donderdag, 06 november 2008 10:05
Menelaos & Cabernette
Artikels
Er zijn zo van die momenten dat je echt niet zonder TomTom wil rijden, en de avond van 3 november was er zo één, met heel dichte mist zowat overal ten lande. Of het nu vanuit het West-Vlaamse over het Gentse richting Brussel was, of vanuit Limburg over Leuven naar dezelfde bestemming, zowel Menelaos als Cabernette hadden al mistige peren gezien in hun rit naar Château de la Motte op de rand tussen Dilbeek en Sint-Ulriks-Kapelle. Ter compensatie van de geleden ontberingen stond er evenwel een interessante proeverij op het programma: de zogenaamde (?) mindere jaren van Toscane, Bordeaux en Côtes du Rhône. Naar goede gewoonte werden alle wijnen blind geproefd. Amaronese had al gewaarschuwd dat er ergens een Haut-Brion tussen zou zitten als extra teaser ... . 1. Dolce vita? Dolceamaro dan!  Het startschot werd gegeven met een in Bordelese stijl gevinifieerde onbekende: een weinig onthullende neus van rood fruit met een enigszins geroosterde toets werd in de mond gevolgd door dominant zuur rood fruit met veel te astringente bitters die lang bleven nazinderen. De gezichten rond de tafel spraken boekdelen: dit was geen meevaller. Daarnaast werd een subtielere wijn gezet in dezelfde geurstijl, maar met een zoetere aanzet van rijpe aardbei, die de zuren en de tannines beter in evenwicht wist te houden. De smaak zakte evenwel snel weg en maakte geen evolutie door. Beide wijnen bleken uit Toscane te stammen, al werd bij een gisronde vrijwel unaniem gegokt op Bordeaux, vooral naar aanleiding van het smaakprofiel van de eerste wijn, die onthuld werd als Villa Antinori 2005. Een vergelijking met de excellente 2003 is absoluut niet aan de orde. Wijn nummer twee bleek een Monte Peloso Eneo van 2002, beter dus dan de VA 2005, maar niet om over naar huis te schrijven. Met de twee volgende wijnen bleven we in het land van la Dolce Vita, al waren de wijnen zelf niet bepaald zo ‘dolce’. Wijn nummer drie gaf als initiële geur het fameuze ‘putteke’, nadien alcohol, paprika en een weinig fruit – dit verbeterde wel met enige tijd in het glas te staan. De smaak was gestoofd rood fruit über Alles, eerder zuur en trok nogal fel droog door strakke tannines, maar was best wel interessant in zijn evolutie. Deze wijn, de Mazzei Fonterutoli 2000, kwam na afloop van de proefronde nogmaals in ons glas terecht en toonde zich toen veel ronder en meer uitgebalanceerd. Hier is een enigszins afwachtende houding – of een groter glas? – dus nog wel op zijn plaats. Dat kon niet meteen gezegd worden van de afsluiter voor deze zo gehalode streek. De geëvolueerde, bijna bruine kleur van deze wijn beloofde weinig goeds. In de neus vonden we te warme mon chéri-likeur, met wat paprikapoeder erover gesprenkeld. De vluchtige zuren deden denken aan sherry of Madeira, hetgeen de alarmbel voor maderisatie prompt deed afgaan. Al deze voortekenen werden in de mond bevestigd met enkel nog een restant van fruitwater en wat alcohol was. Waarschijnlijk was deze Badia a Passignano 1998 als jongvolwassene zeer mooi, maar nu was hij duidelijk ver voorbij de midlifecrisis. Qua wijnjaren is het moeilijk, zoniet oneerlijk, hier een conclusie uit te trekken. Hoewel velen in Toscane tijdens het jaar 2000 teveel op volume mikten, blijkt een meer selectieve hand toch mooie dingen te kunnen doen. De Villa Antinori bevestigde wat vooraf gezegd werd: namelijk, dat het magische 2005 niet overal zo spectaculair was. Blijkbaar weigerde het beroemde Azienda Agricola Montevertine zelfs zijn Pergole Torte te produceren in 2005, een teken aan de wand … . 2. Van sterfputten en Appellation d'Origine Café. De tweede regio die werd aangedaan met vier wijnen, was Bordeaux. De eerste wijn, Lagrange Saint-Julien 1999 (Parker 86), presenteerde nog een mooie robijnrode kleur in het glas, gaf in de neus wat ‘putteke’ met geleidelijk aan een geroosterde noot en rood fruit. De smaak was initieel een beetje stoffig, maar met een fluwelige textuur, bramen, een hint van chocolade en tabak, om te eindigen met wat beklede bitters en nog een verrassende, frisse toets (munt of venkel kwam het dichtste in de buurt). Dit was de eerste algemeen erkende “goede” wijn en een bevestiging van de gestage kwaliteit die het château weet te realiseren, ook in de “mindere” jaargangen. De Lagrange werd gevolgd door een iets oudere Saint-Julien: Ducru Beaucaillou 1997 (Parker 87). Na een veelbelovend begin van gebraden vlees met gestoofde groenten en rood fruit, leek de neus uit te doven. Dat werd door Dirk Rodriguez getypeerd als een klassiek geval van “ sterfput”. De smaak was “gladder” dan de Lagrange en minder uitgesproken, maar redelijk vergelijkbaar qua smaakprofiel met iets meer uitdrogende tannines. Beide volgende Bordeaux-wijnen kwamen uit Pessac-Léognan. De eerste, de Smith-Haut-Lafitte 1994 zette aarzelend in met een lichte kleur en een zwakke neus van rood fruit en lichte kruiden, maar werd verrassend vol in de mond over de hele lijn, met zoete rode kersen, tabak, kruiden en een hint van geroosterd gebraad naar het einde toe. Een redelijke lange afdronk, en als geheel heel mooi, zeker als je bedenkt dat dit een wijn van veertien jaar oud is uit een zogezegd minder jaar. Cabernette had haar favoriet van de avond gevonden en Menelaos kon haar enkel bijtreden. De semi-aangekondigde “ ster van de avond”, de Haut-Brion 1993 (Parker 92), was opvallend donkerpaarsig van kleur. In de neus waren er mooie mediterrane kruiden (tijm, salie, rozemarijn) verweven met rijp rood fruit. Een volle smaak in de mond met gestoofd rood fruit, wat vlezigheid, een hint van zoethout en een noot van koffie naar het einde toe. Blijkbaar is die koffietoets typisch voor Haut-Brion, al is het een punt van discussie of het nu Columbiaanse of Peruviaanse koffie zou zijn. In elke cliché ligt een bron van waarheid en zo dus ook voor Bordeaux en bewaarwijn. Het gaat hier weliswaar stuk voor stuk over geklasseerde grand cru’s, maar ze hebben toch mooi de tand des tijds doorstaan. Deze châteaux kunnen het zich niet permitteren hun kwaliteitsniveau te laten zakken en zijn dus verplicht om in niet–ideale jaren een extra inspanning te leveren. Het resultaat is dat finesse en terroir beter tot uiting komen, terwijl ze in (te) warme jaren sneller overstemd worden door het rijpe fruit. Het proeven van deze oudere Bordeauxwijnen vergt toch een ietwat andere aanpak dan bij het jonge geweld. Je gaat meer op zoek naar secundaire en tertiaire aroma’s (bosgeur, champignon, tabak, leer, …) en je moet er meer je tijd voor nemen. Het correct beoordelen van deze wijnen kan eigenlijk pas na een lange kennismakingsronde, inclusief muziekoptreden, slaapmutsje en ontbijt op bed. In welke volgorde, dat laten we aan de persoonlijke voorkeur van de proever over … . 3. Grommende legoblokjes.Als laatste regio werd de Côtes du Rhône aangedaan, een duidelijke en opzettelijke stijlbreuk met de vorige wijnen. De P. Jaboulet Ainé Saint-Joseph 1994 is zowel in de neus als in de mond meer uitgesproken dan de Bordelese makkers, maar duidelijk minder complex. Niet echt onze smaak  , al valt niet duidelijk uit te maken of wijn nu over zijn top is of gewoon karakter mist. Met La Réméjeanne Les Eglantiers 2002 ( Côtes-du-Rhône) komt er een dik zwartrood niet-transparant monster in het glas gekropen. Het gromt naar de neus met nogal wat alcohol, zoet rood fruit, en ergens een toets van leer. In de mond verandert dat monster eerder in een platte chihuahua: een zoet-kruidige mengeling met eerder korrelige tannines eronder. Ook weer redelijk ondefinieerbaar, deze wijn. De afsluiter van de avond werd geschonken bij een overheerlijke pastei van parelhoen bijgestaan door een mosterdsausje met kappertjes en witte peper. Door al dat lekkers verdween de wijn, nochtans een Cornas van Delas Frères 1997 (Parker 90) een beetje naar de achtergrond, hoewel Cabernette nog het volgende wist te noteren: “ de geur (kirsch) doet maderisatie vermoeden; de smaak die, hoewel nog behoorlijk vol, vrij snel wegvalt, bevestigt dat; alsof je van een gebouw in lego slechts nog blokjesfragmenten hebt; zonde?”. 4. The advantage is wine ... .
Mindere wijnjaren vormen zowel voor de wijnmaker als voor de wijnliefhebber een uitdaging. Aan de ene zijde dient de wijnmaker al zijn meesterschap en de liefde voor zijn wijn aan te spreken om de minder gunstige omstandigheden niet alleen in zijn voordeel om te draaien, maar juist de sterke punten van het afgelopen jaar naar boven te brengen. Goede terroirs komen meestal beter tot hun recht in moeilijkere jaren, terwijl hun optimale ligging in goede jaren soms van het goede teveel kan zijn. De liefhebber krijgt dan weer de kans, of de zware taak, op zoek te gaan naar deze buitenbeentjes aan soms zeer interessante prijzen.
LAST_UPDATED2
maandag, 03 november 2008 22:02
Amaronese
Artikels
Twee weekends geleden kon ik op zondagavond letterlijk geen wijn meer zien, ruiken of horen. Mijn frontale hersenkwab sprong spontaan in spasmen bij zelfs de minste allusie op het gegiste vocht. Zelfs bij de woorden van onze plaatselijke Jan Spier: "Wei ... nig volk hè vandaag!", kromp ik al zichtbaar ineen. Zo erg blijkbaar, dat de goede kerel maar onmiddellijk repliceerde: "Ik zie dat gij zo'n zin hebt in ne goeie saté". Wel, ik kan u verzekeren, het was me een waar genoegen na al die vineuze exploten. Een saté, een grote friet (zonder saus!) , een fris Cristalleke en eh ... na een uur stond ik weer een verdiepje lager rond te draaien: "Welke fles moet eraan geloven?" Bloed kruipt waar het niet gaan kan. Wijn ook. Reden van die kortstondige verstandsverbijstering: ik ging als een echte hardcore addict drie dagen na elkaar naar Megavino. Deze keer: dag 2, op zoek naar het ware Walhalla van de wijn!
1. Van cheapo tafelwijn tot surfing winemakers.
 Welke wijnliefhebber heeft tegenwoordig niet de mond vol van het geweldige terroir van Priorat. Welke wijnliefhebber wordt niet lyrisch van de unheimliche halfwoestenij waarin mensen er toch in slagen druiven naar behoren te doen opgroeien? Welke wijnfreak loopt niet warm voor de zovele autochtone, stoer klinkende druivenrassen waarmee Spanje nog wat meer gewicht in de schaal legt? Logisch dus dat bijvoorbeeld in het laatste nummer van Decanter 18 pagina's aan Spaanse wijn besteed worden, waarvan één artikel met de titel ' Why Spain is the most exciting winecountry in Europe'. Zoals het enkele jaren geleden Oostenrijk all over the place was, zo is het vandaag inderdaad Spanje al wat de klok slaat. Vroeger, en dan spreek ik van een dikke tien jaar terug - ik was toen nog piep, de dertig komt nu echt te dichtbij -, was Spanje, net als Italië, synoniem voor cheapo tafelwijn; weliswaar met een iets sjieker en wat meer geconfimeerd cachet, maar toch niet meteen wat je noemt ' meest opwindende wijnland van de wereld'. Spaanse wijn, en dan vooral Rioja, was de rode wijn die zoveel mensen meebrachten van een reisje Benidorm, Salou, Costa si ... of Costa la ... . Rood ... inderdaad, want van wit kwam er, letterlijk en figuurlijk, niet veel in huis. Het heeft zo tot het eind van de jaren negentig geduurd eer de eerste goede Spaanse witte wijnen tot bij ons geraakten. Met uitzondering van de degelijke witte de Cáceres, was het nog lang wachten op dergelijke knappe staaltjes van vakmanschap. Laat staan dat toen al iemand van Albariño gehoord had. Maar, hoe zat het dan wel met die rode wijnen? Hun roem waard of ook insipid plonk? Het laatste doorgaans ... . Meestal ging het over nogal bruinige, soms zelfs een beetje stinkende, dunne en uitdrogende bulkwijn. Alleen het etiket Rioja volstond gelukkig al om dit ouderwetse staaltje van minimale kwaliteit toch aan het grote publiek te slijten. Het fletse, saaie karakter van de Rioja's van weleer had evenwel niets te maken met een soort van authenticiteit: het was eerder het resultaat van een onzorgzame aanpak in de wijngaard, een ouderwetse vinficatiemethode en een quasi oxidatieve elevatie op grote, oude eiken fusten. Wijnen met enige fraîcheur en een behoorlijke dosis sappig fruit waren dus dikwijls ver te zoeken in de zee van naar vuil hout en dorre bladeren smakende Rioja. Gelukkig veranderde dat gedurende de laatste decennia van de 20ste eeuw. Binnenlandse investeerders en grote wijntycoons zoals Miguel Torres staken hun bewondering voor de oenologische vooruitgang die geboekt werd in Bordeaux, Toscane en de toen nog embryonale Nieuwe Wereld, niet onder stoelen of banken. Plots werden die enkele wijnbouwers die letterlijk met kop en schouders boven de grijze Spaanse wijnbrij uitstaken, vereerd als halfgoden die het vuur van de Olympus naar de mensheid wisten te brengen. Die bewondering vertaalde zich even snel naar de eigen wijngaarden. Even plots dook daar ook de legendarische Emile Peynaud op, die, net als in Bordeaux hygiëne, jeugdigheid en frisheid zou prediken in de Spaanse halfwoestijn. Een nieuwe generatie wijnmakers zag het licht. En een tweede, ... en een derde, ... . Want, dat is waarschijnlijk wel het meest opwindende aan dit wijnland: de Spaanse wijnmakers houden de vinger wel heel na aan de internationale wijnpols, thans zonder daarbij hun spreekwoordelijke koppigheid te verliezen. Dat heeft als gevolg dat Spanje zich nu absoluut kan meten met het zich eveneens steeds heruitvindende en qua vineuze traditie minstens even interessante Italië. Nieuwe ideeën worden heel snel uitgeprobeerd - nog dikwijls voor er ergens anders sprake van is. Er is m.a.w. een niet te onderschatten bereidheid tot experimenteren, die anderzijds toch nooit de overlevering, een hele lore aan oorspronkelijke druivenrassen en een vurige passie voor het eigen terroir platdrukt. Wat wil je nog meer? Die mooie, altijd evoluerende combinatie tussen oud en nieuw, traditie en vernieuwing is er zowat de belangrijkste reden voor dat Spanje al jaren een niet al te nauw toebemeten plaats krijgt in de internationale wijnavant-garde. Na de Peynaud-golf van fruitige, soepele wijnen in de jaren tachtig, de Parker-tsunami van krachtige en rijke toothstainers in de beginjaren negentig en de zondvloed van flying winemakers aan het eind van de vorige eeuw in diens kielzog, was Spanje immers één van de eerste wijnlanden dat het waagde op de nieuwe schuimkoppen van de elegantie, de mineraliteit en de terroirgedrevenheid van de nouvelle vague te surfen. Nu ja, er is ook wel het één en ander aan materiaal voor handen om zo'n benadering waar te maken. Neem nu Priorat en Rias Baixas, om maar even twee uitersten te noemen. Waar het bij de eerste gaat om uiterst krachtige, pezige en zeer kelderwaardige rode wijnen, draait het bij de tweede appellatie eerder om slanke, frisse en iets minder kelderwaardige witte wijnen. Eén ding hebben ze gemeen: een uitgesproken terroirexpressie (allez, dat zou je toch mogen verwachten) van Llicorella-schiefer bij de ene of een soms duizelingwekkend aroma van jodium gecombineerd met schisteuse en granitische toetsen bij de andere. Meer nog: waar je zo verwachten dat elegantie en typiciteit toch zo ongeveer het moeilijkst bereikbaar is in een aride, zondoorstoofd land als Spanje, zijn het net de jonge driving winemakers uit het land zelf, zoals Telmo Rodriguez, die de boodschappers zijn van de zovele knepen van het vak die genoeg zuren, toch een rijpe structuur en een sprekende mineraliteit in het glas brengen. Denk maar aan de zo dikwijls uiterst verfijnde hedendaagse Rioja, nog eens die gesofesticeerde Albariño's of de prachtige resultaten die men in het Noorden ( Bierzo) boekt met een druif als Mencia (natuurlijk zijn er nog wel wat D.O.'s waar dat minder zo is: Toro en Jumilla bv.). Wat nog beter is: de prijzen van Spaanse wijnen blijven toch nog altijd redelijk democratisch! 2. Smurfentaart en dode beesten. " Leuk om dat allemaal te weten", denken we dan als we aan een proeverij supermarktspanjaarden beginnen. Eerlijk toegegeven, had deze contest een paar jaar terug plaatsgevonden, dan had het enthousiasme er bij mij niet meteen vanaf gedropen. Ik zat namelijk nog altijd met dat idee dat Spanje niet veel beters te produceren had dan de massa flabberige wijn die - als het al niet ging om Wereldwinkelwijn - obligaat bij een kotfeestje hoorde. Iedereen kent dat wel: het mag niet veel kosten, moet liefst fruitig en een beetje zoetig zijn. Ook weer geen echte zoete wijn, want nee, aan dat ouderwets troostend shlemielengezwalp deden wij nu ook niet mee. Aan de andere kant, toch ook liefst niet te droog. Er moeten toch wel Melocakes (ik onthoud u de studentikoze naam  ) en smurfentaart bij passen zonder dat die met wijn en speeksel in een plakkerige brij veranderen. En natuurlijk, als het kan, een beetje alcohol graag, dus liefst iets Zuiders en liefst iets Spaans, want dat kennen we van die gâteaux-parties bij de grootouders zaliger. Worden we allemaal lekker hitsig van. Bôpa en boin hadden het moeten weten ... . Ik hoop dat bij u ondertussen ook spontane kokhalsneigingen zich een weg naar boven werken: ik werd meestal al misselijk van het vooruitzicht terwijl ik de laatste minuten aftelde van een oersaaie les algemene taalkunde (en dat wil echt wat zeggen). Het ergst van al was dan nog dat mijn vriendelijke medestudentes er blijbaar een kunst van maakten om mijn glas het hele feest tot de nok bijgevuld te houden. Nooit begrepen waarom ik elke volgende morgen met een halve black-out, naast een hoop lege taartdozen en met een dood beest in mijn mond wakker werd ... . Weinig zeggen aan dat Spaanse wijn uit de supermarkt bij mij dan ook gearchiveerd werd in het donkerste hoekje van mijn proefbibliotheek en zelden aangroeide tot meer dan 6 flessen in mijn kotkeldertje. Tja, en dan blijf je aan zo'n medestudente plakken die toch wel geen Spaans gestudeerd heeft zeker? Zo lyrisch als ik was over Italië, zo koppig hield zij vol dat er in Spanje geweldige wijn gemaakt werd. En u weet, als vrouwen het in hun hoofd krijgen ... krijg het er dan maar weer eens uit. Tot uiterste wanhoop gedreven nam ik dan maar eens wat van die Spaanse plonk mee uit de dichtstbijgelegen Carrefour. Ik zie me nog 'thuiskomen' met twee keer drie flessen in telkens twee zakken (een wijnplas voor de voordeur had ik al eens gehad): om van te janken. Had ik mijn schamele weekgeld verkwanseld aan wat waarschijnlijk toch brol bleek te zijn, ondanks het feit dat Herr Herwig hem had aangeraden in zijn Château Simple: een Valdepeñas Gran Reserva 1999 van Señorio de los Llanos. Jaja, Gran Reserva voor nog geen € 5. Bullshit, dacht ik. En toch: een dikke twee maanden later schonk ik hem op een verjaardagsfeestje (nog altijd legendarisch omdat het om 20:00h. begon en om 8:00h. eindigde met koffie en een glas Calvados als 11de gang  ). De Señorio moest eraan geloven bij een stuk gebraad op Piëmontese wijze. Schraal, ik weet het, maar voor Barolo had ik geen geld en van pa kreeg ik ze niet meteen mee (wel heerlijke Riesling). Ging wel ... helemaal niet slecht zelfs. Beetje streng en gereserveerd misschien, maar best lekker. Allez, af en toe kwam er dan al eens een flesje Spaans mee van de zoveelste wijnzaak. Tot een heel dik jaar terug. Net verhuisd. Wijn natuurlijk zelf verhuisd: ik werd onnozel van de nachtmerries waarin verhuizers dozen wijn naar elkaar gooiden. Wel een onoverzichtelijke rommelboel in de kelder. Een kat vond er haar jongen niet in terug (goed dat we er nog geen hadden). 's Avonds in de pot geroerd, maar te mottig om zelf de kelder in te kruipen: mijn vingers gingen jeuken iedere keer ik de puinhoop aanzag. Cabernette dan maar naar beneden gestuurd. En ja, ik had het kunnen weten, met wat kwam ze naar boven: een flesje Spaans en dan nog wel een vergeten, overgebleven Señorio. Daar verwachtte ik al niet veel goeds meer van. Opengetrokken, geproefd ... hm, viel nog mee, meer dan dat zelfs: wat hadden we spijt dat we daar niet meer flesjes van gekocht hadden. 't Was een heerlijke oude wijn geworden. Heel herfstig en aards en toch nog wat primaire aroma's. Zalig. Ik was bekeerd. Ging op zoek naar meer Spaans van dat. Kwam terecht bij Ad Bibendum, La Buena Vida, Vinea, ... en had de inquisitie niet nodig om me te bekeren tot het juiste geloof. The rest is history. 3. OMG? Plonk of glouglou?
Het begint zo stilaan een vaste gewoonte te worden, maar dan een hele goede: mee zetelen in de Kurkdroog-jury van Megavino. Elk jaar kiest onvolprezen marathonproever Dirk Rodriguez immers een reeksje wijnen uit de supermarkt die deels aansluiten bij het thema van de jaarlijkse beurs. Dit jaar lag dat natuurlijk voor de hand: een greep uit de vele Spaanse wijnen die onze supermarkt aanbiedt. Dat dit jaar Spanje als gastland gekozen werd voor Megavino, lag al even erg voor de hand (niet dat we daarmee willen zeggen dat die keuze banaal zou zijn of zo, integendeel). Gezien mijn - al niet meer zo heel recente - bekering tot het Spaanse wijnheiligdom, keek ik er wel naar uit. De mooie Vall Pors, geen misse Raimats, de zalige Condado de Haza of een paar formidabele Alba de Bretons indachtig, kon het alleen maar een verrijking zijn nog eens te zien wat er zo allemaal aan lekkers in de supermarktrekken te vinden was. Zulke proefjury's zijn altijd leuk om snel heel wat nieuws te leren kennen: je beoordeelt blind, alhoewel je toch weet wat je drinkt. Je laat je niet gauw verleiden door een crowd-pleaser, omdat je weet dat je daarvoor moet uitkijken. En, niet te vergeten, met wat chance vind je een paar mooie wijnen die voor niet al teveel beurspijn aan de kelder toe te voegen zijn. Right in tune was ik dus, zeker met de herinnering aan een zalige Utiel-Requeña en een echt wel te lekkere Emporda die Wim en Pvo de vorige avond op ons wijnbloggersstandje serveerden. Een goed georganiseerde proeverij in een apart zaaltje weer. En toch, ik bleef wat op mijn honger zitten wat de wijnen betrof. Geen enkele keer had ik het WOW-gevoel dat ik bijvoorbeeld ervoer met de Sanguénis i Vaqué Vall Por 2003, die op eenzelfde proeverij twee jaar terug in de reeks zat. Het stond buiten kijf dat er heel wat degelijke wijnen in de vooral Tempranillo-dominante reeks zaten, maar er waren er slechts enkele die zich onderscheiden va  n een hele garde weinig zeggende exemplaren. Teveel wijnen waren jammer genoeg platgestabiliseerd. Iets wat wel meer voorkomt bij supermarktwijnen: hoe slaag je er anders in een wijn te laten overleven die ganse maanden rechtop, onder spots of in vol neonlicht en dikwijls ook nog eens veel te warm moet staan wachten tot een Samaritaanse hand hem uit zijn lijden verlost? Platfilteren, vlakzwavelen en liefst ook nog eens doodsteriliseren bij wijze van spreken. Jammer. Blijkbaar verliest Tempranillo ontzettend veel van zijn expressieve karakter wanneer er hij wat teveel gekooid wordt. 't Moet anderzijds dan wel weer gezegd dat haast geen enkele van die eerder 'afgevlakte' wijnen ouderwetse, oxidatieve neigingen vertoonde: slechts eentje werd prompt afgekeurd. Ook het vroeger zo typisch rustieke van heel wat Spaanse wijn, was absoluut niet dominant aanwezig. Dus, al bij al, zeker voor een zachte prijs iets degelijks, maar weinig opwindends in het glas. Wie zei daar weer dat Spanje het meest opwindende wijnland van de wereld is? Wel, er waren natuurlijk ook enkele hijos die dat tegendeel bewezen. In de eerste plaats een helemaal niet zo eenvoudige Rioja Crianza: Azpilicueta 2005. Een wijn die gewoon alles heeft om 'goed' genoemd te worden: goede structuur, jeugdige frisheid en toch geen nukkig gesloten karakter. Lekker en scherp gefocust Tempranillo-fruit in de neus. Niet mis, zeker niet voor een schamele € 9 (Delhaize). Favoriet voor mij was anders de Musem Real Reserva 2004 (D.O. Cigales - Colruyt Klassewijnen). Heel herkenbaar, een biologische wijn zonder capsones of pretentie. Sappig lekker en begrijpelijk volgens Juan Peñin de beste wijn van zijn appellatie in de Guia van 2008. Een speciale vermelding mag ook alleszins naar een Spar-wijntje: Gran Fuedo Reserva 2003 uit de D.O. Navarra. Niet meteen de gemakkelijkste, met nog wat onversmolten, maar mooi hout op de neus en een dichte structuur die wat tijd nodig heeft om mooi los te komen. Een waardige opvolger voor die Señorio aanr € 7? Ik stuur Cabernette binnen een paar jaar nog wel eens de kelder in ... uit luiheid welteverstaan!
Geen OMG! dus, maar ook geen plonk of te lekkere wijn. Het ware Walhalla hebben we dus niet gevonden. Wel weer eens een knap in elkaar gestoken contest en een mooie eerlijke balans tussen prijs en kwaliteit bij deze wijnen, dat zeker, en dat is echt niet mis. Ga er maar eens naar zoeken in supermarktwijnen uit heel wat andere landen ... .
LAST_UPDATED2
donderdag, 30 oktober 2008 19:00
Amaronese
Nieuws
Je hebt zo van die weken dat er van deftige wijn helemaal niks in huis lijkt te komen: de ene wijn na de andere blijkt een waardeloos hoopje miserie, je haalt een nieuwe uit de kelder en die heeft kurk, een andere is compleet overrijp, nog één heeft een acetaatprobleem, ... zoiets is om te janken. Je hebt daarentegen ook zo van die weken dat de ene na de andere wijn je met een verzaligde glimlach achterover doet leunen in de zetel. Even kortstondig zicht op het wijn-Walhalla, even dat vineus orgasme, ... zou je niet beter weten, dan had je zoiets liefst elke dag meegemaakt.
Wel, de afgelopen week was er zo één. Niet dat elke wijn die we vorige week ontkurkten ons buiten ons zelf deed treden, maar er waren er toch wel enkele die ons in de hogere regionen deden vertoeven. Wat doe je dan voor een 'wijn-van-de-week'-contest? Het probleem met zulke verkiezingen is dat je hoe-dan-ook steeds enkele wijnen onrecht aandoet. Je vergelijkt er in feite op los: wit met rood, zoet met droog en alsof dat al niet erg genoeg is, komen de vele verschillende wijnstijlen die gangbaar zijn in ontelbare wijnstreken ook nog eens roet in het eten gooien, om nog maar te zwijgen van het samengaan van een doordeweeks gerecht met een bepaalde wijn of gewoon je eigen ingesteldheid. Dat laatste is immers geen fabeltje: je humeur en je fysieke coditie spelen dikwijls genoeg een veel grotere rol in het beoordelen van wijn dan je zelf nog maar zou durven vermoeden. Enfin, wijn van de week? Laten we het deze keer eens Donna-gewijs op een top 3 houden. De onbetwiste winnaar was in elk geval een Emergence Côtes du Rhône Villages Saint-Maurice 1999 van Domaine Viret. Jaja, Viret, inderdaad de biodynamiekers pur sang met hun haast waanzinnig aandoende ideeën over cosmocultuur, de invloed van Egyptische geometrie op wijnrijping, enz. "Is dat weer zo'n kiwi-kiwi-ananaswijn?", wordt hier wel eens gevraagd. Of dat inderdaad zo is weet ik niet. Ik heb namelijk nooit de eer gehad de baarlijke zotten van le Clos du Paradis te ontmoeten, maar één ding staat vast: "hier wordt wijn gemaakt zoals je hem zelden ergens anders proeft". De finesse, gepaard met een ontzettend krachtige en precieze aromatische expressie, ... ik kom het zelden tegen. Het meest onbegrijpelijke aan deze grote cuvée is de jeugdigheid die zo uit het glas springt: blind zou je gezegd hebben dat je te doen had met een Côte-Rôtie van amper een jaar oud: cassis, viooltjes en wat cacao. Veel fraîcheur in de mond. En het belangrijkste: leeg voor we er erg in hadden. Ik denk dat ik het eerstvolgende probeersel van Philippe en Alain - de vinificatiekelder was toen nog in volle opbouw - nog maar een paar jaartjes rust ga gunnen in de kelder. Onvolprezen nummer twee was zonder twijfel een Château de la Bizolière, Savennières 2005. "Récolté en surmaturité" zegt het schamele rugetiket van deze tweede château-wijn van Pierre Soulez. In de Loire vinden toch nog heel wat wijnmakers het niet nodig gepruts en slechte oogsten te verdoezelen door de rommel in een 'tweede wijn' te stoppen (er zijn streken waar dat wel even anders is). En wat voor een tweede château! De druiven mogen dan wel overrijp geoogst zijn, deze wijn is beendroog. Geen spoortje restzoet en wat meer is: geen alcoholdraak die na één slok gaten in je neus boort. Maar één conclusie: hier is een meester van de Chenin Blanc aan het werk geweest. Een vet mondgevoel, met veel rijpe kweepeer, wat zongerijpte citroen, citroengras en overduidelijke mineralige boventonen (oesterschelp). Lange afdronk, mooie structuur, met een tikkeltje typische bitterheid, zelfs een beetje tannineachtig gevoel: typisch Savennières dus, ondanks de moderne rondeur en de stevige body. Nu lekker, maar geen katje om zonder handschoenen aan te pakken: veel te jong, onstuimig, met rommelige kantjes hier en daar. Geen absolute topklasse (daarvoor mist hij finesse), niet gemakkelijk, maar binnen een vijftal jaar ongetwijfeld een mooie wijn. Hekkensluiter in de weektop van dienst was een andere Loire-wijn: een Anjou Gamay 2006 van Laurent en Angelina Morin, twee wat verlegen wijnbouwers uit St-Lambert-de-Lattay, één van de Côteaux-du-Layongemeentes. Wijnen van het Domaine de la Gauterie koop ik zo ongeveer elk jaar op een vignerons indépendants-beurs. Ondertussen wordt het elk jaar een familiaal onderonsje, maar dat mag ook wel. De wijnen van Laurent en Angelina zijn stuk voor stuk wijnen met een exemplarische frisheid en elegantie, zonder dat ze daarom altijd grote wijnen hoeven te zijn. Deze Gamay was er zo eentje: geen grote wijn, wat frêle, maar sappig lekker en met getrimd vers Gamay-fruit. Soepel tot aan het eind, fris zuur, een wijn voor bij geperste kop, gekookte ham of carpaccio. Simpel, pretentieloos, maar fijn dorstlessend ... zulke wijnen mogen er meer zijn!
LAST_UPDATED2
zondag, 26 oktober 2008 11:43
Amaronese
Artikels
Donderdagnacht 17 oktober 2:14 am, ik kruip de trap op naar de eerste verdieping, laat kleren vallen waar ze uit willen en rol in mijn bed. Het is gelukt: we zullen er morgen staan met meer helpende handen dan verwacht. We zullen er morgen staan als een baken tussen het lauwe rioolwater van een zichzelf verkankerende wijnmarkt. We zullen er staan als 11 schrijvers die het verschil maken, misschien wel het verschil zullen zijn. Vrijdag 17 oktober brachten wij op Megavino 2008 een hulde aan ongecompliceerd echte wijn! 1. We aint scratch no back: tegen de werkkampen van de Vlaamse wijnkritiek.Bijna een jaar geleden werd iets waarop ik al lang hoopte eindelijk werkelijkheid: na een hoop heen-en-weer-gemail en geregel kregen we 10 wijnschrijvers, die ik haast elke dag trouw als een hond volgde, rond eenzelfde tafel. De Vlaamse Wijnblogdagen waren eindelijk een feit. Tot onze collectieve verrassing bleek dat we zo ongeveer éénzelfde idee hadden over de huidige wijnwereld: vermolmd, uitgehold en verminkt door marketinggeblaat en daarin deftig ondersteund door een nauwelijks onafhankelijke wijn' kritiek'. Er zaten elf wijnschrijvers rond de tafel die elk lak hadden aan de ' ons-kent-ons'-mentaliteit of het ' hier-schrijf-je-over-en-dan-hoor-je-erbij'-dogma van de Vlaamse wijnwereld dat de taak van een echte kritiek reduceert tot het slaafse gejaknik van een clubje mediocere goelagtsjeven. Natuurlijk zijn er uitzonderingen; in feite zijn er zelfs drie van die uitzonderingen onder ons. Gelukkig maar. Wij stelden vast dat het ook anders kon: 11 e-winewriters – kan het nog cooler – zouden op regelmatige basis samen publiceren over eenzelfde onderwerp. Toen ik enkele maanden geleden schreef dat heel wat wijnkritiek beperkt blijft tot een te breed uitgesmeerde scheet op teveel papier, had ik me misschien beter wat preciezer uitgedrukt: een te breed uitgesmeerde stinkende scheet op teveel glanspapier. Hoe langer ik me verdiep in wijngeschrijf van allerlei allooi, hoe meer ik wanhopig moet lopen snuisteren in (tweedehands)boekhandels naar een (soms niet zo) nieuw en interessant wijnboek. Maar al te vaak kom je tot de vaststelling kom dat ongeveer 90% van het vineus geneuzel bestaat uit het herkauwen van éénzelfde saaie en smakeloze, koude pap. Meestal is die stinkende brij nog slecht geschreven ook. En maar al te vaak haal je er met minimale moeite zo de stemmen uit van de te paaien sponsors, wijndomeinmanagers of zelfgeproclameerde wijnpausen. Er wordt simpelweg te veel en te slecht over wijn geschreven: dikke tuintegels met ingebonden dun bedrukt glanspapier, doorregen van wraakroepende clichés, uitgevuld met nietszeggende artsy fartsy wijnfoto’s of – in de vervelendste gevallen – pretentieuze proefnota’s. Het gaat meestal over knap dure boeken die mooi presenteren op de salontafel, maar tussen de kaften niet erg veel aan de man te brengen hebben. Een echt geïnteresseerde wijnliefhebber steekt er haast niets van op of hij vormt zich een beeld van de wijnwereld dat de hogepriesters van het marketingfascisme hem maar al te graag doen geloven door het keer op keer te herhalen. Je zou voor minder gaan geloven dat er buiten Bordeaux, Bourgogne en Champagne of buiten Chardonnay, Sauvignon Blanc, Cabernet Sauvignon en Merlot weinig te beleven valt op het gebied van wijn. Dat is natuurlijk wel buitenom die enkele schrijvers gerekend die zich presenteren als de echte trendwatchers van de wijnwereld: zij brengen u de pikantste verhalen vers van de pers. Zij overdonderen u met namen van wijnstreken waarvan u nog nooit gehoord hebt. Zij slaan u plat met de nieuwe ‘groten’. Zij brengen u de nieuwste wijnontwikkelingen nog heet van de naald. En daar wringt het schoentje al: het gaat om schrijvers die van de ene mode naar de andere zwalken. Ze verdiepen zich zelden in de materie waar ze over schrijven – als ze al kunnen schrijven – en dat is niet onlogisch, want daar hebben ze geen tijd voor: vandaag is het Burgenland, morgen is het de Pfalz, overmorgen Ribolla Gialla en weer wat later Hagelandse Müller-Thurgau … . Het zal je maar overkomen. Je kan jezelf nooit eens ergens deftig op voorbereiden en toch moet je als een expert overkomen. Hoe doe je dat dan? Dat kan retorisch: je blaast hoog van de toren, je schrijft met een zodanige pretentie dat de expertise er wel vanaf moet druipen. Probleem: iemand die veel leest, heeft dat meteen door. Je geschrijf komt op zo iemand over als het  blagerig brouwsel van de eerste de beste opgeblazen nul die weer eens geen blijf weet met zijn eigen dikdoenerij. Vervelend is dat. Je kan het ook met proefnota’s van formidabel dure wijnen (waar je natuurlijk lyrisch over doet, te drinken of niet) of zeldzame oude wijnen uit de reserve van de wijnboer proberen. De lezer denkt dan: “ Goh, zeg, die mag dat proeven”, terwijl die lezer dikwijls zelf de kans zou hebben het te proeven als hij een beetje onderlegd naar de wijnboer ging. Voor de rest is niemand er wat mee: enkel de crappy few kunnen zich deze wijnen permitteren - je weet wel: zo van die bankmanagers met een ontslagpremie van € 4.000.000 -, voor de rest blijven ze buiten ieders bereik. De oude wijnen uit de reserve zijn. Er is echter daarenboven nog een laatste truuk van het foor: je praat gewoon de internationale critici na, je vertaalt zomaar wat, je parafraseert de website van het besproken domein, … . Kan het nog saaier? Kan het nog zieliger? Een beetje wijnliefhebber heeft ook een Wine Companion van Johnson, een Oxford Companion to Wine van Robinson op de boekenplank staan en de weg naar het web vindt hij zelf ook wel … . De wijnbloggers die een jaar geleden eensgezind besloten hun eigen sites wat meer onder de aandacht te brengen, koesteren niet de pretentie de besten te zijn. Zij schrijven niet over de modes die elkaar opvolgen als de smakeloze eieren in een legbatterij. Zij vinden het niet nodig een lezer plat te slaan met name dropping om zichzelf wat te bewieroken. Nee, zij willen gewoon een ander soort wijnkritiek brengen. Een wijnkritiek die vanuit een passie ontstaan is, die de pitfalls van het marketinggeblaat omzeilt en wil aantonen, die inhoud heeft - ja, dat leest u goed! - zodat ze andere wijnliefhebbers die bereid zijn hun eigen grenzen te verleggen, steeds opnieuw correcte informatie, stof tot nadenken en bovenal ongekende wijnontdekkingen kunnen bieden. 2. Tussen Scylla en Charibdis revisited: cheap horror on low-carb. Daar gingen we ook voor tijdens onze acte de présence op Megavino 2008. Het sprak voor zich dat we op de jaarlijkse winerush naar Heizelpaleis 3 niet konden afwezig blijven. Vraag is echter hoe je in een commercieel circus als Megavino met een absoluut onafhankelijke organisatie de aandacht kan trekken. Alleen al de kost van zo'n standje ... . Ik heb me er dagen het hoofd over gebroken, tot BDC kwam aandraven met een origineel idee: waarom geen standje houden op een speciaal event dat enkel op vrijdagavond wordt georganiseerd? 'Jongeren en Wijn', een idee van o.a. De Morgen en Delhaize: een apart zaaltje met een loungy sfeer, tapas en wijnen in alle mogelijke vormen en maten 'speciaal afgestemd' op jongeren: low-alcohol en low-cal wines, wijn in tetrabrik, wijncocktails, hippe bubbels, enz. Mijn haren gingen al overeind staan. Ik ken dat soort 'speciaal-afgestemd-op'-truuks al langer. De winebizz is vergeven van dat soort gimmicks. Je kan ze zowat vergelijken met eternal gimmick ‘aangepaste wijn’: het lijkt customized, speciaal voor jou, maar in de meeste gevallen gaat het om niets anders dan een hoopje ‘kouwe ellende’. Rommel die men nog aan de straatstenen niet kwijtgeraakt en daarom maar wat oppept met een glitterend marketingkleedje. Gelukkig bestaat er in wijn ook nog wel wat anders. Het pleit was met andere woorden gauw beslecht: de Vlaamse Wijnbloggers zouden op die avond samen een standje houden als een rots in de branding voor 'echte' wijn (zowat alles wat daar niet geschonken werd, dus). We vonden het hoe dan ook niet kunnen dat jonge, gepassioneerde liefhebbers of nog complete leken die toch de stap naar de grootste wijnbeurs van het land waagden, enkel wat flauw, aangezoet en bijgekleurd druivensap te proeven kregen. Tja, en dan kom je daar aan op Megavino, weliswaar wat te laat (file) en dan blijkt er toch één en ander anders te zijn dan hetgeen via mail en telefoon met de organisatie afgesproken was: een tafeltje dat nog niet de helft van de afgesproken oppervlakte bleek te zijn (de helft betalen deden wij evenwel niet), onvindbare ‘sommeliers’, toch een achterwand, maar krap een halve meter diepte achter je stand, … . Eén van onze bloggers geraakte zelfs niet in het zaaltje binnen: te oud, ondanks zijn hippe shirt! Toegegeven, Alain Bloeykens haalt elk jaar weer eens een reuzentoer uit om alles op poten te krijgen en het lukt hem nog wonderwel ook, maar hier en daar schort er toch wat aan de organisatie. Delegeren? Misschien wel. Bekwamer personeel in dienst nemen? Zeker! Enfin, de odyssee naar Brussel was al wat geweest, maar een iliade stond ons precies nog te wachten: de aandacht trekken en overeind blijven tussen al die varkentjesroze verpakkingen, hippe, maar stinkende cocktaildrankjes, mini-wijnflesjes die wij verkeerdelijk aanzagen voor plasteuten, … enfin, het begon zo stilaan te lijken op een goedkope horror-pic. En toch, het lukte. Na het eerste uur stond er zowat onafgebroken twintig man te drummen rond ons mini-tafeltje. Met z’n allen stonden wij in voor de profetie van de echte wijn. Rick, Wim, Chevalier en ik zouden de dorstigen laven, Foodfan de hongerigen spijsen en Pvo en Vinama speelden voor lokvogel. Wat ons verraste was dat er mensen lang bleven hangen rond onze stand, vertrokken voor een korte ronde langs de overige standhouders en dan to ch maar weer terugkeerden. Er werd gretig geluisterd, enthousiast vragen gesteld, veel gelachen en vooral genoten van de verschillende wijnen die wij meebrachten. De meest ondenkbare biologische of biodynamische wijnen, bijna vergeten druivenrassen, appellaties uit een godvergeten achterhoek van Spanje of Italië, curieuze blends of uit de band springende monocépagewijnen, … ze passerden allemaal de revue, met Foodans heerlijke begeleidende hapjes natuurlijk.
3. Nieuwe wijn in nieuwe vaten? Een wijn die mij alleszins bijbleef was een curieuze blend van Chardonnay, Zierfandler en Rotgipfler, In Gumpoldskirchen genaamd, van Weingut Schellmann, een stuk rots uit Ricks kelder. Of Pvo’s Saulò van Espelt, een Emporda van Grenache en Carignan. Of l’Ô Gazeuse van Cyril Alonso (nee, niet de F1-piloot, wel familie, naar 't schijnt en de eigenaar van Domaine de l’Ancestra) , een biologisch juweeltje uit Vinama’s kelder. Of Icardi’s Balera, een 100% Cortese van de ploeg van Winetasting, of, … ik kan zo nog wel even doorgaan. Uiteindelijk kwamen zelfs de andere standhouders eens bij ons proeven: een bevallige hostesse van Jacob’s Creek bleef niet van de nodige viriele aandacht verstoken, de naburige verkoper van de tetrapakwijn pikte af en toe ook wel eens een slokje en een hapje mee en zelfs de zelfovertuigde marketeers van Gallo glipten tussen twee cocktails en een praatje met beide kortgerokte, langbenige Megavino-babes even naar onze stand. Mission accomplished zou je zeggen. Inderdaad, maar wat voor ons toch het belangrijkst bleef waren de vele spontane reacties die we kregen: een welgemeende dank u, een warme appreciatie of een paar glinsterende ogen van jonge wijnliefhebbers die een nieuwe weg in de wijnwereld hebben ontdekt. Misschien maakten wij voor een paar mensen dan toch het verschil ... . Wij sloten de avond nog af met een gezellige babbel en enkele glaasjes van Roberto Cipresso’s La Quadratura del Cercio 2006. Kindermoord ja, maar weer eens ontroerend knap!
LAST_UPDATED2
|
|