dames van Ca'Ronesca bezielt. Om namen en etiketten hebben ze het zo niet gezien, getuige ook de eenvoud van hun etiketten, de karige informatie op de website en de naam van hun topwijn: een 100% Chardonnay, genaamd Vino senza qualità, zo genoemd naar analogie met Der Mann ohne Eigenschaften, een modernistische literatuurklassieker van de hand van Robert Musil. Te zijn zonder predikaten, daar gaat het om (en er loert weer een Hamlet om de hoek). Zo ook deze wijn, die frappeert door zijn weerbarstig karakter, zijn lak aan welwillendheid. Heerlijk. Wij dronken die avond bij de risotto al limone met pladijs en citroengras evenwel een andere wijn van Ca'Ronesca, die ik bijna even hoog inschat als hun Senza qualità: Ca'Ronesca's Podere de Ipplis, een 100% Sauvignon Blanc, slechts gedeeltelijk malolactisch vergist, wat op lie, wat op vat, ... wat vanalles mooi geassembleerd tot een stuk glasgepolijst groen glas. Je weet wel, van die glazen bolletjes die je wel eens in de vloedlijn aantreft, die zo lekker geuren naar jodium, zee en verderf. Het voluptueuze karakter van deze Colli Orientali- Sauvignon zou je niet meteen met Sauvignon associëren, de groene peper en de kruisbes daarentegen wel. Sappig van het begin tot het einde, met een lange, grippige, rokerige afdronk die toch nog steeds barst van het groene fruit. Wees maar zeker dat ook deze fles leeg was, die avond, al lag dat vooral aan slechts twee tafelgasten ... . Proefnota's van deze en andere wijnen vind je hier.
LAST_UPDATED2
vrijdag, 28 november 2008 11:57
Amaronese
Nieuws
In de vorige post hadden we het over het schijnbaar onvatbare karakter van Zuid-Afrikaanse wijn en het daarmee gepaard gaande gebrek aan eenduidige identiteit. Dat hoeft echter niet negatief opgevat te worden: we betrappen onszelf er onder meer op hoe verknocht we zijn aan eenduidigheid, aan een pasklaar puzzelstukje, een nieuwe brok kennis die we mooi kunnen integreren en gelijkstellen aan datgene wat we al kennen. Ook vermaard Zuid-Afrika specialist John Platter karakteriseert zijn eigen thuisland op die manier in zijn boek Afrika ontdekt: "Bijna ondanks zichzelf - en dat is een van 's lands slordige charmes - herbergt Zuid-Afrika een unieke diversiteit aan wijnen, een soort eclectische uitbundigheid. [...] Waarschijnlijk bestaat er nergens in de wijnwereld zo'n grote verscheidenheid aan wijnen en aan mensen die ze maken en benutten." Van die soms zelfs iconoclastische, eclectische spirit - jaja, dat ligt ons wel - mochten wij een dikke week geleden twee voorbeelden proeven.
1. Vineuze welvoeglijkheid op de nachtzijde van de maan.
 Waarschijnlijk is het net omwille van dat weerbarstige, sterk gefragmenteerde en experimentele karakter dat Zuid-Afrikaanse wijn mij al heel vroeg is beginnen boeien. Thuis of bij mijn grootouders was er eigenlijk niet veel sprake van Zuid-Afrikaanse wijn: deels omdat men niet wist dat hij bestond, deels omwille van de slechte ervaringen en de wat luie attitude die ik hierboven al beschreef. Het was pas als student dat ik echt kennis maakte met Zuid-Afrikaanse wijnen. Leuven was tot voor vijf jaar geleden immers nog steeds een maanlandschap als het wijnhandelaars betrof. Er was eigenlijk slechts één lichtje aan de horizon (twee eigenlijk als ik de vroegere Osteria Enoteca Pergola meetel): De Wijnkraal, een klein winkeltje, praktisch volledig gespecialiseerd in Zuid-Afrikaanse wijn.
Hier kon je ook als student terecht voor een lekker flesje, werd je niet scheef bekeken als je vroeg naar een paar flessen die je kotfeestbudget aankonden en ging men niet op zoek naar een Château als je om Viognier vroeg (dat was wel zo in Vini France in Leuven). Leergierigheid werkte aanstekelijk bij de beide wandelende wijnencyclopedieën die de winkel nu nog steeds uitbaten. Beiden kennen ze Zuid-Afrika als hun broekzak, zijn ze gepassioneerd door de diversiteit aan wijnen, streken en stijlen die je er op een boogscheut van elkaar vindt. Het was hen ook nooit een moeite om die kennis te delen. Ik heb onder andere leren proeven, oefenen op aroma's thuisbrengen en druivenrassen karakteriseren door regelmatig eens naar een zaterdagse openflessendag te trekken. Kwam ik er al niet enigszins euforisch geladen (met flessen of wat in die flessen zat) buiten dan had ik toch iedere keer weer mogen ondervinden dat wijn niet in een hokje past: zowat iedere keer ging er een fles over de toog die nu eens niet aan de algemeen geaccepteerde regels der vineuze welvoeglijkheid voldeed. Ik heb onder andere dankzij deze mensen zelf leren proeven, mijn eigen verhemelte leren vertrouwenen en bovenal eren inzien dat het besef dat je zelfs met een eindeloze reeks wijnboeken en wijnflessen achter de kiezen nog steeds je kennis niet mag overschatten.
2. Stille champagne en women power.
Eén van de wijnen die deze week schitterde aan tafel was een wijn die ik al een hele tijd geleden in de Wijnkraal kocht. Ik was hem ondertussen al vergeten in de kelder en hoopte bij het bovenhalen dat het niet zo'n wijn was die je best binnen het jaar dronk. Niet dat ik zoiets verwachte van een wijn van Achim von Arnim, bon vivant quotidien pur sang, de eigenaar van het Haute-Cabrière Estate in Franschhoek, omdat dit in de eerste plaats wijnen zijn die min of meer volgens een Oude-Wereldidee geproduceerd worden en bij uitstek foodwines zijn, wijnen die best eten genoten worden. Achim is dan ook een echte levensgenieter, gepassioneerd door wat de cultuur van eten en wijn de mens aan onvergetelijke ervaringen te bieden heeft. Dat vertaalt zich niet alleen in het gelauwerde Haute-Cabrièrerestaurant temidden van de Pinot Noir-wijngaard, maar ook in zijn overtuiging dat wijn in de eerste plaats iets voor aan tafel blijft, iets wat je drinkt en over praat, maar vooral van geniet. Hij heeft het dan ook een beetje moeilijk met de richting waarin de huidige wijnwereld evolueert: " I fight with every grain in my body that wine doesn’t become a cult, but remains a culture accessible to everybody. There’s that frightening Parker phenomenon with people taking themselves far too seriously, instead of just sitting down for once and enjoying their wine and food." Niet meteen een idee dat in de huidige wijnwereld munt slaat, wel een denkwijze die heel wat wijnliefhebbers aangenaam in de oren zal klinken. Hier wordt immers nog echte wijn gemaakt, wijn met een eigen karakter, wijn zonder pretentie, wijn die iets vertellen durft. De Haute-Cabrière Chardonnay Pinot Noir, Franschhoek 2006 is alleszins een mooi voorbeeld van die filosofie. Heel zuiver en sappig, mediumbodied, zonder opvallende eiktoetsen, met vinnige zuren die de mooi verweven florale zijde van Pinot Noir (rozen, jasmijn) verenigen met koele citrusaroma's en groene appel. Een geslaagd experiment, bijna een stille champagne, dat een duidelijk beeld geeft van de beide druivenrassen die na jaren proberen het best gedijden op de kalkachtige kleibodems van Haute-Cabrière.
 Een andere Zuid-Afrikaanse schone die mij haast letterlijk van mijn sokken blies, was de Old Vines Cellars Chenin Blanc Barrel Reserve, Stellenbosch 2003. Ondertussen weet iedere trouwe lezer wel dat ik gek ben van goed gemaakte Chenin Blanc. De subtiliteit van aroma's en het complexe ouderingspotentieel van deze druif maken haar waarschijnlijk wel tot de evenknie van Riesling. Misschien is die vergelijking zelfs helemaal niet zo slecht: net zoals Riesling, kan Chenin Blanc ook banale fruitige wijntjes opleveren, die, toch zeker als ze goed gemaakt zijn, best genietbaar zijn in hun eenvoud, maar eigenlijk niets laten vermoeden van de verbijsterend intrigerende wijnen die deze druif kan voortbrengen. Zuid-Afrika heeft jarenlang gegrossierd in dit soort Chenin Blanc: simpel, fris, lekker, echt zalig voor op een terrasje in de zon, maar geen match voor het betere werk aan tafel. Voor waardige Chenin Blancs moest en zou je nog steeds gaan zoeken in de Loire - waar anderzijds minstens evenveel simpele en soms zelfs ronduit slechte Chenins worden geproduceerd, maar dat willen we niet geweten hebben. Savennières, Côteaux du Layon, Vouvray, Jasnières, ... . Ondertussen kennen we die zelfs al niet meer, zo erg is de herinnering aan het volwaardige karakter van Chenin Blanc uitgesleten door een banale versie van zichzelf. Tót enkele jaren terug bijvoorbeeld moeder en dochter Botha, aan het roer van de eerste enkel door vrouwen bestuurde wijnmakerij van Zuid-Afrika, met hun Chenin Blancs in de prijzen vielen. Eindelijk werden ook die enkele voorbeelden van 'andere' Chenins uit Zuid-Afrika opgemerkt: rijke, stevig uitgebouwde, maar suave wijnen die minstens naast en dikwijls zelfs, de prijskwaliteitsverhoudingen in acht genomen, een trapje hoger mogen staan dan hun Oude-Wereldzussen. Deze Barrel Reserve van de Botha's is zo een exemplaar. Een echt ontroerend mooie, goudkleurige wijn die geurt naar kweeperen, honing en een rokerige mineraliteit, net zoals een Savennières volgens het boekje, maar toch niet vervallend in een kopie daarvan. Meer exotische aroma's van ananassap en vanillebloesem verhinderen dat en geven deze Chenin dat tikkeltje panache, een subtiele terroirhint die haar helemaal af maken. Een prachtwijn, die ik net als heel wat andere Zuid-Afrikaanse coryfeeën - zoals de Amour Toujours van Allée Bleue, de Independent Minds Merlot, een Beyerskloof Syrah of een oude Kanonkop Pinotage - kan toevoegen aan een rijtje niet gauw te vergeten wijnervaringen.
Proefnota's van deze en andere wijnen vind je hier.
LAST_UPDATED2
woensdag, 26 november 2008 17:10
Amaronese
Artikels
In de laatste Decanter werd er weer eens een heel artikel aan gewijd zoals zo ongeveer om de twee maanden wel ergens een artikel verschijnt: een zoveelste pleit voor de ongekende kwaliteit en eigenheid van Zuid-Afrikaanse wijn. Het lijkt wel zo'n beetje vechten tegen de bierkaai. Af en toe wordt er wel eens een wijn gehypet, maar daar blijft het ook bij. De overige 99,99% van de Zuid-Afrikaanse wijnproductie wordt afgeschilderd als - letterlijk en figuurlijk dan - een scheet in een fles, verbitterde populistenwijntjes die niet mis zouden staan op LDD of even inhoudsloze kazakdraaiers als vergist politiek 'commentator' Yves Desmet. Niet meteen een wijnland om je zuur verdiende centen in te investeren dus en zeker al geen wijn die op de zakentafel van Bettina Geysen mag, want simpelweg niet duur en niet bizz-nerdy genoeg om wat geld van de brave huisvader tegenaan te smijten ... . Misschien dan maar beter zwijgen over die Zuid-Afrikaanse no-go's? 1. Kotfeestwijn!!!  Toch niet. Wij kunnen ons alleen maar aansluiten bij Guy Woodward's pleit voor misschien wel het meest verguisde wijnland ter wereld.Toegegeven, ondanks (?) de erg lange traditie die Zuid-Afrika in wijnbouw heeft, werd en wordt er nog steeds enorm veel bulkwijn geproduceerd. Slechte bulkwijn zelfs. An sich hoeft die grote productie van bulkwijn echter niet te leiden tot het al te gemakkelijk in stand houden van vooroordelen - we vergeten immers maar al te gemakkelijk dat wijn ook gewoon 'een doordeweekse drank' voor elk moment van de dag mag zijn. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de liters en liters droë steen, droge Chenin Blanc, die elk jaar weer de halve wereld overspoelen. Het gaat hier eigenlijk om een pretentieloze, fruitige en dikwijls echt niet slecht gemaakte droge witte wijn die helemaal niet misstaat op barbecues, tuinfeestjes, kotfeestjes en wat dies meer zij. Een soort van partymaker, een verfrissende, dorstlessende drank die best te genieten is op een terrasje, onder een gezellige babbel, met wat fingerfood. De beste wijnen van dat type mogen zelfs de functie van aperitiefwijn bekleden: je gasten installeren zich, het gesprek komt op gang, het wachten op een paar laatkomers wordt gemakkelijk overbrugd en ... iedereen krijgt honger, al was het maar omwille van de etensgeuren die langzaamaan vanuit de keuken van de gastheer hun weg naar het gezelschap vinden. Trouwens, zeg nu zelf, voor 3-5 EUR mag zo'n fles er best zijn; misschien verwachten we soms wel wat teveel van elk glas wijn dat over ons verhemelte streelt. Zuid-Afrika scheert hoge toppen als het over zulke wijnen gaat. Niet alleen in kwantiteit, maar zeker ook in kwaliteit. Onder de labels Stonecross en Oude Kaap worden er jaarlijks een paar mooie voorbeelden op de markt gebracht, in BIB of gewoon op fles. Simpel en correct. Zuid-Afrika's wijnreputatie is evenwel voor 95% opgebouwd uit dit soort wijn: spijtig genoeg inderdaad grotendeels kleffe brol, die onder druk van internationale smaakmodes de alcoholzoete, nepfruitige toer op gaat, zeker in de rode wijnen. Heel wat beginnende wijnliefhebbers trappen hier in de val. Onwetend en zelfs onnadenkend misschien, met te hoge verwachtingen en doorgaans een eigenlijk toch wel wat luie attitude: we gaan niet op zoek naar iets beters in die categorie en dus heeft met die ene fles dan ook maar meteen de hele Zuid-Afrikaanse wijnindustrie afgedaan. Nogal wiedes natuurlijk, als je weet dat heel wat mensen niet meer proeven wat er in de fles zit, maar wel wat er op de fles staat. Schrijnend is het dan misschien om te zien dat een potentieel goede Kaapse Chenin het dan ook nooit meer zal halen van minstens even slechte Vins de Pays d'Oc, Italiaanse Pinot Grigio of Chileense fruitclamochkes, die evenmin wat aan de man te brengen hebben, maar omwille van hun afkomst of omwille van le qu'en dira t'on steeds weer een nieuwe kans krijgen en heel wat toegeeflijker bejegend worden. Zuid-Afrika heeft nu eenmaal het imago van banale fruitwijnproducent te zijn, dus willen we er ook niet méér van verwachten. Voeg daar nog een duister wolkje Apartheidsgeschiedenis, het historische KWV-despotisme of het steeds weerkerende burnt rubber-verwijt aan toe en je hebt het perfecte excuus om elke Zuid-Afrikaan te kakken te zetten voor hij nog maar in het rek staat.
2. Labyrint zonder Ariadne.
Het kan ook anders en daar is men zich de laatste 20 jaar in Zuid-Afrika zeker van bewust. Er wordt naarstig getimmerd aan de weg naar 'grote wijn', wijn die het verschil moet maken, of, anders gezegd, eigenlijk hetzelfde moet zijn als Franse wijn, Italiaanse wijn, Spaanse wijn, enz. Neem daar nog de steeds terugkerende claim van 'Oude-Wereldheid' bij - Zuid-Afrika behoort tot de Nieuwe Wereld in wijn, maar de wijnen zouden meer Oude Wereld zijn dan die van andere Nieuwe-Wereldwijnlanden - en je begrijpt meteen waar ik naartoe wil: het Zuid-Afrikaanse wijnlandschap is op zoek naar een eigen identiteit, of, anders gezegd, de Zuid-Afrikaanse wijnbusiness doet er alles aan om een gemis aan identiteit te remediëren. Ook de Zuid-Afrikaanse wijnboer heeft de mond vol van terroir en terroirtypiciteit. Niet mis gezien in de hedendaagse wijnwereld en dat heeft ook het Zuid-Afrikaanse equivalent van het INAO zo begrepen.  Er wordt met alle hens aan dek gewerkt aan een appellatiesysteem dat de diversiteit en de typiciteit van alle Zuid-Afrikaanse terroirs herkenbaarheid zou moeten verlenen. Dat lukt evenwel niet zonder de nodige kleerscheuren: de razendsnelle vooruitgang in de wijngaard en de enorme verscheidenheid van de wijnen in kwestie maken het er niet meteen gemakkelijk op. Er werd een systeem uitgedacht dat met zijn een onderverdeling in 4 regio's, 21 districten en 63 'wards' enige klaarheid in de zaak moet scheppen. Probleem is dat elk onderdeel van een subniveau niet noodzakelijk een eenduidige afhankelijkheidsrelatie vertoont met het hoger gelegen niveau. Een voorbeeldje: de 'wards' Constantia en Hout Bay zijn niet ondergebracht in een overkoepelend district, maar behoren wel tot de 7 districten tellende Coastal Region. Een ander voorbeeldje: het district Douglas bevat geen enkele 'ward' en behoort evenmin tot een omvattende regio. Er is echt niet veel meer nodig om zowat elke wijnliefhebber van zijn propos te brengen ... . (Voor een overzicht: klik hier) Dat moet zowat een reden geweest zijn voor Guy Woodward om eens een rondvraag te organiseren bij de Zuid-Afrikaanse wijnproducent en de pro's en contra's af te wegen in een stevig artikel. Allez, dat 'stevig artikel' blijkt niet eens zo'n een goed artikel te zijn (zo een beetje als in het onderwijs: slechtste leerkracht wordt directeur; minste begaafde schrijver wordt editeur?): nergens een conclusie na de geschetste stand van zaken, laat staan dat Woodward zou eindigen met een idee dat hij zich zou gevormd hebben over het Zuid-Afrikaanse wijnlandschap of een soort van schets van hoe het eventueel wel zou kunnen. Toch het minste wat je kan verwachten. Voor Ariadne spelen zag hij precies niet zitten. Uiteindelijk blijft de lezer na Woodward's jeremiade- en citatenpartituur nog steeds verweesd achter met een hoop onbeantwoorde vragen. " Hoe zit het dan nu met die Zuid-Afrikaanse wijn?", blijft die zich afvragen. Dat er iets niet helemaal in de haak zit, zal hem wel duidelijk geworden zijn, maar, wat er precies aan de hand is, daar heeft hij nog steeds het raden naar. 3. SA? Ca POMOte!.Vinden wij het uitdenken van een Zuid-Afrikaanse appellatiestructuur bullshit? Nee, helemaal niet. Het probleem zit hem immers niet zozeer in de idee van een appellatiestructuur zelf, wel in de achterliggende redenen waarmee die gesuperponeerd wordt op een heel snel en sterk dispersief evoluerend geheel. Het systeem lijkt immers sterk op het Duitse systeem van Anbaugebiete, Bereiche, lieu-dits en wijngaarden. Ook een doolhof voor heel wat mensen, maar wel een doolhof met een historische gegroeide structuur volgens een redelijk rigoureus gevolgde Duitse logica. Laat nu net die logica wat ontbreken en de recente geschiedenis datgene zijn waar de Zuid-Afrikaan liever niet aan herinnerd wordt en je begrijpt waar het wringt: het SAWIS-systeem komt ongewild erg geforceerd over en het vergt van diegene die op gelijk welke manier wat met Zuid-Afrikaanse wijn te maken heeft wel enige avondjes studiewerk. Niet meteen een geslaagde tegemoetkoming aan de internationale wijnmarkt. Zo eenvoudig is het. Voor wijnen uit het onderste marktsegment vormt dat geen probleem: zet er in grote letters het druivenras op en ze verkopen als zoete broodjes. Voor de 'topwijnen', die wijnen die eigenlijk zouden bijdragen tot de beeldvorming van Zuid-Afrikaanse wijn, die wijnen die hun internationaal erkend aura zouden kunnen doen afstralen op de hele Zuid-Afrikaanse wijnindustrie en daarmee meteen zouden bijdragen tot een Zuid-Afrikaanse identiteitsconstructie, ligt het wel even anders. Die krijg je zonder informatie immers niet zomaar verkocht: je kan eerst een halve wijncursus gaan opdreunen voor de twijfelachtig fortuinlijke klant (als die daar al in geïnteresseerd is). Vervelend is dat. Een halve wijncursus past nu eenmaal niet op een rugetiket, laat staan in het hoofd van de eerste de beste wijnmakelaar ... .  Misschien is Zuid-Afrika wel het typevoorbeeld van een postmodern wijnland, als we dan toch met dure woorden aan het goochelen gaan. Een wijnland zonder centraal sterk gecoördineerde structuur, weliswaar met een kwaliteitscontrole achteraf, maar geen normatieve kwaliteitsbepalingen vooraf die hun wortels zouden vinden in een streekgebondenheid, een terroirtypiciteit of een beroep op de traditie. Zo onstaat een sterk gefacetteerd en rhizomatisch gestructureerd geheel, dat zich met geen middel laat kooien in het eenduidig interpreteerbare systeem dat onze nog steeds lineair denkende marketingboys hanteren. De heren en dames van het distributie-establishment lopen weer eens een ronde achter, zonder dat er ook maar iemand dat door heeft (zelfs de wijnkritiek heeft dat niet door). Integendeel, er wordt tegen heug en meug in geprobeerd die intrigerende verscheidenheid en het weerbarstige experimentalisme dat de Zuid-Afrikaanse wijnindustrie kenmerkt te reduceren tot een geruststellend en bevestigend, hapklaar groot verhaal dat vooral solide ondergrond moet verlenen aan de heilige koe van de cash flow. Want, inderdaad, probeer wijnbeleggers maar eens over te halen zoveel te investeren in een fles, als er geen spiertje zekerheid bestaat over de meerwaarde die een fles zal hebben na x aantal jaren wegrotten in diens geklimatiseerde vergeetput. Of, slijt maar eens een hele partij steengoede Pinotages aan een reeks horeca-zaken ... welke sommelier kan genoeg klanten inwijden tot de rijkdom van fantastische mariagesensaties die je met een gerijpte Pinotage kan beleven, om er een rendabele hoeveelheid van in te slaan? Zou het kunnen dat het postmoderne karakter van Zuid-Afrikaanse wijn ons op de grens brengt van de mogelijkheidsvoorwaarden waarmee een geüniformiseerde en genivelleerde - 'gedemocratiseerde', weet u wel - wijnmarkt zichzelf in stand tracht te houden? Is de diversiteit, het ongebreidelde experimentalisme en de onoverzichtelijke, razende wildgroei van de Zuid-Afrikaanse wijnbouw misschien wel eens het spreekwoordelijke steentje in de schoen van het geglobaliseerd wijndiscours? Is Zuid-Afrika de anomalie die de versteende structuur van het hedendaagse denken over wijn doet buigen tot het uiteindelijk moet en zal barsten?
LAST_UPDATED2
woensdag, 26 november 2008 08:25
Kurk
Nieuws
Uit een onderzoek naar biowijnen van Test-Aankoop trof de consumentenbond in 4 van de 17 wijnen pesticiden aan. Dit kan in principe niet, omdat biowijnen gemaakt worden van biologisch geteelde wijnen. Bij gewone wijnen, was het verdict nog negatiever: bij 8 van de 17 wijnen werden resten van pecticiden aangetroffen. De organisatie pleitte dinsdag voor strengere controle op wijnen uit biologisch geteelde druiven door gebruik van certificaten. Bron: De Telegraaf
LAST_UPDATED2
|
|